Achteroverleunen is er niet bij

 Het regeerakkoord en de gevolgen voor het hoogspanningsnet

In het nieuwe Nederlandse regeerakkoord 2017-2021 van Kabinet Rutte III is er veel aandacht voor klimaat en energie. In paragraaf drie benoemt de nieuwe regering maatregelen welke moeten leiden tot een CO2-uitstootreductie van 49% in 2030. Een ambitieus streven met gevolgen die in het hele elektriciteitsnet grote veranderingen met zich meebrengen. Laten we eens een blik op werpen op wat we kunnen verwachten als deze grote ambities worden waargemaakt.


Door: BvD, m.m.v. MvdM en HN – november 2017

Iedereen gaat het merken als de nieuwe kabinetsambities worden uitgerold over het land, de sector en de maatschappij.
Constructeurs en beheerders van windvermogen ver weg op zee, beheer en gebruik van de hoogspanningslijnen in onze velden, belasting van de kabels in de woonwijken, tot en met de aansluiting en aanblik van uw meterkast in de hal, overal krijgen we te maken met onzichtbare maar ook zichtbare veranderingen.

Het zal de hele sector een slinger geven: nieuwe banen zullen verschijnen, vervanging- en verzwaring moet plaatsvinden en er moeten oplossingen worden gevonden voor problemen die we soms zien aankomen, maar soms ook niet. Capaciteitsvergroting is nodig en organisaties moeten worden hervormd. Eén ding is zeker: het wordt de komende decennia zeker niet rustig achteroverleunen in hoogspanningsland.

Maatregelen in het regeerakkoord met effect op de gebruikskant

De gebruikerskant is een net woord voor alles wat te maken heeft met de consumenten van elektrisch vermogen: bedrijven, openbare voorzieningen, maar ook onze woningen en apparaten. Wat gaan we concreet merken als consumenten en stroomverbruikers van het regeerakkoord en de daarin gestelde ambities?

Nieuwbouw na 2021 zonder gas
Nederland moet van het gas af. In ieder geval op huisniveau. Koken, verwarmen en warmwaterproductie moet elektrisch. Dat betekent dat nieuwbouwwoningen en andere nieuwbouw (scholen, kantoren etc.) na 2021 normaal gesproken niet meer voorzien zullen worden van een gasaansluiting. Voor verwarming worden deze afhankelijk van elektriciteit of warmte-aanbod. Volgens een onderzoek uit 2015 door consultancybureau Ecofys heeft dit tot gevolg dat een woning meer elektriciteit gaat gebruiken, als deze door bijvoorbeeld warmtepompen wordt verwarmd.
Naar onze mening zal het aandeel nieuwe woningen dat verwarmd wordt via een warmtenet niet veel verder toenemen. Dit doordat het aanbod van warmte door sluiting van centrales en het efficiënter worden van de industrie zal afnemen.

Het allergrootste gedeelte van de nieuwbouw tot 2050 zal warmtepompverwarming gaan krijgen. Het elektrisch verbruik van deze woningen ligt ca. 50% hoger dan het huidige gemiddelde (ca 4700 kWh) (bron : Ecofys). Naar schatting zullen er in 2050 tot 2 miljoen nieuwe woningen beschikbaar komen (waarvan 1,5 miljoen extra nieuwe woningen en 0,5 miljoen vervangingsbouw) (bron: bouwend Nederland). Deze woningen zullen over een jaar genomen netto geen energie verbruiken in verband met de eigen opwekking, maar op wanneer er verwarmd moet worden en er is geen zon (bijvoorbeeld in de winteravond) zal er toch vermogen geleverd moeten worden via een huisaansluiting. Deze aansluiting wordt gedimensioneerd op ca 3,3 kW gelijktijdig gebruik.

