HoogspanningsNet - alles over hoogspanning op het het

Hoogspanningstechniek

Mast van de Maand



Mast 83, Apeldoorn - Katteberg
----------------------------------------------
Het is vakantietijd en we gaan niet zo veel naar het buitenland dit jaar zodat het op de snelwegen in Nederland extra druk is. Dat was vorig jaar niet zo want op deze foto die Tom Borger heeft gemaakt rijden er niet zoveel auto's op de A50 en mast 83 heeft een rustig uitzicht. Deze mast staat in een 150 kV verbinding uit 1949 die eerst tussen Nijmegen en Apeldoorn liep maar later kwamen station Elst en station Katteberg erin. De mast zelf is veel jonger, die is uit ongeveer 1990 toen de A50 werd aangelegd en twee masten van de verbinding werden vervangen door hogere nieuwe masten. Het is een drievlaksmast met de toren van een PGEM tonmast en hij is extra hoog. Dat ziet er vanaf de weg op de foto indrukwekkend uit en misschien is het ook wel heel erg aan de hoge kant want hij staat ook op een heuvel en de hele hoge lantaarnpalen passen gewoon onder de draden.

Hoogspanning en gezondheid?

Antwoord op alle vragen vind je bij het RIVM (NL) of het Departement Leefomgeving (B).

HoogspanningsNet behandelt dit thema met opzet niet zelf. (Waarom niet?)

Geknetter en gebrom?

Geen zorgen, dat is normaal.

Mastverrommeling


Doet dit ook jouw tenen kromtrekken?


Zoek je de netbeheerder?

Dat zijn wij niet. Ga naar de website van TenneT TSO (NL) of Elia (B).




Of ga naar ENTSO-E voor het Europese samenwerkingsverband tussen netbeheerders.

Berichtenarchief

23 oktober 2015 De reconstructie van het 110 kV-net in het oosten van Drenthe is de afgelopen weken een nieuwe fase ingegaan: men is weer begonnen met sloop. Deze dagen worden de acht onttakelde donaumasten tussen Zwinderen en Veenhuizen weggehaald, samen met de negen overgebleven deltamastjes bij Veenoord.

Situatie bij VeenhuizenTussen Hoogeveen en Veenoord loopt een oude 110 kV-verbinding waarop ter hoogte van Zwinderen een aftak zat waarmee Coevorden van stroom werd voorzien. Halverwege wordt die overkruist door de combinatieverbinding Zwolle-Meeden, waar eveneens 110 kV onderaan hangt, maar dan met een grotere capaciteit. Door vanuit Hardenberg een grondkabel naar Coevorden te leggen (bijna gereed) en de aftak vanaf Zwinderen op Zwolle-Meeden aan te sluiten kan men de capaciteit flink opvoeren. Het gevolg is wel dat het gedeelte van de aftak tussen Zwinderen en mast 97 van Zwolle-Meeden overbodig is geraakt. Twee jaar geleden werden de draden er al af gehaald en vorige week zijn de masten zelf verwijderd. Jammer voor de mastengekken, maar het type mast is zeer algemeen. Iets unieks raken we er niet door kwijt.

Veenoords bokje in onttakelde toestandHelaas is dat anders voor de negen deltamastjes bij Veenoord. Dat zijn de laatste in hun soort, en met hun sloop verdwijnt een uniek mastmodel voorgoed uit de Nederlandse velden. Slechts één exemplaar (in privaat bezit, Avebe Musselkanaal) blijft nog in functie. Twee weken geleden zijn de draden er al afgehaald en aankomend weekend wordt de hoekmast vlak naast de A37 weggehaald. Zodra de maïs eraf is zullen de andere exemplaren vermoedelijk spoedig volgen. Als mastengekken zullen we dit mastmodel zeker gaan missen.

De mastjes moesten wijken omdat ze een circuit van 65 MVA droegen en niet in staat waren om geleiders voor 270 MVA te dragen: de nieuwe standaard voor het gebied. Zelfs voor hoogspanningslijnen lijkt zo'n opschaling nogal overkill, zeker in een krimpregio. Maar vanwege historische redenen had dit landsdeel van oudsher eigenlijk een te zwak net. Om dat uit te compenseren, en vanwege de toename van decentrale productie in het gebied (windparken, WKK, zonnedaken) is deze reconstructie nodig.

