Overkruisingsmast  Kruisingsmast
Line intersection (E), Kreuzungsmast (D), Krydsningsmast (DK)

Twee hoogspanningslijnen die elkaar in het landschap tegenkomen maken niet altijd contact. Soms passeren ze elkaar door voor elkaar te bukken of juist hoogte te winnen, maar ze kunnen ook een mastpositie gezamelijk delen. Zo'n mast heet een overkruisingsmast.

Het landschap is leeg. Mast voor mast, spanveld voor spanveld reist de hoogspanningslijn door een oneindig laagland vol weides, meertjes en boerderijen. Bossen, lichte glooiingen vol wuivend graan. Maar dan – verrek, een andere hoogspanningslijn. Goed, de volgende vraag: wie maakt een buiging voor wie? Buigt de nieuwe lijn nederig het hoofd voor de respectabele oude lijn? Moet de oude lijn zijn meerdere erkennen in de nieuwkomer, die vaak hoger en groter is? Of is er nog een derde oplossing mogelijk? Jazeker is die er. De hoogspanningsvariant van elkaar een handdruk geven op gelijke voet en daarna ieder zijn weg weer laten vervolgen: een zogeheten overkruisingsmast. 

Overkruisingsmast Buggenum

Overkruisingsmast bij Buggenum. Hier kruisen twee verbindingen met dezelfde netspanning elkaar op dezelfde fysieke mastpositie. De mast bevindt zich in beide verbindingen, maar de mastpositie wordt in dit soort situaties primair toegekend aan de verbinding die het hoogst in de mast zit. Foto door Michel van Giersbergen.

Lijnkruisingen: meestal géén kruisingsmast

Ondanks wat de titel en de aanwezigheid van deze pagina doen vermoeden zijn overkruisingsmasten erg zeldzaam. Er is in de meeste lijnkruisingen helemaal geen overkruisingsmast betrokken. Meestal wordt één van de beide verbindingen gedwongen te duiken via verlaagde portalen, zodat de onderste verbinding verlaagd wordt. Als dat niet mogelijk is of als het erg lastig is op die plek omdat de draden ook rekening moeten houden met andere infra aan de grond, dan gaat men de andere richting op en moet de bovenste verbinding juist verhoogd worden. Het gebruik van brute hoogte zien we minder dan een verlaging, omdat het duurder en veel zichtbaarder is. Dat laatste vinden pylon geeks natuurlijk niet erg, maar de gemeenteraad krijgt er jeuk van en dat beseft ook de netbeheerder wel.

Onderdoorgeleiding - geen overkruisingsmast

Lijnkruising zoals we die meestal zien. Hier maakt de verbinding van lagere orde, 150 kV, een diepe buiging voor de zwaardere verbinding van 380 kV. Opmerkelijk is dat de 380 kV-verbinding de oudste is. Op de plek waar de beide hartlijnen elkaar kruisen (jeetje, het lijk Hamlet wel) staat geen mastpositie, dus is er geen sprake van een overkruisingsmast. Foto door Ruben Schots.

Toepassing van een kruisingsmast

Maar wat doen we als twee verbindingen van gelijke orde elkaar naderen? Wie is dan de dominante partij? Of om het nog lastiger te maken: wat als de nieuwere verbinding precies een mastpositie gepand krijgt ter hoogte van een bestaande mastpositie van de oudere lijn? Eigenlijk gebeurt er dan precies wat je zou verwachten. De overkruisingsfunctie wordt gecombineerd met een mastpositie die in beide verbindingen zijn plek heeft.

In landen en plekken waar netten gewoon over elkaar heen zijn gelegd in hun ontwikkeling kruisen veel meer lijnen elkaar dan in landen waar men semi-rationeel het net heeft beheerd. In België, Duitsland en Denemarken zijn lijnkruisingen veel algemener dan in Nederland, waar maar een handjevol van zulke masten staan. Toch is dat eigenlijk jammer. Voor pylon geeks die van maatwerk en bizarre constructies houden zijn lijnkruisingen met een kruisingsmast altijd spannend. Maar ook voor wie poëtisch is aangelegd is een kruisingsmast de mooiste manier van twee verbindingen die elkaar ontmoeten. Twee verbindingen die van ver achter de horizon komen en die ook weer voorgoed uit elkaar wijken. Een rendez-vous op de vlakte, zomaar in een anoniem weiland. 

Overkruisingsmast bij Slagharen

Overkruisingsmast gecombineerd met een combinatiemast. Dit soort exemplaren zijn vaak een unicum waarvoor je soms honderden kilometers moet reizen voordat je pas het eerste het beste soortgelijke exemplaar tegenkomt, zo zeldzaam zijn ze. Toch zijn dit soort staaltjes in Duitsland duidelijk algemener dan in Nederland. De conclusie is ongemakkelijk maar wel waar: qua hoogspanning durven Duitsers meer. Foto door Michel van Giersbergen.

Herkenning in het veld:

  • ▫ Twee hoogspanningslijnen kruisen elkaar
  • ▫ Op de plek waar beide hartlijnen samenvallen staat een mastpositie
  • ▫ Er is geen sprake van elektrisch contact tussen beide kruisende verbindingen
  • ▫ Beide verbindingen naderen elkaar uit een andere geografische richting
  • ▫ Beide verbindingen delen maar één mastpositie