Coronaverschijnselen? Deze keer helpt een coronaring niet. Een mondkapje wel!

Hoogspanningstechniek

Mast van de Maand



Mast 08, Herbayum - Louwsmeer
----------------------------------------------
In het Nederlandse net is Friesland de plek waar het oorspronkelijke idee van een getrapt, vermaasd net het beste bewaard is gebleven. 110 kV is er de transportnetspanning en 220 kV is als koppelnet op enkele strategische stations verbonden met 110 kV en op twee plekken met de buurprovincies. Verder is er zeer weinig verkabeld. Vandaag staan we vlakbij Franeker, waar Ruben Schots deze 110 kV-donaumast vastlegde vlakbij de plek waar een spoorbaan wordt overkruist. Het PEB Friesland had net zoals veel andere provinciale elektriciteitsbedrijven haar eigen inzichten in wat handig en verstandig was qua lijnenbouw. Opvallend is dat er een parallel met Overijssel is te ontdekken: hamerkoppen werden in de jaren vijftig verruild voor donaumasten die in eerste instantie een redelijk complex vakwerk hadden, wat de ensemblage duurder maakt. Deze verbinding is uit 1965, een tijd waarin de IJsselmij al had gekozen voor pragmatischer mastontwerpen. Friesland zou dat stadium bijna overslaan en ging in de jaren 70 direct over op buismasten. Dat er daarna in veertig jaar maar heel weinig is veranderd aan het Friese hoogspanningsnet bewijst dat het strategisch goed in elkaar zit.

Hoogspanning en gezondheid?

Antwoord op alle vragen vind je bij het RIVM (NL) of het Departement Leefomgeving (B).

HoogspanningsNet behandelt dit thema met opzet niet zelf. (Waarom niet?)

Geknetter en gebrom?

Geen zorgen, dat is normaal.

Mastverrommeling


Doet dit ook jouw tenen kromtrekken?


Zoek je de netbeheerder?

Dat zijn wij niet. Ga naar de website van TenneT TSO (NL) of Elia (B).




Of ga naar ENTSO-E voor het Europese samenwerkingsverband tussen netbeheerders.

Berichtenarchief

24 juni 2014 ∙ Deze maand is tussen Villeroux en Bastogne (Ardennen) een korte, maar niettemin volwaardige nieuwe bovengrondse hoogspanningslijn voor 220 kV opgeleverd.

Nieuwe luchtlijn tussen Villeroux en BastogneTussen station Villeroux en een klantstation bij Bastogne (bijna gereed) is een kort lijntje met driehoeksmasten gerealiseerd. De lijn is op de groei: de driehoeksmasten zijn eigenlijk onvolledig uitgenutte dubbelvlagmasten, zodat er (indien gewenst) eenvoudig een tweede circuit in kan. Villeroux zelf is opgenomen in de stokoude 220 kV-lijn Rimiére-Aubagne, een hoogspanningslijn die op landelijk niveau achterhaald is geraakt door de opkomst van 380 kV, maar die op deze wijze nog steeds zijn nut bewijst omdat 70 kV niet toereikend is voor de klant in kwestie… een datacenter. 

Inderdaad, alweer een datacenter. Klantaansluitingen op het hoogspanningsnet laten door de geschiedenis heen vrij goed de plekken zien waar groot geld wordt verdiend. 
Het begon met aansluiting van staatsmijnen voor de (destijds) zware machinerie die daar in bedrijf was. In het midden van de vorige eeuw veranderde dat en zagen we in Nederland en België vooral zware metaalindustrie en hoogovens opkomen. Een paar decennia later herhaalde zich dat met raffinaderijen en (petro)chemie. De vierde ronde speelde zich vooral in Nederland af, waar in de jaren negentig op grote schaal WKK-vermogen werd aangekoppeld: tuinders, vuilverbranders en stadscentrales, allen met een typisch vermogen tussen 10 en 40 MW. En anno nu is data het nieuwe goud van de samenleving. Zware datacenters die zoveel vermogen nodig hebben dat men ze direct op het hoogspanningsnet hangt zien we steeds vaker verschijnen in beide landen. 

