HoogspanningsNet - alles over hoogspanning op het het

Hoogspanningstechniek

Hoogspanning en gezondheid?

Antwoord op alle vragen vind je bij het RIVM (NL) of het Departement Leefomgeving (B).

HoogspanningsNet behandelt dit thema met opzet niet zelf. (Waarom niet?)

Geknetter en gebrom?

Geen zorgen, dat is normaal.

Joulz

23 april 2018 Over het algemeen is Tennet behoorlijk vooruitstrevend in het adopteren van nieuwe ontwikkelingen. Maar in één ding is Nederland rijkelijk laat: hot-line work, het werken aan hoogspanningsverbindingen die op dat moment in volledig bedrijf zijn. Inmiddels ontkomt ook Nederland er niet meer aan: vandaag is Tennet in Dedemsvaart gestart met de eerste keer hot-line work in eigen land.

Hot-line work in actie, foto door Johan SwankHot-line work, ook wel bekend als energized working, is het verrichten van werkzaamheden aan een hoogspanningscircuit die op dat moment vol in bedrijf is. Dat klinkt als een recept voor monteurs om in recordtijd in barbecue te veranderen, maar met de juiste maatregelen is het verbazend goed te doen. In het buitenland is hot-line work vrij gangbaar en het levert af en toe spectaculaire filmpjes op (met name als men het bij hele zware lijnen doet vanuit helikopters), maar in Nederland gebeurde dit soort werk eigenlijk alleen bij losse gevallen zoals reconstructies en niet in het kader van regulier onderhoud. Het was zelfs wettelijk verboden.

Hard nodig was het ook niet, en eigenlijk was dat een triomf voor het Nederlandse bovengrondse hoogspanningsnet. Omdat bijna alle stations redundant in het net hangen en bijna alle verbindingen zelf ook redundant zijn, kan de stroom altijd via meerdere wegen alle plekken bereiken. Het is dan betrekkelijk eenvoudig om gewoon een circuit af te schakelen bij onderhoud. Het scheelt een boel veiligheidsmaatregelen en het net zelf is ook nog eens storingsbestendiger. Maar niet altijd is er het comfort van redundantie. Er kunnen ook andere problemen zijn. Ranke buismasten laten zich bijvoorbeeld erg moeilijk beklimmen en de draden hangen bij smalle modellen zo dicht bij de toren dat het onveilig is om een circuit aan één zijde van de mast in dienst te houden terwijl men aan de andere zijde schildert. En als de hoogspanningslijn ook nog eens een steeklijn is, dan zitten we met een probleem.

Precies dat is het geval bij de verbinding naar Dedemsvaart. Het station zit op een steeklijn en de ranke buismasten voor 110 kV moeten nodig weer geschilderd worden. Maar ze ddragen de draden zo dichtbij de toren dat afschakeling van één circuit niet voldoende veiligheid oplevert. Een tijdelijke noodlijn met omleiding neerzetten is een paardenmiddel. Vandaar dat Tennet in samenwerking met Joulz een ontheffing bij de overheid heeft aangevraagd om voor het eerst in Nederland hot-line work te mogen toepassen voor regulier onderhoud. Deze toestemming werd (in eerste instantie eenmalig) verleend en er werd expertise opgedaan bij de collega's van het Franse RTE, die al langer hot-line work doet. Vandaag, op 23 april, werd met een bescheiden persmoment (beelden RTV Oost) de eerste mast onder handen genomen.

Hoe dat precies in zijn werk gaat? Niet met Niet met helikopters helaas, maar met twee hijskranen en een geïsoleerde hoogwerker heb je ook een leuke operatie. Op de website energizedworking.nl (eigenlijk vooral bedoeld voor de pers) kan je een bescheiden demonstratiefilmpje vinden. Beeld van de echte klus ontbreekt (nu) nog, want vandaag was de eerste dag van de hele operatie. De komende weken zullen er meer masten onder handen worden genomen en vanaf openbaar terrein moet de operatie goed te volgen zijn met een verrekijker.

Afbeeldingen: Foto door Johan Swank van het werk in actie. Bewegend materiaal is hier op youtube te bekijken, waarin de operatie wordt uitgelegd door Tennet en Joulz, samen met beelden van de Franse ploeg en de verrichtingen van de werkzaamheden. Men moet nog meer masten doen, dus de komende maand blijft er wat te zien.

19 december 2014 ∙ Gisteren is de nieuwe 150 kV-verbinding tussen Geervliet en Middelharnis in gebruik genomen, waardoor Goeree-Overflakkee niet langer meer letterlijk een groot 50 kV-eiland is. Maar ook in Apeldoorn, naar Boxtel en bij de Westermeerdijk is het deze maanden raak. En zelfs tussen Noorwegen en de Duitse concessie van Tennet kan het beginnen. 

