HoogspanningsNet - alles over hoogspanning op het het

Techniek

Hoogspanning en gezondheid?

Antwoord op alle vragen vind je bij het RIVM (NL) of het Departement Leefomgeving (B).

HoogspanningsNet behandelt dit thema met opzet niet zelf. (Waarom niet?)

Geknetter en gebrom?

Geen zorgen, dat is normaal.

220 kV

20 november 2020 Wie dacht dat ie met een semi-permanente noodlijn voor 380 kV in de Eemshaven alles wel had gezien, die moet daar nog maar eens gaan kijken. Wat dacht je van een compleet nood-trafostation? Zeg hallo tegen een nieuwe logee in het koppelnet: Eemshaven Hogeland 380/220 kV.

De Eemshaven was tientallen jaren een plek waar het al voorpaginanieuws was als een zeehond een scheet liet, maar in de afgelopen vijftien jaar is het gebied veranderd in een powerhotspot waar altijd wat te beleven is. 2020 is geen uitzondering: slechts een paar maanden geleden werd het nieuwe trafostation Eemshaven Midden opgeleverd (compleet met een nieuw 110 kV deelnetje) en inmiddels is ook het andere trafostation dat er in aanbouw was in dienst gekomen. Eemshaven Hogeland, vernoemd naar de naam van het poldergebied, is het nieuwste 380/220 kV koppelnetstation van het land. Tevens is het station is een logee, want Eemshaven Hogeland is van meet af aan bedoeld… om weer spoedig afgebroken te worden.

Eemshaven Hogeland staat in de achtertuin van het datacenter van Google in de Eemshaven. Het station kwam dit voorjaar als een duveltje uit een doosje tevoorschijn. Van de pylon geeks die HoogspanningsNet runnen mag verwacht worden dat we er bovenop zitten, maar zelfs bij ons kwam dit station pas aan het licht toen op satellietbeelden fundamenten te zien waren. Normaliter weten we vrij goed hoe de hazen lopen in het speelveld van vergunningen, Rijkscoördinaties, MERs, adviesrapporten en KCD/Investeringsplannen, maar deze keer nergens gepruttel, berekening of zelfs maar een losse suggestie. Vanwege de aard van het gebied is er weinig gedoe met omgevingsvergunningen, bestemmingsplannen of inspraakprocedures, maar euh.. helemaal niets? Verrassingen van dit kaliber zijn behoorlijk zeldzaam en het kan niet anders of het predicaat tijdelijk heeft erin bijgedragen dat een heleboel papierwerk kon worden gebypassed.

Het station is eigenlijk een uit zijn krachten gegroeid provisorium rondom een trafo om extra koppelvermogen tussen 380 kV en 220 kV te creëren. Wie beter kijkt ziet dat de opstelling van deze trafo parallel is aan de drie bestaande exemplaren op Eemshaven Robbenplaat. Zo wordt ook meteen het doel duidelijk: meer koppelvermogen creëren, maar niet op Robbenplaat zelf. Daar is het fysiek vol, plus dat verbouwingen op die plek kunnen vereisen dat een van de bestaande trafo's spanningsloos moet kunnen zonder dat je meteen je bips stoot aan het volgend exemplaar. De trafo op Hogeland is voor zover bij ons bekend een gewoon catalogusexemplaar (een Smit 380/220 koppelaar voor 750 MVA). Hij is aangesloten op twee harde aftakken die via een caravelle en twee portalen naar beneden worden geleid vanaf mastpositie 04 van de Mammoetlijn. Een soort oplossing die zijn gedachte gemeen heeft met de rest van het station: redelijk dun uitgevoerd en meer lijkend op de standaard die voor commerciële stations gebruikelijk is dan wat voor permanente koppelstations in staatsbezit de norm is. 

