HoogspanningsNet - alles over hoogspanning op het het

Hoogspanningstechniek

Hoogspanning en gezondheid?

Antwoord op alle vragen vind je bij het RIVM (NL) of het Departement Leefomgeving (B).

HoogspanningsNet behandelt dit thema met opzet niet zelf. (Waarom niet?)

Geknetter en gebrom?

Geen zorgen, dat is normaal.

COBRA

21 januari 2021 Wat een treurig gezicht op 21 januari op het ENTSO-E Transparency Platform. Alle drie de HVDC-interconnectors die op Nederland aansluiten hadden tegelijk een storing. Lang niet altijd betekent een storing dat de kabel zelf stuk is, maar als dat wel zo is staat ons een heel geheister te wachten. Hoe krijg je in een zeekabel letterlijk en figuurlijk de fout boven water voordat de reparatie kan beginnen?

De COBRA was na ruim drie maanden storing net weer gerepareerd, maar nu gooide een computerstoring roet in het eten. De BritNed viel op 08 december plotseling uit. En ook de last man standing, de NorNed, gaf er op 18 januari de brui aan. Inmiddels doet de COBRA het weer, maar op 21 januari zat Nederland één dag alleen nog via 380 kV AC-landlijnen aan het buitenland vast. Dat is vervelend voor de handelsmarkt en de mogelijkheden om optimaal van windstroom gebruik te kunnen maken, maar bij fysieke schade moet er daarnaast ook iets gerepareerd worden. Dat valt niet mee, ver weg op zee. Laten we eens kijken wat er gebeurt tussen het moment van uitval tot het begin van de reparatie verloopt. We gebruiken daarbij de vorige storing aan de COBRA als voorbeeld.

Het vraagt weinig fantasie om te bedenken hoe de gezichten in Arnhem en Fredericia erbij stonden toen in september de COBRA-cable plotseling uitviel. Nadat in de eerste seconden na de uitval de netbalans is hersteld via FCR of via natuurlijke herschikking (indien de DC-link zich binnen hetzelfde gesynchroniseerde blok bevindt, zoals bij de COBRA het geval is) weet men vrijwel direct of de storing in de computers, de converters of in de kabel zit. Het ontbreken van rook, vlammen of krijsende alarmen in de converterhal zegt al wat, maar meestal is een HVDC-storing subtieler en kan je niet zien wat er stuk is. Soms laat ook de software het afweten. (Windows Update, het zal toch niet? Nee toch?) Maar wat er ook gebeurt, in alle gevallen weet men ogenblikkelijk of de storing in de kabel zelf zit door nauwkeurig het exacte afschakelgedrag van de kabellengte tussen de converters te bekijken.

De COBRA wordt bedreven als een HVDC-bipool: een gesloten systeem dat geen gebruik maakt van de aarde (letterlijk, de planeet) als retourgeleider. Ieder galvanisch contact met de aarde in beide fysieke geleiders is dus een fout. Nu kan elk object in meer of mindere mate een elektrische lading vasthouden: een overschot of tekort aan elektronen ten opzichte van de omgeving. Dit heet zelfcapaciteit en het gaat op voor alle materialen. Een tuinstoel, een mens en ook een hele onweerswolk beschikken over enige capaciteit om lading vast te houden en daarbij een potentiaal ten opzichte van de omgeving te vormen. Zie de St(r)oomcursus voor meer achtergronden.

De geleiderkern van een zeekabel is een lange sliert metaal. Bij de COBRA-Cable tussen Endrup en de Eemshaven weegt de kern al snel een paar duizend ton. Daar kan je aanzienlijk wat lading in kwijt. Als die lading dan ook nog stroomt ontstaat tevens een inductorwerking (spoel) en zal de kabel dit gedrag willen handhaven: hij verzet zich tegen iedere verandering van lading of richting. Bij wisselstroom is het telkens op- en ontladen van de geleidermassa (en deels het medium eromheen) een vervelende hinderpost. Maar bij gelijkstroom hoeft de kabel slechts één keer op zijn potentiaal gebracht te worden tijdens het inschakelen. Een onverwachte afschakeling zorgt voor het omgekeerde: de kabel draagt nog lading en is niet instantaan spanningsloos. de zelfcapaciteit van een paar duizend ton koper plus de spoelwerking moet als het ware vanaf beide kanten leeglopen via de plek van de kortsluiting. De verhouding tussen de theoretische tijd die het neemt om 325 kilometer geleiderkern te ontladen versus de (kortere) tijd die men in de praktijk ziet is daarmee een indicatie voor de afstand van de kortsluiting tot het converterstation, hoewel ingewikkelde bijeffecten zoals capacitief gedrag van de zeebodem zelf en de fysieke richting waarin de gelijkstroom door de kabel liep (van of naar de kortsluitlocatie) ook nog een rol spelen. 

