HoogspanningsNet - alles over hoogspanning op het het

Hoogspanningstechniek

Mast van de Maand



Mast 42, Eindhoven Zuid - Hapert
----------------------------------------------
Netbeheerders houden van ringvormen en redundantie. In het 150 kV-net zien we in Nederland dat de meeste trafostations in een ringvorm zijn opgenomen. Maar niet overal kan dat. Stations op zogeheten steeklijnen zijn slechts met het net gekoppeld door één verbinding. Die kan weliswaar twee circuits voeren, maar het blijft telkens één tracé. In België, waar de term steeklijn vandaan komt, is deze manier van aansluiten een vrij geaccepteerde gang van zaken, maar in Nederland is het altijd een beetje taboe geweest. Voormalig netbeheerders kozen alleen voor steeklijnen als het economisch niet te doen was om een ringvorm aan te leggen. Pas dan werd het iets grotere risico op storingen ondergeschikt geacht aan het überhaupt voorhanden hebben van voldoende capaciteit in het vraaggebied. Op deze foto (gemaakt door forumlid Tower Freak) zien we wisselmast 42 van de verbinding Endhoven Zuid naar Hapert. Een klassiek voorbeeld van een steeklijn naar een (netkaarttechnisch gezien) afgelegen plek, waar de PNEM in 1974 geen eenvoudige mogelijkheid had tot het maken van een ring.

Hoogspanning en gezondheid?

Antwoord op alle vragen vind je bij het RIVM (NL) of het Departement Leefomgeving (B).

HoogspanningsNet behandelt dit thema met opzet niet zelf. (Waarom niet?)

Geknetter en gebrom?

Geen zorgen, dat is normaal.

Mastverrommeling


Doet dit ook jouw tenen kromtrekken?


Zoek je de netbeheerder?

Dat zijn wij niet. Ga naar de website van TenneT TSO (NL) of Elia (B).




Of ga naar ENTSO-E voor het Europese samenwerkingsverband tussen netbeheerders.

Berichtenarchief

14 mei 2020 Gebeurt er nog wat in hoogspanningsland? Het is zo stil op de voorpagina? We zitten met een schreeuwend gebrek aan veldwerk vanwege de lockdown, maar toch is er groot nieuws deze weken. De afgelopen weken hebben diverse netbeheerders hun investeringsplan (de opvolger van het KCD) als concept uitgebracht en er komen er nog een paar aan. Wat blijkt? We gaan elke MVA nodig hebben, nieuw en bestaand.

De term KCD is sinds dit jaar ingeruild voor investeringsplan. Nieuwe naam, maar dezelfde boodschap: iedere twee jaar dienen de netbeheerders er eentje uit te brengen waarin ze de staat van hun netten toelichten, samen met de toekomstverwachting en hoe ze daarop inspelen. Nieuw is dat men nu heeft besloten om dat allemaal tegelijk te doen. 

Op de Berg beginnen met lezen is dan logisch. Tennet heeft de vier toekomstscenario's van 2011 ingeruild voor slechts drie stuks omdat inmiddels duidelijk is dat de energietransitie realiteit is. Zoals verwacht blijkt men op de Berg ook verrast door de enorme toename van zonvermogen in de netten. Het investeringsplan bevat een ongebruikelijk grote hoeveelheid verzwaringen en voortijdige vervangingen door zwaardere componenten. Daar zijn bekende zaken bij, zoals het opwaarderen van de landelijke 380 kV-ring naar 2635 MVA (4 kA) en ook open deuren, zoals dynamic rating en een kleine honderd opwaarderingen en versterkingen in de 150- en 110 kV-netten. Derde circuits (kabels), steviger transformators, soms zelfs nieuwe stations. Maar er zijn ook verrassingen. Bepaalde roddels die we bij HoogspanningsNet al hadden vernomen krijgen vaste vorm. Zo zijn er plannen voor na 2025 voor nieuwe 380 kV-stations bij Wijchen, Almere, Veenoord en Ter Apel (netkaart).  

Misschien wel het grootste nieuws is dat het erop lijkt dat er de komende vijf tot tien jaar niet één hoogspanningslijn gesloopt gaat worden (m.u.v. reconstructies door rijkssubsidie voor verkabeling in stedelijke gebieden of combi in nieuwe 380 kV). Het lijkt erop dat men elke bestaande MVA aan transportruimte wil handhaven. Alles wat er bovengronds staat zal indien nodig toekomstvast moeten worden gemaakt door bijvoorbeeld het wegnemen van doorhangknelpunten of soms andere draden. Voor pylon geeks betekent dit ronduit het droomscenario: de begeerde energietransitie mét handhaving van wat we zo mooi vinden aan een elektriciteitsnet.