Dat robuust egineeren hoeft ook niet. De nood is tijdelijk van aard, zo lang de verbouwingen op drie plekken in de provincie Groningen het koppelnet simultaan plagen. Op dit moment wordt de redundantie in het noorden van Nederland deerlijk op de proef gesteld door een defect op Meeden en een noodlijnenspaghetti op Vierverlaten (en ohja, de COBRA is ook stuk). Op dit moment brengt Hogeland daardoor verlichting door meer mogelijkheden om vermogen te verschakelen tussen 380 en 220. Dat helpt tegen klamme handjes op de Berg. Over een paar jaar, wanneer Noordwest-380 tussen Oudeschip en Vierverlaten klaar is en in dienst is, zal Hogeland weer overbodig raken. De 380/220 kV koppeltrafo zal dan meegenomen worden naar Vierverlaten om zich daar bij zijn nieuw opgestelde drie collega's te mogen voegen. De rest van het station zal daarna samen met de al langer bestaande noodlijn weer afgebroken worden – als zich tenminste niet tussendoor een nieuwe ontwikkeling voordoet waardoor de noodlijn of Hogeland langer nodig blijven, want in de Eemshaven weet je het maar nooit.

Afbeeldingen: foto van Eemshaven Hogeland, op zondagmiddag 22 november gemaakt door Bram Gaastra. (Een serie foto's van de bouw van eind augustus zie je hier). Een andere foto van het station en de voltooide caravelle die vanaf de mast omlaag komt is te zien op een foto op de site van de Noorderkrant. Onder: Eemshaven Hogeland op het netschema. Merk op dat het station eigenlijk niks anders is dan een vierde koppeltrafo.

17 oktober 2020 Gisteren is vlakbij Vierverlaten de eerste wintrackmast geplaatst voor de vernieuwde verbinding Noordwest 380 kV. Gemengde gevoelens onder pylon geeks, want de nieuwe combinatieverbinding gaat ten koste van een bestaande lijn met vakwerkmasten. Maar de aanpak an sich is zeker geen primeur.

En toen stond opeens de eerste wintrack in het 110 kV-gebied. De transitiestukken op het mastfundament waren eerder geplaatst en nu was de tijd daar om de beide wintrackpylonen in elkaar te zetten. Uiteraard is men op de Berg weer apetrots op dit setje nieuwe wintracks en al net zo vanzelfsprekend kijken pylon geeks met gemengde gevoelens naar de verpaling. Maar laten we nu eens niet goedkoop scoren voor eigen parochie door wintracks te gaan bashen of te jammeren over het verdwijnen van een vakwerklijn waar met wat opwaarderingen nog zoveel rek in zat dat 380 kV maar kantjeboord uit te leggen valt. Dat bewaren we voor een andere keer.

Het op dezelfde plek vervangen van een verbinding door een zwaarder exemplaar is minder normaal dan je zou denken. In Frankrijk of België zal je een soortgelijke operatie niet snel zien. Daar is het de normale gang van zaken om netverzwaringen (70 kV door 150, of 150 door 380) uit te voeren als overlay. Men bouwt als het ware gewoon boven over het bestaande net heen en pas in een latere fase wordt dan gekeken naar waar een oudere verbinding kan verdwijnen. Verder krijgt Elia jeuk van het idee om een combinatieverbinding aan te leggen: het maakt onderhoud en vrijschakeling complexer, zeker met verhoudingsgewijs meer klanten die via een harde aftak of steeklijn rechtstreeks op een verbinding hangen in plaats van netjes via een station. De netstrategen van Elia gedogen schoorvoetend bestaande situaties, maar ze willen geen combilijnen die van meet af aan zo zijn bedoeld. 

In Nederland is Tennet de omgekeerde gedachte toegedaan: combineren levert bonuspunten op. De afgelopen dertig jaar zijn de meeste nieuwe bovengrondse verbindingen geplaatst op tracés waar al een kleinere oudere verbinding stond. De toepassing van combinatiemasten heeft dan ook een flinke vlucht genomen: op één korte uitzondering na is iedere nieuwe bovengrondse koppelnetverbinding gebouwd sinds 1990 gedeeltelijk of zelfs geheel uitgevoerd als combilijn. Dat levert enerzijds een extra indrukwekkend eindresultaat op, maar het betekent ook het einde van de oorspronkelijke verbinding. Op die manier zijn er al heel wat 150- en 110 kV-verbindingen veranderd in meelifters in de nieuwe 380 kV-combilijnen, zowel vakwerk als wintracks.

