HoogspanningsNet - alles over hoogspanning op het het

Techniek

Hoogspanning en gezondheid?

Antwoord op alle vragen vind je bij het RIVM (NL) of het Departement Leefomgeving (B).

HoogspanningsNet behandelt dit thema met opzet niet zelf. (Waarom niet?)

Geknetter en gebrom?

Geen zorgen, dat is normaal.

wintracks

02 juli 2023 Wat een rust hier? Dat is maar schijn, want op de achtergrond wordt gewerkt aan een nieuwe template en indeling van deze site. Combineer dat met belachelijk mooi weer vorige maand en het zal niemand verbazen dat de computers vaak uitbleven. Intussen is er wel druk doorgeklust door de netbeheerders. Zo gaat aankomende vrijdag (07 juli) Vierverlaten – Eemshaven 380 kV officieel in dienst. Maar 'af' is een te groot woord. Het project kent netstrategisch een slordig uiteinde.

Noodlijnen tijdens het omzwaaienNa jaren werk is in april het eerste circuit van Oudeschip – Vierverlaten 380 kV in april in dienst gegaan. Daarmee ook het 380 kV-gedeelte van trafostation Vierverlaten. Een aantal weken later is ook het tweede circuit onder spanning gezet. Met 2635 MVA redundante capaciteit tussen de stations en vijfmaal 750 MVA koppelvermogen tussen 380 en 220 kV is Vierverlaten in één klap het grootste koppelstation van het land geworden. Dat wordt formeel gemaakt op 07 juli aanstaande.

In de Eemshaven zelf is ondertussen de semi-permanente noodlijn tussen Oudeschip en Robbenplaat (of Robbeplaat, Tennet weet 't ook niet) ontmanteld en weggehaald. Jammer, we zullen deze eigenaardigheid in het hoogspanningsnet nog missen, maar de charme van een noodlijn is net zoiets als een bijna onbeweeglijk draaiend tolletje op de vloer: een situatie die juist schoonheid heeft omdat zij zo intens eindig is.

Wat er nog wel staat is de 220 kV viercircuitlijn tussen datzelfde Robbenplaat (of Robbeplaat) en Vierverlaten. Het was de bedoeling dat die rond vandaag zou worden afgeschakeld om nooit meer onder spanning te komen. De sloopwerken kunnen dan aanvangen en over een jaar zou er niets meer van over moeten zijn. Hold hold hold, zouden raketengineers zeggen. Er is een kleine complicatie tussengekomen en dat is de schaarste in het 110 kV-netwerk. Hoe het precies operationeel in elkaar zit weten zelfs wij ook niet, maar het lijkt erop dat de 220 kV-lijn, waarvan één circuit tussen Vierverlaten en Brillerij tijdelijk voor 110 kV werd gebruikt tijdens werken aan de lijn naar Winsum Ranum en twee andere circuits nog altijd op 220 kV werden bedreven eigenlijk niet kan worden gemist op dit moment. Vanwege congestie in het 110 kV-net en ook wellicht vanwege allerlei omzwaaiingen en werkzaamheden op de 110 kV schakeltuin op Vierverlaten (waar Winsum Ranum en Grijpskerk vandaan op een steeklijn zitten) is het mogelijk dat het circuit dat op 110 kV werd gebracht tijdens de werkzaamheden nog een paar maanden langer nodig is als achtervang of omzwaaimogelijkheid zolang er nog wordt verbouwd. We kunnen op de netkaart zien dat Winsum Ranum, Grijpskerk, en klantkabel Eemshaven West allemaal op een steeklijn hangen. De sloop zal komen, maar de aanvang wordt een aantal maanden uitgesteld. Tennet zegt dat dit geen invloed zal hebben op de einddatum zodat er wat herder moet worden gewerkt in de winter. 

Ook op Viervelaten is nog niet alles klaarDoor de uiteindelijke sloop komen er op Robbenplaat (of Robbepl… ja jaja, punt is gemaakt) een aantal 220 kV-velden vrij. Geen overbodige luxe want het station had geen enkel vrij veld meer over. Dat is lastig bij VNB, onderhoud of problemen, want omzwaaiingen konden daardoor nauwelijks nog gemaakt worden. Al zijn de drie vrijkomende velden eigenlijk meteen alweer vergeven. Een derde 220/110 kV-trafo voor Eemshaven West hangt al in de raming, en de andere twee velden zijn in optie genomen door Google om het immense datacenter nog verder uit te kunnen breiden. Met andere woorden, de ademruimte op 220 kV biedt maar kort een oplossing.