Ook in de netten van Liander zit in het investeringsplan een wonderlijke plottwist die door de energietransitie wordt ingegeven. Duiven schopt een heilig huisje om: 50 kV is nog niet doodverklaard. Sterker nog, er is zelfs weer sprake van enkele spaarzame uitbreidingen en handhavingen. Zo blijft bij Barneveld de 50 kV-lijn voorlopig toch staan. De geplande 20 kV wordt wel aangelegd, maar nu ter versterking in plaats van ter vervanging. En zo verlengt de MVA-nood door de energietransitie stiekem het leven van een aantal iconische PGEM-lijnen nog verder.

Net als Coteq en Westland Infra heeft Enexis geen bovengrondse lijnen. Maar wel stations, en ook Enexis voorziet een flinke lijst knelpunten op de onderstations, grotendeels veroorzaakt door teruglevering van zonneparken. Ze gaan dat aanvechten met zwaardere transformators (of soms eentje erbij plaatsen) en met zogeheten E-houses, een MS-installatie in een zeecontainer. Door een prefab-standaardoplossing te ontwikkelen hoopt Enexis sneller capaciteit vrij te spelen en tevens een tijdelijk alternatief te kunnen bieden als de bestaande MS-installatie in het schakelhuis gerenoveerd of verzwaard moet worden.   

Wie missen we nog? Rendo heeft nog niks laten weten en van de grote jongens moeten Enduris en Stedin nog komen. Hier bij HoogspanningsNet wilden we niet nog langer wachten met dit nieuwsbericht, dus wat zij van plan zijn blijft nog heel even in het ongewis. Maar één ding was al zeker en is nu nog zekerder: de komende tien jaar is er heel wat te beleven in hoogspanningsland.

Lees de consultatieconcepten (men mag erop schieten tot 01 juni):
Tennet Investeringsplan 2020-2030 
Liander Investeringsplan 2020-2030
Enexis Investeringsplan 2020-2030
Coteq en Westland Infra Investeringsplannen
(Stedin, Enduris en Rendo worden nog verwacht)

Afbeeldingen: de cover van Tennets nieuwe investeringsplan. Onder: plottwist in de Gelderse Vallei, illustratief voor wat ons de komende tien jaar te wachten staat. Saneren en vervangen is er amper bij. Bestaande infra wordt verlengd gehandhaafd omdat het niet gemist kan worden, zoveel extra transportruimte is er nodig. Door de bank genomen is dat goed nieuws voor pylon geeks.

13 april 2020 Hoe vaak zeggen we wel niet tegen elkaar, 'als ik nog eens heel veel tijd heb, dan…' Inmiddels hoeven we ons door de lockdown niet meer af te vragen wanneer dat moment zal zijn. En dus zijn we bij HoogspanningsNet bezig gegaan met een monsterklus: het cartografisch en geografisch correct digitaliseren van de Nederlandse netkaart, vanaf de eerste 50 kV-lijn in 1918 tot aan vandaag de dag. 

Lange avonden in een wereld die balanceert tussen hoop en vrees, waarin op sommige plekken grote hectiek heerst, maar waar op andere plekken 's avonds een ongewone rust is. Het lijkt haast de winter op het platteland: doe iets of word gek. Nu lopen er bij HoogspanningsNet altijd meerdere projecten, waarin onderhoud en uitbouw van onze netkaart een grote is. Achter de schermen is Release Cycle 7 (kortweg V7) in ontwikkeling. En daar is nu een nieuwe zijstraat bij gekomen.

