HoogspanningsNet - alles over hoogspanning op het het

Techniek

Hoogspanning en gezondheid?

Antwoord op alle vragen vind je bij het RIVM (NL) of het Departement Leefomgeving (B).

HoogspanningsNet behandelt dit thema met opzet niet zelf. (Waarom niet?)

Geknetter en gebrom?

Geen zorgen, dat is normaal.

380 kV

06 mei 2024 In de buurt van Tilburg komt hij te staan: een hagelnieuw 380/150 kV koppelstation. Aansluiting ervan vraagt om een nieuwe inkomende 380 kV-lijn, maar ook om verbouwing aan een bestaande hoogspanningslijn. En dan begint het, want het bestaande mastontwerp van die lijn mag niet zomaar herbouwd worden.

Net even ten noorden van Tilburg komt een 380 kV koppelstation met een handvol vermogenstrafo's drie rails en dadelijk aansluiting op drie bovengrondse 380 kV-lijnen met in totaal acht circuits. Zoiets kennen we van station Rilland. Dat station werd eh.. nouja kijk, er was natuurlijk eh.. laten we het er maar bij houden dat de inpassing van station Rilland esthetisch suboptimaal is door de drie inkomende vakwerklijnen over hun laatste handvol mastposities door wintracks te vervangen. Of korter gezegd, man man man

Nu is Tennet ook niet gek en dat zijn landschapsarchitecten ook niet. Inmiddels is het era der wintracks tot een einde aan het komen en ook van reconstructies met afwijkende vakwerkmasten is het een en ander geleerd. Men probeert nu om reconstructies met een zo gelijk mogelijke mast uit te voeren. Daar wordt het ingewikkeld want vrijwel geen enkele mast van voor 1990 voldoet nog aan de huidige constructienormen. Geen nood, dit betekent niet dat ze onveilig zijn of technisch gemankeerd zijn, maar wel dat ze conform de andere hedendaagse NEN- en bouwnormen niet meer precies zo zouden mogen worden gebouwd als in 1960 of 1970 werd gedaan. Je kan dus niet op de zolder van de Berg met een zaklamp in je mond naar de bouwtekeningen tijgeren, het stof eraf blazen en een metaalbedrijf met een rollerbank en een boorstraat bellen om een paar nieuwe exemplaren te laten maken. 

Een nieuwe mast moet opnieuw worden doorberekend volgens de huidige normen. Het is de kunst om een mast te ontwerpen die zoveel mogelijk lijkt op het origineel. Doe je het als ingenieur heel goed, dan valt nauwelijks op dat we tegen een reconstructie aankijken. Dat is wel wat duurder en complexer dan een kant en klaar ontwerp pakken dat vorig jaar nog elders werd gebruikt, maar er anders uitziet. De ACM zal dan mopperen over ondoelmatige besteding van publiek geld, want (tja) een beter gelijkende mast is duurder en dus minder doelmatig.

Gelukkig zijn we tegenwoordig zo ver dat inpassing een belangrijkere rol heeft gekregen en een volwassen factor is geworden in wat doelmatig mag heten. Een recent voorbeeld zien we bij Kerkdorp, waar in 2021 vier deltamasten werden omgeblazen door een valwind. De herstelde masten zijn zo goed mogelijk gelijkend gemaakt op de bestaande masten uit 1967, maar voldoen aan de hedendaagse normen en 'mogen' dus gewoon. Daaruit kunnen we blij constateren: er kan meer dan we denken, als we maar willen.

Ook voor de inpassing van Tilburg 380 kV is een reconstructie nodig, en wel van de lijn Geertruidenberg – Eindhoven 380 kV, Nederlands enige driecircuit 380 kV-lijn, en door de bonkige portaalvorm onder pylon geeks ook wel bekend als de kleerkasten. Deze masten zijn behoorlijk sterk, maar in hun constructie zitten een paar kenmerken die met de kennis van vandaag anders moeten worden gedaan. Zo zijn de middelste balktraversen in het portaal gewoon vierkante kokers die op vier punten vast zitten aan beide torens. Dat lijkt heel sterk en dat is het ook, maar het zorgt er ook voor dat de mast geen centimeter kan buigen of wrikken zonder dat er staven en bouten op drukkracht worden belast. De plekken waar de balktraversen aan de torens vast zitten krijgen tijdens storm (met torsie op de hele mast) grote krachten te verwerken. Tegenwoordig zou men de balken eerder als liggers uitvoeren, kokers die alleen ter hoogte van hun plafondvlak 'hangen' of alleen ter hoogte van de bodemplaat 'liggen'.

