​ Splitsingsmast
Splitter pylon (E), Abzweigmast (D), Splittemast (DK)

Op een splitsingsmast gaan twee of meer circuits uit elkaar om ieder hun eigen weg te vervolgen. Splitsingsmasten treffen we aan bij inlussingen, maar ook bij combinatieverbindingen.

Splitsingsmasten dragen per definitie twee of meer circuits. Logisch, anders valt er niets te splitsen en kan er alleen maar afgetakt worden. In elk geval, splitsingsmasten zijn vaak zwaargebouwde mastposities die hun constructie delen met een HA hoekmast of soms zelfs zwaarder. Ze kunnen reeds vanaf de bouw van de verbinding aanwezig zijn geweest, maar vaker komt het voor dat een bestaande mastpositie wordt vervangen door een splitsingsmast in het geval van een zogeheten inlussing. Er zijn dus géén harde aftakken op splitsingsmasten te vinden.

splitsingsmast en onderdoorgeleiding

Splitsingsmast bij Olst. Het circuit dat aan de hamerkoppen van de verbinding Harculo-Deventer Platvoet (die van linksboven naar rechtsonder door het beeld lopen) is opgehangen, maakt bij deze mast een grote lus naar rechts, naar trafostation Olst. Het zal je niet verwonderen dat een dergelijke constructie op de netkaart een inlussing wordt genoemd. Foto door Ot Lesley.

Splitsingsmasten bij inlussingen

Een inlussing is een veelgebruikte manier om een nieuw trafostation in een bestaande hoogspanningslijn op te nemen. Men neme het stadje Astad, het gehucht Zetdorp en halverwege op een korte afstand van de passerende verbinding ligt eh.. Ennen. In Ennen is het goed wonen en het plaatselijke middenspanningsnet kan het allemaal niet meer aan. Er moet een nieuwe invoeding worden gemaakt op het hoogspanningsnet. Een van de circuits van Astad – Zetforp wordt dan doorgeknipt, de beide uiteinden worden verlengd en die worden als het ware in een grote U-bocht over een nieuwe zijtak van de verbinding geleid. Op het uiteinde (onderin de U) wordt vervolgens het nieuwe station Ennen gesticht.

Er ontstaat dan een driehoek van drie circuits. Wanneer we deze drie circuits zo dicht mogelijk bij elkaar langs laten lopen, zien we dat je uitkomt op een soort stervorm met drie richtingen. In het centrale punt staat de splitsingsmast. Meestal is het een soort grote T-splitsing waarbij haaks op een rechtdoorgaande verbinding een nieuwe vertakking lijkt te zitten, maar soms is het echt een fraaie drieweg waarbij het moeilijk is om zonder voorkennis te beoordelen wat nou eigenlijk de later aangebrachte aftak is.

Inlussing gecombineerd met opstijgpunt bij Apeldoorn

Het is een splitsingsmast, maar de splitsing hoeft niet altijd bovengronds te blijven. We zien hier bij Apeldoorn een splitsingsmast (een inlussing in dit geval) gecombineerd met een opstijgpunt. Het ingeluste station staat een paar honderd meter verderop. Foto door Hans Nienhuis.

Meervoudige splitsingen

Niet altijd is er sprake van een enkele inlussing. Je hebt bijvoorbeeld ook dubbele inlussingen. Deze zijn zeldzamer, maar in Nederland zien we er eentje bij Laskwerd (een hele zware en tevens een chaotische), bij 's Heerenhoek in Zeeland (een klassiek exemplaar) en in Polder Sekdoorn bij Zwolle (waar een portaalstraat aansluit op niet minder dan vier andere verbindingen. Telkens is de laatste mast waarop de circuits gezamenlijk nog worden gedragen in feite de splitsingsmast, of vanuit de andere richting gezien het begin van een indrukwekkende inlussing. En ook is er dus nooit sprake van elektrisch contact tussen twee of meer circuits. Er wordt altijd slechts van richting veranderd, gesplitst of samengenomen, maar er wordt nooit getakt, afgetakt of verschakeld.

Laskwerd, een dubbele inlussing

Laskwerd is een voorbeeld van een meervoudige splitsingsmast die er waanzinnig ingewikkeld uitziet. Hier gaat het in feite om een dubbele inlussing. De geschiedenis van het knooppunt is eigenlijk andersom: de verbinding die nu Delfzijl inlust was er al langer dan de veel zwaardere, nieuwe verbinding waarop de circuits uit elkaar wijken en mee worden gecombineerd.

Splitsingsmasten bij combinatieverbindingen

Wanneer twee of meer circuits een verschillende spanning hebben kan er sowieso al geen sprake meer zijn van aftakking op elkaar. Twee verschillende spanningen die samen op dezelfde hoogspanningslijn zitten (zogeheten combinatiemasten) zijn zelden over de gehele verbindingslente samen aanwezig. Meestal zien we dat de zware circuits met koppelnetspanningen over de lengte van de verbinding kortere of langere tijd worden vergezeld door meelifters: extra armen aan de masten waar een circuit van een lager netvlak bedoeld voor lokaal gebruik aan op is gehangen. Soms is dat maar over een kort stukje, zoals in Helmond, waar een 150 kV-verbinding over een paar kilometer is bijgehangen in een zwaardere 380 kV-verbinding om zo een smallere corridor door de stad te maken.

Duo-ton Helmond splitsingsmast Indrukwekkende vierwegsplitsingsmast bij Emmen

Twee zware splitsingsmasten in combinatieverbindingen. Links de klassieke variant waarbij twee circuits van 150 kV een poosje komen meeliften met de zwaardere 380 kV-lijn. Rechts een complexere versie waarbij in feite twee inlussingen tegelijk worden gemaakt die naar weerszijden haaks opzij steken. Historisch niet correct, maar elektrotechnisch klopt die beschouwing best aardig. Foto's door Peter Schokkenbroek en Michel van Giersbergen.

Een andere keer is een combilijn juist een komen en gaan van meelifters, zodat er meerdere splitsingsmasten (en ook gedeeltelijke aftakmasten) in de verbinding zitten. In Nederland is Zwolle – Meeden daar een grote naam in. Deze verbinding bestaat voor zijn volle 107 kilometer lengte uit combinatiemasten en er wordt onderweg maar liefst negen keer van meelifters gewisseld. In Duitsland tref je overigens nog veel indrukwekkender combinaties aan met soms wel drie spanningen en soms de meest bizarre splitsingsmasten.

splitsingsmast bij Teersdijk

Drie gelijkwaardige circuits die samenkomen, maar géén contact met elkaar maken. Hier weet je zeker dat je met een splitsingsmast van doen hebt. Deze staat bij Teersdijk, Nijmegen. Moeilijk in te schatten is wat nou de originele verbinding was en welk van de drie richtingen de nieuwe inlussing is. Voor de kenners, de verbinding naar linksboven toe is de nieuwe. 

Splitsingsmasten zijn relatief zeldzaam. In België wordt er in de regel eerder hard afgetakt dan dat er gesplitst wordt, zodat je er vaker caravellemasten ziet dan splitsingsmasten. In Nederland houdt men juist niet zo van hard aftakken en daardoor treffen we ze iets vaker aan, met name in het 110- en 150 kV-net. 

Herkenning in het veld:

  • ▫ Doorgaans zwaargebouwde masten met een afwijkend ontwerp (gedraaide traversen)
  • ▫ Twee of meer circuits komen samen of gaan uit elkaar, een inlussing makend
  • ▫ Tussen de circuits wordt geen onderling elektrisch contact gemaakt. Ze veranderen alleen van richting