HoogspanningsNet - alles over hoogspanning op het het

Hoogspanningstechniek

Mast van de Maand



Mast 18, Zwolle Frankhuis - Kampen
----------------------------------------------
Nee, niet het opstijgpunt op de voorgrond maar de eerste steunmast erna is de fakkeldrager van de eerste editie van deze rubriek in 2023. We zien hier een 110 kV-verbinding met het IJC cactusmastje (zo heet dit type echt) die tussen Zwolle Frankhuis en Kampen een ring sluit in het net. Een ring kan je sluiten met één circuit, zoals we ook zien op de foto gemaakt door Tom Börger. De mastjes hebben de aanzetstukken voor de andere drie dragende isolators, maar die worden niet benut. Toch bestaat de verbinding sinds een later aangelegde verzwaring wel degelijk uit twee circuits. Ondanks dat de masten probleemloos dat tweede circuit kunnen dragen is er gekozen om die als grondkabel uit te voeren en het langs de mastvoeten te laten meelopen. Rationeel is dat bizar, maar het kwam voort uit een compromis. Buiten beeld een eindje verderop wordt Polder Mastenbroek (what's in a name) doorkruist door twee zware koppelnetlijnen van 220 en 380 kV. Om de landschapsdoorsnijdingen niet nog dominanter te maken is gekozen om het tweede circuit niet zichtbaar te maken. Overigens zal de verbinding over enkele jaren sowieso minder zichtbaar worden. Het lijndeel op de voorgrond en de moeizame doorkruising van het gehucht 's Heerenbroek staan op de lijst voor verkabeling.

Hoogspanning en gezondheid?

Antwoord op alle vragen vind je bij het RIVM (NL) of het Departement Leefomgeving (B).

HoogspanningsNet behandelt dit thema met opzet niet zelf. (Waarom niet?)

Geknetter en gebrom?

Geen zorgen, dat is normaal.

Mastverrommeling


Doet dit ook jouw tenen kromtrekken?


Zoek je de netbeheerder?

Dat zijn wij niet. Ga naar de website van TenneT TSO (NL) of Elia (B).




Of ga naar ENTSO-E voor het Europese samenwerkingsverband tussen netbeheerders.

Berichtenarchief

25 oktober 2022 Als een pylon geek het over het V-woord heeft, gaat het over verkabeling. In Nederland is er sinds 2018 een lijst van te verkabelen tracédelen en er is € 450 miljoen Rijkssubsidie voorhanden om gemeenten te helpen bij verkabelingen die niet technisch noodzakelijk zijn. Toch is het aantal afgeronde projecten in de laatste jaren opvallend klein. Pylon geeks vinden dat natuurlijk niet erg, maar het is wel interessant.

Begin november 2018 kwam toenmalig Minister Kamp met een lijst van subsidieerbare tracédelen van hoogspanningslijnen waarbij het Rijk de gemeenten zou helpen met een bijdrage in de kosten van het verkabelen van hoogspanningslijnen (alleen 50, 110 en 150 kV, dus niet het koppelnet) wanneer de primaire reden niet van technische aard was. 'We willen hem weg', in gewone taal. Het was een concreet antwoord op een al langer levende vraag bij gemeenten die het niet eerlijk vonden dat de ene gemeente wel en de andere geen hoogspanningslijnen door hun bebouwde gebied heeft lopen. Daar is wat voor te zeggen en dus stelde het Ministerie een lijst op van in aanmerking komende tracédelen in stedelijk gebied – een lijst die onder pylon geeks terstond als de dodenlijst bekend raakte. Op de lijst staan 550 mastposities in 81 tracédelen. Bij HoogspanningsNet hebben we in november 2018 alle 81 tracédelen ingetekend in een bestand dat als KML over onze netkaart gelegd kon worden, zodat het voor geïnteresseerden direct te zien is waar in de komende jaren mogelijk verkabeling zou plaatsvinden.

Dat bestand is nog steeds beschikbaar, in vier jaar onveranderd. Onze netkaart is juist actueel as fuc.. eh, we zitten er vrij goed op. Als je nu, vier jaar later, opnieuw de grafische weergave van de dodenlijst bovenop de netkaart inlaadt kan je eenvoudig zien of een verkabelbaar tracédeel uit 2018 inmiddels daadwerkelijk is verkabeld. Met 450 miljoen euro voorhanden kan er in vier jaar heel wat gedaan worden, dus het werd tijd om met een blikje energydrink bij de hand de tussenstand eens op te maken. 