Wat weinig mensen beseffen is dat niet 110- of 150 kV, maar juist 220 kV het meest heeft geleden onder de verdrietachtiging. Tussen Meeden en Robbenplaat zijn zelfstandige 220 kV-verbindingen opgenomen in de Mammoetlijn (combi 220/380) en Overijssel is begin jaren 90 het nethistorische kroonstuk van de IJsselmij, de 220 kV-verbinding tussen Zwolle en Twente, kwijtgeraakt aan vervangende 380 kV op bijna hetzelfde tracé. Een operatie die sterk lijkt op wat we nu in Groningen zien, inclusief het combineren van een paar delen 110 kV-lijn die toevallig in de buurt stonden of staan. Het enige echte verschil is dat men nu wintracks gebruikt in plaats van vakwerkmasten.

Het zal ook niet de laatste keer zijn. Nadat in 2014 een scopewijziging werd doorgevoerd in Noordwest-380 kwamen de procedures om 380 kV tot aan Ens aan te leggen abrupt tot een einde. Pas nu wordt er voorzichtig weer gepraat over het opnieuw opstarten van dit project. Wederom zal er in dat geval 220 kV-vakwerk worden geslachtofferd. Maar of dat ook met wintracks zal gaan gebeuren? Sinds de plottwist van het decennium (de terugkeer van vakwerk in de vorm van de Moldau-mast) is niets nog zeker. Ditmaal kost het jammerlijk nog een fraaie vakwerkverbinding de kop, maar hoe het de volgende keer uitpakt? Wij weten het niet, en waarschijnlijk weet zelfs de Berg het ook nog niet.

Afbeeldingen: de eerste wintrack van de nieuwe verbinding Oudeschip – Vierverlaten, direct na oplevering (foto door Bram Gaastra). Midden: verbouwen terwijl de hoogspanningswinkel open blijft is niet eenvoudig. Maximale 220 kV-spaghetti (en nachtmerries op de netkaart) gegarandeerd. Onder: de verbinding die vervangen wordt. Een zware jongen die nog ruimte had voor opwaarderingen. Maar daarover mopperen.. eh, schrijven we een andere keer.

07 juni 2020 Sinds een week is er consternatie over een foto van broedende ooievaars in een hoogspanningsmast. Ook bij HoogspanningsNet kregen we via meerdere kanalen met de foto te maken. De mast zou in de Bommelerwaard staan, zei men. Maar helaas – hoewel de foto wel degelijk echt is, is hij niet in Nederland geschoten. HoogspanningsNet zocht uit waar dan wel, en zo kwamen we in… Portugal!

Ooievaars in een hoogspanningsmast. Nee, dit is niet in de BommelerwaardOoievaars die in een hoogspanningsmast broeden hebben we in Nederland ook. Het is dus geen wonder dat (waarschijnlijk in eerste instantie op Facebook) het verband tussen de foto en een rivierkruising in de Bommelerwaard al snel werd gelegd. Maar in de praktijk is er sprake van een klassiek verhaal met een klok en een klepel. De foto toont hetzelfde beeld, maar eh.. wacht eens, tweebundelgeleiders, een toren die in een gaffel splitst en een onbekend vakwerk? Bij de wat serieuzere pylon geeks tript dan na 0,040 seconden het distantierelais. Dat klopt niet met de Bommelerwaard.

In Nederland broeden in meerdere hoogspanningsmasten ooievaars. De bekendste plekken zijn de omgeving van Meppel, tussen Almere en Lelystad en bij Zaltbommel. Op die laatste plek staat een waterkruising (het exemplaar waar in 2007 een Apache-gevechtshelikopter in vloog) en in de kruisingsmasten daarvan zitten meerdere nesten. Maar dat is dus niet de mast op de foto. Waar staat die dan wel?

