HoogspanningsNet St(r)oomcursus

Deel 6. Netbeheer, robuustheid en netneutraliteit

We zijn klaar met de techniek. We begrijpen nu
hoe een elektriciteitsnet werkt, waarom de net-
balans belangrijk is en dat elektriciteit door 
commerciële producenten op verschillende
snelle en trage manieren kan worden opgewekt.

Het is belangrijk dat iemand het overzicht houdt
op dit hele gebeuren. Deze rol wordt vervuld door
de zogeheten netbeheerder.

Wie is die ongeziene beheerder die stilletjes
alle touwtjes in handen lijkt te hebben? 

 


 

 

De belangen zijn enorm. De energiemarkt, de economie en zelfs de aantrekkelijkheid van een land voor grote bedrijven om er te investeren kan afhangen van een verstandig beheerd en goed werkend hoogspanningsnet.

Netbeheerders hebben dus indirect zoveel macht dat de netbeheerder in Nederland in handen van de overheid is. Alleen op die manier kan worden zekergesteld dat het elektriciteitsnet zodanig wordt benut dat het in het belang van de hele bevolking is.

6.1. De netbeheerders in Nederland en België

Van wie zijn al die kabels, transformatorstations, koppelnetten en vermogensschakelaars die samen het net vormen waarop producenten en klanten actief zijn? Het antwoord op hoogspanningsniveau is in twee namen te geven: Tennet en Elia.

 

Netbeheerder Tennet beheert het Nederlandse hoogspanningsnet en tegenwoordig ook een stuk van het Duitse net. Tennet is een staatsbedrijf: voor 100% in handen van de Nederlandse overheid. Elia beheert het Belgische en ook het Oost-Duitse net. Elia is niet volledig in staatseigendom, maar de Belgische staat heeft wel een meerderheidsbelang. Klik op de logo's om naar de website van Tennet of van Elia te gaan.

De netbeheerders zijn in Nederland en België juridisch vormgegeven als een publiek bedrijf (om precies te zijn een quango). Tennet is als bedrijf voor 100% eigendom zijn van de Staat der Nederlanden, waardoor het Nederlandse hoogspanningsnet in principe volledig in staatsbezit is: de veiligste handen die je je voor het net kan bedenken. Elia heeft als bedrijf een iets vrijer profiel, maar de Belgische staat heeft wel de eindzeggenschap. Er zijn wetten opgesteld waaraan netbeheerders zich moeten houden. Daarbinnen wordt hen de vrijheid gegund om het net te beheren op een manier die het beste is voor alle aangeslotenen binnen de staat. Het maken van winst is niet het doel van de netbeheerder. Sterker nog, het beheer van het net mág geld kosten. Prioriteit is dat het net verantwoordelijk wordt beheerd, waarbij wordt gestreefd naar optimale benutting. 

6.2. Beschikbaar stellen van transportruimte

De netbeheerder is aangesteld om te voorkomen dat commerciële producenten met tegengestelde belangen er samen een bende van maken, waardoor de leveringszekerheid in gevaar komt. 

Oef, wat een roestbak. Daar moet nodig nieuwe verf op. De staat van het materiaal in de gaten houden, de veiligheid en de betrouwbaarheid waarborgen en tijdig onderhoud plegen zijn primaire taken van de netbeheerder.

De netbeheerder houdt controle op hoeveel vermogen er moet worden ingevoed op een zeker moment. We kwamen dat al tegen in deel vijf. Belangrijk is het om te begrijpen dat het net zelf eigendom is van de netbeheerder, maar de elektriciteit niet.

Het hoogspanningsnet zelf is in staatsbezit.
De transportruimte op de verbindingen is beschikbaar voor de commerciële markt.
Het elektrisch vermogen (de elektriciteit) dat wordt getransporteerd is commercieel bezit.

Hee… Lijkt dat niet bijzonder sterk op de situatie van een wegennet?

Het netwerk van grote en kleine wegen, kruisingen, bruggen, stoplichten en flitspalen is eigendom van de staat. Maar de ruimte op de wegen is vrijgegeven voor gebruik door particulieren en bedrijven met hun voertuigen. En het maakt niet uit wie of wat je bent: als je je rijbewijs hebt gehaald en je betaalt je wegenbelasting, dan garandeert de staat dat je gebruik mag maken van het wegennet. Op de weg gelden de verkeersregels op precies dezelfde wijze voor een eenvoudige student als voor de baas van een miljardenbedrijf. 