Foto's: vorige week geschoten beelden van de aanblik van het masttype dat onder ingewijden naam heeft gemaakt als 'Veenoords bokje'. Zonder draden een desolaat gezicht. Dat geldt ook voor onttakelde Duits-type IJsselmij-donaumasten. Netstrategisch goed uit te leggen, maar voor mastengekken wordt het toch al lege Drentse land er helaas niet boeiender op.

30 september 2015 ∙ We kijken allemaal geregeld op de site van Tennet, zodat het weinig meerwaarde heeft om hier het nieuwsbericht over het onder spanning opvijzelen van een hoogspanningsmast dunnetjes over te doen. Het filmpje laat het verhaal reeds prachtig zien. Maar wat we wel kunnen doen is de hijsklus in context plaatsen. Waarom mocht de stroom er niet af?

Mastverhogingen heb je vanwege nieuwe overkruisingen (zie het bericht van 07 mei, een nieuwe weg), een strakkere NEN-50341-1 (en dus ook strakkere draden), maar ook vanwege de kans op hoogwater. In Nederland moet het water meer ruimte krijgen om de kans op overstromingen en ander ongerief te verlagen. Dijken moeten daardoor worden verlegd, boerderijen worden verplaatst en ook de hoogspanningslijnen moeten worden aangepast om op sommige plekken met hoger water om te kunnen gaan.

Deze operatie bij de Noordwaard is zeker niet de eerste in dit kader. Bij Nijmegen en twee jaar geleden bij Veessen is eenzelfde operatie wel heel dramatisch aangepakt door de plaatselijke 150 kV-verbindingen op een soort bijzettafels te plaatsen. Of een tonmast nou mooier wordt van zo'n uit zijn krachten gegroeide spijker onder het broekstuk mag iedereen voor zichzelf bepalen, maar een apart gezicht is het wel. De ronde vorm van de voet van de bijzettafel is bewust gekozen om bodemtrillingen en turbulentie in stromend water te beperken. (Opmerkelijk, want een rond object in een stromend fluïdum zetten is normaal gesproken vragen om problemen…) Maar behalve verbijzettafeling, noem het eens bij de naam, kan je op nog meer manieren een mast waterproof maken. Een terp lijkt logisch, maar dat valt in de praktijk tegen vanwege stromingsbelemmering en stabiliteit. Bij Zutphen heeft men ervoor gekozen een hele hoekmast te vervangen door een hagelnieuw exemplaar op hoge betonnen voeten zonder ijswiggen aan de loefzijde. Men gaat ervan uit dat ijsgang op die plek minimaal zal zijn. 

En nu is men in de Noordwaard aan het eiffelen geslagen: weer een andere methode. Meestal gebruikt men een verhoging met vakwerk in 'droge' omstandigheden zoals bij de aanleg van een nieuwe weg. Voor nat gebruik lijkt het wat minder geschikt, want het enige verschil met het originele broekstuk en een speciale waterbestendige coating. Dat lijkt niet bepaald hoogontwikkelde techniek. De reden om hier toch voor te kiezen is omdat dit de enige manier is waarbij de stroom niet van de verbinding hoeft te worden gehaald. Een bijzettafel, een nieuwe mast of een betonnen voet vereisen allemaal dat de hele verbinding (beide circuits) spanningsloos worden gemaakt. Dat doet men liever niet met koppelnetverbindingen: het zou een tijdelijke bypass vereisen: duur en ook enigszins risicovol. Door voorzichtig vijzelen kon dat vermeden worden. En een mooie bijvangst voor mastenliefhebbers is dat de aanpassing op deze manier ook nog eens minder opvalt dan een tafeltje.