Vanwege de wettelijk vrijgegeven open liggingsdata van netbeheerders neemt het belang van penetratie tot in de 10 kV middenspanningsnetten op onze netkaart af. Nethistorie neemt juist toe in belang. Er is al langer rekening gehouden met een historische dimensie (zie de velden in dienst en uit dienst in de informatiekolom), maar de netkaart zelf geeft momenteel alleen de situatie van vandaag weer. Het toevoegen van een tijdbalk waarin ook een jaar in het verleden kan worden geselecteerd is echter niet eenvoudig. Los van de techniek (interface en programmeerwerk) is er content nodig: onze netkaart is er sinds 2011 en een station dat in 1936 is gesticht en in 1980 weer verdween zit niet in de database. Dat betekent dat we voor vele duizenden objecten (stations, circuits en zeer veel hoogspanningsmasten) die tussen 1918 en 2011 korter of langer hebben bestaan moeten achterhalen dát zij er waren, waar zij exact stonden, waarvoor ze dienst hebben gedaan en hoelang ze in functie zijn geweest. Een monsterklus, waar door de buitengewone omstandigheden nu tijd voor is.

In Nederland is veel data voorhanden, maar het is verspreid over gedenkboeken (meestal in bezit van betrokkenen alhier, in persoonlijke verzamelingen), naslagwerken, publicaties, krantenarchieven, oude topokaarten, luchtfoto's uit de oorlog, websites, grondfoto's, kadasterdata, tabellen, lijsten en herinneringen. Overleg gaat via internet met elkaar, want een groep weet altijd méér dan een losse cartograaf. Een kwestie van systematiek, geduld, en consciëntieus administreren. De weg kennen in 102 jaar hoogspanningsland met zijn oude provinciale energiebedrijven is een pré. Het geografisch intekenen en in een database stoppen vereist wat GIS-skills, want Google Earth is niet toereikend meer voor dit soort carteringsgeweld. (In de praktijk wordt er met QGIS gewerkt als acquiring- en mapping tool.)

Verder vereist het ook conventies en slim nadenkwerk, want het is ingewikkelder dan simpelweg dingen tekenen met een begin- en eindjaar. Een 150 kV-verbinding die in 1948 is aangelegd, eerst drie jaar op 50 kV werd bedreven, daarna in 1968 een ingelust station op één van de circuits kreeg en waarin in 1998 een stuk werd verkabeld, vereist in totaal vier keer 'herbedrading' om telkens correct op de kaart te staan. Nog ingewikkelder is het om oude grondkabels te vinden, al geldt wel dat we in eerste instantie het project aangaan voor bovengrondse objecten. Grondkabels en objecten die we toevallig tegenkomen en die minder dan 50 kV voeren zijn in eerste instantie vooral bijvangst. 

Er is nog niet aan te geven hoe en wanneer precies de historische dimensie aan de webkaart wordt toegevoegd. Maar de plotselinge, lange avonden in deze vreemde tijden bieden perspectieven die voorheen ondenkbaar waren. En voor wie 102 jaar hoogspanning op de kaart ondoenlijk lijkt: never underestimate powergrid mappers – they're pretty hardcore.

Afbeeldingen: herkenbaar voor elke netcartograaf die al even mee draait, de pavlovreactie die een mastschaduw op een luchtfoto oproept. Het verschil is alleen dat het nu om historische luchtfoto's in zwartwit gaat. (Dat is soms nodig omdat oorlogs- en noodlijnen nooit de topokaarten hebben gehaald.) Onder: interface van QGIS waarin allerlei kaartlagen tegelijk zijn te projecteren en coördinatenstelsels gelijk zijn te trekken, zodat objecten systematisch te carteren zijn en database-klaar kunnen worden gemaakt. 

02 april 2020 Vaste bezoekers van deze site trappen inmiddels niet zo snel meer in een grap, want de afgelopen jaren heeft HoogspanningsNet zich stevig ingenesteld in de traditie van aprilgrappen. Het bericht gisteren over de win-windtracks was -uiteraard- de nieuwste telg in een groeiende reeks aprilgrappen. 

Hoogspanningsland is een brede sector en er is altijd wel iets voorhanden om een grap over te maken. Maar zelden kregen we hem zo fraai in de schoot geworpen als dit jaar. Een serieus bedoeld bericht in onze mailbox waarin waarin gesuggereerd werd of er geen windmolens op de toppen van de masten konden worden geplaatst was té mooi om niet te benutten. (Beste vraagsteller, bij dezen onze excuses dat we er een grap van hebben gemaakt. Een gedegen, serieus antwoord op uw mail komt nog uw kant uit.)