Dat de aansluiting bovengronds is gerealiseerd lijkt opmerkelijk, maar het is vrij logisch. De spanning van 220 kV (nog altijd enigszins gewaagd als grondkabel) in combinatie met betrouwbaarheid (vereist door datacenters als klant) zal een rol spelen, net als de kosten en relatief eenvoudige uitbreidbaarheid en aanpasbaarheid van een luchtlijn.

Foto: Bavo Lens fotografeerde een deel van het nieuwe hoogspanningslijntje. We zien een typisch Belgisch ontwerp driehoeksmasten die bij nader inzien onvolledig benutte dubbelvlagmasten blijken te zijn.

21 juni 2014 ∙ Het samengaan van een netbeheerder en een infrabedrijf: dat lijkt op het eerste gezicht een logische keuze. Toch zal het samengaan van Stedin en Joulz voor de meesten als een verrassing komen.

Iedereen die een beetje bekend is in Hoogspanningsland (of nou ja, in de wereld van energietransport in het algemeen) zal de namen van Stedin en Joulz kennen. Stedin is de netbeheerder van het midden- en laagspanningsnet en het gasnet in een concessiegebied dat ruwweg overeenkomt met het grootste deel van de provincies Utrecht en Zuid-Holland. Joulz is een bedrijf dat geen netten beheert, maar wel gespecialiseerd is in de aanleg van energie-infrastructuren, waaronder ook elektriciteitskabels en trafostations.

ConcessiegebiedenWat veel minder mensen weten is dat beide bedrijven niet volledig zelfstandig waren: allebei zijn deel van de Eneco Groep. Eneco? Dat is toch een energiebedrijf en geen netbeheerder? Hoe kan het dan dat die ook ná de WON/Splitsingswet van 2004 via Stedin zelf een net bezitten?
Het verschil zit hem in de schaal. Van netbeheerders op landelijk niveau (Gasunie, Tennet, Elia) zijn we sinds de WON/Splitsingswet van 2004 gewend dat zij staatsbedrijven zijn die zonder winstoogmerk op neutrale wijze het net dienen te beheren. Maar voor regionale en lokale netten is dat anders: deze netten zijn eigendom van commerciële bedrijven die allemaal een eigen concessie bezitten en die daarbinnen min of meer mogen doen en laten wat ze willen.

Eneco bezit zowel Stedin als Joulz. Het samengaan van die twee is dan ook niets anders dan een puuur commerciële overweging. Er wordt kostenefficiëntie en het vermijden van dubbel werk beoogd.
Via Joulz (landelijk actief) kan Stedin nu stiekem zijn vleugels verder uitslaan in de Nederlandse wereld van netbeheer. In dat licht bezien is het dan ook een slimme keuze om gezamenlijk de naam Stedin te gaan behouden en de naam Joulz alleen nog voor hoogspanningszaken (110 kV en hoger) te blijven gebruiken.

Lees meer op de site van Stedin en op die van Joulz

Afbeeldingen: Stedin is de beheerder van het elektrisch midden- en laagspanningsnet in globaal Utrecht en Zuid-Holland. Joulz legt tegenwoordig landelijk grondkabels, trafostations en andere vermogensinstallaties aan. Dat gaan ze nu samen doen, waardoor Stedin stiekem een poot aan de grond krijgt in andere concessiegebieden.

28 mei 2014 ∙ Op dit moment is het SAA-reconstructieproject bij Diemen een van de blikvangers op hoogspanningsgebied. Net als bij het duo-tonpmastenproject in Helmond worden ook hier bij Diemen een aantal 380 kV-masten aangepast of herbouwd. De tracéwijziging is nodig vanwege toekomstige wijzigingen aan de snelwegen.