Verduurzaming van bestaande woningvoorraad: meer elektriciteit nodig
Dit plan houdt in dat bestaande woningen vanaf 2021 in steeds groten getale worden afgekoppeld van het gasnet en voor een groot deel via warmtepompen verwarmd gaan worden. Het gevolg is dat de lokale en regionale elektriciteitsdistributie verzwaard zal moeten worden en wel met 200% (bron: Ecofys). De huidige distributie is gedimensioneerd op 1,1 kW gelijktijdig gebruik per woning, maar moet in dit geval worden verzwaard naar 3,3 kW per woning. Het elektriciteitsverbruik zal per woning met ruim 80% toenemen tov de huidige woningen tot ca 5700 kWh per jaar. Voor de huidige woningvoorraad van 7 miljoen woningen in Nederland zullen ca 6,5 miljoen woningen worden verduurzaamd, de overige woningen worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Naar verwachting kunnen bestaande woningen niet geheel energieneutraal gemaakt worden en moet de bewoner daarvan per jaar ca. 40% energie inkopen. De stijging in energievraag voor verwarming van woningen bedraagt voor het gehele woningareaal in 2050 ca. 15 TWh per jaar.

De huidige distributie is gedimensioneerd op 1,1 kW gelijktijdig gebruik per woning, maar moet in dit geval worden verzwaard naar 3,3 kW per woning.

Stimulering Uitstootvrij rijden tegen 2030 (voor nieuwe auto’s)
Ook op het gebied van vervoer moet het duurzamer volgens het regeerakkoord. Het Uitstootvrij rijden op waterstof of elektrisch wordt gestimuleerd en er komen aanvullende maatregelen om te zorgen dat de laad- en tankinfrastructuur hierop berekend is. Ruim voor 2050 zullen vrijwel alle auto’s, bussen en vrachtwagens op de weg uitstootvrij rijden (met uitzondering van enkele antieke hobbyauto’s). Ervan uitgaande dat de efficiëntie stijging van elektrische auto’s ongeveer gelijke tred houdt met de toename van het aantal gereden kilometers richting 2030 en verder, betekent dit dat er per jaar ca. 30 TWh aan elektrische energie getankt gaat worden. 

Maatregelen in het regeerakkoord met effect aan de opwekkant

Onder opwek vallen niet alleen de grote thermische centrales, maar ook windparken, industrie en kassen en huiseigenaren met een zonnepaneelinstallatie op het dak. Ieder van hen zal de gevolgen van het regeerakkoord gaan vernemen.

IJsselcentrale Harculo in 2016. Deze centrale is reeds gesloopt.Kolencentrale in de Eemshaven

De IJsselcentrale in Zwolle (links) is een van de vele voorbeelden van relatief kleine, oude centrales die door marktwerking verdwijnen. Maar dat ook nieuwe, moderne kolencentrales nu vervroegd moeten sluiten is een kwestie van wil en forcering. Foto's: Michel van Giersbergen en Ruben Schots.

Sluiting kolencentrales voor 2030
Op dit moment hebben we in Nederland nog vijf kolencentrales in werking. Het gezamenlijk vermogen van deze centrales is ruim 4,6 GW. Sluiting heeft tot gevolg dat er een vervanging moet komen voor deze productiecapaciteit.

Zonnepanelen: salderingsregeling wordt vervangen door een terugleververgoeding
Vanaf 2020 zal de huidige salderingsregeling voor zonnepanelen van kleinverbruikers worden vervangen door een terugleververgoeding. Hoe deze eruit moet gaan zien wordt vooralsnog in het midden gelaten. Onze verwachting is dat daarmee de terugverdientijd van een zonnepaneel-installatie met enkele jaren zal toenemen, maar wel zullen de kosten van zo’n installatie afnemen en zal het rendement langzaam verder toenemen, waardoor de invloed van het wegvallen van de saldering mee zou kunnen vallen. Het Planbureau voor de Leefomgeving verwacht dat het aantal nieuw te plaatsen installatie op woningen met ca 20% zal afnemen wanneer de saldering verdwijnt.