Een korte zoektocht brengt ons naar de website van Tim van Nus, natuurfotograaf. In een post van 19 mei 2012 staan dezelfde masten op de foto, hoewel in 2012 de extra plankjes voor nog meer nesten er niet aan zaten. Op die foto's zijn ook de bovenkanten van de masten, de isolators en het landschap te zien. De locatie die vermeld wordt (Coimbra) neemt de laatste kans op twijfel weg: daar staan inderdaad verbindingen (netkaart en overlay) met deltamasten bedoeld voor 220 kV (overeenkomend met de isolatorlengte) waarvan de torens het juiste vakwerk hebben.

Netbeheerder REN (de Portugese evenknie van Tennet) draagt de ooievaars blijkbaar een warm hart toe. En waarom ook niet? In de toren zitten ze niemand in de weg. Overigens is ook Tennet dezelfde gedachte toegedaan, want in de onderhoudsschema's van Tennet wordt zelfs rekening gehouden met broedende vogels. Toch is het niet zo dat de vogels altijd gedoogd worden. Wanneer de nesten zich op onprettige of gevaarlijke plekken in de mast bevinden (zoals op de traversen, met name bij kleine masten) wordt er wel eens ontmoedigd. Ook op trafostations ziet men liever geen ooievaars op de portalen broeden. Ook in Portugal niet.

Afbeeldingen: de hoogspanningsmast die onderwerp is van het rondzingende bericht over de Bommelerwaard, hier als screenshot (Facebook). In de praktijk staat hij dus in Portugal. Hoe de Bommelerwaard er dan wel uitziet? De onderste foto toont de situatie van 2015, vastgelegd door Michel van Giersbergen. Soortgelijk beeld, maar zeker niet hetzelfde.

04 september 2019 Borssele Alpha is voor de pers opgeleverd. De eerste van zeven grote stekkerdozen op zee is daarmee gereed voor gebruik. Een primeur in meerdere opzichten, hoewel de bouw van de bijbehorende windparken nog moet beginnen. Laten we eens even kijken wat Tennet daar voor moois op de jacket heeft laten takelen.

Jaren geleden, zo ver terug dat de meeste mensen achter HoogspanningsNet toen zelf nog niet eens een conceptplan waren, was er de Stratenmaker op Zee-show op de Nederlandse televisie. Een vooruitziende blik, want inmiddels wordt er nogal wat infra aangelegd in de zee. Windmolens op zee, internet op zee, misschien zelfs wat Tennet-eilanden op zee (met wegen natuurlijk), en natuurlijk ook hoogspanning op zee. Sinds vandaag is daar een nieuwe verbinding en een nieuw station bij gekomen, het eerste exemplaar van een hele serie beraamde stations om windvermogen op aan te gaan sluiten.

Borssele Alpha (stationsafkorting BSA) is vernoemd naar het wingebied waar de windparken Borssele I t/m IV komen te staan. Die zijn op hun beurt weer vernoemd naar de aanlandingskabels voor de kabels (bedreven op 220 kV AC) die vlak naast de kerncentrale van Borssele binnenlopen. Naast Borssele Alpha komt ook Borssele Beta te staan. Het zijn de eerste twee stations van zeven stuks die per exemplaar 700 MW (als tweemaal 350 MW) windvermogen kunnen faciliteren. In de media wordt dan ook gesproken van grote stekkerdozen. Een beetje ongelukkige vergelijking, want dan wordt voorbijgegaan aan de belangrijkste functie: optransformeren van de spanning.

Nu staan er al wel meer van zulke platforms op zee. In Duitsland staat een heel arsenaal AC-trafo's en ook HVDC-converters in de Noordzee en m.u.v. Noorwegen staat ook in de teritoriale wateren van de andere landen van ons scopegebied (Denemarken, België en het tijdelijk niet-zo-Verenigd Koninkrijk) een klein leger van zulke apparaten in zee. Toch is Borssele Alpha uniek, in drie opzichten. Tennet heeft geleerd van de ervaringen met de eerder opgeleverde platforms en heeft met enige trots Borssele Alpha lean and mean (slank en simpel) genoemd. Het ding is zo eenvoudig mogelijk gehouden. Dat is niet alleen goedkoper, er kan ook minder kapot en er is minder onderhoud nodig. (Overigens wordt dat lean and mean meteen weer gelogenstraft door de radar die erop zit om de windmolens tijdelijk stil te zetten als er een grote zwerm trekvogels op ramkoers ligt. Ook dat is nieuw.)