Oftewel, het is weer grondkabeltijd in het gebied van Tennet. Meestal zijn de traditionele mastengekken niet zo weg van grondkabels, maar wanneer er geen luchtlijn hoeft te worden opgeofferd is er geen probleem. En dat is bijna het geval, want alleen in Apeldoorn betreft het verkabeling van twee oude luchtlijnen die over een nieuwere woonwijk liepen. De nieuwe kabels naar Boxtel (komst van een datacenter), Westermeerdijk en Middelharnis (beiden ontsluiting van meer windvermogen) hebben geen gevolgen voor het bestaande bovengrondse net.

Vooral de kabel naar Middelharnis heeft interessante eigenschappen. Om vanaf Geervliet naar Middelharnis te komen, moest het Haringvliet worden overgestoken. Normaal gesproken doet men dat door een sleuf te baggeren en de kabels daarin te laten zakken, waarna de sleuf weer wordt dichtgemaakt. Maar bij deze kabels koos constructeur Joulz voor een gestuurde boring. Deze techniek, ook wel HDD genoemd, komt oorspronkelijk uit de olie-industrie en het heeft zich het laatste decennium goed bewezen in de kabelindustrie – maar een boring van twee keer 2,5 kilometer aan één stuk was nog niet eerder uitgeprobeerd in het hoogspanningsnet. Niet in Europa, en waarschijnlijk zelfs nog nooit eerder op de wereld. Naast de Delftkabel en de NorNedkabel heeft Nederland er dus een derde primeur bij gekregen op grondkabelgebied.

En nu de NorNedkabel toch ter sprake is gebracht, eveneens afgelopen week maakte Tennet bekend dat er min of meer groen licht is gegeven voor de aanleg van NordLink, een tweede NorNed-kabel. Die 1400 MVA zware interconnector had eerst naar Nederland zullen lopen, maar veranderde netstrategische inzichten zorgden ervoor dat deze nu naar Duitsland wordt aangelegd. Omdat het in de Noorse bergen bijna onmogelijk is om grondkabels te leggen, zal de NordLinkverbinding vanaf Tonstad naar Vollesfjord als HVDC-luchtlijn worden uitgevoerd. 

Afbeelding: de nieuwe grondkabels naar Middelharnis, Boxtel en Apeldoorn. Op de volgende release van de netkaart (ergens in de tweede week van volgend jaar beraamd) zullen ze allemaal ingetekend staan.

21 juni 2014 ∙ Het samengaan van een netbeheerder en een infrabedrijf: dat lijkt op het eerste gezicht een logische keuze. Toch zal het samengaan van Stedin en Joulz voor de meesten als een verrassing komen.

Iedereen die een beetje bekend is in Hoogspanningsland (of nou ja, in de wereld van energietransport in het algemeen) zal de namen van Stedin en Joulz kennen. Stedin is de netbeheerder van het midden- en laagspanningsnet en het gasnet in een concessiegebied dat ruwweg overeenkomt met het grootste deel van de provincies Utrecht en Zuid-Holland. Joulz is een bedrijf dat geen netten beheert, maar wel gespecialiseerd is in de aanleg van energie-infrastructuren, waaronder ook elektriciteitskabels en trafostations.

ConcessiegebiedenWat veel minder mensen weten is dat beide bedrijven niet volledig zelfstandig waren: allebei zijn deel van de Eneco Groep. Eneco? Dat is toch een energiebedrijf en geen netbeheerder? Hoe kan het dan dat die ook ná de WON/Splitsingswet van 2004 via Stedin zelf een net bezitten?
Het verschil zit hem in de schaal. Van netbeheerders op landelijk niveau (Gasunie, Tennet, Elia) zijn we sinds de WON/Splitsingswet van 2004 gewend dat zij staatsbedrijven zijn die zonder winstoogmerk op neutrale wijze het net dienen te beheren. Maar voor regionale en lokale netten is dat anders: deze netten zijn eigendom van commerciële bedrijven die allemaal een eigen concessie bezitten en die daarbinnen min of meer mogen doen en laten wat ze willen.

Eneco bezit zowel Stedin als Joulz. Het samengaan van die twee is dan ook niets anders dan een puuur commerciële overweging. Er wordt kostenefficiëntie en het vermijden van dubbel werk beoogd.
Via Joulz (landelijk actief) kan Stedin nu stiekem zijn vleugels verder uitslaan in de Nederlandse wereld van netbeheer. In dat licht bezien is het dan ook een slimme keuze om gezamenlijk de naam Stedin te gaan behouden en de naam Joulz alleen nog voor hoogspanningszaken (110 kV en hoger) te blijven gebruiken.

Lees meer op de site van Stedin en op die van Joulz

Afbeeldingen: Stedin is de beheerder van het elektrisch midden- en laagspanningsnet in globaal Utrecht en Zuid-Holland. Joulz legt tegenwoordig landelijk grondkabels, trafostations en andere vermogensinstallaties aan. Dat gaan ze nu samen doen, waardoor Stedin stiekem een poot aan de grond krijgt in andere concessiegebieden.