Onze verwachting is dat het effect van wegvallen van de salderingsregeling voor zonnestroom mee gaat vallen omdat het deels wordt gecompenseerd door afnemende kosten van een PV-installatie en verder stijgend rendement

Beraamde kavels voor wind op zee, volgens netopzee.eu van TennetDoorzetten en verbreden SDE+-regeling
De SDE+ regeling die investeringsprojecten die CO2-reductie realiseren zal worden uitgebreid, per jaar zal er een pot van ca. 4 miljard euro beschikbaar zijn. Grootschalige zonnefarms komen ook in aanmerking voor subsidie, maar zullen vanwege de hoge kosten voor gebruikt land waarschijnlijk in beperkte mate gebouwd worden. Ook het potentieel wind-op-land of wind-op-meer zal in de komende jaren op steeds meer publiek verzet stuiten en bovendien is dit areaal beperkt in omvang, hetzelfde geldt voor nieuw te bouwen kernenergie (valt buiten de SDE+).

Windvermogen op zee: vergroten van het kavelaanbod
Exacte aantallen worden niet genoemd, maar het is duidelijk dat de gesloten kolencentrales niet vervangen worden door andere CO2-uitstotende technologieën. Op dit moment is wind-op-zee naar onze mening het enige serieuze grootschalige “CO2-neutrale” alternatief voor de vijf kolencentrales dat ook werkelijk voor 2030 gerealiseerd kan worden. Op dit moment hebben de kavels voor wind-op-zee een omvang van 350 MW (zie locaties Borssele I en II en IJmuiden ver). In het huidige net-op-zee concept van TenneT worden twee kavels aangesloten op een centraal platform wat vervolgens redundant met het land wordt verbonden. Er van uitgaande dat er een minimaal gelijk vermogen als de uitgeschakelde kolencentrales geplaatst moet worden, moeten er minimaal 13 ‘wind-op-zee’ kavels extra worden aangesteld. Voor de stijging van het energieverbruik door elektrisch verwarmen en elektrisch rijden (ca. 45TWh) zijn circa 30 extra kavels wind-op-zee nodig.
Voor de 43 extra kavels zijn dus minimaal 21 extra aanlandingen nodig. Een flinke uitbreiding van de hoogspanningsstations is gewenst, maar door het sluiten van kolencentrales komen er circa 10 punten vrij. Aanlandingspunten zullen waarschijnlijk overeenkomen met de huidige concentratie van punten langs de kust te weten de 380 kV stations van Borssele, Maasvlakte, Beverwijk en Eemshaven en wellicht Wateringen of Bleiswijk (zoek ze maar eens op op de netkaart).
Het zou ook kunnen dat de extra kavels gaan worden aangesloten op het kunstmatige energy-island-idee dat TenneT kortgeleden introduceerde. De opgewekte windenergie zal dan via DC-verbindingen met een hoge capaciteit (>1GW) naar land worden vervoert. Ook hiervoor zullen aanlandingspunten nodig zijn en deze moeten dan wel een grote capaciteit krijgen.

Gevolgen van het regeerakkoord voor het elektriciteitsnet

Afgaande lijnen in de Eemshaven, foto door Gerard Nachbar

Afgaande lijnen in de Eemshaven. Deze zware verbindingen voor 380 kV en 220 kV lijken enorm, maar voor de wereld van morgen zijn ze niets te ruim bemeten. Foto: Gerard Nachbar.

