Behalve de hoofdconstructiedelen zijn er nog een paar andere belangrijke dingen onderdeel van een hoogspanningsmast. De verf bijvoorbeeld. In grijs of in roodwit is deze onmisbaar.

Je hoeft een hoogspanningsmast niet per sé te verven als hij thermisch is verzinkt. Dat houdt het minstens dertig jaar prima vol in weer en wind. Maar als we willen dat de mast er langer staat, dat regen en wind er geen vat op krijgen en dat hij in sommige gevallen vanaf enige afstand de aandacht trekt, dan moet hij netjes in de verf worden gezet. 

Mooi grijs is niet lelijk

Een hoogspanningsmast schilderen… Bij vakwerkmasten is dat een buitengewoon irritante klus, maar het is wel belangrijk dat het gebeurt. Men schildert ze meestal grijs. Dat valt niet erg op, het mixt redelijk goed met een wolkenlucht en het trekt de aandacht niet. Ook interfereert het niet met de randstaafschildering (zolang je tenminste geen randstaafschildering voor een grijs circuit toepast). 

Het schilderen van een hoogspanningsmast

Het verven van hoogspanningsmasten gebeurt door gespecialiseerde bedrijven zoals (hierboven) Venko Schilderwerken, die zelfs een interne opleiding met een oefenmast hebben om te leren hoe je een hoogspanningsmast in de verf zet. Foto's door Peter Schokkenbroek.

Het staal wordt beschermd door een laag thermisch aangebracht zink (hot-dip in een dompelbad, af fabriek). Daarna wordt de mast in elkaar gezet. Na de grondverf (doorgaans de bekende roodbruine ijzermenie) komt er een laag grijze verf op die zinkmenie wordt genoemd. Het is een taaie, zeer bestendige verf die volgens het onderhoudsboekje van de netbeheerder niet vaker dan eens in de twintig jaar overgeverfd hoeft te worden. De verf zelf bevat (zoals de naam al zegt) zink. Daardoor is het licht milieuverontreinigend. Bij het verven dekt men het fundament en de weide onder de mast vaak ook af met kleden om druip op te vangen. Uiteraard zal er altijd wel een spatter langsheen gaan, maar zolang het geen hele plens is kan het weinig kwaad.

Flinke klus Grondverf op de masten

Linkerfoto: het is een flinke klus, maar de schilder op de preekstoel rechtsboven heeft een briljant uitzicht op het werk. Vandaag is het mooi weer, maar op gure dagen net boven nul en als het harder waait is het vast geen pretje. Rechts: een nieuwe eindmast die al in dienst is, maar nog geschilderd moet worden. De grondverf is ijzermenie die een typische rode kleur heeft. Omdat de stroom er niet geheel af kan, wordt de mast tweemaal half geverfd. Foto's door Peter Schokkenbroek en Michel van Giersbergen.

Op andere plekken wordt soms zwarte of bleekgroene verf gebruikt. Bleekgroen is vaak de bekende infra-groen die je ook wel op spoorbruggen aantreft. Dit is kopermenie, en hier is het zink (deels) vervangen door koper. Je hebt ook nog andere verven zoals loodmenie, die vroeger werden toegepast maar nu verboden zijn.

Hij kan onder de douche

Men kan de levensduur van een laag verf extra verlengen door de mast af en toe te wassen. Dat is precies wat je denkt (en net zo bizar als je denkt): met een hogedrukspuit de mast in klimmen en hem grondig schoon maken. Een dure en lastige klus, zeker bij vakwerkmasten. Dus het wordt alleen gedaan als het echt zin heeft, zoals bij excessieve algengroei, bij een overdaad aan vogelpoep (ooievaars) of vlak in de buurt van industriegebieden waar een sterk verhoogde concentratie van vervuiling is, zoals roet, zeezout of zwavelhoudende reactieve stoffen.

Het wassen van de hoogspanningsmast

'Hee, Willem! Als je klaar bent en de hele mast naar badschuim ruikt, dan gooien we een handdoekje omhoog en maak je er netjes een droogspanningsmast van, anders vat hij kou!' Foto door Peter Schokkenbroek.