Liggende balk waarvan de bovenste staven niet vastzittenVoor moderne afspanportalen zoals Segberg (net over de Duitse grens bij Emmen) en de Waalportalen is dit al zo gedaan. Voor de nieuw te bouwen reconstructiemasten in Geertruidenberg – Eindhoven is nog niet bij ons bekend hoe dit wordt aangepakt, maar we vermoeden een manier die lijkt op ófwel de onderste hangmatvormige balken op het portaal bij Segberg, óf zoiets als de Waalportalen waarbij de balk wel vierkant lijkt maar niet boven en onder vast zit op de hoeken. Op dit moment worden bij Tilburg de eerste fundaties gebouwd voor de reconstructiemasten. Het zal niet lang meer duren voordat we ook bij deze masten kunnen zien hoe een hedendaagse remake van een mast uit de jaren 60 eruit gaat zien. 

Afbeeldingen: Boven: mast van de Kleerkastenlijn zoals ze in 1966 zijn gebouwd. Midden: herbouwde driecircuitdeltamast conform het ontwerp van de PGEM, maar gebouwd in 2023.Op de railing na is de gelijkenis prima. Onder: detail van de Waalportalen, met de net-niet-bevestiging van het traverseplafond (enorme vergroting hier).  

17 november 2023 We zijn inmiddels gewend aan termen als congestie, vluchtstrook, spitsmijden en curtailment. In de soap van een vol stroomnet is nu weer een nieuw escalatieniveau bereikt. In Almere komt op bepaalde plekken de mogelijkheid om nieuwe woningen aan te sluiten in gevaar.

Tot nu toe was een vol stroomnet nog een zaak die als het ware een niveau hoger werd gespeeld dan gewone stervelingen met een huur- of koophuis. Aansluit- en capaciteitsproblemen waren iets voor zonneparken, bedrijven en heel soms eens een voetbalkantine met zonnepanelen. Thuis hadden we er betrekkelijk weinig last van. Natuurlijk, de rekening nam toe door de netverzwaringen en in sommige straten zijn er spanningsproblemen door teveel omvormers op het net. Maar het licht bleef wel gewoon branden. En iedereen die een aansluiting van 3x80A of lichter had (of aanvroeg) kon wel geholpen worden. Tot nu toe dan, in delen van Almere.

Almere is aldus Omroep Flevoland de eerste plek in het land waar het elektriciteitsnet zo vol zit dat er op bepaalde plekken binnen de stad eigenlijk geen enkele aansluitcapaciteit meer kan worden uitgegeven, ook niet voor nieuwe woningen of scholen. Operationele maatregelen zoals spitsmijden (afnemers belonen om de piek in hun vraag te verplaatsen in de tijd) zijn door Liander onderzocht en bleken niet afdoende te werken. Verzwaring kost tijd, waardoor in tussentijd een beperking moet worden ingesteld die we nog niet eerder op deze manier zagen. 

Ook wij kennen niet de precieze details: het maakt nogal wat verschil of de schaarste wordt veroorzaakt door een tekort aan MS-hoofdkabels, door schaars trafovermogen (150/10 kV), door de nettopologie van Almere met zijn enkelvoudige ringvormen, of door een capaciteitstekort op de inkomende hoogspanningslijn vanuit Zeewolde. Wacht even, geen lijnén? Wanneer we op de netkaart of beter nog, op een netschema kijken, dan zien we dat heel Almere met slechts twee 150 kV-circuits in het hoogspanningsnet achter Zeewolde hangt. De kabel vanuit 's Graveland wordt bij normaalbedrijf niet gebruikt vanwege problemen met doortransport vanuit deelnet Noord Holland. Bij onderhoud of andere nood kan deze worden gebruikt, en alleen met de nodige zorgvuldigheid. De hele stad hangt dus op een redundante steeklijn met N-1 veilig een capaciteit van 162 MVA. Hoewel er in Almere wel een kleine gascentrale staat die wat eigen productie levert in dit netdeel, is 162 MVA in de ordegrootte van klamme handjes.