Wat schetst de verbazing? Er zijn sinds november 2018 slechts twee tracédelen voltooid verkabeld. Er zijn wel een handvol andere plekken waar er momenteel verkabeld wordt en soms overlappen die ook met de lijst, maar dat heeft meestal te maken met verbouwingen aan het net die door technische vraagstukken zoals capaciteitsproblemen, netconfiguratiewijziging of einde-levensduur worden ingegeven. Beperken we ons tot uitsluitend niet-technische verfraaiing, dan zijn er in vier jaar tijd precies twee projecten voltooid en afgerond. Het betreft twee oude 50 kV-lijnen in Ridderkerk en Wageningen. Eentje is alsnog half-half technisch van aard, want in Ridderkerk was de 50 kV-lijn einde levensduur en vanwege de veranderde netconfiguratie kon deze ook geen noodkoppelfunctie meer vervullen, zodat eigenlijk eerder sprake was van gewoon sloop zonder kabelvervanging. Eigenlijk blijft alleen de verkabeling in Wageningen over als zuiver esthetisch. Voor liefhebbers van bovengrondse lijnen is het mooi nieuws dat de praktijk zo weerbarstig is, maar het roept ook de vraag op waarom. De oorzaak is ingewikkeld en kent meerdere factoren. Sommige dingen zijn een vaststaand feit, anderen zijn speculatiever. We bekijken er een aantal.

Een belangrijke oorzaak is dat elke case verschilt. De lengte van het tracédeel is zoiets. En ook niet elke plek heeft evenveel problemen met de hoogspanningslijn. Het Rijk draagt wel bij, maar nog altijd valt ook een deel van de rekening op de mat van het gemeentehuis. Als er weinig klachten zijn omdat de lijn bijvoorbeeld niet pal over de daken loopt maar over een opengebleven groenstrook, dan is de urgentie lager. Een verkabeling vraagt naast geld ook mensen, vergunningen, werkplannen en informatie-avonden. De huizencrisis en asielproblematiek vraagt op dit moment in vrijwel iedere gemeente om meer aandacht dan de correct functionerende hoogspanningslijn boven de Tjiftjafstraat en de Rembrandtallee.

Een andere, moeilijker te controleren reden waardoor het bij bepaalde pechvogelgemeentes weinig vaart loopt is ontstaan in 2015. In dat jaar veranderde de Rijksoverheid de wetgeving rondom Jeugdzorg. Opeens werd het tot een zaak van de gemeentes gemaakt om Jeugdzorg te runnen en financieren en de vergoeding uit Den Haag voor deze nieuwe taak bleef achter bij de kosten die gemeenten in de praktijk maakten. Gemeentes die daarnaast de pech hadden om een grote Jeugdzorginstelling binnen hun grenzen te hebben staan, kregen een extra financiële klap. In armlastige gemeentem die zowel een Jeugdzorginstelling alsook een verkabelbare hoogspanningslijn binnen hun grenzen hebben staan, is waarschijnlijk het gespaarde eigenbijdrage-potje voor verkabeling geplunderd om Jeugdzorg te kunnen betalen. De extra gelden die in 2018 vanuit het Rijk beschikbaar kwamen voor verkabeling zijn dan wel leuk, maar als je vlak daarvoor je spaarpot hebt moeten omkeren vanwege een besluit uit datzelfde Den Haag, dan kan je alsnog je eigen bijdrage niet betalen met als gevolg dat de hoogspanningslijn ook nu blijft staan.

Een derde oorzaak is afkomstig van een Chinese markt op een stadsplein in Wuhan. Die zorgde er niet alleen voor dat de pagina over coronaringen op onze site sinds 2020 een vertwintigvoudiging van zijn populariteit zag, maar ook dat we met grotere zorgen kwamen te zitten dan wat draden boven de daken. Corona bracht in zijn kielzog een blijvende kostenverhoging mee vanwege bijvoorbeeld aanleg van ventilatie in scholen of armlastig geraakte sportverenigingen die geteisterd worden door ledentekorten en hoge energieprijzen. Wederom werden spaarpotten omgekeerd in diverse gemeentehuizen.