6.3. Netneutraliteit

De netbeheerder heeft het net in bezit en heeft de wettelijke verplichting om het net naar beste wil en kunnen te beheren. Iedere partij die elektriciteit levert of afneemt wordt in beginsel gelijk behandeld. Niemand mag worden voorgetrokken. Niemand mag worden benadeeld. Iedereen, van een megabedrijf met tien centrales tot een klein lokaal windparkje, is in beginsel gelijk.

Netneutraliteit betekent gelijke behandeling van iedere producent en consument door de netbeheerder. Het is niet toegestaan iemand voor te trekken of te benadelen wanneer daar geen urgente technische reden voor is.

Netneutraliteit is belangrijk om op neutrale wijze de netbalans te bewaken, maar ook om te voorkomen dat grote commerciële producenten hun macht misbruiken. (Wanneer een netbeheerder niet neutraal zou zijn, zou het immers mogelijk zijn geweest voor een grote producent om met een flinke smak geld alle transportruimte op het net te kopen en het daarmee onmogelijk maken voor concurrenten om op hetzelfde net actief te zijn. Het gevolg is dat de klanten niets meer te kiezen hebben, waardoor de producent de hoofdprijs zou kunnen vragen voor zijn elektriciteit.)
Er kan commercieel internationaal worden gehandeld in elektriciteit, terwijl het beheer en het onderhoud van de infrastructuur via de netbeheerder in veilige staatshanden is. Niet alleen een modern beleid, maar ook een aangename gedachte.

Beeltenis van Vrouwe Justitia

De beeltenis van Vrouwe Justitia draagt een blinddoek – ze mag alleen objectieve feiten wegen zonder aanzien des persoon. In feite doet de netbeheerder dat ook bij de klanten en producenten. Of een producent nu groen, grijs, nucleair of door handel verkregen vermogen inbrengt op het net, dit mag nooit een factor zijn als daar geen zuivere technische reden voor is.

6.4. Marktwerking

Een neutrale netbeheerder en vrijhandel op het net klinkt logisch. Maar toch is dit systeem helemaal nog niet zo oud.
Pas tussen 1998 en 2004 is er in de meeste Europese landen (waaronder Nederland en België) wettelijk vastgelegd en gegaradeerd dat er een neutrale netbeheerder dient te zijn voor het transportnet. De wet die hiervoor borg staat heet in Nederland de WON: de Wet Onafhankelijk Netbeheer. Het moderne netbeheer is dus echt iets van de 21e eeuw.

Het is producenten sinds de WON niet meer toegestaan om zelf een eigen hoogspanningsnet te bezitten (de Splitsingswet). Iedere klant moet volledig vrij kunnen kiezen van welke producent hij vermogen afneemt, zodat er vrije marktwerking ontstaat en producenten op directe wijze met elkaar moeten concurreren. Daardoor wordt er automatisch gezocht naar een prijsoptimum, want niemand kan het zich veroorloven om de duurste te zijn wanneer klanten de vrijheid hebben om gewoon over te stappen naar een ander.
Het is ook net de winkelstraat geworden…

6.5. Netstrategie: een brede bezigheid

De netbeheerder is continu druk met dagelijkse besognes: een storinkje hier, onderhoud daar, een geplofte component, een joekel van een onweersfront, zo nu en dan een marktrestrictie, even babbelen met het buurland over een prijsprikkel en af en toe een KCD de deur uit doen. Maar er is nog meer dan alleen vandaag. Er moet ook naar morgen gekeken worden.

De maatschappij is in beweging. Het is aan de orde van de dag dat er op plek A steeds meer stroom wordt gebruikt, dat een producent op plek B graag een centrale wil stichten en dat de stokoude hoogspanningslijn op plek C nodig eens wat zwaarder moet worden gemaakt omdat hij iedere winteravond op zijn tenen loopt. Het net moet altijd mee veranderen met wat we morgen nodig hebben.

