HoogspanningsNet - alles over hoogspanning op het het

Hoogspanningstechniek

Mast van de Maand



Mast 05, Lixhe - CBR (2)
----------------------------------------------
Klantaansluitingen rechtstreeks op het hoogspanningsnet zijn eigenlijk per definitie maatwerk. In Nederland (u weet wel, netjes aangeharkt) is Tennet niet meer zo content met harde aftakken voor klanten. Liever ziet men een inlussing of een privé-steeklijn vanaf het trafostation zelf. Maar in België is de situatie anders en Elia is van nature een elektriciteitsnet gewend dat wat chaotischer is, maar daardoor ook gemakkelijker en minder omslachtig tot nut van de aangesloten inwoners en bedrijven kan worden gebracht. Zodoende tref je in België een keur aan klantaansluitingen aan die soms hard getakt zijn, maar ook zie je er met enig regelmaat private verbindingen naar zware klanten. Hier zien we mast 05 van een van de 70 kV-klantaansluitingen van het bedrijf CBR vlakbij Lixhe. Voor de mastsoort kijken we gewoonlijk naar draag- en steunmasten terwijl dit een eindmast is, zodat we er met enig gekunstel nog mee weg komen in het classificatiemodel. Maar dat neemt niet weg dat dit soort maatwerkoplossingen voor pylon geeks op reis altijd een hoogtepunt zijn om naar te kijken.

Hoogspanning en gezondheid?

Antwoord op alle vragen vind je bij het RIVM (NL) of het LNE (B).

HoogspanningsNet behandelt dit thema met opzet niet zelf. (Waarom niet?)

Geknetter en gebrom?

Geen zorgen, dat is normaal.

Mastverrommeling


Doet dit ook jouw tenen kromtrekken?


Zoek je de netbeheerder?

Dat zijn wij niet. Ga naar de website van TenneT TSO (NL) of Elia (B).




Of ga naar ENTSO-E voor het Europese samenwerkingsverband tussen netbeheerders.

Berichtenarchief

28 April 2019 In deze tijden van kabels en buismasten wordt zelfs in Nederland toch nog wel eens nieuw vakwerk gebouwd. Dat klinkt als hoera-per-definitie. Maar wat nou als we vertellen dat het vernieuwbouw is van de voorheen oudste 150 kV-verbinding van Nederland? Dan wordt het opeens een stuk moeilijker om te oordelen – zelfs voor pylon geeks.

Mastbeeld Maasbracht - LutteradeVooruit dan, we zullen bij HoogspanningsNet één keer niet overgaan tot de stekelige recalcitrantie rond wintrackmasten waar men ons al jaren van kent. Dus we laten de eerste wintrack van Tennet in Zeeland even eh.. voor paal staan en we kijken deze keer naar de interne besoignes binnen de populatie vakwerkverbindingen.

Tegenwoordig lijkt het wel of alles met kabels en buismasten wordt gedaan. Toch is dat niet waar. In België laat Elia zich niet gek maken en worden nog altijd fraaie vakwerkmasten gebouwd. En zelfs in Nederland is het bouwen van vakwerk niet verdwenen. Meestal gaat het dan om losse reconstructies of om korte lijnen in industriegebieden zoals de Eemshaven, maar ook in de publieke ruimte kan het soms nog.

In Limburg zien we momenteel zoiets, al zullen pylon geeks er in dit specifieke geval een gemengd gevoel bij hebben. De verbinding Maasbracht – Lutterade is een ijkpunt in de Nederlandse nethistorie: het was de eerste Nederlandse verbinding die ontworpen werd voor de destijds indrukwekkend hoge spanning van 150 kV. (In Nederland staat slechts één verbinding in actieve dienst die nog ouder is dan dit exemplaar, maar die voert 50 kV). De verbinding werd ontworpen door het SVM (StroomVerkoop Maatschappij, in 1934 in het PLEM opgegaan) en sinds 1932 staat de verbinding in het Limburgse land. Maar helaas kan hij niet meer meekomen in de moderne tijd. De oude masten en de draadhoogtes zijn te laag en de transportcapaciteit van 100 MVA is dat ook.