Maar de belangrijkste reden van allemaal is dat we op dit moment middenin de energietransitie zitten. Het net moet verzwaard worden, nieuwe kabels gelegd, trafostations uitgebreid en producenten en klanten moeten worden aangesloten. Elke ingenieur, kabellegger of bouwer die bezig is met aanleg van nieuwe noodzakelijke infra kan niet tegelijk ook worden ingezet voor een verkabelingsproject. Dat overal tekort aan vakmensen en personeel heerst en dat bouwmaterialen duur zijn betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden door gemeentes, netbeheerders, het Rijk en ook door de bouwbedrijven zelf. Schrijf je in op een tender voor een verkabeling als je je orderboekje al vol hebt met lucratievere nieuwbouw? 

Aen het einde van de dag kunnen we concluderen dat er weliswaar een stuk of tien verkabelingsprojecten in de lucht hangen (pun intended), maar dat er na vier jaar twee van de mogelijke 81 zijn voltooid. Drie stuks zijn actief in uitvoering nu, zij het vaak gecombineerd met een einde-levensduurtje en verzwaring, dus of daar primair verfraaiing de reden is valt te betwisten. De rest is vier jaar later nog steeds een papieren tijger. Met de huidige staat van het land is het logisch dat de prioriteiten verschoven zijn. Welvaartsstijging is veranderd in welvaartsbehoud. En dat de verbinding überhaupt werkt, ook al staat hij bovengronds, legt plotseling meer gewicht in de schaal dan het in tientallen jaren heeft gedaan. 

Afbeeldingen: de grafische weergave van de subsidieerbare tracédelen voor verkabeling kan je downloaden en over onze netkaart heen projecteren in Google Earth om zelf een blik te werpen op de situatie. Onder: tuinornament in Apeldoorn, verkabeld in 2015 en dus niet meetellend in ons onderzoek over de laatste vier jaar. 

30 september 2022 Het zijn rare tijden en voor je het weet is zelfs je hoogspanningsnet eh.. divers en helemaal wakker. Op de netkaart denken we graag binair: een mastpositie is een steun- of draagmast, of het is een afspanmast die al dan niet een lijnhoek heeft. De waarheid in het veld is niet zo rechtlijnig, en er zijn daadwerkelijk mastposities die van rol zijn veranderd. Het nieuwste voorbeeld van zoiets zien we bij het nieuw op te leveren trafostation Oosterhout.

Goed. Dus je constateert dat Arnhem tegenwoordig meer huizen aan de zuidkant van de Nederrijn telt dan aan de noordkant, dat Nijmegen de Waal oversteekt en dat het gebied tussenbeide helemaal dicht ploft met distridozen, vinexwijken, windmolens en steeds meer objecten die een netaansluiting nodig hebben. Bij Liander hebben ze dat ook gezien en geconstateerd dat deze mate van groei niet het hoofd geboden kon worden met een extra 20 kV kabeltje vanuit Elst, Bemmel of Nijmegen zelf. Er is meer nodig dan het middenspanningsnet kan bieden. Dan kom je automatisch uit bij een netvlak hoger, ofwel je belt de Berg. Zodoende hebben Tennet en Liander in onderlinge samenwerking een nieuw trafostation gesticht op een strategische plek vlak zuid van de A15. Het station zou worden ingeknipt in de Kattenberglijn, de naam die onder ingewijden in gebruik is voor de historisch belangrijke 150 kV-verbinding tussen Nijmegen en Apeldoorn. Het uiteindelijke idee is om het gebied te ontsluiten door middel van een nieuw koppelpunt met het 150 kV-net, en wel in de vorm van drie 150/20 kV 80 MVA trafo's.

Zie daar in een notendop het verhaal van het nieuwe trafostation Oosterhout. Eigenlijk een verhaal zoals dat op veel plekken verteld kan worden in de komende jaren. IJburg, Zevenhuizen, Riegmeer, overal is behoefte aan meer aansluitvermogen voor zowel vraag als teruglevering. Telkens vereist het een samenwerking van de landelijk netbeheerder, de regionale netbeheerder, de lokale overheid en de constructeurs. Daar gaat altijd wel wat mis, maar het meeste gaat gelukkig wel goed en dan verrijst langzaam maar zeker een nieuw trafostation, deze keer gebouwd door Volker Energy en Qirion. Het ontwerpen van zo'n station is momenteel nog maatwerk, maar er wordt steeds meer gestandaardiseerd in zowel nieuwbouw alsook renovatie. Denk aan inschuifvelden zoals op Hengelo Weideweg, maar denk ook aan het makkelijker maken van het opnieuw toepassen van een bewezen oplossing zonder al het rekenwerk vanaf de grond telkens weer opnieuw te moeten doen. Of, oneervol gezegd, als de bouwmethode van een trafocel op plek A voldoet en de omstandigheden op plek B gelijk zijn, dan moet het makkelijker worden om zonder veel omhaal de oplossing te kopiëren.