Wat er dan wel voor langere tijd helpt? Viermaal 380 kV. De nieuwe verbinding is uitgelegd op viermaal 380 kV 4 kA (2635 MVA), indien N-1 redundant bedreven biedt dit meer dan 7,5 GVA transportvermogen. Dat is een theoretische waarde, want op dit moment kan zo'n vermogen niet worden geproduceerd of worden aangevoerd in de Eemshaven en ook aan de zijde van Vierverlaten is de afvoer beperkt tot vier circuits van 953 MVA over twee verbindingen, waardoor met enige marges en redundantie kan worden gesteld dat er slechts de capaciteit van één zo'n 380 kV-circuit weg kan worden verstouwd over de afgaande 220 kV-lijnen. Samen met nog een paar honderd MVA op 110 kV geeft dat te denken waarom Tennet maar liefst zes 750 MVA koppeltrafo's laat aanrukken: het had ook met vier stuks gekund, zelfs in een belachelijk zwaar belastingscenario. Omgekeerd blijkt in de Eemshaven dat ook de noodlijn maar moeilijk kan worden gemist, want die was zeven jaar geleden ook niet voor niets neergezet. Er is wat wandelgangpraat over een permanentere vervanger, maar daar hangt nog een boel nevel omheen zogezegd.

Concluderend, ondanks de oplevering van tweemaal 2635 MVA op 380 kV en de ingebruikname voor de bühne op 07 juli zijn niet als bij toverslag de operationele congestieproblemen opgelost. Het is nog steeds een gebied waar netstrategen heel wat werk aan hebben, waar nog lang niet alles nu klaar is en wat ook een schaduw vooruit werpt op wat er de komende jaren nog in de wacht hangt qua kunst- en vliegwerk wanneer het vervolg tussen Vierverlaten en Ens zal worden aangelegd. En zo blijft het onverminderd spannend in Groningen.

Afbeeldingen: eind april, de semi-permanente noodlijn had kortdurend gezelschap van een tweede noodaansluiting waarop het eerste circuit naar Vierverlaten kortdurend om de bocht werd geleid. Onder: ook op Vierverlaten zijn we nog niet van de noodmasten af, het duurt nog een tijdje voordat de verbinding naar Bergum weer in originele staat is hersteld. 

24 April 2023 Tien jaar geleden hadden we hier bij HoogspanningsNet nooit gedacht dat we na het begin van het wintrack-era ook nog het einde ervan zouden meemaken. In de laatste jaren werd het steeds duidelijker en inmiddels is het medegedeeld door de persvoorlichting: Tennet stapt af van de wintrack als standaardkeuze voor nieuwe 380 kV-verbindingen. Vakwerkmasten worden weer de norm. 

Het is publiek geheim dat de meeste mensen achter HoogspanningsNet niet echt warm worden van wintracks. Bijna alle pylon geeks zien liever vakwerkmasten. De grappen en bijnamen voor de ranke witte palen gingen dan ook van kromtreks tot breinaalden. Je zou haast vergeten dat we nog steeds liever een wintrack zien dan een grondkabel. Ook vergeten we niet dat wintracks ook bijzondere dingen hebben gebracht in het net. Geen enkele koppelnetmast is in staat om zo'n extreem smalle corridor te bezetten. Omdat de mast dankzij twee gescheiden palen niet tussen de fasedraden in staat kunnen die uiterst dicht bij elkaar worden gehangen, terwijl het gemak van redundantie en veilig spanningsloos maken van een hele (halve) mast nog steeds mogelijk is. Dat bleek een troef: van alle buismasten die in de afgelopen tien jaar zijn geïntroduceerd hebben alleen Tennets wintracks en Energinets Eagle het geschopt tot een standaard die voorbij de status van een demoproject kwamen en dus werkelijk onderdeel werden van het gereedschap van de netbeheerder en het publieke net.