Vervolgens moet men met preciezere apparatuur aan de slag. In de kabel zit behalve een geleider ook een koker optische glasvezeldraden voor telecommunicatie. Bij kabelschade zijn meestal ook deze meeliftende glasvezels beschadigd. Door vereenvoudigd gesteld een puls licht in de glasvezel te sturen en de retourtijd af te wachten (er weerkaatst altijd licht op het breukvlak of het uiteinde van een glasvezeldraad, zelfs onder water met zijn afwijkende brekingsindex) ontstaat een veel nauwkeuriger indicatie van waar de storing zit. Een soortgelijk trucje is ook uit te halen door een puls stroom in de geleiderkern te sturen, maar dit specialistenwerk is in een lange zeekabel minder nauwkeurig dan de glasvezelmethode vanwege iets ingewikkelds dat men dispersie van het spanningsfront noemt, en waar elektriciteit meer last van heeft dan licht.

Uiteindelijk is de locatie van de storing binnen enige honderden meters bekend. Dán pas kijkt men in detail op de netkaart. Ligt de storingslocatie precies in een scheepvaartlaan? Grote kans op een onzorgvuldig anker. Ligt het op een plek waar de kabel een andere kabel of pijpleiding overkruist? Oh oh, ingewikkelder problemen. Maar in alle gevallen wordt er pas een schip op uitgestuurd om fysiek te gaan kijken wanneer de locatie en de verwachte karakteristiek nauwkeurig bekend is.

Maar dan ben je er nog niet. Hoe til je eigenlijk een kabel op die strak op de zeebodem ligt? Er wordt bij de aanleg soms wel voorzien in af en toe een slinger vlakbij kritische plekken zoals overkruisingen met andere infra, maar als er niet voldoende lengte voorhanden is zal de kabel eerst moeten worden gekapt. De twee losse uiteinden kunnen dan boven water worden gehaald, waarna als laatste stap met de hand wordt gekeken totdat dan uiteindelijk de exacte plek van de fout is gevonden. Hip hip hurra, de reparatie kan beginnen. Heeft er iemand honderd meter extra kabel en twee moffen aan boord gebracht? Euh.. hoezo 'niet'?

Afbeeldingen: het ENTSO-E Transparency Platform is IT-technisch zo traag als stroop in januari, maar het is doorgaans een interessante bron van informatie over de markt, de hardware en ongeplande storingen ('forced outages'), zoals we hier zien bij alle drie Nederlandse HVDC-kabels tegelijk. Onder: de COBRA-converterhal in de Eemshaven. Geen rook, geen vuur, geen vonken? Nee. HVDC is over het algemeen ingetogen en veruit de meeste storingen zijn kalme stille afschakelingen. 

09 december 2020 Als de wasmachine stuk gaat en ook de magnetron geeft het op, dan weet je dat ook de televisie, je telefoon en de stofzuiger er deze week nog mee ophouden… Ook op de Berg ervaart men deze wetmatigheid, want het Nederlandse koppelnet wordt momenteel geplaagd door vier storingen en twee VNB's tegelijk. Dat het licht desondanks gewoon werkt is een bewijs van een robuust net dat een stootje kan hebben.

Het iconische blauwwitte gebouw van station Meeden-380 staat al sinds 1995 als een onneembaar fort in het landschap, volgens de trotse folder Lijnen naar Morgen vrijwel ongevoelig voor storingsinvloeden van buitenaf. Maar wat als de storing van binnenuit komt? Meeden is momenteel op elk spanningsniveau een bouwput zodat het weinig aandacht trok toen er in augustus een setje noodmasten pal naast het 380-gebouw verscheen. De 380 kV-circuits ZL-MEE en MEE-EEMS wit werden fysiek buitenom het gebouw heen geleid en hard verbonden. Men is er druk bezig met de komst van een derde dwarsregeltrafo in de interconnectie naar Diele, dus het leek aannemelijk dat daarvoor wat moest verbouwd in de GIS-schakelbak. Omdat Tennet momenteel ook bezig is om Vierverlaten (het andere station dat de Eemshaven met het zuiden verbindt) grondig te verbouwen is er ook op die plek sprake van een sub-optimale netsituatie. Daardoor leek het plausibel dat men geen extra netstrategisch risico wou nemen. Eén circuit voor de zekerheid fysiek volledig gescheiden houden van station Meeden, zodat vermogenstransport zelfs bij werk aan twee winkels tegelijk altijd door kan gaan, was daardoor heel aannemelijk.