Landelijk koppelnet van 380- en 220 kV
Het vermogen van de eerder genoemde 30 kavels wind-op-zee (ieder zo’n 350 MW) moet naar land en uiteindelijk ook naar u thuis getransporteerd worden. Grote vermogenstransporten over lange afstanden vinden plaats via het landelijke koppelnet. In totaal spreken wij over een extra vermogen van ongeveer 10,5 GW. Het huidige net is geschikt om de huidige belasting van maximaal 22 GW te vervoeren, maar zit daarmee ook aan de grens. Om het extra vermogen te transporteren zijn op veel plekken substantiële verzwaringen nodig.
Met name vanuit Eemshaven richting de Randstad is er een knelpunt: de verbindingen naar het zuiden zitten momenteel al ‘vol’. TenneT is al druk bezig met aanpassingen tussen de Eemshaven en Ens: gefaseerd zal een nieuwe verbinding worden aangelegd. En er zijn plannen om de verbinding tussen Ens en Diemen te verzwaren. Naar ons idee een noodzaak.
Om de nodige capaciteit te realiseren is het eveneens nodig de bestaande 380 kV verbindingen in de Randstad- en Oostring te verzwaren met minimaal 50%. TenneT heeft zich als beheerder van dit netwerk nog niet gewaagd aan lange termijn uitbouw-voorstellen. De vraag is dan of deze verbindingen als hoogspanningslijn zullen worden uitgevoerd. (Wij op deze plek hopen uiteraard van wel.)

Regionale netten van 150- en 110 kV en gedeeltelijk 50 kV
Naast het koppelnet zullen de regionale netten ook verzwaard moeten worden om de toename in het elektriciteitsverbruik te accommoderen. Net als in het koppelnet zal een verzwaring/uitbreiding van minimaal 50% nodig zijn. Vrijwel al deze extra verbindingen zullen ondergronds worden gelegd aangezien de kosten voor een verkabelde verbinding voor deze netspanningen op dit moment al lager zijn geworden dan een nieuwe op masten gebouwde verbinding. De nieuwe stations zullen waarschijnlijk compacter gebouwd worden (door middel van een GIS-systeem) omdat het ruimtegebruik van de stations in ons volle land zoveel mogelijk moet worden gereduceerd.

De lokale MS-netten in bebouwde omgeving
Het mag geen verrassing meer heten dat de onderliggende middenspanningsnetten van 25- tot 10 kV ook moeten worden verzwaard. Voor deze netten is de te verwachten verzwaring misschien wel het indrukwekkendst van allemaal: we spreken hier over een verdrievoudiging ten opzichte van de huidige infrastructuur in bebouwde omgeving (woonwijken). Dit betekent grote investeringen in deze distributiestructuur. Ook het aantal elektriciteitshuisjes in uw wijk zal  verdrievoudigen, of de bestaande exemplaren zullen in formaat flink groeien omdat er meer en zwaardere apparatuur in moet kunnen.

Het laagspanningsnet naar uw woning en uw meterkast
Tenslotte moet ook de capaciteit tussen de trafohuisjes en de woningen gemiddeld gezien worden verdrievoudigd. Het aantal huizen op een streng zal met de huidig toegestande kabelbelasting met 66% af moeten nemen. Er dus zal er meer kabel gelegd moeten worden tussen uw straatkabel en het trafohuisje om ieder huis een aansluiting met voldoende vermogen te garanderen. De energietransitie komt letterlijk uw woning binnen in de meterkast. Ook daar kunt u veranderingen verwachten. Niet alleen in de vorm van een slimme meter, maar ook in de vorm van capaciteitsverzwaringen en zwaardere zekeringen.

Wie hier nog over beschikt moet zeker veranderen

Wie nog over zo'n stoppenkast beschikt zal zeker moeten veranderen, en niet alleen vanwege de kabinetsplannen… Foto: Hans Nienhuis.

Als u beschikt over een drie-fase (krachtstroomaansluiting) van 3 x 25 A, dan zult u niet snel in de problemen komen. Maar veel bestaande woningen beschikken nog over een één-fase aansluiting van 25 of 40 A. Deze zullen waarschijnlijk verzwaard moeten worden naar een 3 x 25 A aansluiting om voldoende capaciteit te kunnen bieden aan een warmtepomp en het kunnen opladen van de elektrische auto.

Meer informatie en verder lezen

TenneT: Net op Zee (webpagina)

Regeerakkoord Kabinet Rutte III (PDF)

HoogspanningsNet Netkaart online

Foto bovenaan: zonnepanelen vlakbij een hoogspanningslijn in Zwolle, door Michel van Giersbergen.

 


Top