De 380 kV hoogspanningslijn die bovengronds door Almere loopt kan vijftien keer zoveel vermogen vervoeren, maar die heeft er geen station. Dat is ook logisch, de lijn is ouder dan Almere dat er later omheen is gegroeid. Nu heeft Tennet wel plannen een station in te knippen met een 380/150 kV transformatorstap en dat zal op lange termijn de problemen oplossen. In het nieuwste concept-investeringsplan vermeldt Tennet dat een dergelijk station pas rond 2030 kan zijn gerealiseerd. (Zoek in het IP-concept op ALR150, ALR380 en knelpunt 1407 om meer te lezen.)  Ook het 150 kV kabelnet in Almere zelf geeft weinig mogelijkheden om bij wijze van spreke vluchtstroken (redundante capaciteit) in te zetten. Dat is er namelijk niet. Het net bestaat in dit opzicht jammerlijk uit enkelvoudige kabels zonder N-1 die in een ringvorm met een steeklijn op Pampus worden bedreven. Er liggen geen dubbele verbindingen tussen twee dezelfde stations zodat het niet mogelijk is om bij overproductie van zonnestroom of windstroom tijdelijk redundante capaciteit te benutten. 

Wat nu? We kunnen erop vertrouwen dat ook bij Tennet en Liander met verstand wordt gekeken naar wat hier kan helpen. Het feit dat de situatie überhaupt zo ver is gekomen vertelt ons dat dit niet eenvoudig is. De oplossingsrichting hangt af van de precieze technische reden. Als het middenspanningsnet klem zit, dan heeft het bijvoorbeeld weinig zin om het hoogspanningsnet te verzwaren met bijvoorbeeld een provisorische aftak op de 380 die eerder gereed kan zijn dan 2030. Operationele maatregelen, dus zware verbruikers verzoeken hun verbruik beter te spreiden, is op dit moment de enige manier die direct kan helpen, zij het dus onvoldoende.

Overigens, wie nu moppert dat het ongehoord is en dat het zijn weerga niet kent in Nederland, pak er eens een oude krant bij. Zo recent als de eerste helft van de jaren 80 kende Zaltbommel nog een vorm van gebruiksbeperking in de avonden omdat de kleine 50 kV-lijn vanuit Den Bosch het niet meer aan kon. Pas toen een nieuwe zwaardere 150 kV steeklijn vanuit Tiel gereed kwam was het probleem opgelost. 

Afbeeldingen: recent is de doorgaande 380 kV transportverbinding in Almere nog van nieuwe draden voorzien. Toch heeft de stad daar niks aan, want zogezegd is het een snelweg zonder afrit, wat we ook kunnen zien op netkaarten of op een netschema zoals op de onderste afbeelding (vergroting hier). We weten echter nog niet hoe groot het aandeel van dit gegeven is in de reden van het schaarsteprobleem in Almere zelf.

11 november 2023 Een hoogspanningsmast is net een huis: je kan verbouwen wat je wil, maar zelden wordt het hele ding verplaatst. Toch gebeurt het heel soms, zoals op Massenhoven, waar Elia een gebruikte 380 kV-mast een tweede leven geeft.

Een hoogspanningsmast van zijn fundament lichten komt wel vaker voor. Als er een verhoging nodig is schroeft men de mast in twee stukken en wordt er een stuk tussen geplaatst. Een andere keer krijgt ie een nieuw hoger broekstuk of onderstel, soms met een wijder fundament om de bestaande fundatie heen. Een monopile voor hoogwater of soms een hele nieuwe toren met twintig meter extra hoogte vragen om een nieuw fundament dat meestal een aantal meter verderop pal onder de lijn wordt gebouwd. Een stukje opzij stappen vanwege een nieuwe spoorlijn of snelweg is nu en dan ook nodig. En dan heb je nog veranderingen van de lijnrichting. Bij Rilland werd een aantal jaar geleden een complete hoekmast van vijftig meter hoogte in zijn geheel van zijn heipalen gelicht en een kwartslag gedraaid, zodat station Rilland kon worden aangesloten op de bestaande lijn.

Hergebruik van een mast op een heel andere plek, waarvoor demontage, transport tot achter de horizon en hermontage nodig is, is zeldzamer. Veel zeldzamer. In de afgelopen decennia is het in Nederland slechts een paar keer gebeurd. Mastpositie 209N van de inlussing Coevorden is een tweedehands mast die voor 1995 in Twente heeft gestaan in de voormalige 110 kV-lijn Hengelo – Heekstraat. Mast 81 van Hessenweg – Zeyerveen is ook een tweedehandsje die zijn eerste leven in Twente stond. Daarna houden de voorbeelden al snel op, een serie hamerkoppen daargelaten die na de IJzelramp van 1987 verder verplaatst uit een ongebruikte lijn om een gesneuvelde lijn te herstellen. Voor Elia is het zelfs een primeur, zo meldt de netbeheerder trots op Facebook.