Foto's: onderaan de beruchte bijzettafels van de twee verbindingen tussen Woudhuis en Hattem zijn een heel contrast met een vakwerkophoging (foto door Ruben Schots). Vakwerk hoeft amper op te vallen wanneer het zorgvuldig is gedaan. Op de bovenste foto, in feite een screenshot uit het filmpje van Tennet, is te zien dat het nieuwe landingsgestel wel een beetje andere hoek in de randstaven heeft dan het broekstuk zelf. 

21 september 2015 Vandaag is het derde Nederlandse offshore windpark officieel in gebruik genomen. Windpark Q10 Luchterduinen heeft een offshore collectorplatform (33/150 kV) en voedt  in op trafostation Sassenheim via een grondkabel.

Windpark Q10 Luchterduinen staat ruim twintig kilometer uit de kust, heeft 43 windmolens en heeft een maximaal vermogen van 129 MW. Een windpark wordt niet 'ineens' in gebruik genomen: er waren al enige tijd een aantal turbines in gebruik. Vandaag is in feite slechts de laatste turbine ook in dienst gekomen, op een moment waarop het vrij gunstig is voor de eigenaar om er in de media de aandacht mee te trekken. En geef ze eens ongelijk. Het park heeft qua constructie, omvang en opzet veel gemeen met het Amaliapark dat voor de kust van Beverwijk in zee staat. Ook dat park heeft infieldkabels van om en nabij 33 kV, een centraal collectorplatform voor 33/150 kV en een enkelvoudige kabelverbinding met het vasteland. Als het park voluit draait, kan het ongeveer een stad ter grootte van Almere van energie voorzien.

De bouw en oplevering van het park is eigenlijk wat sneller gegaan dan we bij HoogspanningsNet dachten. Normaal zit onze netkaart er aardig goed bovenop, maar wat betreft dit windpark lopen we schromelijk achter. Op de volgende update (verwacht in oktober) zal het windpark keurig ingetekend staan, maar voor wie niet zo lang kan wachten: download hier een losse KML met het windpark en alle 33 kV-infieldkabels om handmatig in de netkaart te projecteren.

Afbeelding: de locatie van Q10 in de Noordzee. Vanaf het strand zijn de molens alleen bij helder weer te zien als zeer kleine objecten op de horizon. De prijs daarvan is een complexere aansluiting op het stroomnet: een collectorplatform met offshore trafo is nodig om de transportverliezen onderweg naar het vasteland binnen de perken te houden.

15 september 2015 ∙ Een aantal dagen geleden maakte Tennet bekend een nieuwe 'superkabel' te gaan uitproberen, zie het persbericht van Tennet zelf. Maar omdat verschillende media er verschillende dingen over verkondigen, kreeg onze mailbox een flinke load deze week: 'Waarom is dit niet al veel eerder gedaan?'

De nieuwe 'superkabel' draagt geen S in een driehoek en hangt ook niet aan hoogspanningsmasten met een cape. Ook de capaciteit zal geen wereldrecord worden. 'Superkabel' is een media-aanduiding voor supergeleidende grondkabel

Je hebt materialen die geen elektriciteit geleiden (isolators) en materialen die dat wel doen (geleiders). Maar ver buiten onze leefwereld op kamertemperatuur heb je ook supergeleiding. Dat is iets wonderlijks en alles wat je in de St(r)oomcursus over netverliezen hebt geleerd kan je bij supergeleiding vergeten: elektriciteit ondervindt geen enkele hinder en kan dan vrijwel onbeperkt door een zeer dunne draad. Dat klinkt ideaal om hoogspanningskabels van te maken. Maar supergeleiding treedt pas op bij extreem koude temperaturen. Een supergeleidende kabel moet worden ontworpen als een holle buis met de geleider in het midden en gevuld met extreem koude vloeistof, zoals vloeibare stikstof of vloeibaar helium. Beneden een bepaalde temperatuur vindt het sprongpunt plaats: ineens verdwijnt de elektrische weerstand, de warmteontwikkeling en zelfs het externe magnetisch veld. 