6.5.1. Energiepolitiek
De overheid bepaalt aan de hand van onderzoek, maatschappelijke wil, internationale druk en/of verdragen hoe energie mag worden geproduceerd binnen de landsgrenzen. Of er een grote centrale of een windpark bij mag komen is een besluit dat de overheid neemt. De netbeheerder heeft hier in principe geen inspraak in, behalve in de zin van technisch advies: als een producent een megacentrale aan de kust wil zetten (en dat willen ze tegenwoordig allemaal vanwege onbeperkt koelwater), dan is het de netbeheerder die kan aangeven of de hoogspanningslijnen in de buurt van de centrale voldoende transportruimte bieden, of dat er een netverzwaring of reconstructie nodig is. Reconstructie is duur, het kost tijd en een deel van de kosten van het aanpassen of nieuw aanleggen van een aansluiting kunnen voor rekening komen van de producent. Die moet goed uitrekenen of het allemaal wel uit kan wat hij wil.

Investeringen voor nieuw vermogen

En zo blijven we altijd bezig: het net is nooit af. Er zijn altijd weer nieuwe plekken te vinden waar de zaak verbouwd moet worden om tegemoet te komen aan morgen. Hier zien we de bouw van nieuwe trafostations vanwege de komst van 430 MVA windvermogen in de Noordoostpolder. Foto door forumlid ET.

6.5.2. Congestiemanagement
Soms is de beschikbare transportcapaciteit niet toereikend voor wat de producenten op die plek willen. Wanneer de wil van de producenten "ergens op slaat" zal de netbeheerder kijken of een netverzwaring een optie is. Maar totdat dat klaar is, zitten we met een capaciteitstekort. Ook dan wordt er eerlijk omgegaan met de producenten: ze zullen worden aangesloten in dezelfde volgorde als het moment waarop ze aangaven op een bepaalde plek te willen produceren. Is er te weinig transportruimte voor allemaal, dan geldt dat de laatkomers moeten wachten met produceren totdat de netverzwaring gereed is (of op momenten waarop de eerder gekomen producenten een keer een gaatje laten vallen). Men noemt dat congestiemanagement (de term komt van congestus, het Latijnse woord voor opeenstapeling) en het is de taak van de netbeheerder om erop toe te zien dat dit fatsoenlijk verloopt.

Congestiemanagement klinkt fair, maar het kan voor maatschappelijk onwenselijke situaties zorgen. Zo hebben we in de Eemshaven te maken met zoveel nieuw kolenvermogen dat een net iets later gekomen windpark niet meer aangesloten kon worden, want alle beschikbare transportruimte op het afgaande hoogspanningsnet was al volgezet met kolenstroom. Tsja… 

6.5.3. Onderhoud en aanpassing
Zoals alles dat buiten in de regen staat, heeft ook het hoogspanningsnet zo nu en dan een lik verf nodig. Er moeten dingen vervangen, uitgebreid of aangepast worden. Onderhoud, netveranderingen, soms een verkabeling of bovengrondse uitbreiding, schilderwerk, controle, bomen onder de lijnen snoeien… kortom, het normale werk voor de eigenaar van een hoogspanningsnet.

Bouw van een nieuwe hoogspanningsmast

De netbeheerder kan gerust sommige dingen uitbesteden aan commerciële onderaannemers, zoals bij bouw. Hier is dat bij het SAA-project. Aannemer Spie (zwaargewicht in de hoogspanningsinfra) is gecontracteerd om nieuwe masten de bouwen en de draden erin te hangen. Foto door forumlid ET.

We gaan daar niet te diep op in, maar we zullen ter illustratie één ding nader beschouwen. Stel dat een bepaalde hoogspanningslijn te weinig transportruimte biedt. De netbeheerder kan er dan voor kiezen om de lijn te verzwaren of op te waarderen. Daar zijn meerdere manieren voor.

De fysieke transportcapaciteit van een hoogspanningsverbinding kan met op drie manieren kiezen: door de netspanning juist te kiezen, door het aantal circuits te kiezen en door al dan niet met bundelgeleiders te werken.