Toch zal altijd wel wat maatwerk vereist zijn en juist die klussen zijn zowel voor engineers als constructeurs de kers op de taart. Op Oosterhout is die kers te vinden in de vorm van de stationsaansluiting. Het station inknippen in de Kattenberglijn vereist vanwege de ruimtelijk gedraaide vorm en de precieze plek ervan een kabelaansluiting vanaf het zuiden, maar ook een nieuwe eindmast in de verbinding vanuit de noordelijke richting. Een steunmast moet vervangen worden door een gedraaid staande hoekmast en daar zijn nogal wat eisen aan. De nieuwe mast moet voldoen aan de huidige constructienormen. Hij moet tevens bij sterke voorkeur lijken op het bestaande mastmodel waarmee de Kattenberglijn is gebouwd (voor de kenners, om precies te zijn een PGEM 150 kV-dennenboommast I) en hij moet ook nog eens bijna on the fly worden ingepast met zo min mogelijk VNB ofwel tijd waarin de verbinding spanningsloos staat. 

Men heeft een nieuwe eindmast ontworpen en laten maken (naar verluidt een kleine veertig ton) die inderdaad sterk lijkt op het bestaande mastontwerp. Hier bij HoogspanningsNet, het absolute hol van de leeuw als het gaat om puriteins mastenkijken, was de teneur door de bank genomen positief. Hij is aardig goed gelukt, ondanks de moeilijkheden met extra knikverkorters en de railingterreur ehh.. vereisten dat er balkonnetjes op de traversen moeten. 

Net zo moeilijk was het daadwerkelijk fysiek inpassen van de mast. Die komt pal op de hartlijn van de bestaande verbinding te staan en dat plaatsen moest gebeuren terwijl de bestaande lijn niet werd geknipt. In verschillende delen heeft men de mast met een grote kraan van bovenaf tussen de draden laten zakken en toen eenachtste slag gedraaid om de traversen opzij te laten steken. Direct na het aandraaien van de bouten hing men er isolators aan waardoor de mast tijdelijk in dienst kwam als soort steunmast. Dat maakt het mogelijk de hele lijn weer in dienst te nemen zonder dat de nieuwe mast in de weg staat. Er is als het ware gewoon een mast tussenin gepast.

Pas wanneer het station helemaal klaar is, wanneer vanuit het zuiden de grondkabel gereed is (zodat het stuk verbinding ten zuiden van de nieuwe eindmast is verkabeld) én wanneer de netomstandigheden voor VNB het toelaten, dan zal de verbinding opnieuw spanningsloos worden gezet. Men kan dan relatief snel de afspanisolators aanbrengen, de draden knippen en de verbinding met een knikje aansluiten op het nieuwe station. Op deze manier wordt gestreefd naar een zo efficiënt mogelijke werkgang. Niet voor wat betreft arbeid, maar wel om de tijd te minimaliseren waarin de verbinding spanningsloos staat. Sinds aan de andere kant van de Veluwe de verbinding Woudhuis – Hattem geplaagd wordt door kortsluiting en valwinden is het belangrijk dat er elders in het FGU-net zoveel mogelijk verbindingen zo vaak mogelijk beschikbaar zijn. 

Oosterhout gaat in dienst in de late winter of het vroege voorjaar van 2023. Tot die tijd hebben we op de netkaart dus een euh.. non-binaire afspanmast die zich tijdelijk steunmast voelt. Nu maar hopen dat ie niet gaat vragen of de H in zijn netkaartpaspoort zelfgekozen in een S kan worden veranderd.

Afbeeldingen: een nieuwe mast inpassen in een bestaande verbinding die nog niet op die dag mag worden geknipt betekent een grote kraan, vier losse blokken, en een fraaie hijsklus tussen spanningsloze draden. Volker Energy en Qirion hadden er een mooi klusje aan. Onder: is dit nu een afspanmast die eigenlijk een steunmast wil zijn? Foto's door Ruben Schots.

08 september 2022 Het zit ze deze week niet mee op de Berg. Een aantal dagen terug had Tennet te maken met een kortsluiting op Olsterpad door een weigerende beveiliging. En gisteravond kreeg ook het transport van een nieuwe 220/110 kV koppeltrafo in Friesland een eh.. plotselinge wending.

