HoogspanningsNet - alles over hoogspanning op het het

Hoogspanningstechniek

Hoogspanning en gezondheid?

Antwoord op alle vragen vind je bij het RIVM (NL) of het Departement Leefomgeving (B).

HoogspanningsNet behandelt dit thema met opzet niet zelf. (Waarom niet?)

Geknetter en gebrom?

Geen zorgen, dat is normaal.

converter

09 november 2018 Vandaag kwam trots in het nieuws dat het Nederlandse energienet nu ook is verbonden met het Deense net via de COBRA-cable. Dat klopt, althans in de galvanische zin van het woord. Maar niet te vroeg feestvieren, eerst moeten de converters nog af.

Demonstratiemodellen DC-kabel NEMOIn het Europa van nu verbinden landen hun elektriciteitsnetten steeds meer met elkaar. Op die manier kan elektriciteit de grenzen over reizen waardoor internationaal in energie kan worden gehandeld en er efficiënter gebruik kan worden gemaakt van hernieuwbare energiebronnen. Een zee oversteken was vroeger niet eenvoudig omdat wisselstroom maar moeilijk onder water door wil. Gelijkstroom heeft daar minder moeite mee en sinds HVDC met vermogenselektronica technisch volwassen is geworden is de zee niet langer meer een barrière. In Europa liggen dan ook al enkele tientallen zware elektriciteitskabels over de zeebodem.

De COBRA-Cable past in een serie van soortgelijke interconnectors tussen verschillende landen rond de Noord- en de Oostzee. Sinds tien jaar is er de NorNed-kabel dus tussen Feda (Noorwegen) en de Eemshaven ligt. De COBRA-cable krijgt dezelfde capaciteit van 700 MW. Eenmaal in dienst is hij handig om vermogen uit te wisselen tussen Nederland en Denemarken. Bij een overschot aan windenergie kan er zuidwaarts worden getransporteerd, maar bij wind drought (een nette term voor dagenlang windstil weer in grote delen van west Europa) zal het andersom zijn en kan juist stroom naar het noorden worden getransporteerd. COBRA is een acroniem van COpenhagen BRussels Amsterdam, zodat in de naam van de kabel zijn functie al besloten ligt. 

Maar ook al ligt de kabel er nu, hij kan niet zomaar worden aangesloten op het stroomnet. Op de beide uiteinden van de kabel zijn zogeheten converterstations nodig, om de wisselstroom waarmee het elektriciteitsnet werkt in de gelijkstroom om te zetten waar de kabel mee werkt. Bij de COBRA-cable staan die in Endrup en de Eemshaven. Deze stations zijn vandaag allebei nog niet af, zodat het nog een poosje duurt voordat de kabel in dienst kan (of in jargon: aan de markt wordt vrijgegeven). Eigenlijk roept het Nederlandse nieuws dus iets te vroeg. De verwachting is dat ergens midden volgend jaar de eerste elektriciteit door de kabel zal stromen, zodat hij dan pas echt 'klaar' is. Nog heel even geduld dus. Of zoals ze het bij de andere converter zeggen, vent en øjeblik mere, takk! 

Afbeelding: demonstratiemodellen van DC-grondkabels. Deze exemplaren waren te zien tijdens een open dag van Elia op de Nemo-converter in België, maar voor de COBRA-cable is het beeld vergelijkbaar. Een foto van een converter hebben we niet, vaak is het verboden om foto's van zo'n installatie te nemen.

10 juni 2016 ∙ Men kan van alles zeggen van de berg, maar niet dat ze visieloos zijn. Wintracks, het onder de grond stoppen van 2635 MVA op 380 kV en het starten van een project met een supergeleidende grondkabel in het 110 kV-gebied zijn allemaal projecten met lef. Maar het kan nog gekker: wat dacht je van een opgespoten convertereiland middenin de Noordzee?

Offshore windparken produceren vermogen dat naar land moet worden versleept. Dat gaat niet met wisselstroom, want wisselstroom onder water houdt het slechts ongeveer honderd kilometer vol voordat allerlei hinderposten zoals capacitief gedrag van de kabel ervoor zorgen dat het energieverlies onderweg onacceptabel wordt. Gelijkstroom heeft daar geen last van, zodat het mogelijk is om grote windparken ver uit de kust te zetten. Duitsland is daar al ver mee. In het Duitse deel van de concessie van Tennet staan de nodige offshore converters: platforms waarop de windparken worden aangesloten als een soort stekkerdoos, waarna het vermogen in de vorm van gelijkstroom naar land wordt getransporteerd.

Maar die Duitse platforms zoals DolWin, BorWin Alpha en Beta en SylWin staan telkens op stalen poten en ze kunnen per stuk meestal niet meer dan een gigawatt vermogen aan. Dat is niet genoeg voor wat er in de toekomst wordt verwacht: misschien wel tientallen gigawatts aan windvermogen in de Noordzee. Het net op zee zou dan alsnog in een kabelspaghetti veranderen. Er moet kortom een nieuwe slag worden gemaakt.

Beter goed gejat dan slecht bedacht is te extreem gesteld, maar het moet gezegd worden dat Tennet even bij de buren in België heet gekeken en het plan van Elia wat heeft opgepompt. Waarom zou je de converters op stalen poten zetten als het ook op een opgespoten eiland kan? Je hebt dan meer ruimte, zit niet vast aan grenzen door omvang en gewicht en je kan eenvoudig uitbreiden.