Maar vorige week ging dat vermoeden schuiven. Toen bleek opeens dat ook beide zwarte circuits waren losgehaald en fysiek langs het station waren omgeleid. Twee fysieke omleidingen tegelijk is niet logisch voor bijvoorbeeld het aansluiten van een nieuw veld. Dan was eentje al voldoende geweest. Het begint nu dus te lijken op iets urgenters, zoals een storing ergens diep in de ondoorgrondelijke buik van het fort. Iets waarmee men duidelijk verwacht langer bezig te zijn dan een weekje of twee, en iets dat beide GIS-installaties tegelijk beïnvloedt.

Wat er stuk is? Hoe lang het duurt? Ook bij HoogspanningsNet weten we eigenlijk helemaal niets. Ook wij moeten het op Meeden doen met wat pylon geeks vanaf de openbare weg kunnen observeren met hun verrekijkers, netkaarten, logica en ervaring. Bij een gesloten gebouw blijft dan weinig anders dan logica over, en die vertelt ons dat twee nood-omleidingen tegelijk vrijwel zeker een teken zijn van ongeplande problemen. 

Richting het zuidwesten, tussen Ens en Lelystad, hebben we ook te maken gehad met een beroep op de redundantie. De verbinding Ens – Lely 380 wordt verzwaard naar 2635 MVA (4000 A) en dat doet men circuit voor circuit. De verbinding werkt, maar backup is er tijdelijk niet zolang er gewerkt wordt. Inmiddels hebben we vernomen dat de verbinding weer volledig in dienst is, zodat dit knelpunt recentelijk is opgelost. Dat kan nog niet worden gezegd van de situatie op Doetinchem Langerak. Op 17 december 2019 brandde daar een koppeltrafo af. Die is nog niet vervangen zodat het station qua koppelfunctie met 150 kV nog steeds op één been hinkt. Daar komt geen bloed uit, want het 150 kV-deelnet FGU is op dit moment nog een geheel omdat de geplande verdeelnetting nog niet is doorgevoerd. Daardoor is er ook vanaf Lelystad, Dodewaard en Breukelen koppeling met de 380. In die zin is de prioriteit niet zo hoog, al blijft het een feit dat een niet-aanwezige trafo ook niet inzetbaar is als er elders een tweede trafo in de problemen zou raken.

Een andere storing met kennelijk lage prioriteit was een ontplofte eindsluiter op opstijgpunt Cruquius. Die trad vorig jaar oktober op en werd ook pas na een opvallend lange tijd van ruim een half jaar weer verholpen. Waarom dat zo lang moest duren is ons onbekend, maar er was bij de ontploffing wat olie in de grond gelekt, terwijl de herfst van 2019 ook de tijd was van de stikstof- en PFAS-crisis waardoor men opeens niet zomaar meer grond mocht verplaatsen om te saneren. Houdt het verband? Wij weten het niet.

De gifbeker is nog niet leeg, want ook op zee valt het niet mee. Twee van de drie HVDC-interconnectors zijn momenteel niet beschikbaar voor de markt. De COBRA heeft al sinds eind september ergens op zee een nare storing. Men vermoedt een kabelfout ergens op zee en die zijn ingewikkeld te repareren. En eergisteren bedacht de BritNed-kabel opeens dat ie alvast kon oefenen voor een harde Brexit. Ook daar lijkt sprake van een nare kabelfout ergens op zee. Op dit moment functioneert op HVDC alleen nog de NorNed, nota bene de kabel die eigenlijk de slechtste naam heeft van de drie stuks.

Met vier storingen, enkele plekken met werkzaamheden en vrijwel geen decentrale productie deze weken (de donkere dagen voor kerst zijn dit jaar geen half werk) wordt Nederland deze weken gered door het werk van generaties ingenieurs die redundantie, ringvormen en overdimensie prefereerden boven de Amerikaanse strategie van Run2Fail en Lean&Mean. Dankzij een goede reserveband kunnen we ook dit jaar thuiskomen voor een kerst waarbij de lampjes in de boom het gewoon doen.