De netbeheerder kijkt naar wat het beste gedaan kan worden, want in de praktijk zijn lang niet alle manieren telkens mogelijk. Een bestaande verbinding kan je niet zomaar een hogere spanning geven omdat de mastlichamen het niet toelaten langere isolators te gebruiken. Stoeien met het aantal circuits is meestal ook moeilijk, omdat je dan de hoogspanningsmasten moet vervangen door andere exemplaren. Bundelgeleiders of dikkere exemplaren nemen is alleen mogelijk als de hoogspanningslijn bovengronds is aangelegd en als de masten dat extra gewicht kunnen dragen. En als een hoogspanningslijn als grondkabel is uitgevoerd, kan je al helemaal niks meer beginnen behalve een nieuwe kabel ernaast aanleggen. Kortom, zo mooi als de theorie lijkt, zo weerbarstig is de praktijk. De netbeheerder moet hier tijdig oplossingen voor vinden.

Gelderse tonmasten met enkelevoudige en bundelgeleiders

Hoogspanningslijnen kunnen met enkelvoudige geleiders zijn uitgerust (rechts) zodat iedere fasedraad uit één geleider bestaat. Maar zwaardere verbindingen zoals links kunnen ook fasedraden hebben die bestaan uit meerdere geleiders, zoals in dit geval twee stuks. Dat betekent dat de hoogspanningslijn links bij dezelfde netspanning een twee keer zo grote stroomsterkte aankan.

We vertelden in deel 4 al dat je kan leren schatten wat de netspanning van een verbinding is. Maar er kan meer: de echte pro kan ook kijken naar de dikte van de draden, of ze gebundeld zijn en hoeveel circuits eraan hangen. Op die manier kan je niet alleen de spanning, maar ook de transportcapaciteit schatten. (Inschatten hoe zwaar een hoogspanningslijn is kan met twee mastengekken bij elkaar een bijzonder leuke sport kan zijn. Beide een gefundeerde gok maken, dan even op de telefoon een KCD-lookup doen en vervolgens een gratis drankje voor de wie er het dichtste bij zat.)

6.5.4. Zicht houden op trends
De netbeheerder moet ook een oogje houden op de trends in de wereld die invloed hebben op de manier waarop het net gebruikt wordt. De energiewende is al genoemd, maar ook de trend die gaande is bij thermische centrales is belangrijk. Die zet men tegenwoordig liever aan de kust omdat daar onbeperkt koelwater beschikbaar is en de aanvoer van brandstoffen over zee eenvoudiger is. De locatie van grootschalige productie verplaatst zich daardoor binnen het net.

Iedere netbeheerder wil in zijn concessiegebied het liefst een robuuste geografische verdeling van de productielocaties en een gezonde balans tussen het opgestelde productievermogen en de gevraagde belasting. Kleine verschillen bevorderen handel, maar grote verschillen zijn juist gevaarlijk voor de economische positie.

Dat lijkt logisch: als je als land teveel van import afhankelijk bent, hangt je lot af van andere landen. Een overschot zorgt er juist voor dat de prijs van elektriciteit keldert en het productiepark stof staat te vangen. Beide zijn onwenselijk, maar feit is helaas dat zowel Nederland als België een probleem hebben op dit gebied. 

In Nederland is een fors overschot aan opgesteld productievermogen, zodat meerdere centrales in de mottenballen staan of op halve capaciteit draaien. In België is op dit moment juist een flink tekort aan binnenlandse productie vanwege onvoorziene niet-beschikbaarheid van productiecapaciteit, zodat België structureel afhankelijk is van import van energie uit het buitenland. Gouden handel voor de Nederlanders? Maximaal draaien en stroom voor de hoofdprijs aan de Belgen verkopen? Helaas, zo werkt het niet. De hoogspanningslijnen tussen Nederland en België zijn niet zwaar genoeg om het Belgisch tekort via import te kunnen oplossen. Verzwaren daarvan kost een paar jaar en los van andere problemen (zoals Europees doortransport) is het dan nog de vraag of het economisch verstandig is om je lot permanent over de grens van een ander land te leggen.