Toch zijn we er niet rouwig om dat Tennet met stille trom ervoor heeft gekozen om niet langer de wintrack als standaardkeuze te gebruiken. Van wintrack-tenzij gaan we weer naar vakwerk-tenzij. Het lijkt raar, want wintracks waren niet voor niets geïntroduceerd. Esthetiek, een smaller magneetveld en minder onderhoud, het waren grote speerpunten in de afgelopen vijftien jaar. Wat heeft Tennet dan toch doen besluiten om toch weer voor vakwerk te kiezen? 

Soms moet je een open deurtje (in een wintrack) inschoppen. Een wintrack ziet er minimalistisch uit, maar dat wil niet zeggen dat ie goedkoop is. Getallen variëren, maar het is veilig om aan te nemen dat een wintrackmastpositie minimaal tweeënhalf maal zo duur is als een vergelijkbare vakwerkmast. Wie betaalt dat? Tennet is in bezit van de Staat der Nederlanden en publiek geld uitgeven betekent controle van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Zij zullen een netbeheerder op de vingers tikken wanneer publiek geld niet doelmatig wordt geïnvesteerd. Daaronder valt ook het uitgeven van meer geld dan technisch nodig voor een nutsvoorziening. Nu zat Tennet al in een rare spagaat in die kwestie omdat wintracks een verplichte beleidskeuze waren. Toch moest Tennet zich hierin verantwoorden. Dat heeft een juridisch staartje gekregen. Afloop: bij ons onbekend.

Het fabriceren, transporteren en vooral het funderen van een wintrack is duurder dan een vakwerkmast van vergelijkbare afmetingen. Voor een wintrack moet een kuil worden gegraven, grondwaterbemaling worden toegepast, dan moet men heien, koppensnellen, wapening vlechten, een ankerkooi in beton gieten en dan de mast in twee delen (die verrassend genoeg meer wegen dan een vakwerkmast) op hun plek takelen. Een vakwerkmast vereist slechts het slaan van vier kokervormige heipalen waar poeren in worden vastgegoten. Een wintrack maken is een gespecialiseerde klus die voor de laatste generaties masten werd uitbesteed aan een Belgisch en een Deens bedrijf. Daarna moeten de masten op convoi exceptionnel. Voor vakwerkmasten, bestaande uit honderden losse onderdelen en hoekprofielen die in de industrie reeds gangbaar zijn, slechts metaalbedrijf met zaag- en boorstraat voldoende. Transport kan met normale vrachtwagens. Beste zak bouten en moeren erbij en je bent er al.

Het beklimmen van een wintrack voor onderhoud is ook een factor. Mensen zijn biologisch apen zonder staart en met wat extra hersens. Met onze grijpgrage handen en draaibare voeten kunnen we uitstekend in een stalen vakwerk klimmen en ons er vasthouden. Een gladde paal is onbeklimbaar, we hebben geen zuignappen of lamellenvingers. Er moet dus worden gewerkt met takel- en hijsbakken, speciale schoenen en met ander gereedschap. Of er moeten rijplaten naar de mast toe worden gelegd zodat een superhoogwerker kan worden opgesteld. Het idee is wel dat een wintrack minder onderhoud nodig heeft dan een vakwerkmast, maar áls het zover is zit je met de gebakken peren.

De smalle magneetveldcorridor blijft onovertroffen. Geen vakwerkmast kan daarin een wintrack evenaren. Maar wanneer dat ene laatste metertje er wat minder toe doet, zoals in een weidegebied, dan is een smaller ontwerp vakwerkmast zoals een ton- of drievlaksmast al gauw concurrerend. Bij viercircuitwintracks is het corridor-argument amper relevant, die zijn even breed als een vakwerklijn met vier circuits.