Afbeeldingen: fysieke omleiding om het gesloten GIS-fort van Meeden-380 heen. Sinds het moment van de foto is daar een tweede omleiding bij gekomen. Midden: we hebben geen beeldmateriaal van binnenin dat fort, maar wel deze oude afbeelding uit de folder Lijnen naar Morgen (SEP). Onder: ook geplande werken vereisen geknabbel aan de redundantie, zoals hier bij Ens – Lely, waar men de transportcapaciteit vergroot door de draden te vervangen.

27 september 2020 HVDC-interconnecties zijn in het gekoppelde hoogspanningsnet van Europa gemeengoed. Nergens anders op de wereld zie je zoveel van zulke interconnectoren. Naast de techniek zijn ook de namen van High Voltage Direct Current verbindingen veelzeggend over hun motivatie en zelfs over Europese natiepolitiek.

Europa is een bergachtig schiereiland met nogal wat zeeën, zeestraten, baaien en dikke eilanden: het perfecte speelveld voor HVDC-zeekabels. Wie op de netkaart kijkt ziet dat veel HVDC-verbindingen interconnectors zijn tussen twee landen. Naast de technische motivatie zijn het ook prestigeprojecten van honderden miljoenen euro's die een symbolische waarde hebben. Letterlijk en figuurlijk verbinden ze twee landen, twee machtsblokken of zelfs twee culturen. Met die gedachte in het achterhoofd veranderen de trotse namen van HVDC-interconnectors stiekem in aanwijzingen over de achterliggende motivatie en zelfs over hoe de landen naar elkaar kijken. 

Een aantal interconnectors draagt koeltjes de naam van de watervlakte die ze kruisen (Cross-Skagerak, Cross-Channel) of van het overkoepelende gebied, zoals de Baltic Cable (die de geografisch vaag begrensde naam van heel noordoost Europa voert) of de Celtic Interconnector die Ierland en Frankrijk moet gaan verbinden. Gebruikelijk is ook een afkorting van de landen of cultuurblokken op de uiteinden (BritNed, NorNed, Fenno-skan, Konti-skan, France-Angleterre of SvePol). Het verbergt niks en geeft aan dat er sprake lijkt te zijn geweest van een gelijke onderhandelingsvoet.

Maar soms blijkt een onevenwicht. NORD.Link (die hoofdletters en dat puntje horen daar echt, want dat is hip en cool en lame en zo) wordt aangelegd tussen Noorwegen en Duitsland. De naam verraadt welk van de twee landen waarschijnlijk de meeste behoefte had aan de verbinding: Duitsland vindt Noorwegen (met zijn hydropower) interessanter dan andersom en trekt zich graag op aan het woord Nord. In dezelfde categorie valt de Viking Link (Denemarken – Engeland, in aanleg). De kabel loopt echter niet over het Viking district in de Noordzee, dus hier moet welhaast sprake zijn van Britten die graag dwepen met het stoere imago van vikingen. 

Een andere groep kabels draagt acroniemen. Inelfe (Frankrijk – Spanje) kan je uitspreken als een neutraal woord, maar het is een acroniem van Interconexión Eléctrica Francia-España. Soms is er dieper nagedacht. ALEGRO (België – Duitsland, eind dit jaar gereed) is een acroniem van Aachen Liège Grid Overlay. Maar wie een beetje bekend is met muziek zal direct zien dat het woord sterk lijkt op het identiek uitgesproken allegro, een van oorsprong Italiaanse term voor een vrolijk of opgewekt muziekstuk. 

Buitenbeentjes zijn er ook. Kontek (Duitsland – Denemarken) heet voluit Kontinent – Elkraft, hetgeen een samenstelsel is van het Duitse woord voor continent en de naam van een voormalig Deens netbeheerder die later opging in Energinet. Een beetje onlogische combinatie. Een andere vreemde eend in de bijt is NEMO, tussen België en Engeland. Nemo is weliswaar de naam van een personage uit Jules Verne's 20.000 mijlen onder zee, maar het woord zelf betekent in het Latijn niemand. Bij HoogspanningsNet hebben we ooit een roddel opgevangen dat het woord uit de pen komt van een hoge pief bij Elia die in het begin van de planfase invloed heeft gehad op in ieder geval de werknaam van het project, maar zeker weten doen we het niet.