Mastverhuizingen zijn moeilijk. Geverfde bouten los draaien valt niet mee en ook transport is moeilijk. Daar komt bij dat veel oude masten niet aan moderne normen voldoen zodat bij verplaatsing en wederopbouw een raar grijs gebied ontstaat. In Nederland met zijn dichtgetimmerde wettelijke kaders is een verhuizing het daardoor zelden waard. Al gauw blijkt nieuwbouw juridisch beter af te timmeren en ook eenvoudiger.

In België wordt wat pragmatischer gekeken. Een grote 380 kV-mast is een duur ding en nu kwam het zo voor dat in de lijn Doel – Mercator verbouwingen waren waardoor in ieder geval één mast (op deze foto) wijken moest, terwijl er op Massenhoven eveneens dingen worden aangepast waardoor precies zo'n zelfde mast nieuw nodig was. Elia heeft het afgewogen en kwam tot de conclusie dat de mast verplaatsen daadwerkelijk een haalbare optie was. Sterker nog, de beste optie.

En zo geschiedde in de voorbije weken. Elia meldt dat de verplaatste mast ongeveer 22 ton weegt en dertig meter hoog is. Daarmee is het voor hoogspanningsbegrippen een middenmoot en voor het spanningsniveau 380 kV zelfs een vrij kleintje. Omdat zo'n mast zelfs niet als losse torendelen en traversen op een vrachtwagen te laden valt moet er redelijk wat demontagewerk zijn verricht en misschien een speciaal transport.

Afbeeldingen: De mast die in het facebookbericht van Elia in de takels hangt en op de onderste drieluik wordt getoond blijkt dezelfde mast te zijn, maar niet precies hétzelfde te zijn. Er zijn tegelijk met de verplaatsing ook wat wijzigingen doorgevoerd, zoals een paar traversen die erbij aan werden gezet. Ook wij hebben ons daardoor even op het verkeerde been laten zetten.

21 oktober 2023 Provisorium Hogeland. Het is de naam van een bijzonder koppelnetstation in het Nederlandse net. Vooral omdat het station de twijfelachtige eer heeft om het kortst te hebben bestaan van alle koppelnetstations in de Nederlandse nethistorie. Hoe we dat nu al weten? Simpel: het station gesticht in 2019 wordt nu alweer gesloopt. 

De meeste hoogspanningsstations hebben een lang leven. De oudste stations in Nederland staan er al meer dan een eeuw en hebben in die tijd verschillende spanningen zien komen en soms ook zien gaan. Het tegenovergestelde komt minder vaak voor, want het komt zelden voor dat men een station slechts voor een handvol jaren bouwt. Als het dan ook nog om een koppelnetstation gaat met 380 kV als hoogste spanning wordt het helemaal raar. Provisorium Hogeland werd in 2019 geplaatst om een grote 380/220 kV 750 MVA koppeltrafo een tijdelijk opstelpunt te bieden, zodat er extra capaciteit beschikbaar kwam tusen deze beide netvlakken buiten trafostation Robbenplaatom. Letterlijk buitenom, want het zorgde ervoor dat een soortgelijke trafo op het station zelf nu spanningsloos kon worden gezet. En daarna nummer twee, of nummer drie, of dat er veilig een rail kon worden losgenomen zonder de N-1 te schenden. Kortom, Hogeland voorzag in een stukje extra flexibiliteit waarmee elders in de Eemshaven mogelijkheden ontstonden om op Tennets gemak dingen te kunnen wijzigen.

De trafo in kwestie die ervoor werd gebruikt werd aangevoerd vanuit Nijmegen. Eigenlijk was deze trafo bedoeld voor permanente opstelling op Vierverlaten, waar in de eindsituatie maar liefst zes van zulke loeders in slagorde zijn beraamd zodat er 4500 MVA koppelvermogen tussen 380 kV en 220 kV ontstaat. (Wat men op de Berg in de kruidenthee heeft gedaan is bij ons niet duidelijk, want het afvoervermogen van alle aangekoppelde 220 kV-lijnen is N-1 veilig tot het uiterste slechts driemaal 953 MVA zodat een eindsituatie met vier trafo's in principe ook wel lekker aan de taks zit.) Hoe dan ook, Vierverlaten is pas dit jaar opgeleverd zodat de eerste geproduceerde trafo jaren had kunnen niksen als hij meteen al in zijn scherfmuur was geplaatst op Vierverlaten. Door de machine eerst op provisorium Hogeland op te stellen en hem zich daar een paar jaar nuttig te laten maken heeft Tennet mooi wat publiek geld bespaard en praktisch gebruik gemaakt van voorhanden zijnde assets. Keerzijde is natuurlijk dat de trafo nu moeizaam half moet worden ontmanteld, van olie moet worden ontdaan en getransporteerd moet worden naar Vierverlaten.