Trafo op zijn kant (foto ICM4206 op het forum)Het zijn van die weken die je niet te vaak moet hebben voor de PR en ook niet voor de zuurgraad in het hoofdkwartier. In Friesland, bij Tytsjerk, of voor mensen die de netkaart beter kennen, bij Louwsmeer, is Tennet bezig met het vervangen van een 220/110 kV koppeltrafo. De 250 ton zware trafo met een koppelvermogen van 370 MVA moest een bestaand oud exemplaar van 200 MVA vervangen. Die oude trafo, van 170 ton, was de dag ervoor afgevoerd over een tijdelijk aangelegde werkweg. Gisteravond, toen de nieuwe trafo dezelfde weg nam, ging het echter mis. Die tachtig ton extra gewicht bleek teveel. Het veenpakket onder de werkweg hield het niet en er trad zogeheten grondbreuk op, waardoor de hele werkweg samen met de transportwagen en de trafo verzakte. Het hele transport kantelde en met een smak eindigde de trafo op zijn zij half in een greppel en het naastgelegen weiland.

Tja. 220/110 kV 370 MVA in de berm is weer eens wat anders dan een 400 kVA trafohuisje. Gelukkig hebben zich geen persoonlijke ongelukken voorgedaan.

Omroep Friesland laat een medewerker van Tennet aan het woord (wel in het Nederlands) die een aantal zaken uitlegt. Waarom de werkweg verzakte ondanks een flinke voorbereiding van de operatie zal moeten blijken uit aanvullend onderzoek. Verder moet die trafo daar natuurlijk weer weg. Of de machine nog bruikbaar zal zijn is nu nog niet bekend. 

Ook netstrategisch is er nu wat extra werk te doen. Een dag eerder was reeds de oude trafo over dezelfde werkweg afgevoerd zodat die niet meer zomaar provisorisch kan worden teruggezet en weer met olie kan worden afgevuld voor een paar maanden extra dienst. De werkweg is immers fysiek stuk en geblokkeerd. Waarom er niet voor is gekozen eerst de nieuwe trafo aan te voeren en dan pas de oude af te voeren is niet duidelijk. Mogelijk speelt ruimtegebrek op het vrij krappe Louwsmeer een rol. Gevolg voor het operationeel netbedrijf is dat er nu één koppeltrafo gedurende in ieder geval een aantal weken of maanden de koppelfunctie moet verzorgen. Kijken we op de netkaart, dan zien we dat er in de omgeving wel mogelijkheden zijn om een beetje te spelen met netopeningen om Oudehaske een groter deel van het Friese 110 kV-net te laten invoeden en de belasting op Louwsmeer wat te verkleinen. Het zal in ieder geval nog wel even duren voordat Louwsmeer weer is voorzien van twee koppeltrafo's.

Afbeelding: van net buiten het afzethek dat er inmiddels staat wist iemand die lid is op ons forum een foto te maken van de gekantelde SPMT met de trafo erop. Het zal nog een hele klus worden om die daar weg te krijgen…

02 september 2022 Update 3, 03/09, 11.30 uur – Na een kortsluiting die om nog onbekende redenen niet op tijd werd afgeschakeld is er gisteren korte tijd een stroomstoring ontstaan in delen van de Flevopolder en het Randmerengebied. De storing was vrij snel opgelost, maar de schade nog niet. On-Nederlandse beelden van rokende draden, iets wat normaal niet mogelijk is met de hoogstaande beveiliging van het hoogspanningsnet.

Rokende hoogspanningsdraden, gezien vanuit de lucht. (Foto door René den Braber, getoond met toestemming.)

Een hoogspanningsnet is een razend ingewikkeld samenstel van draden, stations en transformators. En zoals met alles, ook in een hoogspanningsnet gaat er wel eens wat stuk. Normaal gesproken, bij een storing in een hoogspanningscomponent waarbij kortsluiting ontstaat, grijpt de beveiliging in. Na maximaal 0,040 seconden wordt de vermogensschakelaar geopend waardoor de component, de rail of het circuit wordt afgeschakeld. Dat gebeurt vaker dan je denkt, maar meestal merken we daar niets van omdat het hoogspanningsnet redundant is uitgevoerd. Elke enkelvoudige storing in een individuele component heeft normaal gesproken een backupmogelijkheid. Daardoor resulteert een kortsluiting slechts in een korte knippering van het licht. Gebruikers merken normaal dus niets van kleine of grote schades in het elektriciteitsnet.