Inhangen kattenoor in nieuwe hoekmast SAA - foto door Gerard NachbarDe afgelopen maanden is netbeheerder Tennet samen met Spie druk bezig geweest met het wijzigen van de geleiderophanging in een paar bestaande masten (ze krijgen V-ophanging) en er worden negen nieuwe masten gebouwd. Wanneer die klaar zijn, zullen de draden worden omgeleid over de nieuwe masten. De verwachting is dat men volgende week gaat beginnen aan het inlieren en zichten van de nieuwe draden. De planning is te vinden op de online bezoekerscentrumsite van Rijkswaterstaat. 

We kunnen de hele voorpagina wel volschrijven met beschouwingen op dit project, maar dit is typisch een operatie waarbij foto's meer zeggen dan duizend woorden… dus voor de verandering houden we nu snel op met schrijven. Op ons forum volgt forumlid ElektroThriller de operatie vrij nauwgezet en de vorderingen worden zowel beschreven alsook gefotografeerd. Geregeld worden we verblijd met een nieuw verslag en een serie foto's. Een aanrader voor iedereen die van dichtbij wil zien hoe men de nieuwe masten in elkaar zet.

Bekijk het SAA-topic op ons forum en zie de vorderingen in woord in beeld!

Foto: het in elkaar takelen van een nieuwe hoekmast is mooi werk, zolang je er maar mooi weer bij hebt. Deze week valt dat wat tegen, maar in de week van 20 mei was het zeer geschikt voor zowel werkzaamheden alsook het maken van foto's daarvan, zoals deze foto van forumlid ElektroThriller laat zien.

12 mei 2014 De grote projecten van Tennet zijn de laatste tijd het toneel van een slagveld aan scopewijzigingen. NorNed II wordt naar Duitsland gelegd in plaats van naar de Eemshaven, station Breukelen staat al jaren in de ijskast en Noordwest-380 is na twee herzieningen bijna helemaal van de kaart. En nu is ook Zuidwest-380 gewijzigd. Minder dramatisch, maar wel in belangrijke keuzes en tracédetails.

Schets van Zuidwest-380. Klik voor een grotere versieHet project Zuidwest-380, een nieuwe hoogspanningslijn tussen Borssele en Tilburg (via Geertruidenberg), heeft veel gemeen met Noordwest-380. Een lange verbinding van 380 kV, parallel aan een reeds bestaande verbinding en grotendeels bestaand bij de gratie van zware productenten die op een kluitje aan de kust zitten. Maar het verschil is dat er in dit project een mogelijkheid is tot koppeling met België. En dat wil men nu gaan benutten. Tennet heeft bij het ministerie aangegeven op Rilland een koppelstation te willen stichten. De bestaande verbinding Borssele-Geertruidenberg zal in tweeën geknipt worden zodat er meer controle mogelijk wordt over de uitwisseling van vermogen met België. Ook de nieuwe verbinding zal nu opeens uit twee delen gaan bestaan. 

In de eerste fase wordt er een nieuwe verbinding parallel aan de bestaande 380 kV-lijn gelegd tussen Borssele en het nieuwe station Rilland. De verbinding krijgt een capaciteit van 2635 MVA en zal worden gebouwd met wintrackmasten – iets dat een apart gezicht gaat opleveren naast de bestaande lijn met traditionele vakwerkmasten waaraan de circuits in de donauconfiguratie hangen. Daarna zal men gaan kijken naar het andere gedeelte van Zuidwest-380, namelijk tussen Rilland en Tilburg. De bedoeling is dat daar ook wintracks zullen verschijnen, maar het zal HoogspanningsNet niet verbazen als uiteindelijk wordt afgezien van dit tracédeel. De bestaande hoogspanningslijnen dragen driebundelgeleiders met een capaciteit van 1645 MVA per circuit. Dankzij nieuwe materialen en overgedimensioneerde masten kan men zonder mastaanpassingen deze driebundels door vierbundelgeleiders met een capaciteit van 2635 MVA vervangen. Dat levert een verhoging van bijna 1000 MVA op, zonder dat er een nieuwe verbinding nodig is.