Zo min mogelijk de stroom eraf

Het verven van een hoogspanningslijn is langdurig werk en het levert ook knelpunten op in de transportcapaciteit. Dat is met een gewone redundante vakwerklijn al ingewikkeld, maar met een buismast is het nog moeilijker. Bij bepaalde types buismasten hangen de draden zo dicht bij de toren dat het onverantwoord is om te schilderen terwijl er nog een circuit in bedrijf is. Bij wintracks is dat een van de redenen geweest om ze als bipole uit te voeren, want dan kan er altijd één circuit in bedrijf blijven als de andere zijde onderhoud nodig heeft. Overigens is dat onderhoud vrij minimaal: de papyruswitte verf zou in theorie onderhoudsvrij moeten zijn voor meer dan dertig jaar. (Dat moeten we bij HoogspanningsNet nog zien, maar we komen er vanzelf achter.)

Schilderen van wintracks

Wintracks schilderen of onderhouden is een vak op zich. In principe zijn er klimvoorzieningen in de masten, maar in de praktijk heeft de opkomst van superhoogwerkers dat obsoleet gemaakt. Hoewel het nog steeds duidelijk is dat je zo'n paal niet van een lik verf kan voorzien als de stroom er nog op staat. Foto door forumlid Voltron.

En wat nu als je je mooie strakke buismast helemaal niet kán schilderen omdat het een steeklijn is, waardoor de stroom er nooit tegelijk aan beide kanten af mag omdat het trafostation op het uiteinde dan spanningsloos valt? Dan moet je expertise uit het buitenland inhuren en zogeheten energized working toepassen, in Angelsaksische landen ook wel hot-line work genoemd. In Nederland hadden we daar in 2018 een primeur mee: de draden van de inlussing Dedemsvaart werden in dienst gehouden en met twee hijskranen een stukje opzij getrokken, zodat de mast in het midden kon worden geverfd. De vergunning voor deze klus was éénmalig, maar de verwachting is wel dat dit in de toekomst vaker wordt gedaan. En voor de schilders geldt dat ze nooit eerder zo'n spannende klus hadden…

Living on the Edge als schilder

Energized working: schilderen terwijl de stroom er nog op staat. Bij een buismast van deze smalheid is dat onmogelijk zonder levensgevaar, zodat er nogal wat kunstgrepen moesten worden genomen om de mast een nieuwe lik verf te geven. Voor alle ruim twintig stuks van deze lijn was dat een peperdure operatie. Foto door Johan Swank.

Obstakelschildering: roodwitte banden

Grijs trekt de aandacht niet zo. Wat nou als we juist willen dat hij die mast juist wel de aandacht trekt? Dan trekken we een andere pot verf uit de servicebunker en maakt de netbeheerder de mast roodwit. 

Rood en wit worden voorgeschreven door de FAA-regels. De FAA (Federal Aviatin Administration) is de Amerikaanse waakhond over het vliegverkeer en zij hebben een set regels opgesteld voor obstructieschildering- en verlichting. Ook buiten Amerika worden deze regels vrij algemeen gevolgd en toegepast, zo ook in Europa. Rood is eigenlijk aviation orange (iets tussen oranje en rood in). 

Obstructieschildering op donaumasten bij Leiden (foto door forumlid Voltron)Obstructieschildering op hoogspanningsmast bij Leiden

Vlakbij treinstation Leiden De Vink staan (of stonden) twee volledig opgeschilderde donaumasten. Het waren de enige twee in Nederland die geheel van een obstructieschildering voorzien zijn, in dit geval vanwege een aanvliegroute voor vliegveld Valkenburg. Inmiddels zijn ze weer grijs geverfd omdat het vliegveld is gesloten. Foto door forumlid Voltron.

Roodwit kennen we als de print bij uitstek om een obstakel mee aan te duiden. Slagbomen, schrikhekken langs de weg, hoogtebeperingen, maaiende windmolenwieken, afzetlinten, zendmasten, alles waar je uit de buurt moet blijven is roodwit gemaakt. Intuïtief wordt ons dus al geleerd dat een roodwit object betekent dat je even moet opletten. Verder valt roodwit ook goed op tegen iedere achtergrond. Wit zou kunnen wegvallen tegen de lucht als je stapelwolken hebt, van die grote opbollende. Rood doet het vrijwel altijd goed tegen een grijze, witte of blauwe lucht.

Wintracks met obstakelschildering

De nieuwe lijn wintracks naast Schiphol is van roodwitte banden voorzien. In de Achterhoek is hetzelfde toegepast bij Doetinchem – Wesel, hier op de foto. Hier is het voor een klein chartervliegveldje gedaan. Een beetje overkill is het wel, maar opvallen doet het zeker. Het lijken wel enorme slagbomen. Iets waar de plaatselijke belangengroep niet bepaald content mee was. Foto door Tom Börger.

Wat bijna niemand beseft is dat roodwit vooral wordt gebruikt omdat het tegen de grond heel goed opvalt.

