De Leeuwinnen gaan naar het WK! We gaan voor 380 doelpunten

Hoogspanningstechniek

Mast van de Maand



Mast 212 - Heekstraat - Losser
----------------------------------------------
Enkelcircuitverbindingen die ringen sluiten treffen we vooral aan bij de oostgrens van Nederland. De EGD, de IJsselmij en de PGEM hebben allemaal gebruik gemaakt van goedkope, relatief lichte enkelcircuitverbindingen om de grensstreek (doorgaans dunbevolkte gebieden die netbeheerders meer kostten dan het ze opleverden) zo goedkoop mogelijk de wettelijk verplichte leveringszekerheid te bieden. In Drenthe had het EGD het zó dun aangepakt dat de enkelcircuitlijnen op bokmastjes daar inmiddels zijn vervangen, maar in Twente en in de Achterhoek staan ze er nog wel. Op deze foto gemaakt door Tom Börger zien we de enige zelfstandige hoogspanningslijn van Nederland die uitgevoerd is met driehoeksmasten. De lage, kleine en zeer goedkope buismastjes dragen één 110 kV-circuit van 114 MVA, bedoeld om redundantie in station Losser en Oldenzaal te kunnen bieden. Ze zijn in 1986 neergezet en daarmee is het een van de jongste bovengrondse 110 kV-lijnen van het land. Inmiddels is de lijn in bezit van Tennet. Qua fysieke afmetingen is dit lijntje waarschijnlijk het allerkleinste hoogspanningslijntje die ze bezitten. Is ie niet schattig?

Hoogspanning en gezondheid?

Antwoord op alle vragen vind je bij het RIVM (NL) of het LNE (B).

HoogspanningsNet behandelt dit thema met opzet niet zelf. (Waarom niet?)

Geknetter en gebrom?

Geen zorgen, dat is normaal.

Mastverrommeling


Doet dit ook jouw tenen kromtrekken?


Zoek je de netbeheerder?

Dat zijn wij niet. Ga naar de website van TenneT TSO (NL) of Elia (B).




Of ga naar ENTSO-E voor het Europese samenwerkingsverband tussen netbeheerders.

Berichtenarchief

20 maart 2019 In een normaal hoogspanningsnet is er altijd is er wel ergens wat stuk, altijd wel een knelpuntje, altijd wel nieuwbouw en ook altijd wel ergens reconstructie of sloop. Masten en draden zijn van metaal en die kunnen goed gerecycled worden. Maar hoe zit dat eigenlijk met de isolators?

Oude glaskap-isolators. En nu?Isolators heb je in meerdere soorten. De ene laat zich vrij makkelijk verwerken na gebruik, maar de andere is heel moeilijk te recyclen. Voor glaskap- en kunststof isolators is de waarheid ongemakkelijk: momenteel is er nauwelijks een methode voor.

Keramische isolators zijn van gebakken klei: gewoon steen dus. In landen met veel ruimte en weinig milieubeleid worden ze gestort of begraven. Ook in Nederland gebeurde dat vroeger: in de gaten waar ooit laagspanningspalen stonden kan je soms op anderhalve meter diepte nog de witte 400 V isolators aantreffen. Tegenwoordig worden ze in westerse landen meestal in een hamermolen tot gruis geslagen. Wat er dan overblijft is gewoon zand en gruis. Dat kan het beton in als vulmiddel.

Glaskap-isolators zijn moeilijker. Ze bestaan uit drie verschillende materialen die ontzettend sterk zijn, een hoog smeltpunt hebben of heel lang meegaan. Veiligheidsglas kan je laten springen en volledig recyclen, maar daarna zit je nog steeds met de metalen kop vol keramiek. Ondanks een flinke zoektocht zijn we er bij HoogspanningsNet nog steeds niet achter wat men ermee doet. Waarschijnlijk luidt het antwoord niets. Stort. Theoretisch is het mogelijk ze bij te mengen bij recycleschroot in een hoogoven, maar het keramisch materiaal bemoeilijkt normale smeltprocessen en maakt het erg ingewikkeld om kostendekkend te werk te gaan. Het lijkt er dus op dat de koppen ontdaan van hun glazen kap worden gestort, maar het is buitengewoon moeilijk hier inzicht in te krijgen. Op zichzelf een veeg teken: hier wil men blijkbaar niet graag over praten.