Supergeleiding is al bijna een eeuw bekend. Maar waarom ligt de wereld dan nog niet vol met zulke ideale kabels? Simpel: omdat ze ingewikkeld, duur en nog niet voldoende betrouwbaar zijn voor toepassingen waarbij betrouwbaarheid bovenaan staat. In een hoogspanningsnet is het niet verstandig om je lot in handen te leggen van een techniek die zich nog niet bewezen heeft en die aanzienlijk duurder, ingewikkelder en complexer is dan een gangbare XLPE-kabel, of laat staan een robuuste luchtlijn.

De koeling mag absoluut niet uitvallen, want als de geleidertemperatuur boven het sprongpunt komt, valt de supergeleiding in één klap weg. Loopt de stroom dan nog, dan is het einde oefening voor de kabel. Verder is er een probleem met het geleidermateriaal: dat is keramisch en laat zich maar moeilijk tot een draad vormen. (Rol maar eens een Ming-vaas op zonder hem te breken!) En hoewel de kabel zelf geen extern magnetisch veld genereert, is hij de andere kant op wel degelijk gevoelig voor magnetische velden die van buitenaf de kabel binnendringen. Wordt de invloed van zo'n extern veld te sterk, dan verdwijnt de supergeleiding ondanks de lage temperatuur alsnog. En dan heb je de praktische problemen ook nog. Wat gebeurt er bij graafschade? Hoe repareer je hem? Hoe voorkom je doortransport?

Veel vragen dus. Maar het is belangrijk om bovenop nieuwe technische ontwikkelingen te blijven zitten en daar letterlijk en figuurlijk ruimte aan te bieden. Dat laatste kan Tennet niet worden ontzegd. In het Duitse Essen loopt al een project van RWE met een dergelijke kabel (10 kV), maar Tennet is de eerste die het met hoogspanning van 110 kV wil gaan proberen. De komende jaren wordt gezocht naar een twee tot vier kilometer lang tracé in een stedelijke omgeving (waar weinig graafruimte is en waar magneetvelden klein moeten blijven). Tennet heeft een ronkend persbericht online staan waarin men meer details kan vinden. Mastengekken zijn bevreesd maar ook benieuwd.

Afbeeldingen: Boven: het Ampacity-project van RWE bij Essen maakt gebruik van een grondkabel van fabrikant Nexans, die op een grote coaxkabel lijkt (zie hier voor meer details). Bij hoogspanning lijkt het meer voor de hand te liggen om drie losse kabels met telkens één geleider te nemen, zoals ook meestal gebeurt bij reeds lopende projecten met gangbare XLPE-kabels (onder). Foto door forumlid ET.

08 september 2015 ∙ In België heeft netbeheerder Elia deze zomer het station van Horta in bedrijf gesteld, waarmee het Stevinproject een nieuwe stap verder is. Maar in Nederland zit Tennet weer op schoot met (inmiddels) het nationale zorgenkindje in de hoogspanningsklas. Jawel, Noord-West 380 kV.

Wie een beetje bekend is in hoogspanningsland, weet wat Noordwest-380 is. Het megaproject draaide om de toekomstige langste landverbinding van Nederland, tussen de Eemshaven en Lelystad. Maar om allerlei redenen (vooral het wegblijven van productievermogen in de Eemshaven) werd Noordwest-380 steeds verder afgeknabbeld totdat er bijna niets meer over bleef. Voor wie weinig met wintracks heeft is dat geen ramp: de oude 220 kV-vakwerkmasten blijven nu behouden, zij het t.z.t. met andere geleiders. 

Er kwam een nieuwe opzet in de vorm van 380 kV-wintracks tussen Vierverlaten en de Eemshaven en een verzwaring van de bestaande 220 kV-verbinding door Friesland. De details daarvan zijn nog niet duidelijk, maar voor de hand ligt het vervangen van de geleiders door vierbundels AMS-460 of door hogetemperatuurgeleiders zoals in Vierverlaten-Hessenweg. Het resterende stuk, de 380 kV-verbinding Lelystad-Ens, zou voorzien worden van vierbundels AMS-620 om 1000 MVA capaciteit te winnen zonder dat het nodig is een nieuwe verbinding te bouwen. De mastlichamen moeten dan van een zwaardere fundatie en enkele nieuwe latten voorzien worden. In eerste instantie een mooie klus uit de categorie niets aan de hand voor zowel mastengekken, netstrategen en fotografen.