Het derde nieuwtje is vooral voor ons hoogspanningsgeïnteresseerden leuk: de windmolens (die er nu nog niet staan) krijgen een infieldspanning van 66 kV. Dat is nog nergens op de wereld op zee eerder gedaan. 66 kV kan t.o.v. de gangbare 33 kV-spanning meer vermogen aan en vermindert het aantal benodigde kabelkilometers. Zelfs voor de Denen die het park aanleggen (Ørsted doet dat) is dit een primeur. De bouw van de molens zelf begint overigens nu pas, maar wellicht kunnen we na twintig jaar achter de feiten aanlopen toch eindelijk weer een keer trots zeggen '…het waren toch die Hollanders.'

Afbeeldingen: persfoto vrijggeven door Tennet (origineel hier) waarop Borssele Alpha staat. Het lijkt een boorplatform, maar in feite is het een hele grote, dubbele 66/220 kV-trafo. Onder: BSA op de netkaart. Wie de interactieve versie bekijkt ziet dat er al veel meer van zulke platforms zijn, maar nog niemand deed eerder 220/66 kV op zee.

01 mei 2016 ∙ In 1995 en 1996 werden de langste en de zwaarste hoogspanningslijn van Nederland tegelijk gebouwd. 380.000 volt kwam naar het noorden van Nederland. En dat jubileum laten we niet ongemerkt voorbij gaan hier op HoogspanningsNet.

Het project Zwolle-Meeden-Eemshaven. Drie stations in Zwolle, Meeden en de Eemshaven. Twee zware hoogspanningslijnen tussen Zwolle, Meeden en de Eemshaven. Eén megaproject van 800 miljoen gulden. Misschien wel het meest tot de verbeelding sprekende hoogspanningsproject van de jaren 90. En van nationaal belang in de toekomstige stroomvoorziening. Alles onder regie van het SEP, de Samenwerkende ElektriciteitsProducenten. Op 02 mei 1996 ging de stroom erop. Sindsdien hangt er iets moois in de lucht van noordoost Nederland. Reden voor een feestje. En hoe vier je als website een feestje? Met een jubileumwebsite natuurlijk.

20 jaar Zwolle-Meeden-Eemshaven. Vier het MEE.
zlmeeeems20.hoogspanningsnet.com

Ga mee op reis door twee decennia Zwolle-Meeden-Eemshaven. Beleef de reis Er hangt iets moois in de lucht, met informatie, foto’s en oude nieuwsartikelen. Lees de verhalen van mensen die erbij waren vanuit verschillende raakvlakken. Betrokken vanuit een professioneel oogpunt of ook vanzelf spontaan geïnteresseerd geraakt. Bekijk hoe de bouw ging en hoe het vorderde, lees over de achtergronden van het project en maak kennis met nieuwe hoeken om tegen de dingen aan te kijken. Ook hebben we oude documentatie gedigitaliseerd, zoals de folders Lijnen naar Morgen en Masten in ’t land. Ze bieden een unieke inkijk in de communicatie van het netbeheer van destijds met de bevolking en landeigenaren.

Een jubileumsite is nooit vol en ook nooit af. Doe MEE. Ben je of ken je iemand die erbij was, tijdens de bouw van het project of betrokken bij de aanwezigheid ervan tot op vandaag? Vertel MEE wat Zwolle-Meeden-Eemshaven betekende of betekent vanuit jouw raakvlak of perspectief.  Praat mee op ons forum. Of verspreid het woord via #zlmeeeems20. Hoe meer verhalen, hoe mooier.

Afbeeldingen: foto van Meeden-Eemshaven ('de Mammoetlijn') in een koolzaadveld, gemaakt door Tom Börger. Linksonder: het oude logo van het project, uit de vroege jaren 90. Beleef de verbinding MEE van Zwolle tot de Eemshaven: er hangt iets moois in de lucht.