Eindsluiter van de olie ontdoenKunststof valt ook niet mee. Het siliconenrubber is een thermoharder die zich niet opnieuw laat opsmelten. Wat op dit moment het meest wordt toegepast is verbranden. Op die manier wordt de chemische energie in het materiaal dan nog teruggewonnen. Dat is nog best wat energie, want een kunststof isolator heeft bij verbranding een calorische waarde die ongeveer de helft van die van steenkool bedraagt. Maar het is een  laagwaardige methode. De glazen vezels in de kern overleven de verbranding en kunnen daarna worden vermalen tot poeder, waarmee hetzelfde kan gebeuren als met keramische isolators. 

In de grondkabelwereld is het ook lastig. Ouderwetse GLPK-kabels en oliedrukkabels moeten na het uitgraven moeizaam ontmanteld worden. Dat is een duur proces. De metalen geleiderkernen, de pantsering en de loodmantel kunnen worden gerecycled, maar het oliegedrenkt papier en de waterdichte afdichting van de kabel meestal niet. Verbranden en energieterugwinning is de beste oplossing. Moderne kabels met XLPE-kunststof als isolatiemateriaal lijken eenvoudiger, maar zijn in feite juist ingewikkelder. XLPE is wederom een thermohardende kunststof die zich niet meer laat opsmelten of vloeibaar te maken is. Er zijn voorzichtige experimenten met supercritical decrosslinking (eet smakelijk) en wat proeven met chemische methodes, maar op dit moment is dat nog niet op operationele schaal. XLPE-kabels worden ontdaan van hun geleiderkernen en daarna meestal verbrand.  

Een weinig opbeurend verhaal? Vandaag wel, maar waarschijnlijk wordt het morgen anders. We ontvingen op 25 maart een tip van iemand bij Liander dat kabelfabrikant Prysmian inmiddels is begonnen met fabricage van een middenspanningsgrondkabel die ze P-Laser hebben genoemd. Een kabel waarbij de isolatie volledig van thermoplastisch plastic is gemaakt, plastic dat bij verhitting weer vloeibaar wordt en in principe bijna volledig kan worden gerecycled. Verder zal de te verwachten afvalstroom van isolators en kabels de komende decennia sterk toenemen. En wat we altijd zien bij gelijkvormig afval: vroeg of laat wordt de hoeveelheid zo groot dat het economisch interessant wordt om er een recycleproces voor te ontwikkelen. Voor autobanden, koelkasten en batterijen is dat al gelukt – zijn isolators de volgende? 

Afbeeldingen: container vol met oude glaskappen. Zwaar, keihard en weinig waardevolle materialen. Recycling is momenteel zo lastig en duur dat ze waarschijnlijk worden gestort. Waarschijnlijk, want we hebben geen enkele bron boven water gekregen die dit bevestigt. (Weet je meer? Vertel het ons!) Onder: een zogeheten eindsluiter bevat olie, metaal en keramiek. Die moeten eerst gescheiden worden: duur en arbeidsintensief. 

21 februari 2019 Terwijl in Nederland en Denemarken op koppelnetniveau vrijwel alleen nog buismasten worden toegepast, heeft Tennet GmbH (de Duitse tak) voor de nieuwe verbinding Dörpen – Niederrhein gewoon voor vakwerkmasten gekozen. En wát voor een masten. Een blik op de nieuwbouw in het Emsland.