Als mensen kijken we altijd omhoog tegen hoogspanningsmasten, maar voor vliegverkeer, dronepiloten en voor vogels is een hoogspanningslijn een object op gelijke hoogte of zelfs lager dan hen. Grijze masten in grauw weer vallen heel slecht op. En ook tegen het aardoppervlak werkt grijs slecht: netkaartmakers kunnen het weten. Rood met wit heeft daar veel minder last van en in de buurt van vliegvelden (onder de aanvliegroutes) of in een haven vergroot het de vliegveiligheid. De FAA schrijft voor dat er afwisselend rode en witte banden nodig zijn om het effect maximaal te maken.

Hoogspanningslijnen tegen de achtergrond van de grond

Wanneer je niet de lucht maar de grond als achtergrond hebt, vallen hoogspanningsmasten opeens veel minder op. Dat kan gevaarlijk zijn voor de luchtvaart. Rood en wit valt ook tegen een bruine akker, groen bos, grijze rotsen of een weiland goed op en kan bijdragen aan de vliegveiligheid bij vliegvelden. Foto in Deventer door Michel van Giersbergen.

Verdammt ich seh dich – ich seh dich nicht!

Het ene land schilderd meer in roodwit dan het ander. Duitsland en Oostenrijk zijn er behoorlijk goed in. Maar ook landen in zuidelijk Europa, delen van Frankrijk en vooral België weten wel van aanpakken op dit gebied. Daarentegen is het in Engelend, Denemarken en vooral in Nederland een zeldzaamheid. En dus doet men dat, zeker in berggebieden of in het buitenland, waar opvallen tegen een achtergrond van bomen of rotsen nog belangrijker is.

Zoek in Duitsland of België eens naar een plek waar een hoogspanningslijn een kruising maakt met een rivier of vaargeul. Meestal is het zelfs al genoeg om te kijken naar een overspanning van een flinke snelweg, een kanaal of een rangeerterrein. En op sommige plekken doet men de hoekmasten zelfs per definitie. Roodwitte toppen (zoms met lampen erop), roodwitte traversen, soms zelfs geheel roodwitte masten. En niet alleen grote jongens, ook kleine 70 kV-masten kunnen geheel roodwit worden geverfd.

roodwitte toppen

Deze Duitse hoogspanningsmasten net over de grens bij Gronau staan aan de westkant van de Emslandlinie (snelweg A31). De roodwitte opschildering zorgt voor vergrote zichtbaarheid. Boven een grote snelweg kan dat handig zijn met het oog op traumahelikopters. Foto door Hans Nienhuis.

Traumahelikopters die op snelwegen moeten landen zijn gebaat bij een goed zichtbare hoogspanningslijn. En in de buurt van steden en dorpen is de zichtbaarheid onder meer belangrijk voor aannemers met kraanwagentjes en ander materieel.

Obstructieschildering op de top van een Belgische 380 kV-hoekmastNoorse portaal-schoormast (hoekmast) getooid in een obstructieschildering

Ook in België (links, 380 kV) en Noorwegen (rechts, 300 kV ) zien we dat men veel sneller overgaat tot het aanbrengen van een obstructieschildering, in eerste instantie op hoekmasten. Foto's door Hans Nienhuis.

De grootste kruisingen die we kennen (crossings, bestaande uit twee of meer verhoogde draagmasten van vaak (veel) meer dan 100 meter hoogte) zijn zo groot dat ze de vlieghoogte van militaire- en burgervliegtuigjes benaderen en een botsing met een hoogspanningsmast zal meestal fatale gevolgen hebben. Kleine propellervliegtuigjes hebben geen radar aan boord en moeten vertrouwen op de ogen van de piloot: vliegen op zicht, oftewel VFR. Een roodwitte mast is daarbij een stuk sneller te zien (en in noodgevallen nog net te ontwijken) dan een dofgrijze mast.

Als er ook lampen op zitten is er meestal sprake van hele hoge masten (ruim boven 100 meter) of er is een vliegveld in de buurt. Deze zogeheten obstructielichten nemen de zichtbaarheid in het donker voor hun rekening, net zoals dat bij zendmasten en hoge gebouwen ook gebeurt. In Nederland zie je slechts op enkele zeer grote crossings obstructielampen, maar in België en met name in Duitsland en Engeland is het veel algemener.

Obstakelverlichting op grote crossing

Obstakelverlichting op een grote watercrossing, zoals hier in het Drechtstedengebied, is geen overbodige luxe. Volgens de FAA dient elk object boven 200 voet (cica 62 meter) van een obstakelmarkering te zijn voorzien. In Nederland wordt daar erg laks mee omgegaan en is dit uitzicht vrij zeldzaam. Foto door Michel van Giersbergen.