Dat vormde de basis voor een toekomstvisie waarin een kunstmatig eiland op de Doggersbank, in de uiterste punt van het Nederlands territoriaal water, een functie zou kunnen vervullen als een spin in het web van een toekomstig multinationaal elektriciteitsnet op de Noordzee. Het eiland zou verschillende clusters windparken moeten kunnen faciliteren en verbindingen naar uiteindelijk alle landen rondom de Noordzee moeten hebben.

Natuurlijk, een visie is een visie. Netbeheerders hebben die wel vaker. Maar aan deze visie is één ding dat opvalt: het moment waarop deze wordt gepresenteerd. Juist deze weken worden in Europa getekend door het Britse referendum over de Brexit. Dit eilandplan laat met enige bombarie zien dat Europese landen rondom de Noordzee elkaar nodig hebben als het gaat om toekomstige energiestrategie. Het moment om dit plan te presenteren lijkt daardoor niet geheel toevallig, zo hebben wij bij HoogspanningsNet het gevoel.

Of het eiland er komt? Dat weten we pas tussen 2030 en 2050. 
Lees het persbericht op de site van Tennet voor meer details.

Afbeeldingen: boven een impressie zoals Tennet zich het eilandplan voorstelt. De omvang van het convertereiland zou ongeveer 6 km2 moeten worden en er moet meer dan 10 GW convertercapaciteit op kunnen staan. Onder: een deel van de huidige situatie in het Duitse Noordzeenet. We zien meerdere windparken en een aantal converters op stalen poten.

20 juli 2013 ∙ Na een jarenlange discussie tussen de netbeheerder, de overheid en de belangenorganisatie Achterhoek 380 kV Ondergronds is eerdaags het definitieve besluit gevallen over de nieuwe hoogspanningslijn Doetinchem-Wesel 380 kV. Op 23 mei kwam het onderzoeksrapport van Tractebel uit en inmiddels is het ministerie klaar met nadenken. HVDC wordt niet langer als een te overwegen alternatief gezien. Doetinchem-Wesel 380 kV zal definitief als 380 kV AC-luchtlijn worden aangelegd. 

Combiwintracks bij Delft - Ole NielsenDat is een zure appel voor de belangenorganisatie, waarbij HoogspanningsNet het niet ongenoemd wil laten dat hun ijver in de vorm van een lijvig rapport ervoor gezorgd heeft dat er überhaupt een onderzoek van Tractebel kwam, hetgeen geen slechte prestatie is. Maar voor pylon geeks en andere liefhebbers van bovengrondse hoogspanning klinkt dit besluit in deze tijden van verkabeling als een opsteker. Echter, pylon geeks doen er goed aan om niet meteen de vlag op te steken, want er zit een grote boa constrictor onder het gras van dit besluit.

Omdat Doetinchem-Wesel 380 bovengronds zal worden aangelegd treedt het Uitruilbeginsel in werking. Voor dit project betekent dit dat voor iedere nieuwe kilometer 380 kV-lijn er ook een kilometer andere bovengrondse hoogspanningslijn zal moeten sneuvelen. Dat gaat gebeuren in de vorm van gedeeltelijke afbraak van de 150 kV-verbindingen Dodewaard-Doetinchem en Doetinchem-Ulft.

Shall we Dance? van Floris SchoonderbeekNederlands enige twee tonmasten die voorbereid waren op verkabeling maar die uiteindelijk stand hielden als luchtlijn zullen alsnog sneuvelen. Ook het kunstwerk Shall we Dance? van Floris Schoonderbeek zal alleen komen te staan, met niemand om nog ten dans te vragen. En ook het roemruchte, herstelde lijndeel van Doetinchem-Ulft dat in 2010 bezweek tijdens de Downburst van Vethuizen zal het veld moeten ruimen. Wat we daarvoor terug krijgen is een straat combinatiewintracks waarin 380 kV en 150 kV samen wordt ingehangen. En op de voorpagina van HoogspanningsNet mogen we gerust hardop zeggen dat zelfs onder de pylon geeksde liefhebbers van deze combinatiewintracks bijzonder dun gezaaid zijn…

Kortom, we zitten als pylon geeks in een irritante spagaat: een nieuwe bovengrondse lijn klinkt fijn, maar de offers die daarvoor in het mastenlandschap moeten worden gebracht zijn groot. Daarom valt het te bezien of we werkelijk blij moeten zijn met het besluit van het ministerie. Het uitruilbeginsel heeft bizarre gevolgen. Want voor één keer staan pylon geeks en belangenverenigingen daardoor wellicht zij aan zij.

Foto's: combinatiewintracks zoals ze gebruikt gaan worden in Doetinchem-Wesel 380 kV zijn heden ten dage al te vinden ten zuiden van Delft, hier vastgelegd door Ole Nielsen. Onder: Shall we dance? van Floris Schoonderbeek. Dit kunstwerk zal na de verkabeling van de tonmastenlijn naar Ulft als een soort Remy blijven staan, met geen enkele andere hoogspanningsmast meer om nog mee te dansen.