Levensgevaarlijk hooge spanningGedeeltelijk wordt de verbinding door een grondkabel vervangen. Dat is makkelijk oordelen: f(_)ck. Maar een ander lijndeel (vanaf Born tot aan Maasbracht) gaat niet ondergronds. Dat lijndeel wordt door Tennet van splinternieuwe vakwerkmasten voorzien. Nieuw vakwerk in deze tijden: altijd mooi! Maar het geeft toch ook wel een wrange smaak omdat ze in de plaats komen van een uniek stukje Nederlandse nethistorie dat straks echt verdwenen is. Je ziet de draad al hangen, zelfs voor pylon geeks is het soms niet eenvoudig om te oordelen.

Afbeeldingen: een stokoude SVM-donaumast die vervangen wordt door vernieuwbouw van dit ontwerp. De historie die aan alle kanten van het uiterlijk van deze verbinding af springt zal spoedig zelf ook historie zijn. Onder: het mastbord verraadt door het taalgebruik nog de tijd waarin de verbinding het levenslicht zag. Foto's door forumlid Ritsjie.

10 April 2019 Hoe moeilijk is het om lantaarnpalen aan en uit te zetten? Bij Liander zullen ze daar deze week beslist een krachtterm voor gebruiken. In delen van het net van Liander zijn de lantaarnpalen op de hobbel geslagen na de overgang van de zomertijd. Ondanks hard werk bij de netbeheerder zijn er tien dagen later nog steeds kleine gebieden waar de lantaarnpalen weerbarstig weigeren te luisteren naar Duiven.

Lantaarnpalen en 380 kV op de MaasvlakteOf het donker wordt, twaijduustern, mörk of schemer, automatisch gaan de lantaarnpalen aan. Traditioneel werd dat gedaan met een zogeheten toonfrequent-commando, meestal gekend als het TF-signaal. Dat is kort gezegd een bewust aangebrachte rimpeling op de normale sinusvorm van 50 Hz wisselstroom. Dit kan per regio worden verstuurd en apparaten zoals boilers, elektriciteitsmeters en schakelkasten voor openbare verlichting kunnen deze rimpelingen opmerken. Op die manier kunnen korte commando's over het elektriciteitsnet zelf worden geroepen: 'nachtstroom', 'boilers aan', 'laag tarief' of 'lantaarnpalen aan'. Voor een nauwkeurige beschrijving, lees verder op de site van Chris Verschoor, toonfrequent.nl.

TF is al heel oud en en in de loop der jaren is de draagkracht van het signaal (de 'woordlengte' en 'verstaanbaarheid') steeds beter geworden. Maar er zijn ook problemen. Nieuwe LED-armaturen kunnen soms ongewild gaan knipperen wanneer ze als bijvangst een TF-signaal moeten aanhoren en ook is TF niet geschikt voor de nieuwe tijd waarin slimme meters met een digitaal signaal de regie overnemen. Netbeheerders willen dan ook op termijn van TF af op hun netwerken en men is al bijna tien jaar druk bezig gebruikers te informeren dat TF-aansturing van boilers, dag- en nachttarieven de komende jaren stopt en gefaseerd wordt vervangen.

We weten bij HoogspanningsNet niet helemaal zeker wat er precies voor vervangend systeem wordt gebruikt (waarschijnlijk FlexOVL), maar wat we wel weten is dat in de concessie van Liander zich iets verslikt heeft in de omzetting naar de zomertijd. Helaas blijkt het niet zo simpel op te lossen. De volgende dag was op Radio 1 een voorlichter van Alliander te horen die een beetje ongemakkelijk de zaak toelichtte en vertelde dat in bepaalde gebieden voorlopig handmatig geschakeld moest worden. Een klein beetje gênant natuurlijk in deze tijden van smart solutions en hoogdravende digitalisatie.

Inmiddels zijn we anderhalve week verder en nog steeds zijn de problemen niet geheel achter de rug. Nog altijd zijn er plekken waar de lantaarnpalen hun eigen gang gaan. Liander heeft voor die gebieden inmiddels besloten de lantaarnpalen 24/7 aan te laten staan, zodat ze het tenminste überhaupt doen in de nacht. Een beetje vreemde gewaarwording, maar voor wie in delen van Gelderland overdag het licht ziet terwijl het knalzonnig is: er wordt aan gewerkt. We hopen spoedig op eh.. verlichting in Duiven.