Maar nu blijkt ook de verzwaring van deze 20 kilometer lange 380 kV-verbinding op problemen te stuiten. De grote vraag is wat voor problemen dat zijn. Meestal is Tennet prijzenswaardig open als het gaat om toelichting rondom de netstrategie, maar deze keer is dat anders. Een persbericht uit juli beschrijft dat er 'een pas op de plaats wordt gemaakt'. Verder blinkt het uit in een bijna politieke nietszeggendheid: op geen enkele wijze wordt duidelijk wat men bedoelt met 'ongewenste knelpunten', 'innovatieve werkwijzen' of 'andere innovaties die deze knelpunten (deels) kunnen voorkomen'. Is er een probleem met de technische staat van de masten of fundamenten, groter dan eerst voorzien? Een vergunningsprobleem vanwege de ontwikkeling van Vliegveld Lelystad? Of is de eerst beraamde verzwaring kapitaalvernietiging omdat er dingen spelen die ze alleen op de berg nog maar kennen?

Blik op de huidige Ketelmeerkruising. Foto door forumlid MichelTsja. Concreet hebben we niet veel aan de term pas op de plaats. Maar kom aan, we zitten hier op HoogspanningsNet en dus weerhoudt vage taal ons er niet van om na te denken over wat het zou kunnen betekenen. Want opmerkelijk is dat een groot deel van de bestaande documentatie en rapporten rondom de oude opzet van het project plotseling offline zijn gehaald. Wij zouden HoogspanningsNet niet zijn als we die niet reeds tijdig enkele documenten in veiligheid hadden gesteld (kom nou), maar opmerkelijk blijft het natuurlijk wel.

De eerst beraamde wijze van verzwaren lijkt te zijn afgeschoten. Voor een bestaande verbinding van deze zwaarte die deel uitmaakt van de landelijke ring, is het vrij onwaarschijnlijk dat men op een grondkabel gaat inzetten. 380 kV-grondkabels zijn nog steeds een waagstuk en een strategisch risico, zeker in de landelijke ring. Maar keihard onmogelijk is het niet langer: juist dit voorjaar is er geconstateerd dat de maximale 380 kV-grondkabellengte in het koppelnet voorzichtig boven de landelijke limiet van de reeds verzegde 20 kilometer mag groeien. Daarmee komt er in theorie ruimte vrij om de verbinding Lelystad-Ens door een grondkabel te vervangen. Die kan worden aangelegd terwijl de luchtlijn nog in bedrijf is, waarmee de tijd dat de landelijke 380 kV-ring in de N-1 situatie zit sterk wordt bekort.

Goed, het blijft Noordwest-380, dus niets is zeker. Maar deze opmerkelijke pas op de plaats in Lelystad-Ens kan er mogelijk een teken van zijn dat er iets heel onaangenaams broeit voor liefhebbers van luchtlijnen. We houden het in de gaten.

Afbeeldingen: boven een oude schets uit een (nu verouderde) folder van Tennet over de werken aan Lelystad-Ens, een folder die inmiddels van het net is gehaald. Elke lat in groen zou vervangen moeten worden. Onder: de Ketelmeerkruising van Lelystad-Ens. Zit die op de wip? We weten het niet. Foto door forumlid Michel.

De HoogspanningsNet Netkaart voor je PC, browser, tablet en telefoon.

– Altijd het net op zak.

Meer info Handleiding FAQ GIS/KML

Actuele load

@hoogspan op Twitter

Hoogspanningsagenda

Wat hangt ons boven het hoofd?
- (geen activiteiten bekend)



Heb je een tip? Meld 'm hier

Waar zijn de netprojecten?

Kijk waar de netuitbreidingen zijn!
Netuitbreidingskaart TenneT
Netprojecten Elia
TYNDP Europa door ENTSO-E

Credits en copyright

Creative Commons Licentie

Tenzij anders vermeld, bevindt de content op deze website zich onder een CC BY-NC-ND-licentie.

Lees de volledige disclaimer hier.