OffOn campagne, het gevolg van de Begische Elektrciteitsschaarste

De Belgische Elektriciteitsschaarste was een hoofdstuk apart in hoogspanningsland: het sneue gevolg van een aantal samengekomen oorzaken die in de winter van 2014 op 2015 een schreeuwend tekort aan binnenlands productievermogen veroorzaakten. Echt, deze poster is geen grap.

Qua productie zit België momenteel met de gebakken peren (in één pan). Nederland heeft te maken met andere gevolgen. Het overschot in het productiepark bestaat grotendeels uit gloednieuwe kolencentrales: die moeten afbetaald worden zodat producenten (die commercieel een vrije keuze hebben) deze centrales kostte wat kost willen gaan gebruiken, zodat het aandeel hernieuwbare stroom weg wordt geconcurreerd door kolenstroom. Nederland heeft daardoor nog tientallen jaren een traag reagerend, vervuilend productiepark staan. Dat gaat lijnrecht in tegen de maatschappelijke wens tot verduurzaming en de eisen die de energiewende stelt aan snel reagerend backupvermogen.

6.6. Redundantie

De netbeheerder zorgt ervoor dat de kans op een storing in het hoogspanningsnet zo klein mogelijk is. Daar zijn verschillende manieren voor die meestal tegelijk gebruikt kunnen worden. De belangrijste twee zijn redundantie en ringvormen. We beginnen bij die eerste, want die is letterlijk zichtbaar in het veld. Want wat zien we het meeste in Nederland en ook vrij veel in België?

Donau-hoekmast met kattenoren bij Dodewaard

Hoogspanningslijnen met twee circuits. Daar zijn veel redenen voor, zoals symmetrie van het mastlichaam en een goedgekozen transportcapaciteit, maar er is nog een derde reden voor een even aantal circuits: redundantie.

Eén circuit zou in principe voldoende moeten zijn om de totale load van het ene transformatorstation naar het volgende te kunnen verplaatsen. Maar wat als er een circuit beschadigt of tijdelijk moet worden afgeschakeld voor onderhoud? Dan zou er een hele verbinding wegvallen. Of wat als er toch een hele verbinding uitvalt waardoor er stroom moet worden omgeleid? Het is fijn als je dan gewoon de load kan omleiden over de naburige verbindingen in het net, waardoor je de tijd hebt om aanpassingen of reparaties op je gemak goed uit te kunnen voeren. Daarvoor dient redundantie in het net: de verbindingen en het aantal circuits wordt in een redundant net zodanig aangelegd dat het vermogen altijd ieder station kan bereiken, ook wanneer er een circuit of soms een hele verbinding compleet uitvalt. Redundantie betekent dat het net zodanig is samengesteld dat er altijd een alternatieve weg beschikbaar is, waardoor een enkelvoudige storing nooit tot uitval leidt.

Nu is redundantie nooit perfect. Beeld je een station in dat slechts met één hoogspanningslijn is verbonden aan de rest van het net: in jargon noemt men zo'n verbinding een steeklijn of uitloper. Als er dan een mast omvalt zodat de beide circuits tegelijk uitvallen, kan dat bijzonder nare storingen opleveren (zoals het Apache-incident). Maar gelukkig komen dit soort storingen die twee circuits tegelijk treffen hoogst zelden voor.

Redundantie verloren

Twee circuits kan duiden op een redundante verbinding, maar het hoeft niet altijd. Hier zien we bijvoorbeeld een 110 kV-verbinding die zijn redundantie verloren heeft door verbouwingen aan een van de uiteinden.

6.7. Ringvormen

Ook dat is eenvoudig uit te leggen. Kijk eens naar de onderstaande twee afbeeldingen. Links is er de normale bedrijfstoestand, met iedere verbinding onder spanning. Rechts is een verbinding wit gemaakt: daar is bijvoorbeeld een hijskraan in de verbinding gevallen, zodat de hele verbinding (beide circuits) tegelijk zijn uitgevallen. Wat nu?

Enkelvoudige storingen zijn door ringvormen te vermijden

Tijdens de normale toestand beschikt ieder 380 kV-station in de ringvorm over aanvoer vanuit tenminste twee richtingen. Valt er een station, circuit of zelfs een hele hoogspanningslijn uit, dan nog kunnen alle andere aangesloten stations van vermogen worden voorzien doordat de ringvorm vermogenstransport vanuit de andere kant mogelijk blijft maken. Ringvormen vergroten de robuustheid van het net aanzienlijk.