Afbeelding: Lantaarnpalen, hier op de Maasvlakte, worden aangestuurd met een TF-signaal of met een modernere digitale vervanger. Het lijkt erop dat in de concessie van Liander het digitale signaal een complex en lastig te verhelpen probleem heeft sinds de zomertijd. Gelukkig is het in de meeste gebieden inmiddels opgelost.

02 April 2019 Vaste bezoekers van deze site wisten gisteren direct hoe laat het was, maar voor wie nog in de veronderstelling verkeert dat HVPV onze hoogspanningsmasten zal gaan veranderen… waar rook is is een scheider als breaker gebruikt, en waar 14 is, is het 1 april op HoogspanningsNet. 

HVPV-panelen op mast 14Natuurlijk zijn er geen zonnepanelen met een uitgangsspanning van maar liefst 5000 volt, laat staan als veilig consumentenproduct. In de hoogspanningsmast klimmen en direct hard verbinden met de fasedraden is natuurlijk ook niet geloofwaardig. Maar de ronkende afkorting HVPV en Japanse firma en een op het eerste gezicht saaie anonieme product sheet moest tegenwicht geven, net voldoende om toch twijfel te zaaien over het product dat de hoogspanningswereld zou gaan veranderen.

De gebruikelijke verklikkers die we al jaren gebruiken zaten er ook nu weer in. Zo kwam het getal 14 (1-4, oftewel, 1 april) verdacht vaak terug in het artikel, in allerlei dimensies en veelvouden. 140 kV, 1419 hectare en bijvoorbeeld ook mastpositie 14 in het niet toevallig gekozen Nieuwegein. Wie op de netkaart die mast aanklikte keek tegen piloot Geinstein aan. Verder verwezen enkele links traditiegetrouw naar de 1-aprilpagina op Wikipedia, er zat weer een rickroll in en het coördinaat van de veertien trafostations met schaarste was op de netkaart 14ºNB 14ºOL: middenin de Sahara in plaats van in Drenthe, Duitsland of Denemarken.

Dat is een mooie sequentie van de letter D. Sterker nog, het had de lezer ook op kunnen vallen dat bij nader inzien iedere zin in het hele artikel met de letter D begon. Ook de naam van het fictieve Japanse bedrijf levert in Google achterdocht op: bedoelde u Daily Sushi? In elk geval, HVPV kan worden bijgezet in het rijtje XLPE-drop, Lila circuits, plastic wintracks en gallop generators. En de product sheet van Daiisushi? Die werd tot onze verbazing gisteren bijna honderd keer gedownload. Vooruit, we maken er wel een funpostertje van voor de liefhebbers.

Lees het artikel van 01 april hier terug.

Afbeelding: De proefmast bij Nieuwegein is in de praktijk een photoshop van een doodgewone S+0 in het buitengebied van Wageningen. Wel met exact hetzelfde mastontwerp als de gelinkte mast bij Nieuwegein natuurlijk, want anders prikken pylon geeks er te snel doorheen. En dat is dan weer géén grap.

20 maart 2019 In een normaal hoogspanningsnet is er altijd is er wel ergens wat stuk, altijd wel een knelpuntje, altijd wel nieuwbouw en ook altijd wel ergens reconstructie of sloop. Masten en draden zijn van metaal en die kunnen goed gerecycled worden. Maar hoe zit dat eigenlijk met de isolators?

Oude glaskap-isolators. En nu?Isolators heb je in meerdere soorten. De ene laat zich vrij makkelijk verwerken na gebruik, maar de andere is heel moeilijk te recyclen. Voor glaskap- en kunststof isolators is de waarheid ongemakkelijk: momenteel is er nauwelijks een methode voor.

Keramische isolators zijn van gebakken klei: gewoon steen dus. In landen met veel ruimte en weinig milieubeleid worden ze gestort of begraven. Ook in Nederland gebeurde dat vroeger: in de gaten waar ooit laagspanningspalen stonden kan je soms op anderhalve meter diepte nog de witte 400 V isolators aantreffen. Tegenwoordig worden ze in westerse landen meestal in een hamermolen tot gruis geslagen. Wat er dan overblijft is gewoon zand en gruis. Dat kan het beton in als vulmiddel.