Daar kwam later bij dat een kennis van een van de redacteurs in de buurt van Rilland moest zijn. Hij wist dat we daar met een verificatieprobleem zaten m.b.t. de precieze netsituatie op het schema en een van de foto's die hij in de gauwigheid schoot was het exemplaar hiernaast, waarbij een windmolen op grotere afstand schijnbaar precies naast de wintracks staat en ook nog eens even hoog lijkt. In combinatie met "overbodige wintracks" nu Zuidwest-380 Oost als vakwerklijn wordt uitgevoerd was het ons duidelijk: mooier dan dit wordt het niet. En zo verscheen de win-windtrack.

Iedereen met basiskennis in de hoogspanningswereld had dit jaar een makkelijke, want erg geloofwaardig was het natuurlijk niet. We hebben voor het eerst sinds vijf edities dan ook geen enkel mailtje ontvangen. (Dat was wel anders in 2017 en 2016. Met name van de afschaffing van zwarte circuits hebben we nogal wat last gehad in de mailbox.) Voor wie wat minder thuis is in wintracks en wie geen vaste bezoeker van deze site is was alsnog te herleiden dat er iets niet deugde. Zo kwam het getal 14 (of variaties daarop zoals 1400, 1,4 miljard, snelweg A14 of twee weken (=14 dagen)) verdacht vaak voor. En wie beter las kon het ook opvallen dat iedere zin van het nieuwsbericht, net als vorig jaar, met een letter D begon. De eerste plek van de zin en van het woord en de vierde letter van het alfabet – 14. De links verwezen ook naar de Deense pagina over aprilgrappen, naar Legoland, een rickroll en de netkaartlink stuurde de gebruiker niet naar Rilland, maar naar (tja) Nieuwegein.

En de naam win-windtrack? In de vraag in onze mailbox werd wintrack door de vraagsteller abusiefelijk als 'windtrack' geschreven. We zeiden het al, soms is de werkelijkheid nog mooier dan wat we hadden kunnen verzinnen. Een teken dat er zelfs in de onwerkelijke wereld van dit moment altijd wel weer mooie dingen gebeuren.

11 maart 2020 Na lang wikken en wegen, her en der wat roddels en steeds sterker wordende argumenten heeft het Ministerie van EZ definitief besloten om netbeheerder Tennet toestemming te verlenen voor iets dat sinds 2011 ondenkbaar was in Nederland. Pylon geeks, ontkurk de champagne: Zuidwest-380 Oost wordt gebouwd met vakwerkmasten.

Zuidwest-380 is momenteel het grootste op-land project van Tennet in Nederland. Het betreft een nieuwe, tweede 380 kV-verbinding tussen Borssele (waar offshore-windparken aangesloten worden), Rilland (verbinding met België) en Tilburg, waar met een nieuw station contact wordt gemaakt met de landelijke 380 kV-ring. De verbinding van bijna honderd kilometer wordt in twee delen gebouwd. Het westelijk deel in Zeeland wordt uitgevoerd met wintracks, maar vanaf Rilland tot Tilburg bleek het gaandeweg steeds ingewikkelder te worden om aan wintracks vast te houden. Het plan kraakte in al zijn voegen en worstelend met de beperkingen van de witte palen zal er ongetwijfeld jaloers naar België zijn gekeken, waar Elia de afgelopen jaren probleemloos en vrolijk fluitend een strakke vakwerkmast met succes toepaste voor een paar fikse netverzwaringen. Uiteindelijk gooide een dappere Arnhemse netstrateeg waarschijnlijk de knuppel in de schakeltuin: what if. 

Er is de bestaande verbinding met vakwerkmasten waaraan de nieuwe lijn grotendeels parallel gaat lopen. De bestaande lijn blijft staan en het zou betekenen dat er een rij blinkende wintracks pal naast de vakwerkmasten zou verschijnen, waardoor op kolderieke wijze onnodig de aandacht wordt getrokken. Los daarvan komt de nieuwe verbinding ook parallel aan de buisleidingenstraat van LSNED (een monsterklus van beïnvloedingsberekeningen die bij wintracks anders werken dan bij vakwerk) en we zitten ook met waterkruisingen, zogeheten afstap (150 kV die gecombineerd wordt, met de nodige opstijgpunten) en ook niet onbelangrijk, met de kosten van een en ander.

Tennet ging er op de achtergrond mee aan de slag en vorig najaar bleek dat een dergelijke variant dusdanig gunstig was ten opzichte van wintracks dat men op de Berg uiteindelijk besloot om de meloen van bipolaire trots door te slikken en instemming aan het ministerie te vragen om af te mogen wijken van de beleidskeuze voor wintracks. In februari is een officiële brief met aanvraag hiertoe naar Minister Wiebes verstuurd. Inmiddels heeft het ministerie geantwoord dat de instemming officieel is verleend. En daarmee is de weg vrij voor iets wat Nederlandse pylon geeks niet eens meer durfden te dromen: er komt een nieuwe verbinding met 380 kV-vakwerkmasten in Nederland. 