Echter, op 02 september in de Flevopolder is dat anders gegaan. Om nog onduidelijke redenen ontstond op het nieuwe trafostation Olsterpad (nog maar net gebouwd en volgens recente berichtgeving nog niet eens volledig opgeleverd) een kortsluiting die niet door de beveiliging werd herkend en daardoor niet werd afgeschakeld. Kortsluitingen trekken enorme stroomsterktes, veel meer dan waar de draden en componenten normaal op berekend zijn. Het getroffen circuit, om precies te zijn Lely – Olsterpad Paars, is ontworpen op 150 kV bedrijfsspanning en maximaal 416 MVA vermogen. We zien op filmpjes en luchtfoto's dat de draden razendsnel heet worden, zo heet dat de rook eraf komt, waarna de draden uitzetten, diep doorzakken en uiteindelijk ergens de grond raakten. In een filmpje dat op Twitter rondgaat is te zien hoe snel de draden heet worden.

Naar inmiddels blijkt was dat eerste contactpunt de boveleiding van de spoorbaan Dronten – Lelystad. Omdat de beveiliging niet goed werkte bleef ook toen het vermogen staan. Het lijkt erop dat geen enkel tripcommando effect had, waardoor uiteindelijk pas de kortsluiting ophield toen er fysiek een hoogspanningscomponent helemaal door brandde. Hoogspanningscomponenten zijn behoorlijk robuust, dus dat is pas na enkele minuten gebeurd.

Slecht nieuws voor wie er op dat moment onder stond, zoals de bovenleiding van Prorail, van de spoorlijn tussen Dronten en Lelystad. Er zijn gelukkig geen berichten van persoonlijke ongelukken bij bijvoorbeeld de NOS. Ook slecht nieuws voor netbeheerder Tennet, de eigenaar van de verbinding en het station. Op dit soort temperaturen, mogelijk vele honderden graden, zijn hoogspanningsdraden niet ontworpen. De kans zit erin dat ze permanent zijn beschadigd zodat ze moeten worden vervangen. Op foto's gemaakt in de morgen van 03 september lijken ze gelukkig wel weer te zijn teruggekrompen in hun oude, strakkere vorm nadat ze waren afgekoeld.

Hoe kan het gebeuren dat de normaliter hoogstaande beveiliging van het hoogspanningsnet niet ingreep? Daar zal men ook bij Tennet verbaasd over zijn. Het is wat speculatief en we moeten een slag om de arm houden, maar het zou kunnen dat een calamiteit die dezelfde hoogspanningslijn vorig jaar overkwam ermee te maken heeft. Vorig jaar op 18 juni duwde een valwind bij Kerkdorp, net over de randmeren in Gelderland, vier mastposities omver. Met noodlijnen en doorverbindingen is toen de situatie min of meer hersteld om de winter door te komen. In tussentijd kwam het nieuwe station Olsterpad ook gereed, waardoor nog meer wijzigingen in de verbinding (circuitlengte, impedantie) is verschenen. Het zou kunnen zijn dat de bijbehorende veranderde instellingen in de afschakelbeveiliging of distantie daardoor niet hebben gedaan wat ze normaal moeten doen. Op dit moment is ons geen bevestiging bekend van enig zulk vermoeden, het is wat dat betreft wachten op informatie van Tennet over wat er precies is misgegaan. 

Wel kunnen we concluderen dat het in onze streken iets unieks is dat de beveiliging weigert een staande kortsluiting af te schakelen, en dat de draden van het kortgesloten circuit onbedoeld vele honderden graden worden. Er is ons bij HoogspanningsNet geen enkel vergelijkbaar geval bekend in Nederland in de afgelopen decennia. Hoe het schadeherstel en onderzoek zich zal ontwikkelen is daardoor des te interessanter.

Als we meer weten passen we dit artikel aan. Volg tot die tijd ons forum of lees mee op Twitter.

Afbeeldingen: Boven: rokende hoogspanningsdraden geven precies aan waar de hoogspanningslijn staat waarvan een van de circuits veel te heet wordt. (Foto door René den Braber, getoont met toestemming, en met dank aan forumlid PJK), Midden en Onder: beelden uit het veld in de polder, gemaakt door forumliden Tom en PJK (beide getoond met toestemming). De draden lijken te zijn teruggekrompen in hun oorspronkelijke, strakkere lengte, maar of ze nog in orde zijn zal Tennet moeten beoordelen. Op Olsterpad zelf lijkt de schade beperkt tot een geroosterd lijnveld, hoewel het niets zegt over schade aan de secundaire apparatuur en signaaldraden.