Tenslotte heb je nog de financiën. COBRA (Nederland – Denemarken, overigens tijdelijk defect sinds eind september) is een acroniem van COpenhagen BRussels Amsterdam. Een opmerkelijke naam voor een kabel tussen Endrup en de Eemshaven en die niets te maken heeft met Amsterdam, Kopenhagen of laat staan Brussel. Het is speculatief, maar bij HoogspanningsNet vermoeden we dat er sprake is van een werknaam om het project interessanter te laten klinken voor te overtuigen partijen. Omdat DenNed onhandig veel lijkt op Tennet (zeker met een verstopte neus) zal er gekunsteld gezocht zijn naar iets anders pakkends. Toen bleek dat cobra wel goed uitspreekt in zowel Engels, Deens als Nederlands heeft men die werknaam waarschijnlijk maar zo gelaten…

Afbeelding: op de netkaart kan je tientallen HVDC-interconnectors vinden. Midden en onder: in 2007 zette NorNed een wereldrecord neer en dat mocht gezien worden, getuige het fancy convertergebouw met vlaggen en design voor de persmomentjes buiten vlak voor de gevel. Twaalf jaar later kwam COBRA en keerde de nuchterheid terug: een saaie functionele doos.

06 september 2019 Hans Brinker (Tennet) en Wickie de Viking (Energinet) hebben de afgelopen jaren heel wat woensdagmiddagen samen op het strand gespeeld. En nu is hun nieuwe gezamenlijke project klaar: de COBRA-Cable is in dienst genomen. Deze nieuwe HVDC-zeekabel verbindt het Nederlandse en Deense hoogspanningsnet rechtstreeks en maakt energie-uitwisseling makkelijker.

De COBRA-Cable kwam hier al eens vaker voorbij (zie o.a. 'Åh rart, det COBRA-søkabel er færdig' van 09 november vorig jaar), maar het ging wat langzamer dan eerst de bedoeling was. In elk geval, Hans heeft zijn vinger uit de dijk gehaald en Wickie uit zijn neus, en nu is de 700 MVA rechtstreekse uitwisselingscapaciteit tussen Endrup en de Eemshaven operationeel. Op 07 september is de oplevering voor de pers.

Zoals gewoonlijk is het persmoment slechts een formaliteit. Hoogspanningsprojecten zijn niet zoals je kerstboom (de kat naar buiten, lampjes erin, stekker erin en klaar). Een hoogspanningsverbinding, zeker een interconnectie, wordt pas na uitvoerig testen in dienst genomen. In de praktijk was de kabel begin dit jaar al gelegd en ging hij begin augustus al technisch in dienst. Gedurende de afgelopen maand werd dus al vermogen uitgewisseld tussen Nederland en Denemarken, alleen nog niet voor de open commerciële markt.

Tijdens de testfase spelen Tennet en Energinet zelf voor producent en afnemer door als 'klant' vermogen in te kopen of aan te reiken. Onder normale omstandigheden mogen neutrale netbeheerders dat niet doen, behalve bij inzet van noodvermogen, de N-1 toestand of voor netverliescompensatie. Maar tijdens de test van de interconnector is er een tijdelijke ontheffing. Dat is nodig om te voorkomen dat de prijsniveaus in de handelsblokken NL en DK1 verstoord raken als er onverhoopt iets begint te roken tijdens de tests.

De COBRA-cable (acroniem van COpenhagen BRussels Amsterdam) werkt volgens een bipolair schema, wordt bedreven op 320 kV en heeft zogeheten VSC-HVDC converters van fabrikant Siemems. VSC staat voor Voltage Source Converter. Beetje technisch verhaal, maar het is een techniek waarbij de hoeveelheid vermogen op de kabel wordt gestuurd door met de spanning in de gelijkrichters te spelen, in plaats van met de stroomsterkte zoals in de twee oudere Nederlandse HVDC-installaties NorNed en BritNed. De kabels zelf (twee fysieke draden) zijn gefabriceerd door Prysmian.

Tegenwoordig wordt iedere nieuwe interconnectie 'groene kabel' genoemd. Dat is natuurlijk een marketingterm, want eigenlijk is het toverwoord uitwisseling. Windenergie is in Denemarken al groot. Nederland heeft op dit moment nog een productiepark op grotendeels gas en kolen. Als het hard waait heeft Denemarken al snel teveel windenergie zodat het verhandeld wordt richting Noorwegen (opslag in pompmeren) en richting Duitsland, Zweden en nu ook Nederland (consumptie). Andersom, als het niet waait, is er een productietekort en moet Denemarken energie importeren. Op dat soort momenten is het handig om ook koppeling te hebben met centrales die onafhankelijk werken van het weer.