Het laatste argument dat nog (schuin) overeind stond was esthetiek. De ranke witte palen werden geacht soepeler in het landschap op te gaan dan vakwerkmasten. Papyruswit was een bewuste keuze van architectenbureau Zwarts & Jansma en de wintrack won er zelfs de Staalbrijs mee. Dat dat desondanks niet alles zegt blijkt uit de meningen op straat: de een vindt het een verbetering, een ander gaan de haren er recht van overeind staan. Feit is dat je niet door een wintrack heen kan kijken. Een vakwerkmast laat de omgeving net als de wind dwars door zich heen gaan. Wintracks buigen niet (eh.. nouja, ze buigen wel degelijk) en leggen hun identiteit dominant op. Op plekken waar bestaande vakwerklijnen worden gehandhaafd is een nieuwe lijn met wintracks ernaast een dominanter gezicht dan twee vakwerklijnen naast elkaar. In een aantal beraamde toekomstprojecten wordt dit ook het geval. Als de vakwerklijn er ook naast blijft staan is de veronderstelde meerwaarde van een esthetische mast verdwenen.

Alles optellend is Tennet geleidelijk tot de conclusie gekomen dat in nieuwe verbindingen vakwerk weer concurrerend is geworden met wintracks op vrijwel alle gebieden waar dit ertoe doet. Is dat het bekennen van een fout? Pylon geeks zouden natuurlijk graag ja zeggen ('Ik zei het toch?'), maar de waarheid is dus ingewikkelder. Praktische bevindingen, botte kosten en strategisch naar de toekomst kijken: dat is geen fout, dat is voortschrijdend inzicht in een veranderende wereld.

Omdat er in de komende tien jaar opnieuw netuitbreidingen nodig zijn moeten er reeds vandaag keuzes worden gemaakt. De mastkeuze is onderdeel van vergunningsaanvragen en MER-procedures. Netstrategen moeten altijd jaren vooruit denken en de keuze om nu in te zetten op een of meer zorgvuldig ontworpen vakwerkmastenfamilies zoals de Moldaumast is eentje die vandaag al gemaakt moest worden in Arnhem. Bestaande verbindingen met wintracks blijven gehandhaafd. Waar ze nu staan, daar blijven ze staan, maar nieuwe tracés met wintracks lijken geschiedenis. 

Afbeeldingen: Wintrack in de tweecircuit-vorm bij Zoetermeer: minimalistisch en rank, maar ook prijzig. Foto door Peter Schokkenbroek. Midden: zo minimalistisch is het opeens niet meer wanneer je de viercircuitversie neemt en er meer dan één tegelijk bekijkt: de gesloten kokers schermen het landschap af en zijn dominanter dan vakwerk. Foto door Bram Gaastra. Onder: in de huiscartoon van deze site zijn wintracks al jaren een dankbaar onderwerp. 

27 juli 2022 Het heeft ruim twee jaar geduurd, maar de laatste wintrack van de nieuwe 380 kV-verbinding tussen Eemshaven Oudeschip en Vierverlaten is vandaag op zijn plek gezet. Een mijlpaal in een groot project dat overigens nog verre van voltooid is.

De voorbije tijd is hier weinig nieuws gebracht. Een gevolg van beheer door vrijwilligers met atypische zomervakantietijden, wat corona-effecten en een kantelend bestaansrecht bij iemand van boerenafkomst. Intussen is de hoogspanningssector wel gewoon doorgedenderd met het realiseren van nieuwe projecten, want volle netten, laat staan een aansluitstop zoals in Brabant en Limburg, dat moeten we niet hebben. Om dat soort onwenselijkheden zoveel mogelijk te voorkomen zijn grote projecten nodig, zoals Noordwest-380. 

Even opfrissen, wat was Noordwest-380 ook alweer? Het is een nieuwe 380 kV-verbinding tussen Eemshaven Oudeschip, Vierverlaten en Ens, beraamd om een ring te sluiten in noordelijk Nederland en om een bestaande 220 kV-verbinding op grofweg hetzelfde tracé dwars door Friesland te vervangen. Het oorspronkelijke plan voor een 380 kV-verbinding met viermaal 4 kA (2635 MVA) van Oudeschip tot Ens bleek ietsje te megalomaan, zo bleek in 2014. Toen werd een groot deel van het project afgeblazen, keurig verwoord als 'een pas op de plaats'. Het beraamde lijndeel tussen Vierverlaten en Ens werd tot nader order geschrapt. Inmiddels lijkt men de procedures opnieuw te starten, maar voordat die verbinding er staat zijn we wel bij 2030 aangekomen, zoals het recentste Investeringsplan fijntjes doch pijnlijk vertelt. De werken aan het deel dat in 2014 niet werd afgezegd gingen wel verder. Tussen Oudeschip en Vierverlaten ving de bouw aan van de zware verbinding en inmiddels is vandaag de laatste mastpositie geplaatst. 

