Meestal zijn hoogspanningsmasten van één materiaal gemaakt of met één bouwwijze neergezet. Hybride masten zijn exemplaren waarbij twee materialen of methodes tegelijk worden gebruikt. 

Beton is goed in het verdragen van drukkrachten. IJzer in het weerstaan van trekkrachten. Hout is goedkoop, sterk, licht en je kan er goed in boren en schroeven. En kunststof gaat niet rotten of roesten. Vakwerken van ronde buizen komen we het meeste tegen als hybride constructies. Bij zware of hele hoge constructies kan je vakwerkkokers gebruiken (een truss, zoals Angelsaksen zeggen), maar je kan het ook met buizen oplossen. Dat laatste is zelfs redelijk gangbaar bij extreem grote masten zoals waterkruisingen van 200 meter of hoger. Zulke hoge masten komen in Europa nauwelijks voor, maar bijvoorbeeld Elbekreuz I en II in Duitsland (228 meter) kent deze bouwwijze gedeeltelijk en nog hogere kruisingen in China zijn er zelfs volledig mee gebouwd. Het scheelt montage- en schilderwerk bij onderhoud.

Buis-vakwerken

Je kan het ook kunstzinniger aanpakken. Bij Wateringen staan twee zogeheten concordemasten. Leuke vlotte naam, maar vakwerken van buizen werden in de jaren 90 wel eens gaspijpmasten genoemd omdat ze gemaakt lijken te zijn van hogedrukgasleidingen zoals je die aantreft op raffinaderijen en winlocaties: ronde buizen met zware ronde flensen waar hele rijen bouten in zitten. Het levert een zeer sterke constructie op, maar ook een zeer zware: een vakwerkmast van buizen van dit formaat weegt al snel honderd ton of meer. 

Concordemast op Wateringen Fundatie en onderste meters van een van de concordemasten

Concordemast bij Wateringen. Er staan twee zulke masten en hier zijn ze nogal kunstzinnig vormgegeven, maar elders op de wereld wordt deze bouwwijze soms voor hele hoogspanningslijnen gebruikt. Een grofmazig vakwerk van buizen met ronde flensen is erg sterk en vrij makkelijk in onderhoud, maar wel duur om als maatwerk te fabriceren. Foto's door Michel van Giersbergen.

De kunstzinnige vorm moet los worden gezien van de constructiewijze. Bij Wateringen wou men weer eens wat anders dan een standaard HA+0 donau met kattenoren, maar er was aan de oostelijke zijde ook niet op combinatiewintracks gerekend: zodoende is de oostelijke concordemast zichtbaar ontworpen als donaumast met meelifters in vlakke configuratie en moest hij later alsnog worden aangepast voor een drievlaksconfiguratie met vier verticaal uitgelijnde circuits naast elkaar om op de wintracks aan te kunnen sluiten. Wat wel weer een mooie bijvangst is, is dat de (op zichzelf) bizarre concordemast juist dankzij zijn combinatie van buizen en vakwerk een soort tegemoetkoming vormt tussen de vakwerkmasten vanuit het zuidwesten en de wintracks vanuit het oosten.

Elders kom je vooral vakwerken van buizen tegen bij grote masten waarin een flinke sterkte van de individuele staven of latten wordt gevraagd. Dat kan van pas komen bij extra hoge masten zoals kruisingsmasten voor watergangen, vooral als ze een obstakelschildering dragen. Een crossing met vakwerkmasten bouwen en alles netjes in wit en aviation orange geverfd houden is redelijk wat onderhoud. Reductie van het aantal staven kan dan soms uit tegen de meerprijs in de ontwerpfase.

Vakwerkmast met buizen

Op het eerste gezicht lijkt deze Franse mast in de buurt van Nantes een gewone vakwerkmast te zijn, maar als we beter kijken zijn de openingen in de honderd meter hoge constructie daar wel erg groot voor. Het blijken ronde buizen te zijn. De mast ziet er daardoor veel kleiner uit dan hij is. Foto door Tom Börger.

Sterke punten combineren

Soms wordt ook wel eens gekozen bij lagere masten voor het combineren van twee bouwvormen. Een verschoorde buizenconstructie met vakwerkbovenbouw klinkt nogal ingewikkeld, maar het is wel wat RTE in de buurt van Parijs heeft gedaan. Deze zogeheten trianons zijn een stuk lager dan de gangbare beaubourgs of chats. Dat kan handig zijn als er een vliegveld in de buurt is of als de overkruising van een watergang niet te hoog mag worden.

Buizen en vakwerk tegelijk

Een zogeheten trianon in Frankrijk. Deze verticale constructie is van verschoorde buizen gemaakt terwijl de balktraverse met vakwerk is gebouwd. Het scheelt een boel latjes en ander vakwerk in de toren, al blijft het een beetje een ongemakkelijk gezicht. De obstakelschildering verraadt dat deze masten bij Parijs met een (luchtvaart)reden zo laag zijn. Foto door Tom Börger.

Weer een andere toepassing waarin we eenvoudig vakwerk met buizen tegenkomen zijn sommige afspanportalen op de trafostations. Men doet dat wel eens met vakwerkportalen, maar het kan ook met prefab-buizen. Soms is dat handiger omdat ze relatief klein zijn en dus nog vrij makkelijk met een vrachtwagen kunnen worden aangevoerd.

Als hout het niet houdt

Natuurlijk kan je ook pragmatisch te werk gaan. Een metalen buismast is welbeschouwd gewoon een doorgeëvolueerde houten mast, maar dan groter, sterker en zwaarder. Hout kent dan zijn grenzen. Soms is de paal nog wel van hout, maar de draagbalken voor de draden niet meer. Andersom komt minder voor, maar er zijn ook voorbeelden waarbij de mast van ijzer is, behalve het onderdeel waar de isolators aan vast zitten.

Een bijzonder voorbeeld daarvan staat bij de Bodensee. Houten masten, halverwege afgezaagd en bovenin een vakwerktoren gezet zodat de mast een stuk hoger werd. Hybride mast is eigenlijk teveel eer voor dit soort constructies, maar eerlijk is eerlijk, het ís een echte hybride constructie.

Houten paal op vakwerk

Bij de Bodensee in de buurt treffen we deze verbinding. Wat ooit een houten paal was is waarschijnlijk later op een hogere vakwerktoren gezet, maar de voordelen van hout (goed in de boren en te schroeven) hebben ze daarbij behouden. Foto door Tom Börger.