Interconnecties zorgen voor een stabieler net, efficiënter gebruik van zowel hernieuwbare als fossiele bronnen (die kan je uitsparen als je ook wind voorhanden hebt) en ook een betere prijsbalans. Allemaal noodzakelijk voor de energietransitie. En voor ons hoogspanningsmensen is er nog een extra pluspool– eh, pluspunt, een extra route voor vermogen verkleint de kans op cascadestoringen of onderhoudsknelpunten. Meer routes zorgen voor meer robuustheid. Alles bij elkaar is het dus toch een mooie dag voor pylon geeks, ook al komt er geen meter bovengronds net bij.

Afbeeldingen: de COBRA-Cable op de netkaart. Midden: het converterstation aan de Nederlandse zijde staat in de Eemshaven. Aan de buitenkant op onze foto is het gebouw niet zo spannend, maar binnenin is het beam me up, Scotty. De kabel is 325 km lang en staat bij Tennet op de balans voor eh… het equivalent van 2,8 miljoen elektrische fietsen. Dat we dat ook even weten.

09 november 2018 Vandaag kwam trots in het nieuws dat het Nederlandse energienet nu ook is verbonden met het Deense net via de COBRA-cable. Dat klopt, althans in de galvanische zin van het woord. Maar niet te vroeg feestvieren, eerst moeten de converters nog af.

Demonstratiemodellen DC-kabel NEMOIn het Europa van nu verbinden landen hun elektriciteitsnetten steeds meer met elkaar. Op die manier kan elektriciteit de grenzen over reizen waardoor internationaal in energie kan worden gehandeld en er efficiënter gebruik kan worden gemaakt van hernieuwbare energiebronnen. Een zee oversteken was vroeger niet eenvoudig omdat wisselstroom maar moeilijk onder water door wil. Gelijkstroom heeft daar minder moeite mee en sinds HVDC met vermogenselektronica technisch volwassen is geworden is de zee niet langer meer een barrière. In Europa liggen dan ook al enkele tientallen zware elektriciteitskabels over de zeebodem.

De COBRA-Cable past in een serie van soortgelijke interconnectors tussen verschillende landen rond de Noord- en de Oostzee. Sinds tien jaar is er de NorNed-kabel dus tussen Feda (Noorwegen) en de Eemshaven ligt. De COBRA-cable krijgt dezelfde capaciteit van 700 MW. Eenmaal in dienst is hij handig om vermogen uit te wisselen tussen Nederland en Denemarken. Bij een overschot aan windenergie kan er zuidwaarts worden getransporteerd, maar bij wind drought (een nette term voor dagenlang windstil weer in grote delen van west Europa) zal het andersom zijn en kan juist stroom naar het noorden worden getransporteerd. COBRA is een acroniem van COpenhagen BRussels Amsterdam, zodat in de naam van de kabel zijn functie al besloten ligt. 

Maar ook al ligt de kabel er nu, hij kan niet zomaar worden aangesloten op het stroomnet. Op de beide uiteinden van de kabel zijn zogeheten converterstations nodig, om de wisselstroom waarmee het elektriciteitsnet werkt in de gelijkstroom om te zetten waar de kabel mee werkt. Bij de COBRA-cable staan die in Endrup en de Eemshaven. Deze stations zijn vandaag allebei nog niet af, zodat het nog een poosje duurt voordat de kabel in dienst kan (of in jargon: aan de markt wordt vrijgegeven). Eigenlijk roept het Nederlandse nieuws dus iets te vroeg. De verwachting is dat ergens midden volgend jaar de eerste elektriciteit door de kabel zal stromen, zodat hij dan pas echt 'klaar' is. Nog heel even geduld dus. Of zoals ze het bij de andere converter zeggen, vent en øjeblik mere, takk! 

Afbeelding: demonstratiemodellen van DC-grondkabels. Deze exemplaren waren te zien tijdens een open dag van Elia op de Nemo-converter in België, maar voor de COBRA-cable is het beeld vergelijkbaar. Een foto van een converter hebben we niet, vaak is het verboden om foto's van zo'n installatie te nemen.