De horizonlobby

Grijze masten zijn overal in de meerderheid, maar er is geen land in noordwestelijk Europa waar je zo weinig obstakelschilderingen aantreft als in Nederland. Opvallend genoeg juist een land waar het in ieder geval in het westelijk deel behoorlijk druk is met snelwegen, helikopters, vliegverkeer en zeeschepen. We zien zelden roodwitte masten. Zelfs de grootste crossings van onze rivieren (zoals Lekkerkerk I en II, de Merwedekruising bij Sliedrecht en de Waalkruising bij Dodewaard) zijn gewoon in zinkmeniegrijs uitgevoerd en niet van lampen voorzien. Slechts een aantal markeringsballen in de bliksemdraad of een rode obstakellamp in de nacht, dat is alles.

De reden is niet eenduidig te geven. Wel heeft de felle houding van Nederland ten opzichte van landschapsverstoring invloed. Schoorstenen, zendmasten, flatgebouwen, windturbines en hoogspanningslijnen worden in Nederland gezien als verstorende objecten. Het liefst mag er niets boven de bomen uitsteken. Daarnaast is er nog een andere, wel heel erg Hollandse reden. Het schilderen van een hoogspanningsmast is niet goedkoop. Een roodwitte mast moet vaker worden geschilderd dan een grijze mast. Alleen al omdat rood en wit sneller in roze en créme veranderen dan dat grijs van kleur verschiet. Een roodwitte mast is dus ook duurder in onderhoud dan een grijze.

Lekkerkerk I en Lekkerkerk II dragen geen obstructieschildering

Lekkerkerk I en Lekkerkerk II zijn respectievelijk 163 en 123 meter hoog, maar beiden dragen geen obstructieschildering. Er hangen slechts een aantal markeringsballen in de bliksemdraden en 's nachts zijn er wat rode lampen te zien, daarmee moeten ze het doen. Met regenachtig weer vallen deze enorme zinkmeniegrijze torens al snel weg in een grijze vergetelheid.

Toch is dit gebrek aan roodwit eigenlijk in strijd met de FAA-regels. De meeste landen conformeren zich gewoon aan de FAA (bij gebrek aan beter, of omdat het gewoon een goed systeem is) of zijn zelfs nog wat stricter, maar Nederland is in dit opzicht altijd al anders geweest. Het niet volgen van deze regels zorgt ervoor dat onze hoge objecten zo min mogelijk aandacht trekken. Weinig obstructielampen, geen roodwitte zendmasten, geen rode banden op de toppen van de windmolenwieken… alles ingetogen, alles moet eigenlijk doen of het er niet is, om maar niemand boos te maken en om maar zo min mogelijk geld te kosten.

Maar of dat slim is? Dat we in Nederland de noodzaak van roodwitte masten ten onrechte onderschatten, bewijst het Apache-incident uit 2007. Op 12 december dat jaar vloog een legerhelikopter in de Waalcrossing van de 150 kV-lijn Tiel – Zaltbommel. De crossing in kwestie was opgehangen aan masten van zo'n 100 meter hoogte, staat solitair in het landschap en heeft geen enkele wijze van markering. Geen schildering, geen lampen, geen markeringsballen, helemaal niets. Wanneer de masten wel voorzien waren van obstakellampen zou het ongeluk waarschijnlijk niet gebeurd zijn, waardoor veertig miljoen euro schade zou zijn bespaard. Het weer was ten tijde van de aanvlieging goed genoeg om obstakellampen tijdig te kunnen zien.

Deze keer bleef de schade beperkt tot twee zwaar beschadigde hoogspanningsmasten, een defecte helikopter, een stroomstoring van drie dagen en een peperdure blamage voor defensie. Nederland houdt niet van opvallen, maar waar de wil tot goedkoop en onopvallend zijn begint te raken aan de veiligheid is het de vraag of in het verleden de juiste keuzes zijn gemaakt.

Radio op het busje

Het verven van een hoogspanningsmast… Eén voordeel, gelukkig heb je meestal weinig last van buren, dus je kan gewoon de radio op standje Sonic Boom bovenop het busje zetten en daarna met de blokkwast in je hand mee jodelen met Tol Hansse of je suf lachen om een slappe radioshow. Eigenlijk weinig anders dan wat de schilder in een appartementenblok ook doet. Geef ze eens ongelijk. Foto door Peter Schokkenbroek.