Voor de energiewende was jarenlang geen goed Nederlands synoniem, maar inmiddels is het gevonden in energietransitie. Wat veel mensen vergeten in de politieke waan van de dag is dat landsgrenzen irrelevant zijn – zeegrenzen, dáár gaat het om. Denk niet in naties, maar in klimaatzones, landschappen en ondiepe zeeën. In plaats van een binnenlands koppelnet met ijle steeklijntjes naar de kustplaatsen, staan nu de zware centrales op het strand en er is zelfs een net op zee nodig. Om dat aan te sluiten zijn flinke netverzwaringen nodig tussen het strand en het bestaande 380 kV-koppelnet, dat vaak enige afstand tot de kust hield. 

Vroege verbindingen die een schaduw vooruit wierpen zijn de aansluiting van Borssele, de Maasvlakte en beide verbindingen naar de Eemshaven. Maar inmiddels is de beuk erin gegaan en eind 2017 werd in België Stevin opgeleverd. In het Emsland wordt gewerkt aan een nieuwe verbinding tussen Dörpen en Niederrhein om een paar zware converterstations voor offshore wind aan te sluiten. Het noordelijkste stuk, tussen Dörpen en Meppen, valt in de concessie van Tennet GmbH, de Duitse tak van Tennet. De bestaande lijn kan het allemaal niet meer af. En wat zien we hier verrijzen? Geen wintracks, geen Muguets en geen Eagles, maar onvervalste, stoere vakwerkmasten, bedoeld voor tweemaal 2635 MVA (4000 A) op vierbundels.

Waar de oude lijn duidelijk invloeden van de jaren 70 toont (vrij open, betrekkelijk simpele constructie en functie voor de vorm) is de nieuwe verbinding echt een kind van deze tijd: de masten zelf zijn van zwaarder staalwerk, ze zijn wat smaller en ze hebben een iets venijniger aanblik. Het stompe traversetopje wordt standaard, net als kunststof isolators in V-ophanging. Maar vooral de hoogte van zes tot acht meter meer dan de bestaande verbinding trekt de aandacht. Dit lijkt veel te veel om doorhanggedrag bij zware belasting of veranderde normen te compenseren. Ook zitten er (gemiste kans!) geen aanzetstukken voor later te monteren meelifters voor 110 kV op. Het lijkt erop dat de magneetvelddiscussie een rol speelt en dat men extreem veilig is gaan zitten, zelfs boven de weilanden.

Vakwerk kan dus nog steeds, en niet eens zo ver weg. Bekijk het hele tracé op de netkaart, als fotoverslag op ons forum of doe eens wat we bij HoogspanningsNet wel vaker doen: als je in de buurt bent, werp eens een blik in het echt. Zo kom je nog eens ergens.

Afbeeldingen: nieuwe vakwerkmast in de absnitt Dörpen tot de concessiegrens, naast de bestaande verbinding. Hoger, iets smaller en gedrongener, en iets chagrijniger van aanblik. Grotendeels komt dat door de lichtgewicht V-ophangingen met kunststof isolators (detailfoto). Foto's door Tom Börger.

11 januari 2019 Consternatie in de media over het aansluiten van zonnepanelen op het elektriciteitsnet. Op sommige plekken in het land zou het hoogspanningsnet vol zitten. Voordat je begint te foeteren dat het ook altijd wat is: tel even tot 10 kV en check de feiten. Het gaat slechts om een klein aantal plekken en dan ook nog alleen in een beperkt aantal condities.

Zonnepanelen en een hoogspanningslijn bij Zwolle HarculoEerst een wild verhaal uit de wereld helpen: er is geen zonnestop. Er kunnen door het hele land heen gewoon zonnepanelen worden aangesloten. Alles op een hoofdzekering kleiner dan 80 A mag overal nog worden aangesloten en dat kan ook probleemloos. In de meeste delen van het land geldt dat ook voor zwaardere installaties van >80 A en zelfs voor hele zonneparken. De feitelijke aansluitstop betreft slechts een klein aantal plekken van het land, waarbij ook geldt dat een normaal zonnedak op de schaal van een woonhuis (altijd kleiner dan 80 A) gewoon kan worden aangevraagd en aangelegd, waar je ook woont.