Tussen de Eemshaven en Vierverlaten stond al een flinke viercircuit 220 kV-verbinding met tweevlaksmasten, met viermaal 884 MVA ingehangen capaciteit ook zeker geen doetje. In de praktijk kon om verschillende redenen maar een deel van die capaciteit worden benut, waarschijnlijk vanwege problemen met impedantieverschillen en doortransport omdat niet alle circuits hetzelfde begin- en eindpunt hadden. Eén van de vier circuits hangt er daardoor al jaren spanningsloos bij zodat de maximale capaciteit van de verbinding eerder rond tweemaal 884 MVA uitkwam dan rond driemaal, zoals bij N-1 veilig bedrijf maximaal had gekund met vier circuits.

De nieuwe 380 kV-verbinding is aanzienlijk zwaarder. Hij is geschikt voor vier circuits van 2635 MVA (4 kA). Wanneer hij N-1 veilig bedreven wordt, kan zo'n lijn ideaal gesproken ruim 7,5 GW vermogen verzetten. Voorlopig een papieren tijger, want in eerste instantie worden er maar twee circuits daadwerkelijk voor 380 kV benut zodat de verbinding N-1 veilig 'slechts' 2635 MVA aan kan. Dat lijkt vrij dicht in de buurt te liggen van de huidige driemaal 884 MVA op 220 kV. Als dat er al staat, waarom dan al die vervangingsdrukte? Toekomstvastheid is ook nu het antwoord. Op dit moment is er simpelweg niet meer mogelijk dan 2635 MVA capaciteit, omdat op station Vierverlaten de afvoercapaciteit verder het land in slechts bestaat uit twee bestaande 220 kV-verbindingen die samen bij veilig bedrijf niet verder komen dan maximaal 2000 MVA. Het eigenverbruik dan wel opwek achter Vierverlaten vanuit 110 kV en 20 kV, gekoppeld met 220 kV, bedraagt slechts een paar honderd MVA zodat het vrij zinloos is om nu al de volle 7,5 GW capaciteit voor driekwart dood te laten lopen in de woestijn op de Gronings-Drentse grens.

Daarom is besloten om tot nader order twee van de circuits op 110 kV in dienst te nemen en ze voorlopig een rol te geven in het plaatselijke 110 kV-transportnet in Groningen. Zo kan er alsnog nuttig gebruik van worden gemaakt in de jaren die liggen tussen het nu en het gereedkomen van het uiteindelijke lijnvervolg tussen Vierverlaten en Ens. Maar vermogen dat op 380 kV in Vierverlaten binnenloopt moet tot die tijd, en dat kan gerust acht jaar zijn, wel worden omgezet in 220 kV om het bestaande net in te kunnen. En met zulke vermogens heb je veel transformatorcapaciteit voor nodig. Welkom op Vierverlaten, qua trafocapaciteit plotseling het zwaarste station van het hele land, met vijfmaal 750 MVA 380/220 kV koppelvermogen. Uiteindelijk zelfs zesmaal, maar de laatste trafo staat op het tijdelijke station Hogeland wat bij te klussen zodat er op Robbenplaat schakelruimte is om dingen te verbouwen.

Nu de laatste mast is geplaatst is het niet zo dat de verbinding volgende week klaar is. Er moeten nog vele kilometers geleiders (draden) worden ingetrokken. Constructeur Spie is daar nog wel even druk mee. Voor wie dus nog een blik wil werpen op de indrukwekkende klus die de bouw van een dergelijke lijn is, je bent nog niet te laat. De masten staan er dan wel. maar het bedraden, aansluiten, testen en verwijderen van de bouwwegen (en het afbreken van de 220 kV-lijn) zullen nog geruime tijd voor reuring zorgen in het Groningerland.