Het hoogspanningsnet is op ieder netvlak zodanig aangelegd dat er op veel plaatsen ringvormen in zijn verschenen. Een ring heeft als eigenschap dat je altijd via twee kanten ieder ingehangen hoogspanningsstation bereiken kan. Dus wanneer er een gehele hoogspanningslijn uitvalt, kan de stroom via de andere kant van de ring alsnog bij ieder station komen.

Samengevat, redundantie en ringvormen geven een hoogspanningsnet meer flexibiliteit en een grotere bedrijfszekerheid. De kans dat je een verwacht of onverwacht probleem kan opvangen wordt er aanzienlijk groter door. En de kans dat er een fataal probleem optreedt waardoor het licht op zwart gaat wordt ermee tot een minimum beperkt. De netbeheerder streeft in de grootschalige netstrategie dan ook naar zo veel mogelijk redundantie en ringvormen. 

6.8. De niet-normale toestand

Wanneer er een storing ontstaat en we moeten vertrouwen op redundantie, is dat net als op je reserveband rijden. Het werkt prima, maar je moet niet nóg een band lek rijden. In de elektriciteitswereld werkt dat net zo. Een enkelvoudige storing kan zonder problemen worden opgevangen. Dat komt in de praktijk heel vaak voor: een losse verbinding kan zijn redundantie tijdelijk verliezen door onderhoud, reconstructies of een andere reden. Voor die ene verbinding is er dan sprake van de N-1 situatie. De N-1 situatie (uitgesproken als N min één), geeft aan dat er één stap 'weg is' van de normale storingsreserve binnen die verbinding of binnen het station. 

Maar als er tijdens een N-1 situatie een tweede storing ontstaat, dan wordt de situatie al snel penibel. De netbeheerder kan echter meer dan slechts met de hardware spelen. Er staan de netbeheerder ook een aantal wettelijke middelen ter beschikking die in noodgevallen mogen worden ingezet. 

Bij een losse verbinding die tijdelijk in de N-1 zit, zal de netbeheerder daar niet snel naar grijpen. Maar dat wordt anders wanneer zich onverwacht een verstoring voordoet die tot gevolg heeft dat er andere verbindingen overbelast raken. En als zich op het hoogspanningsnet een situatie voordoet die dusdanig bedreigend voor de leveringszekerheid is dat onmiddellijk actief handelen noodzakelijk is, dan roept men de niet-normale toestand uit. Tijdens deze toestand, soms aangeduid als de N-1 toestand, veranderen de wettelijke bevoegdheden van de netbeheerder. Zolang de niet-normale toestand geldt, krijgt de netbeheerder er wettelijke bevoegdheden bij die het beginsel van neutraliteit herroepen.

Zo is het de netbeheerder tijdens de niet-normale toestand wettelijk toegestaan om:

  • Een producent bewust voor te trekken op een ander
  • Handel tijdelijk stil te leggen
  • Een producent geforceerd van het net te nemen
  • Een producent forceren om een bepaalde hoeveelheid vermogen op een bepaalde locatie te blijven leveren
  • Noodvermogen af te roepen tegen een meerprijs
  • Zware verbruikers actief te verzoeken om direct hun verbruik te minderen.

En als het echt niet anders kan, dan mag de netbeheerder zijn uiterste machtsmiddel inzetten:

  • Een opofferingsbeslissing.

Een opoffering is het allerlaatste redmiddel. De netbeheerder neemt dan opzettelijk een deelnet los van het totale net en veroorzaakt op die plek een stroomstoring. Daardoor valt belasting weg en kan soms voorkomen worden dat er een veel grotere, ongecontroleerde storing ontstaat die anders veel meer klanten zou treffen of zelfs kan uitmonden in een cascadestoring.
Opoffering is een noodhandeling. In acute gevallen is er soms niet eens tijd voor een waarschuwing. Het komt zelden voor: in Nederland dateert het laatste daadwerkelijke opoffering van een openbaar deelnet alweer uit 2006. 