De plekken waar het om gaat zijn een stuk of twintig trafostations in het 110 kV-gebied, allemaal in het oosten van Groningen en de zuidelijke en oostelijke delen van Drenthe. Wie goed heeft opgelet heeft gezien dat de afgelopen periode al eens vaker berichten van Tennet en Enexis voorbij zijn gekomen over dreigend capaciteitstekort in het dunstbevolkte deel van Nederland. Een gebied waar grond goedkoop is, zodat grote zonneparken en zware dakopstellingen op de relatief grote boerenbedrijven erg interessant zijn. Het gebied is altijd al leeg en agrarisch geweest, waardoor het plaatselijke elektriciteitsnet van meet af aan 'dun' is aangelegd. Ooit was dat verstandig: als er geen opwek, zwaar verbruik of enig zicht op een andere toekomst is, dan leg je geen dicht en zwaar net aan. 10 kV en lichte 110 voldeed decennialang toereikend.

De situatie van vandaag de dag met een zeer snelle behoefte aan veel zwaardere transportverbindingen was niet te voorzien en kwam heel snel. Het betekent wel dat er actie moet worden ondernomen. Op een bepaald aantal trafostations moeten Tennet en Enexis de situatie herzien met bijvoorbeeld zwaardere 110/10 kV transformators om de pieken in zonproductie op te kunnen vangen. Maar er zijn ook een stuk of vijf trafostations waar ook de hoogspanningsverbindingen zelf te krap zijn, zodat het vermogen niet voldoende op export kan. Aanleg van nieuwe verbindingen en misschien wel een nieuwe koppeltrafo op bijvoorveeld Hoogeveen zal nodig zijn om op de langere termijn toekomstvast te blijven. Ook Enexis zal op 10 kV-gebied de komende jaren de nodige verzwaringen moeten aanleggen.

Bestaande, lopende aanvragen worden er niet door beïnvloed: de beperking geldt alleen voor nieuwe aanvragen die nu nog niet bestaan. En elders in het land is nog niets aan de hand: daar is (vooralsnog) nog voldoende aansluitruimte. Voor een overzicht van de trafostations die beperkingen hebben, zie deze lijst van Tennet in combinatie met een blik op onze netkaart.

Afbeelding: zonnepanelen vlak naast trafostation Zwolle Harculo. Op de meeste plekken van Nederland is er niets aan de hand, kan alles gewoon worden aangesloten en is er geen beperking. Wil je een areaal zonnepanelen aanleggen kleiner dan 80 A, dan is er zelfs nergens een acuut probleem. Laat je niet gekmaken, zoek gewoon de feiten op en je weet het.

07 januari 2019 Een groot project zoals Zuid-West 380 kV bestaat uit tientallen kleinere subprojecten. Meestal worden die vrij geruisloos voltooid, maar stiekem worden er wel eens leuke of opmerkelijke kleine primeurs gemaakt in zulke deelprojecten. Zoals bij Heinkeszand, waar Nederland kennis gaat maken met een nieuw type overkruising.

Wat doe je op de Berg als je een nieuwe 380 kV-verbinding aanlegt maar er onderweg een oudere 150 kV-lijn oversteekt? Dan bel je het A-team van het departement Engineering. 'Ja hoi Hannibal, HQ310 hier. Zeg, ik zit hier met Zuid-West 380 en nou checkte ik zojuist de netkaart even. Nee, niet die gare van onszelf, kom nou. Die van HoogspanningsNet natuurlijk. Anyway, er staat een 150'je in de weg. Kunnen jullie daar een oplossing voor in elkaar beunen?'