06 augustus 2022 Op het nieuws horen we over problemen met de kerncentrale van Zaporizja (Oekraïne) vanwege onveilig bedrijf, dat op zijn beurt veroorzaakt wordt door kapotgeschoten hoogspanningsverbindingen. Daardoor heeft de centrale geen betrouwbare toevoer van stroom meer. Euh.. toevoer? Een kerncentrale maakt toch juist stroom? Het is iets ingewikkelder. Maak kennis met de term 'eigenbedrijf'.

Hoe kan het dat een kerncentrale in de problemen raakt wanneer er geen betrouwbare toevoer meer is van elektriciteit? Tenslotte maakt zo'n centrale er zelf juist een enorme hoeveelheid van. Zo simpel ligt het dus niet, en trouwens ook niet voor andere thermische centrales zoals kolenstook. In eke centrale van enige afmeting, maar ook in grotere chemische installaties zoals krakers, raffinaderijen en opwerking, is intern behoefte aan elektriciteit. Veel zelfs. Dat is nodig voor het aandrijven van zware koelwaterpompen, voor transportbanden, fornuizen, procesbewaking, afgassenbewerking en tja, eigenlijk voor alles, tot en met het lampje van de plee aan toe. De interne stroomvraag wordt meestal afgekort met de term eigenbedrijf of EB. Wanneer stroom voor het EB niet is gewaarborgd kan een centrale niet draaien.

Een kolencentrale produceert al snel twee tot drie gigawatt thermisch vermogen, waarvan amper de helft in elektriciteit verandert omdat er bij thermische opwek veel verliezen zijn in hete lucht en warm koelwater. Dat koelwater slorpt behalve warmte ook stroom. De pompen zijn geen doetjes en ze trekken elke minuut honderden tonnen water naar binnen. Om zulke pompen aan te drijven loopt de eigen elektriciteitsvraag in de tientallen megawatts. Verder draaien er bij kolencentrales ook continu transportbanden. Een centrale zoals die op de Maasvlakte of in de Eemshaven (ordegrootte 1 tot 1,6 GW) gebruikt al gauw honderd kilo poederkool per seconde en het transporteren, malen en uiteindelijk ook weer afvoeren van as vraagt allemaal stroom. Centrales in waterarme gebieden werken met koeltorens. Ook daar zijn flinke pompen voor nodig. Wanneer de centrale eenmaal draait wordt die stroom op papier uit het eigenbedrijf getapt, hoewel het in de praktijk soms handiger is met een klanttrafo op hetzelfde trafostation te werken als waar ook de opgewekte elektriciteit aan wordt afgegeven. Bij opstarten of afschakelen is rechtstreekste tap van de eigen productie geen optie en dan moet je wel netstroom gebruiken. Het EB-verbruik kan bij een kolencentrale wel oplopen tot 8% van de eigen opwek.

Bij grote chemieclusters zien we EB met een dubbelrol. Complexen zoals DOW, Delesto, Chemelot en diverse raffinaderijen in de Botlek hebben allemaal een netaansluiting op 110 of 150 kV, voldoende om een paar honderd megawatt uit te trekken. In theorie kan het hele complex op netstroom draaien. Maar ze hebben ook allemaal een zogeheten EB-centrale op het terrein staan met grofweg hetzelfde vermogen als hun netaansluiting. Er zijn dan steeds twee opties voorhanden om aan stroom te komen. Bij normaalbedrijf wekken ze min of meer hun eigen stroomvraag op met de EB-centrale, omdat die de mogelijkheid biedt om goedkoop met gas of soms afgas tegelijk stroom, stoom, warmte en koolzuur te maken, die allemaal nut hebben in productieprocessen. De netaansluiting staat dan open, maar doet niet zoveel. Mocht de EB-centrale half of helemaal uitvallen, dan wordt de netaansluiting gebruikt. Niet om vaker beschikbaar te zijn. Twee onafhankelijke manieren zijn noodzakelijk omdat bepaalde productieprocessen niet zomaar kunnen worden stilgelegd. Dat kan gevaar en ontploffingen geven als koelinstallaties of scheiders uitvallen. Valt dus de EB-centrale uit óf valt juist de netaansluiting uit, dan is er geen backup meer en men gebruikt de overgebleven andere manier om de processen gecontroleerd te kunnen stilleggen.