Afbeeldingen: De laatste mastpositie is op 27 juli in elkaar getakeld door Mammoet en BAM, foto ter plekke gemaakt door Bram Gaastra (Spie) en gedeeld met toestemming. Onder: de bestaande 220 kV-verbinding met vakwerkmasten en zijn opvolger met wintracks. Nu staan ze nog gebroederlijk naast elkaar, maar de vakwerklijn zal worden afgebroken. 

22 augustus 2021 Na drie zomers met hitte en droogte hebben we dit jaar weer een oude vertrouwde takkeweerzomer netkaartweerzomer. Nu we soms letterlijk terugdruppelen van vakantie wordt het tijd om eens te kijken wat we gemist hebben in de afgelopen anderhalve maand. Laten we eens een vlotte blik werpen op netprojecten die deze zomer ondanks regen en corona gewoon doorliepen en die momenteel de grote blikvangers zijn.

In Nederland is ook in de zomer verder gewerkt aan twee in het oog springende netverzwaringen, diagonaal in twee uithoeken van het land. In Groningen begint de nieuwe 380 kV-lijn Oudeschip – Vierverlaten steeds meer vorm te krijgen. Voor dit project hebben we een soort correspondent in de vorm van Bram Gaastra, die in de buurt woont en zo nu en dan de populatie pylon geeks op ons forum voorzien van een verse vorderingsrapportage. Langzaam maar zeker verschijnen steeds meer wintracks. Dat gaat niet helemaal zonder controverse, zoals we kunnen lezen in een recent artikel in het Dagblad van het Noorden (helaas niet zomaar in te zien voor wie 'm niet op papier heeft) en ook de oude vakwerklijn ziet het met lede ogen aan. Die zal nog een paar jaar blijven bestaan totdat de nieuwe verbinding helemaal is opgeleverd. Trafostation Vierverlaten, een van de eindpunten, is ook bezig met een transformatie naar 380/220 kV koppelstation. Met vijfmaal 750 MVA koppelvermogen wordt het het zwaarste koppelstation in zijn soort van het hele land. Deze zomer zijn alvast vier trafo's aangevoerd en met enige trots heeft Tennet daar een persmomentje van gemaakt. De verbinding en het station worden beiden beraamd eind 2023 te worden opgeleverd.

In Zeeland verschijnen intussen ook wintracks. De netverzwaring Zuidwest-380 West is complexer dan zijn evenknie in Groningen, want in Zeeland blijft de bestaande vakwerkverbinding gedeeltelijk staan en zal de nieuwe verbinding niet over het hele tracé dezelfde aanblik bieden. Viermaal 380 tot aan Willem Anna Polder, maar daarna stappen er opeens twee 380 kV-circuits uit om verder te gaan op de reeds bestaande donau-vakwerkmasten. Hun plek in de wintracks wordt ingenomen door twee 150 kV-circuits, die op hun beurt bovengronds meeliften tot Rilland. Daardoor kan de bestaande 150 kV vakwerkverbinding verdwijnen. Men kan zich afvragen of het niet logischer was om de nieuwe 380 kV-lijn over zijn volle lengte van viermaal 380 te voorzien, de oude 380 kV vakwerklijn af te breken en de 150 kV te handhaven of te verkabelen, maar vanuit het oogpunt van pylon geeks is juist deze omslachtige aanpak leuker. Het maakt het project interessanter dankzij een ingewikkelde verknoping bij Willem Anna Polder, een unieke 380/150 kV waterkruising met vakwerkmasten in de wintracklijn, een eh.. apart gezicht van wintracks pal naast vakwerk tussen Kruiningen en Rilland. In het eindresultaat blijven van elk mastontwerp lijndelen bewaard. 