Glaskap-isolators zijn moeilijker. Ze bestaan uit drie verschillende materialen die ontzettend sterk zijn, een hoog smeltpunt hebben of heel lang meegaan. Veiligheidsglas kan je laten springen en volledig recyclen, maar daarna zit je nog steeds met de metalen kop vol keramiek. Ondanks een flinke zoektocht zijn we er bij HoogspanningsNet nog steeds niet achter wat men ermee doet. Waarschijnlijk luidt het antwoord niets. Stort. Theoretisch is het mogelijk ze bij te mengen bij recycleschroot in een hoogoven, maar het keramisch materiaal bemoeilijkt normale smeltprocessen en maakt het erg ingewikkeld om kostendekkend te werk te gaan. Het lijkt er dus op dat de koppen ontdaan van hun glazen kap worden gestort, maar het is buitengewoon moeilijk hier inzicht in te krijgen. Op zichzelf een veeg teken: hier wil men blijkbaar niet graag over praten.

Eindsluiter van de olie ontdoenKunststof valt ook niet mee. Het siliconenrubber is een thermoharder die zich niet opnieuw laat opsmelten. Wat op dit moment het meest wordt toegepast is verbranden. Op die manier wordt de chemische energie in het materiaal dan nog teruggewonnen. Dat is nog best wat energie, want een kunststof isolator heeft bij verbranding een calorische waarde die ongeveer de helft van die van steenkool bedraagt. Maar het is een  laagwaardige methode. De glazen vezels in de kern overleven de verbranding en kunnen daarna worden vermalen tot poeder, waarmee hetzelfde kan gebeuren als met keramische isolators. 

In de grondkabelwereld is het ook lastig. Ouderwetse GLPK-kabels en oliedrukkabels moeten na het uitgraven moeizaam ontmanteld worden. Dat is een duur proces. De metalen geleiderkernen, de pantsering en de loodmantel kunnen worden gerecycled, maar het oliegedrenkt papier en de waterdichte afdichting van de kabel meestal niet. Verbranden en energieterugwinning is de beste oplossing. Moderne kabels met XLPE-kunststof als isolatiemateriaal lijken eenvoudiger, maar zijn in feite juist ingewikkelder. XLPE is wederom een thermohardende kunststof die zich niet meer laat opsmelten of vloeibaar te maken is. Er zijn voorzichtige experimenten met supercritical decrosslinking (eet smakelijk) en wat proeven met chemische methodes, maar op dit moment is dat nog niet op operationele schaal. XLPE-kabels worden ontdaan van hun geleiderkernen en daarna meestal verbrand.  

Een weinig opbeurend verhaal? Vandaag wel, maar waarschijnlijk wordt het morgen anders. We ontvingen op 25 maart een tip van iemand bij Liander dat kabelfabrikant Prysmian inmiddels is begonnen met fabricage van een middenspanningsgrondkabel die ze P-Laser hebben genoemd. Een kabel waarbij de isolatie volledig van thermoplastisch plastic is gemaakt, plastic dat bij verhitting weer vloeibaar wordt en in principe bijna volledig kan worden gerecycled. Verder zal de te verwachten afvalstroom van isolators en kabels de komende decennia sterk toenemen. En wat we altijd zien bij gelijkvormig afval: vroeg of laat wordt de hoeveelheid zo groot dat het economisch interessant wordt om er een recycleproces voor te ontwikkelen. Voor autobanden, koelkasten en batterijen is dat al gelukt – zijn isolators de volgende? 

Afbeeldingen: container vol met oude glaskappen. Zwaar, keihard en weinig waardevolle materialen. Recycling is momenteel zo lastig en duur dat ze waarschijnlijk worden gestort. Waarschijnlijk, want we hebben geen enkele bron boven water gekregen die dit bevestigt. (Weet je meer? Vertel het ons!) Onder: een zogeheten eindsluiter bevat olie, metaal en keramiek. Die moeten eerst gescheiden worden: duur en arbeidsintensief. 