Twee hoogspanningslijnen die elkaar tegenkomen kunnen elkaar op verschillende manieren kruisen. In de praktijk zien we meestal dat de een bukt of de ander even op zijn tenen gaat staan. Met extra lage portalen wordt de onderste onder de andere doorgeleid, of de bovenste verbinding wordt juist verhoogd zodat de overkruising als het ware bovenlangs wordt gemaakt. Welke manier gekozen wordt is maatwerk en hangt af van visuele aspecten tot gebruiksbeperkingen van de onderliggende grond, en van de kosten van de operatie tot netstrategische overwegingen. Er is ook nog een derde manier, een overkruisingsmast. Dat is esthetisch het mooiste, maar het is vrij zeldzaam omdat de mastopbouw, de exacte plek van het hart van de overkruising en de netstrategie het allemaal moeten toestaan.

Maar dat er nog een vierde manier mogelijk is hadden we zelfs bij HoogspanningsNet niet eerder gezien op deze schaal. Vlakbij Heinkeszand wordt momenteel gebouwd aan de primeur. Bukken tot op het stof der aarde: de onderste verbinding wordt over honderd meter verkabeld. Twee opstijgpunten en een piepklein stukje grondkabel zorgen dat de overkruising "onzichtbaar" wordt. Technisch geen waagstuk, maar de gangbare oplossing t.o.v. een portaal (aangevuld met een paar houten jukken tijdens de aanleg van de wintracks) is veel goedkoper en makkelijker. Waarom men hier dan zo moeilijk doet is ons niet duidelijk. Te weinig clearance misschien? Hoe dan ook gaat het een bijzondere eindsituatie opleveren wanneer de 150 kV-lijn aan beide zijden van de zware viercircuit wintrackverbinding eindigt in twee opstijgpunten die op een steenworp afstand in elkaars verlengde liggen.

Het komt vaker voor dat het uiteinde van een 150 kV of 110 kV ondergronds duikt om 220 kV of 380 kV erlangs te laten. Maar tot nu toe zagen we dat uitsluitend vlakbij trafostations of bij opstijgpunten van de meelifters aan combilijnen, of hooguit bij andere gebundeld kruisende infra zoals een spoorlijn of snelweg. Maar nooit eerder voor uitsluitend een andere hoogspanningslijn. Deze nieuwe, aparte overkruising is illustratief voor een feit dat zelfs de grootste wintrackhaters onder de pylon geeks niet kunnen ontkennen: Zeeland wordt qua gekke netsituaties de komende jaren alleen maar interessanter. 

Afbeelding: foto van Tennet (nieuwsbrief hier) van de werf waar momenteel de overkruising wordt gebouwd. Let op het strookje grondkabels dat wordt gelegd, daar gaat in de toekomst de 380 kV bovengronds overheen aan wintrackmasten. Onder: traditionele overkruising via portalen. Waarom deze op het oog goedkopere en eenvoudiger oplossing niet in Heinkeszand wordt toegepast is bij ons niet bekend.

01 januari 2019 Wat staat je te wachten in dit jaar als pylon geek, professional of andere geïnteresseerde in de wereld van elektriciteitstransport? HoogspanningsNet werpt licht in de duistere schakeltuin van het leven! Klik voor een enorme vergroting of download de PDF (300 dpi) hier

De HoogspanningsNet Netkaart voor je PC, browser, tablet en telefoon.

– Altijd het net op zak.

Meer info Handleiding FAQ GIS/KML

Actuele load

@hoogspan op Twitter

Waar zijn de netprojecten?

Kijk waar de netuitbreidingen zijn!
Netuitbreidingskaart TenneT
Netprojecten Elia
TYNDP Europa door ENTSO-E

Credits en copyright

Creative Commons Licentie

Tenzij anders vermeld, bevindt de content op deze website zich onder een CC BY-NC-ND-licentie.

Lees de volledige disclaimer hier.