We mogen ervan uitgaan dat het flinke jongens worden en de verbinding wordt vrijwel over de hele lengte als combilijn voor 380 kV en 150 kV uitgevoerd. In het vakwerkontwerp zal een compromis worden gezocht tussen techinsche vereisten (magneetveld moet smal blijven) en visuele aspecten, zoals bijpassing bij de bestaande donaumasten van Borssele – Geertruidenberg en de Kleerkastenlijn met tonvormige portaalmasten die tot aan Tilburg vergezeld wordt. Tot zover we bij HoogspanningsNet weten is een combi met 380 kV in donauvorm en 150 kV in vlakke configuratie weinig kansrijk vanwege zijn breedte. Een variant op duo-ton Helmond (foto) of het mastmodel van de interconnectie Hengelo – Gronau is ook mogelijk, maar die zijn wel helderop hoger dan de bestaande masten. Volgende maand wordt het ontwerp bekend en met wat we nu weten bij HoogspanningsNet: een niet eerder vertoonde verrassing zou zomaar kunnen.

Het is overigens niet zo dat de wintrack nu opeens afgeschreven is. Vooralsnog is alleen Zuidwest-380 Oost de uitzondering, want voor het westelijk deel van dit project (Rilland – Borssele) komt het besluit te laat: juist gisteren werd er bericht dat de contracten voor fabricage van de wintracks zijn getekend waardoor daar alsnog wintracks naast vakwerk zullen verschijnen. Ook in Groningen wordt Noordwest-380 met wintracks uitgevoerd. Maar dat de hegemonie van de wintrack eindelijk een keer doorbroken is op rationele argumenten is op zichzelf al een overwinning voor de eiffelaars onder de pylon geeks. We blijven er bij HoogspanningsNet dan ook bovenop zitten.

Lees hier de C1-versie van de aanvraag tot ontheffing (PDF) en het uiteindelijke besluit (ook PDF), volg ons forum of bekijk de projectwebsite van Zuidwest-380 Oost voor meer actuele informatie.

Afbeeldingen: wintracks bij Doetinchem, met de karakteristieke vrije corridor in hun midden (foto door Tom Börger). Wanneer ze naast een vakwerklijn staan levert het een onnodig dominant gezicht op. Onder: duo-tonmast in Helmond. Dit is een te overwegen mogelijkheid om een vakwerk-combimast met een heel smal magneetveld te maken. Wat het uiteindelijk wordt? We weten het volgende maand.

03 maart 2020 Netverzwaringen, we zien ze de laatste tien jaar overal. Een verademing na de stille jaren 90 en 00 waarin betrekkelijk weinig nieuwe infra werd aangelegd. Maar nog altijd geldt dat niemand de toekomst kent, zodat een netverzwaring telkens in meer of mindere mate een gok blijft.

Als netstrateeg moet je met alles rekening houden. Een wispelturige rijksoverheid, Zweedse schoolmeisjes, miljoenen blauwe panelen en bloedfanatieke pylon geeks die elke C3-scheet die men op de Berg per ongeluk laat genadeloos langs de vakwerklineaal leggen. Soms heb je een simpele klus: die windmolens moeten aangesloten worden en dat vereist een nieuw trafoveld op trafostation Beedorp. Een andere keer loopt een verbinding op zijn tenen en is er een opwaardering nodig, zoals van 70 kV naar 150 kV (België) of van 50 kV naar eh.. naar 20 kV? (Nederland, iets met minder, minder en de aparte denkwijze van Liander.) Maar de opkomst van zonneparken in Noordoost Nederland, een geval van well, that escalated quickly, is ingewikkeld genoeg om zelfs afgeharde netstrategen 's nachts met wijdopen ogen naar hun plafond te doen staren.