Ondertussen, in Kerkdorp… Niet alles liep deze zomer door, laten we eerlijk zijn. De karkassen van de gesneuvelde 150 kV driecircuit-deltamasten (downburst 18 juni, zie een paar nieuwsberichten verderop) lijken nog steeds niet te zijn opgeruimd. Op de satellietfoto's is wel te zien dat in een grillig tracé een werkweg is aangelegd en de draden zijn wel opgeruimd, maar wanneer de karkassen verdwijnen of wanneer de herbouw aanvangt is ook bij HoogspanningsNet niet bekend. Wat we wel weten is dat er inmiddels twijfels zijn over of het tot een noodlijn zal komen. Via twee ad-hoc aanpassingen in de circuits bij Apeldoorn en bij Dronten is de redundantie op deze beide plekken provisorisch hersteld, zodat we nu eigenlijk te maken hebben met twee steeklijnen. Dat betekent dat de N-1 voor ieder station weer geldt en dat er dus niet direct meer noodzaak lijkt voor een noodlijn die de ring sluit. De twee koppeltrafo's op Lelystad kunnen nog steeds de bulk van hun vermogen kwijt op de andere verbinding, gebouwd met identieke PGEM-deltamasten voor driemaal 416 MVA, die via Harderwijk en via Utrecht uiteindelijk Dodewaard alsnog bereiken. Geen ideale situatie, maar wellicht voldoende om het zonder noodlijn te kunnen rooien totdat de gesneuvelde masten bij Kerkdorp hersteld zijn. Overigens zal ook dat geen gemakkelijke weg zijn omdat de masten niet precies kunnen worden herbouwd volgens hun originele ontwerp. Hoe dat zit is voer voor een nieuw artikel dit najaar.

In België wordt nog steeds gewerkt aan de netverzwaring tussen Van Eyck en Meerhout. De verbinding krijgt het felbegeerde tweede draadstel en het bestaande draadstel wordt verzwaard. Vanaf eind 2022 zal de verbinding een kleine 2500 MVA redundant het hoofd kunnen bieden, een drievoud (of redundant: ruim anderhalf keer) van wat deze vandaag kan. Maar voor het zover is zijn er wel aanpassingen aan sommige masten nodig. De verbinding met zijn on-Belgisch mastontwerp staat voorlopig in de steigers. Bij het aanbrengen van nieuwe draden hoort het uitrollen van gidslijnen (nylon touwen). Het is vrij gebruikelijk dat men dat doet met een helikopter. Dat scheelt over de grond slepende draden, gedoe met bomen en het neerzetten van allerhande jukken. Hoogspanning en helikopters staan op gespannen voet met elkaar (sorry, hij was te mooi), maar aan het einde van de dag is het vaker een goede samenwerking dan een probleem. Hoogspanning in de bergen kan niet zonder helikopters voor aanleg en onderhoud. Maar ook in het vlakke land scheelt het door talloze tuinen en weides banjeren als je de draden hoog over alles heen rechtstreeks van mast naar mast kan vliegen. 

Naast deze vier dingen zijn er nog tientallen andere projecten gaande, van kleine verkabelingen tot mega-operaties in de planfase zoals Zuidwest-380 Oost en Boucle du Hainaut. We klimmen de vakantie uit en pakken de draad weer op. Eén ding is zeker, we hoeven ons de komende tijd niet te vervelen in hoogspanningsland. Al hopen we wel op wat beter weer voor veldwerk, want met zoveel wolken mislukken zelfs de satellietfoto's…

Afbeelding: aanblik van wintracks in aanbouw in het project Noordwest-380. Bonkig of rank, modern of kitsch, onzin of onmisbaar, we laten het vandaag maar even aan de lezer over. Onder: om redundantie (N-1) te waarborgen voor de stations Dronten en Apeldoorn Zuidbroek zijn er twee doorverbindingen gemaakt in de beide uiteinden van de gesneuvelde lijn driecircuit-delta's, zodat er nu als het ware twee redundante steeklijnen zijn overgebleven. Forumlid BasH legde zo'n noodverbinding vast, hier het exemplaar bij Dronten. 

03 april 2021 Nog altijd geldt, blijf thuis als je er niet per sé uit hoeft. Het gevolg na de coronawinter is een gebrek aan veldwerk en een schraal gevuld nieuwsoverzicht. Maar ondertussen gebeurt er alsnog van alles, dus we moeten nodig weer eens om ons heen kijken. Vandaag: Zeeland, waar twee grote vakwerkmasten verrijzen voor een nieuwe waterkruising.