Direct als de ergste nood eraf is en het netwerk niet langer onstabiel is, wordt de netbeheerder geacht de N-1 toestand voor het betreffende deelnet of koppelnet weer in te trekken. De normale bevoegdheden worden dan weer van kracht en de netbeheerder dient zich weer neutraal op te stellen zoals de wet dat voorschrijft: de normale toestand is dan hersteld.

Deltamast of kat in de Hattemerbroekpolder bij Trutjeshoek

Deze hoogspanningslijn draagt drie circuits: van dit soort hoogspanningslijnen is moeilijk te zeggen in hoeverre er redundantie aanwezig is, omdat het afhangt van de load op het moment van een storing en van of er harde aftakken in de verbinding zitten. 

5.9. Hoogspanning als vakgebied en als hobby

Tot besluit van de St(r)oomcursus moeten we nog een laatste ding toelichten.

We hebben over de netbeheerders geleerd dat ze het hoogspanningsnet bewaken en beheren. Maar één taak hebben de huidige netbeheerders nooit opgepakt, omdat ze het niet mogen en misschien zelfs niet kunnen. Dat is het onder de aandacht brengen en ondersteunen van hoogspanning als een maatschappelijk relevant en zeer breed vakgebied.
Je hebt het dwars door de hele cursus heen gemerkt: de elektriciteitswereld is complex en niet alleen op professioneel vlak interessant. Het is een vakgebied dat zich uitstrekt van bouwkunde tot elektrotechniek, van politiek tot handel en van natuurkunde tot esthetiek. Van buiten in het vrije veld tot tijdens gesprekken bij een borrel, van achter je energierekening tot achter je computer.
Het is een zeer breed vak met voor elk wat wils. Het kan dan ook uitstekend als interesse op hobbymatig vlak worden bedreven. En om dat samen met elkaar mogelijk te maken zijn wij er.
          Embleem van HoogspanningsNet

HoogspanningsNet, het Nederlands-Belgisch verband van geïnteresseerden in de hoogspanningswereld, of eigenlijk van geïnteresseerden in het grootschalige elektriciteitsnet in het algemeen.
Een neutraal informatieplatform voor wie wil leren of wil weten. En een verbindende thuisstek voor iedereen in het Nederlands taalgebied voor wie hoogspanning een hobby, vermaak, raakvlak of interesse is. Voor elke leeftijd, van beginners en tot experts, en stiekem natuurlijk ook voor professionals die hun vakgebied zien als meer dan slechts hun werk – zoals dat eigenlijk hoort.

Samenvatting: kan je de volgende vragen beantwoorden?

  1. Wat is een neutrale netbeheerder?
  2. Wie zijn de netbeheerders van het Nederlandse en Belgische hoogspanningsnet?
  3. Noem een aspect van de netstrategie: wat houdt dat aspect in?
  4. Hoe helpen ringvormen en redundantie het hoogspanningsnet robuust te maken?
  5. Mag de netbeheerder tijdens de niet-normale toestand iemand voortrekken?
  6. Wat is de rol van HoogspanningsNet in de hoogspanningswereld?

Met deze laatste vragen zijn we aan het einde gekomen van de St(r)oomcursus Hoogspanningsnet voor beginners. Gefeliciteerd, je hebt het gehaald. Van nul tot netstrateeg: met de kennis die je hier in de St(r)oomcursus hebt opgedaan weet je al meer van de hoogspanningswereld af dan 99% van de mensen om je heen. Je bent nu in staat om de wereld van het moderne elektriciteitsnet in grote lijnen te doorgronden en begrijpen.
Voor details, meer kennis, historie en actuele zaken kan je op de rest van deze site terecht. Wil je meer weten over netopbouw in detail, lees dan eens hoofdstuk 1 van het online boek Netten voor distributie van Elektriciteit door Phase2phase (jawel, diezelfde als die loadflowsoftware schrijft).

En, als bijkomende schade van de St(r)oomcursus, je zal nooit meer onwetend en onbevangen naar een hoogspanningslijn kunnen kijken. Oei, misschien moeten we dit gevolg toch maar eens in de disclaimer gaan zetten…

Hoogspanning als hobby of interesse? Welkom, je bent niet alleen. Ga met ons mee tot het draadje.