Als een netverzwaring goed gaat, gaat het project op in de netgeschiedenis en hoor je er zelden nog iemand over. Interessanter zijn gevallen waarin het juist in meer of mindere mate de plank mis sloeg. Laten we het netstrategisch oeps-gehalte eens uitdrukken in MVA in plaats van in geld. Het slopen van Hoogeveen – Veenoord 110 kV vanwege doorhangknelpunten (had oplosbaar kunnen zijn) lijkt met 65 MVA maar een klein oepsje, totdat je bedenkt dat het lijntje middenin het geplaagde zonneparkengebied van Noordoost Nederland stond. Maar voor een echt serieuze facepalm moeten we naar de Eemshaven, waar de korte 380 kV-verbinding Oudeschip – Robbenplaat (tweemaal 2635 MVA) al na enkele jaren zoveel te krap bleek te zijn dat onoplosbare congestie ontstond en er een noodlijn bij moest worden geplaatst. Voor deze verbinding had men beter van meet af aan het lijnontwerp van Meeden – Eemshaven kunnen toepassen. Voor slechts acht mastposities in een hoogindustrieel gebied met een keur aan opwekkers en interconnectors was dat een no-regret geweest. Laten we wel wezen, je hoefde in 2010 geen briljant netstrateeg te zijn om in te kunnen schatten dat het project Noordwest-380 niet al in een paar jaar gereed zou zijn.

Achteraf kijk je een trafo in zijn eindsluiters, maar heel soms kan je ook van tevoren al wat wenkbrauwen optrekken. In die categorie vallen de plannen van Tennet met trafostation Oterleek, die als een spin in het 150 kV-web van Noord Holland zit. Een gebied waar lange tijd weinig reuring was, maar waar tegenwoordig energieprojecten, kassen en datacenters als paddestoelen uit de grond schieten. Het oude en geplaagde 50 kV-net kan dat niet aan en 150 kV zal het daardoor in belangrijke mate in zijn eentje moeten rooien. En dat blijft zo, als het aan Tennet ligt. Er staat in het gebied voor 800 MW aan energieprojecten, datacenters en kassenbouw op de agenda en het einde lijkt nog niet in zicht. Netstrategisch leek het ons bij HoogspanningsNet dan handig om niet te gaan pappen en nathouden, maar om 380 kV als combilijn op het bestaande tracé tussen Beverwijk en Oterleek te overwegen, eventueel vooruitlopend op een ringsluiting met Vierverlaten via de Afsluitdijk. Nee dus – het nu gedeponeerde plan behelst een nieuwe 380/150 kV-trafo op Beverwijk en een extra 150 kV-kabel naar Oterleek. 

Okee, wij weten ook dat het nieuw plannen en aanleggen van 380 kV via een rijkscoördinatieregeling loopt en dat het daardoor een heel andere ordegrootte is dan een extra 150 kV-kabel ingraven. Maar ondanks dat de 150 kV-oplossing op korte termijn sneller soelaas biedt, is de toekomstvastheid voor overmorgen twijfelachtig. We krijgen er bij HoogspanningsNet niet goed een vinger achter. Is de 150 kV-kabel het kopen van tijd om de (lange) procedures voor 380 kV met iets meer rust in te kunnen gaan? Zijn de onzekerheden zo groot dat men 380 kV niet aandurft? Zien wij een puzzelstukje over het hoofd? Wie het weet mag het zeggen… maar wie kent de toekomst echt?

Afbeeldingen: de noodlijn die voorlopig nog wel eventjes in de Eemshaven staat is het gevolg van een netstrategische oeps uit 2010 waar pragmatisch een oplossing voor moest worden toegepast. Onder: Oterleek is het centrum van een (qua load) aanzienlijk 150- en 50 kV-net waar in de nabije toekomst nog meer stations, trafo's en verbruikers bij komen. Er moet duidelijk wat gebeuren, maar rijdt het plan voor morgen de wereld van overmorgen niet in de wielen?

De HoogspanningsNet Netkaart voor je PC, browser, tablet en telefoon.

– Altijd het net op zak.

Meer info Handleiding FAQ GIS/KML

Actuele load

@hoogspan op Twitter

Hoogspanningsagenda

Wat hangt ons boven het hoofd?
- (geen activiteiten bekend)



Heb je een tip? Meld 'm hier

Waar zijn de netprojecten?

Kijk waar de netuitbreidingen zijn!
Netuitbreidingskaart TenneT
Netprojecten Elia
TYNDP Europa door ENTSO-E

Credits en copyright

Creative Commons Licentie

Tenzij anders vermeld, bevindt de content op deze website zich onder een CC BY-NC-ND-licentie.

Lees de volledige disclaimer hier.