Om de trafo aan te sluiten waren enkele caravelles nodig vanaf mammoethoekmast nummer vier. Het leverde een bijzondere netsituatie op die extra speciaal was omdat het zo intens eindig was. Ook de bouw van de portalen en afspanningen op Hogeland zelf ademde in alles provisorium. Stalen schoren, alles net wat dunner en lichter uitgevoerd dan permanente stations. Nog altijd prima in staat om het vijftig jaar vol te houden als daar noodzaak toe was, maar de standaard van Tennet voor koppelnetstations is toch robuuster dan wat we op Hogeland zagen.

Wat sommige pylon geeks uiteindelijk, na drie jaar, toch nog heeft verbaasd is dat men werkelijk tot amovering over is gegaan. Gezien de ras toenemende schaarste op het net leek het niet onlogisch om Hogeland te handhaven en te gebruiken als permanente achtervang voor extra koppelvermogen als er ergens anders in het net een probleem zou zijn, zoals wanneer op Meeden de 380/220 kV trafo in onderhoud zou staan, of als op Robbenplaat wederom verbouwingen zijn. Of, nog woester gedacht, wanneer op de 220 kV-zijde van de trafo een civiele aansluiting zou worden afgetakt met een T-vorm en de beide aansluitingen van de trafo van een propere vermogensschakelaar zouden worden voorzien, zou het mogelijk zijn om op Hogeland enkele honderden MVA's extra capaciteit te bieden op naar keuze (vrij te schakelen) 220 kV of 380 kV, net hoe de pet staat. Dat dit uiteindelijk toch allemaal niet is gedaan geeft aan dat trafo's dure dingen zijn en dat procedures onvermurwbaar zijn, maar stiekem ook wel dat we nog een wereld te winnen hebben in Nederland voor wat betreft laaghangend fruit plukken als het er hangt. 

Afbeeldingen: provisorium Hogeland in betere dagen. Het was niets anders dan een caravelle op hoekmast 4 van de mammoetlijn, een omhekt terrein en een koppeltrafo met een setje schakelaars aan weerszijden. Onder: dun uitgevoerde portaal, maar dik genoeg om het indien nodig langer uit te houden dan heel wat permanente stations in bepaalde andere streken van de wereld.

02 juli 2023 Wat een rust hier? Dat is maar schijn, want op de achtergrond wordt gewerkt aan een nieuwe template en indeling van deze site. Combineer dat met belachelijk mooi weer vorige maand en het zal niemand verbazen dat de computers vaak uitbleven. Intussen is er wel druk doorgeklust door de netbeheerders. Zo gaat aankomende vrijdag (07 juli) Vierverlaten – Eemshaven 380 kV officieel in dienst. Maar 'af' is een te groot woord. Het project kent netstrategisch een slordig uiteinde.

Noodlijnen tijdens het omzwaaienNa jaren werk is in april het eerste circuit van Oudeschip – Vierverlaten 380 kV in april in dienst gegaan. Daarmee ook het 380 kV-gedeelte van trafostation Vierverlaten. Een aantal weken later is ook het tweede circuit onder spanning gezet. Met 2635 MVA redundante capaciteit tussen de stations en vijfmaal 750 MVA koppelvermogen tussen 380 en 220 kV is Vierverlaten in één klap het grootste koppelstation van het land geworden. Dat wordt formeel gemaakt op 07 juli aanstaande.

In de Eemshaven zelf is ondertussen de semi-permanente noodlijn tussen Oudeschip en Robbenplaat (of Robbeplaat, Tennet weet 't ook niet) ontmanteld en weggehaald. Jammer, we zullen deze eigenaardigheid in het hoogspanningsnet nog missen, maar de charme van een noodlijn is net zoiets als een bijna onbeweeglijk draaiend tolletje op de vloer: een situatie die juist schoonheid heeft omdat zij zo intens eindig is.

