Tegenwoordig is heien de meest gebruikte fundatiemethode. Hoogspanningsmasten met vier poten (een broekstuk) worden dan vastgemaakt op vier heipalen die schuin de grond in zijn geslagen.

Heipalen als fundament zijn momenteel het meest populairTot ongeveer midden jaren zestig waren zwaartekrachtsfundamenten oppermachtig. Tegenwoordig zijn dit soort fundaties grotendeels verdrongen door heipalen. Meestal zonder een betonnen plaat. De reden daarvoor is pragmatisch: een heipaal is veel sneller, eenvoudiger (en goedkoper) aan te brengen en hij kan in veel meer bodemsoorten worden gebruikt dan een zwaartekrachtsfundament.

Ook in de zompige bodems van westelijk Nederland, waar een zwaartekrachtsfundament metersdiep graven zou vereisen tot op een vaste grondlaag (en dan waarschijnlijk alsnog langzaam zou gaan verzakken) kan men met heipalen tot tientallen meters diepte een stevige standplaats creëeren voor eigenlijk ieder formaat mast. Verder zijn de meeste hoogspanningsmasten voorzien van een broekstuk: een onderstel dat uitloopt in vier poten. Die laten zich uitstekend bevestigen op een (eveneens dunne) heipaal die onder de juiste hoek schuin de grond in is geslagen.

Heipalen: een kwestie van gewicht en 'plak'

Een fundatie met heipalen vertrouwt op andere krachten dan een zwaartekrachtsfundament. Vergeleken met een plaat beton is een heipaal maar een klein, ijl dingetje dat het niet van zwaartekracht moet hebben. Stel dat de heipalen ieder drie ton wegen terwijl er een hoogspanningsmast van vijftien ton op staat. Maar die mast staat met zijn poten nog altijd vrij dicht bij elkaar in verhouding tot zijn hoogte: bij een zware storm dwars op de hoogspanningslijn kan het gebeuren dat de zijwaartse drukkracht tegen het mastlichaam zo groot wordt dat de mast als het ware over zijn evenwicht heen raakt: wanneer hij niet vastgeschroefd zou zitten aan het fundament, zou hij omwaaien. Wanneer deze omhoog trekkende kracht zo groot wordt dat deze ook het gewicht van de heipalen overwint, zal de heipaal losgetrokken worden waarna de mast omvalt. Toch?

Vier heipalen met ingegoten poeren  Meerdere heipalen samen gebruiken

Metalen buizen als heipaal zijn voor grote masten momenteel de norm. Na het slaan giet men ze vol beton en de poer (de zware hoekstaaf waarop de rest van de mast wordt gemonteerd) wordt meteen mee ingegoten. In andere gevallen kan men betonnen heipalen slaan en deze 'koppensnellen' om ze daarna via een stuk beton te verbinden. Op die manier kan men per poot meerdere heipalen gebruiken, zoals bij versterkingen of buitengewoon zompige bodems. Foto's door Gerard Nachbar.

Het antwoord is gelukkig nee. Het omvallen van een mast doordat het fundament faalt is uiterst zeldzaam, ook bij masten met heipalen. Dat komt door een verschijnsel dat 'kleef' of 'plak' wordt genoemd. Heipalen die de grond in worden geslagen steken tot diep in het grondwater en ze maken contact met miljoenen bodemdeeltjes. Het idee wat je dan krijgt is gelijk aan waarom je een tentharing zo lastig uit de grond krijgt: het kleine ding heeft zelf een gewicht van niets, maar het komt geregeld voor dat je hem met blote handen niet eens meer los krijgen kan na een weekje in de Ardennen. 
Een heipaal is in feite weinig anders dan een uit zijn krachten gegroeide tentharing. Er komt zelfs nog iets anders bij, want wanneer de heipaal de grondwaterspiegel doorsteekt (en dat is vrijwel altijd) zit hij ook vastgezogen.

Downburst van Vethuizen - de heipalen zijn nauwelijks bewogen.

Dat heipalen niet snel worden losgetrokken zien we hier bewezen door de Downburst van Vethuizen in 2010. Het mastlichaam bezweek, maar de heipalen (kokervormige exemplaren met een betonvulling en ingegoten poer) zaten nog stevig in de grond. Foto door Hans Nienhuis.

Hoe vast is vast? Heel erg vast. Een heipaal die eenmaal plak heeft verkregen komt daar niet zomaar meer vanaf. Heipalen zitten soms zelfs zo vast dat men ze bij het afbreken van een hoogspanningsmast meestal niet eens meer los kan krijgen. Soms helpt het om onder hoge druk water vlak langs de heipaal te injecteren, of door de heipaal te laten trillen. Maar wanneer dat allemaal niet werkt, kan men niets anders doen dan de heipaal doorzagen. In dat geval graaft men een kuil om de heipaal heen en wordt de paal op twee meter diepte afgezaagd, zo diep dat toekomstig gebruik van de grond er niet door gehinderd wordt. De kuil wordt weer opgevuld en het land hersteld, maar het restant van de heipaal laat men noodgedwongen diep in de grond achter…