Bij een kerncentrale is de EB-aansluiting noodzakelijk vanwege backupredenen om koelwaterpompen aan de praat te houden, zelfs wanneer de reactor niet kritisch is. Als een centrale zijn vermogen niet kwijt kan omdat zware afvoerverbindingen niet beschikbaar zijn is dat een commercieel probleem, maar als er geen dubbele bedrijfszekerheid is op EB-gebied (dus: eigen productie binnen het complex én een externe invoeding via een EB-aansluiting op het net) zal men de reactor zo snel mogelijk willen stilleggen met het doel zo min mogelijk stroom te gebruiken voor de permanente koeling. Terug tot een niveau dat met zware dieselaggregaten lukt. Kijken we naar Doel en Tihange, dan zien we dat ze hun vermogen op het net sturen op 380 kV, maar dat er ook telkens een kleinere 150 kV-lijn juist terug de centrale in loopt. Bij het veel kleinere Borssele zien we iets eigenaardigs, daar is de afvoerlijn voor vermogen op 150 kV wordt bedreven, terwijl de EB-verbinding 6 kV voert, maar via een speciale klanttrafo rechtstreeks op 380 kV zit aangesloten. Het mag duidelijk zijn, een kerncentrale neemt geen risico.

In Oekraïne zagen we dit voorjaar problemen op het complex van Chernobyl, waar de stilgelegde kerncentrale tegenwoordig een consument van elektriciteit is geworden omdat de oude reactoren (die nog decennialang heet blijven) moeten worden gekoeld. Schade aan een 330 kV-schakeltuin van de voormalige afvoerverbindingen zorgde ervoor dat er geen redundantie meer was in de elektriciteitsvoorziening. Daar werd uiteindelijk op tijd een oplossing gevonden door een kapotgeschoten hoogspanningslijn snel te repareren. Op het centralecomplex van Zaporizja, een veel grotere centrale dan Chernobyl, zijn twee reactors in bedrijf en liggen er vier stil, maar alle zes hebben ze koeling nodig. Deels wordt het vermogen voor de koelpompen opgewekt binnen het eigenbedrijf, maar omdat daar niet kritisch op kan worden vertrouwd als enige methode is het dus ook noodzakelijk dat de centrale onder alle omstandigheden verbinding houdt met het hoogspanningsnet. Daar lijkt het nu mis te gaan, er zijn opnieuw 330- en 750 kV-lijnen beschoten en sommigen zijn beschadigd. 

Dieselaggregaten zijn een tijdelijke oplossing, vermits ze voorhanden zijn. Het is echter alleen verplaatsing van het probleem, want in plaats van elektriciteit (door een draad) moet je nu diesel aanvoeren met tankwagens, dwars door een oorlogsgebied. Stilleggen van een kerncentrale is dus niet mogelijk, het EB blijft altijd behoefte houden aan minimaal een paar megawatt. En zo zijn we bij waar alles om begon, een kerncentrale moet altijd over elektriciteit beschikken, en voor de veiligheid graag op meerdere onafhankelijke manieren. Valt een manier weg, dan is het niet meteen mis, maar dan springen dus wel direct de alarmpjes aan. Zoals we nu op het nieuws vernemen.

Afbeeldingen: Kerncentrale Doel, in totaal goed voor 3 tot 4 GW vermogen, maar zelfs een kerncentrale is dus zelf ook een grootgebruiker van elektriciteit. Onder: een EB-aansluiting (blauw) op de kaart. Opgewekt vermogen wordt via de 380 kV (rood) het net op gestuurd, maar de kleinere EB-aansluiting voorziet het complex van een extra manier om elektriciteit te betrekken, die vooral van pas komt als de reactoren stil liggen. 

De HoogspanningsNet Netkaart voor je PC, browser, tablet en telefoon.

– Altijd het net op zak.

Meer info Handleiding FAQ GIS/KML

Actuele load

Waar zijn de netprojecten?

Kijk waar de netuitbreidingen zijn!
Netuitbreidingskaart TenneT
Netprojecten Elia
TYNDP Europa door ENTSO-E

Credits en copyright

Creative Commons Licentie

Tenzij anders vermeld, bevindt de content op deze website zich onder een CC BY-NC-ND-licentie.

Lees de volledige disclaimer hier.