Wat er nog wel staat is de 220 kV viercircuitlijn tussen datzelfde Robbenplaat (of Robbeplaat) en Vierverlaten. Het was de bedoeling dat die rond vandaag zou worden afgeschakeld om nooit meer onder spanning te komen. De sloopwerken kunnen dan aanvangen en over een jaar zou er niets meer van over moeten zijn. Hold hold hold, zouden raketengineers zeggen. Er is een kleine complicatie tussengekomen en dat is de schaarste in het 110 kV-netwerk. Hoe het precies operationeel in elkaar zit weten zelfs wij ook niet, maar het lijkt erop dat de 220 kV-lijn, waarvan één circuit tussen Vierverlaten en Brillerij tijdelijk voor 110 kV werd gebruikt tijdens werken aan de lijn naar Winsum Ranum en twee andere circuits nog altijd op 220 kV werden bedreven eigenlijk niet kan worden gemist op dit moment. Vanwege congestie in het 110 kV-net en ook wellicht vanwege allerlei omzwaaiingen en werkzaamheden op de 110 kV schakeltuin op Vierverlaten (waar Winsum Ranum en Grijpskerk vandaan op een steeklijn zitten) is het mogelijk dat het circuit dat op 110 kV werd gebracht tijdens de werkzaamheden nog een paar maanden langer nodig is als achtervang of omzwaaimogelijkheid zolang er nog wordt verbouwd. We kunnen op de netkaart zien dat Winsum Ranum, Grijpskerk, en klantkabel Eemshaven West allemaal op een steeklijn hangen. De sloop zal komen, maar de aanvang wordt een aantal maanden uitgesteld. Tennet zegt dat dit geen invloed zal hebben op de einddatum zodat er wat herder moet worden gewerkt in de winter. 

Ook op Viervelaten is nog niet alles klaarDoor de uiteindelijke sloop komen er op Robbenplaat (of Robbepl… ja jaja, punt is gemaakt) een aantal 220 kV-velden vrij. Geen overbodige luxe want het station had geen enkel vrij veld meer over. Dat is lastig bij VNB, onderhoud of problemen, want omzwaaiingen konden daardoor nauwelijks nog gemaakt worden. Al zijn de drie vrijkomende velden eigenlijk meteen alweer vergeven. Een derde 220/110 kV-trafo voor Eemshaven West hangt al in de raming, en de andere twee velden zijn in optie genomen door Google om het immense datacenter nog verder uit te kunnen breiden. Met andere woorden, de ademruimte op 220 kV biedt maar kort een oplossing.

Wat er dan wel voor langere tijd helpt? Viermaal 380 kV. De nieuwe verbinding is uitgelegd op viermaal 380 kV 4 kA (2635 MVA), indien N-1 redundant bedreven biedt dit meer dan 7,5 GVA transportvermogen. Dat is een theoretische waarde, want op dit moment kan zo'n vermogen niet worden geproduceerd of worden aangevoerd in de Eemshaven en ook aan de zijde van Vierverlaten is de afvoer beperkt tot vier circuits van 953 MVA over twee verbindingen, waardoor met enige marges en redundantie kan worden gesteld dat er slechts de capaciteit van één zo'n 380 kV-circuit weg kan worden verstouwd over de afgaande 220 kV-lijnen. Samen met nog een paar honderd MVA op 110 kV geeft dat te denken waarom Tennet maar liefst zes 750 MVA koppeltrafo's laat aanrukken: het had ook met vier stuks gekund, zelfs in een belachelijk zwaar belastingscenario. Omgekeerd blijkt in de Eemshaven dat ook de noodlijn maar moeilijk kan worden gemist, want die was zeven jaar geleden ook niet voor niets neergezet. Er is wat wandelgangpraat over een permanentere vervanger, maar daar hangt nog een boel nevel omheen zogezegd.

Concluderend, ondanks de oplevering van tweemaal 2635 MVA op 380 kV en de ingebruikname voor de bühne op 07 juli zijn niet als bij toverslag de operationele congestieproblemen opgelost. Het is nog steeds een gebied waar netstrategen heel wat werk aan hebben, waar nog lang niet alles nu klaar is en wat ook een schaduw vooruit werpt op wat er de komende jaren nog in de wacht hangt qua kunst- en vliegwerk wanneer het vervolg tussen Vierverlaten en Ens zal worden aangelegd. En zo blijft het onverminderd spannend in Groningen.

Afbeeldingen: eind april, de semi-permanente noodlijn had kortdurend gezelschap van een tweede noodaansluiting waarop het eerste circuit naar Vierverlaten kortdurend om de bocht werd geleid. Onder: ook op Vierverlaten zijn we nog niet van de noodmasten af, het duurt nog een tijdje voordat de verbinding naar Bergum weer in originele staat is hersteld.