De prognoses voor nieuwe verbindingen zijn sterk afhankelijk van de willekeur van producenten in het al dan niet begeren van een productielocatie op een bepaalde plek. Bij Noordwest-380 zagen we een paar maanden terug dat het wegblijven van een grote producent uit de Eemshaven de nekslag was voor het grootste deel van het project. Aangezien op dit moment niet goed bekend is of er een tweede nucleaire centrale komt in Borssele en of het verbruik in Brabant blijft groeien, is het moeilijk om te zeggen of ook de huidige opzet van Zuidwest-380 overeind blijft.

Meer lezen en leren? Begin juli zijn er een paar informatiebijeenkomsten in Zeeland over het eerste deel van Zuidwest-380 (zie ook de agenda). Verder is er de projectsite en je kan je abonneren op de nieuwsbrief van Zuidwest-380.

Afbeelding: gedeelte uit de GE-netkaart 4.2. In wit een schets van de nieuwe verbinding, het tracé kan nog afwijken. Klik op de afbeelding voor een vergroting. Wil je zelf ook zo'n netkaart in huis om ermee te stoeien terwijl het buiten maar doorregent? Dat kan, je kan de meest recente versie gratis downloaden op deze site.

26 april 2014 ∙ Afgelopen week was het na een jaar of twee bouwen en graven zover: op het nieuwe trafostation Dinteloord kon de niet te missen spanning van 150 kV worden gezet. Met het aansluiten van Dinteloord heeft noordwestelijk Brabant op een strategische locatie netversterking gekregen.

In Nederland en België zijn zo hier en daar wat minder bedeelde plekken in het net te vinden. Plekken waar de capaciteit niet voldoet, plekken die niet in een ring hangen en plekken waar het net ongeschikt is voor nieuwe ontwikkelingen. Maar er zijn ook plekken waar nooit hoogspanning is aangelegd en waar het verbruik of de opwek uit de hand begint te lopen. Als zo'n knelpunt niet kan worden opgelost met middenspanning, dan wordt het tijd om een nieuw hoogspanningsstation te stichten. En dat is wat in Dinteloord is gebeurd.

In de omgeving van Dinteloord was alleen middenspanning aanwezig. Er bevindt zich echter een groeiend tuinbouwgebied met kassen (wie kassen zegt, zegt WKK) en ook de plaatselijke industrie groeit. Dat bleek niet op te lossen met operationele maatregelen in het middenspanningsnet van Enexis. Tennet heeft daarom een nieuw 150 kV-station gebouwd en met twee grondkabels van zo'n dertien kilometer lengte aangesloten op Roosendaal.
Hoewel dit nieuwe station tijdens normale situaties soelaas kan bieden, zien we ook dat het station een uitloper vormt: het is niet of nog niet opgenomen in een ringvorm. De verwachting is dat dat niet altijd zo blijven zal. In de KCD's zijn plannen te zien voor een toekomstige, nieuwe verbinding tussen Dinteloord en Bergen op Zoom.

Meer lezen? Kijk hier op de site van Tennet.

Afbeelding: gedeelte uit de GE-Netkaart 4.2, waarop we Dinteloord reeds hebben aangegeven.
Zelf een blik werpen op de kaart? Dat kan hier.

De HoogspanningsNet Netkaart voor je PC, browser, tablet en telefoon.

– Altijd het net op zak.

Meer info Handleiding FAQ GIS/KML

Actuele load

Hoogspanningsagenda

Wat hangt ons boven het hoofd?
- (geen activiteiten bekend)



Heb je een tip? Meld 'm hier

Waar zijn de netprojecten?

Kijk waar de netuitbreidingen zijn!
Netuitbreidingskaart TenneT
Netprojecten Elia
TYNDP Europa door ENTSO-E

Credits en copyright

Creative Commons Licentie

Tenzij anders vermeld, bevindt de content op deze website zich onder een CC BY-NC-ND-licentie.

Lees de volledige disclaimer hier.