Er wordt altijd wel gewerkt aan het net, maar meestal betreft dat relatief kleine of plaatselijke operaties zoals vervanging van de isolators in de Kattenberglijn (momenteel bezig) of het verbouwen van een aantal onderstations. Grote projecten, daarvan zijn er in Nederland op het vasteland momenteel een handvol. Eentje is het project Zuidwest-380 West: een nieuwe hoogspanningslijn tussen Borssele en Rilland, ter versterking van de bestaande 380 kV-lijn die op zijn tenen loopt. Een spraakmakend project, niet in het minst vanwege de keuze voor wintracks die gedeeltelijk pal naast de bestaande vakwerklijn komen te staan. Maar stiekem ook vanwege de nieuwe overkruising van het Kanaal door Zuid Beveland. Want wat zien we daar gebouwd worden?

Hmm… Dat lijkt voor een wintrack verdacht veel op een grote zware vakwerkmast, als we ons niet vergissen

Wie er even in duikt (daarvoor zit je op HoogspanningsNet) kan vinden dat het Kanaal door Zuid Beveland actief wordt gebruikt door vrij grote boten. Dat betekent behoefte aan een grote vrije doorvaarthoogte en dus ook extra hoog opgehangen draden. Wanneer allerlei andere zaken, zoals een acceptabele zeeg en stijghoek in acht worden genomen, blijkt dat de benodigde masthoogte ongeveer honderd meter is om dit voor elkaar te krijgen. Dat bleek in windgebied I (de kuststrook) een beetje teveel van het goede. Zodoende bleven twee opties over: twee opstijgpunten met een grondkabel onder het kanaal door, of een bovengrondse kruising met twee vakwerkmasten, die op die plek wel kunnen wat wintracks niet lukt.

Reeds in 2018 waren er al wat plannen boven komen dobberen voor vakwerkmasten op deze plek: er is een rapport voorhanden waarin een sterkteberekening staat voor precies dit mastontwerp. Maar vanwege de kabelaanleg onder het Noordzeekanaal en het bevreemdende uiterlijk van twee vakwerkmasten in een lijn met wintracks waren we er bij HoogspanningsNet vanuit gegaan dat het uiteindelijk wel zou stranden en er een kabelkruising zou komen.

Te snel gedacht, zo bleek. De kabelkruising van het Noordzeekanaal bleek al snel na zijn inbedrijfname problemen te hebben en inmiddels is het een klein hoofdpijndossier geworden. Of dat een doorslaggevende rol heeft gespeeld in de keuze voor een bovengrondse kruising is ons niet bekend, maar toen op de satellietfoto's vorig jaar de eerste sporen van twee bouwplaatsen verschenen wisten we wel hoe de klokgetallen erbij stonden: ook wij kunnen nog verrast worden. Twee 98,5 meter hoge kruisingsmasten zouden verrijzen, geschikt voor tweemaal 380 kV en tweemaal 150 kV. Een combilijn die een echt grote waterkruising maakt is een primeur in Nederland en een mooie opsteker voor vakwerkliefhebbers.

Ondanks deze lange neus richting wintracks is Tennet alsnog trots op de nieuwe masten. Op hun Twitteraccount is er gisteren aandacht besteed aan in elkaar takelen, afgelopen week bij goed weer en met een drone gefotografeerd. Tegen zulk beeldmateriaal kunnen wij niet op, maar gelukkig bleek een Zeeuwse kennis van iemand van het siteteam vandaag in de buurt te zijn van dit stukje vakwerk. Het zal nog geruime tijd duren voordat de twee aansluitende mastvakken met wintracks zullen zijn aangelegd en het project Zuidwest-380 West zal nog een aantal andere interessante gedeelten bevatten, zoals de overstap bij Willem Anna Polder en de passage van Heinkenszand. De komende paar jaar is Zeeland meer dan grappen over Duitse toeristen of mosselen, het is ook het land van de aanleg van een nieuwe verbinding vol aparte subgedeelten.

Afbeeldingen: foto van de gloednieuwe oostelijke kruisingsmast voor de Kanaal door Zuid-Bevelandkruising, met dank aan C. Vreugdenhil tijdens een dagje wandelen. Onder: schermafdruk uit de Tennet Projectatlas (met het hele tracé als animatie) waarop de eindsituatie te zien is: de configuratie van de wintracks (380 binnen, 150 buiten) wordt ook in de vakwerkmasten gehandhaafd.