21 februari 2019 Terwijl in Nederland en Denemarken op koppelnetniveau vrijwel alleen nog buismasten worden toegepast, heeft Tennet GmbH (de Duitse tak) voor de nieuwe verbinding Dörpen – Niederrhein gewoon voor vakwerkmasten gekozen. En wát voor een masten. Een blik op de nieuwbouw in het Emsland.

Voor de energiewende was jarenlang geen goed Nederlands synoniem, maar inmiddels is het gevonden in energietransitie. Wat veel mensen vergeten in de politieke waan van de dag is dat landsgrenzen irrelevant zijn – zeegrenzen, dáár gaat het om. Denk niet in naties, maar in klimaatzones, landschappen en ondiepe zeeën. In plaats van een binnenlands koppelnet met ijle steeklijntjes naar de kustplaatsen, staan nu de zware centrales op het strand en er is zelfs een net op zee nodig. Om dat aan te sluiten zijn flinke netverzwaringen nodig tussen het strand en het bestaande 380 kV-koppelnet, dat vaak enige afstand tot de kust hield. 

Vroege verbindingen die een schaduw vooruit wierpen zijn de aansluiting van Borssele, de Maasvlakte en beide verbindingen naar de Eemshaven. Maar inmiddels is de beuk erin gegaan en eind 2017 werd in België Stevin opgeleverd. In het Emsland wordt gewerkt aan een nieuwe verbinding tussen Dörpen en Niederrhein om een paar zware converterstations voor offshore wind aan te sluiten. Het noordelijkste stuk, tussen Dörpen en Meppen, valt in de concessie van Tennet GmbH, de Duitse tak van Tennet. De bestaande lijn kan het allemaal niet meer af. En wat zien we hier verrijzen? Geen wintracks, geen Muguets en geen Eagles, maar onvervalste, stoere vakwerkmasten, bedoeld voor tweemaal 2635 MVA (4000 A) op vierbundels.

Waar de oude lijn duidelijk invloeden van de jaren 70 toont (vrij open, betrekkelijk simpele constructie en functie voor de vorm) is de nieuwe verbinding echt een kind van deze tijd: de masten zelf zijn van zwaarder staalwerk, ze zijn wat smaller en ze hebben een iets venijniger aanblik. Het stompe traversetopje wordt standaard, net als kunststof isolators in V-ophanging. Maar vooral de hoogte van zes tot acht meter meer dan de bestaande verbinding trekt de aandacht. Dit lijkt veel te veel om doorhanggedrag bij zware belasting of veranderde normen te compenseren. Ook zitten er (gemiste kans!) geen aanzetstukken voor later te monteren meelifters voor 110 kV op. Het lijkt erop dat de magneetvelddiscussie een rol speelt en dat men extreem veilig is gaan zitten, zelfs boven de weilanden.

Vakwerk kan dus nog steeds, en niet eens zo ver weg. Bekijk het hele tracé op de netkaart, als fotoverslag op ons forum of doe eens wat we bij HoogspanningsNet wel vaker doen: als je in de buurt bent, werp eens een blik in het echt. Zo kom je nog eens ergens.

Afbeeldingen: nieuwe vakwerkmast in de absnitt Dörpen tot de concessiegrens, naast de bestaande verbinding. Hoger, iets smaller en gedrongener, en iets chagrijniger van aanblik. Grotendeels komt dat door de lichtgewicht V-ophangingen met kunststof isolators (detailfoto). Foto's door Tom Börger.

De HoogspanningsNet Netkaart voor je PC, browser, tablet en telefoon.

– Altijd het net op zak.

Meer info Handleiding FAQ GIS/KML

Actuele load

@hoogspan op Twitter

Hoogspanningsagenda

Wat hangt ons boven het hoofd?
- (geen activiteiten bekend)



Heb je een tip? Meld 'm hier

Waar zijn de netprojecten?

Kijk waar de netuitbreidingen zijn!
Netuitbreidingskaart TenneT
Netprojecten Elia
TYNDP Europa door ENTSO-E

Credits en copyright

Creative Commons Licentie

Tenzij anders vermeld, bevindt de content op deze website zich onder een CC BY-NC-ND-licentie.

Lees de volledige disclaimer hier.