De hoeveelheid materiaal, de materiaalkeuze en de prijzen die daaraan vast zitten zijn belangrijke dingen om als bouwer rekening mee te houden. Een goede keuze is essentieel.

Wat voor materiaal (en hoeveel) je nodig hebt hangt bijna volledig af van de schaal en moeilijkheid van het project. Wanneer je een 1:10 model van een stokoude 50 kV-mast wil bouwen, kan je al redelijk goed volstaan met aluminium hoeklatten die je bij iedere bouwmarkt kan krijgen. Goedkoop, eenvoudig en nauwelijks dikker dan de schaalmaat vereist. 
Maar voor een 1:20 of 1:30 model van een grote, complexe deltamast of combinatiemast moet je dunnere hoeklatjes zien te krijgen. Dunne,r en méér. Verkijk je namelijk niet op hoeveel materiaal er uiteindelijk in een hoogspanningsmast zit. En voor klein materiaal geldt anno nu nog altijd dat het telkens opnieuw een hele zoektocht is om kleine hoeklatjes tegen een beetje een aanvaardbare prijs te pakken te krijgen.

Bouten en moeren

We beginnen met de voorwerpjes die het model uiteindelijk bij elkaar houden: de bouten en moeren. Welke maat boutjes je gebruiken wil hangt af van de schaal en de mate van precisie die je nastreeft. Maar in bijna alle gevallen komen we vrijwel automatisch uit bij de ongeschreven standaard binnen de mastenbouwscene: cilinderkopboutjes van maat M2. Deze boutjes zijn mooi klein en ze bevinden zich op het prijsoptimum. 

 

Cilinderkopboutjes van maar M2 zijn in bijna alle gevallen de beste oplossing.

Dat prijsomtimum is een serieuze factor. M2 geeft je als bouwer de meeste boutjes voor het minste geld. Bij grotere maten neemt de stukprijs toe vanwege toenemend ijzergebruik en bij nog kleinere maten stijgt de prijs juist ook omdat het produceren van zulke kleine boutjes razend ingewikkeld is. Zo kan je boutjes van maat M1.5 of soms zelfs M1.2 krijgen bij gespecialiseerde modelbouwwinkels, maar die kosten per stuk een veelvoud van een M2-boutje. En probeer maar eens een moertje van maat M1.2 vast te pakken als je grote handen hebt.

Hoe kleiner, hoe groter

Hoe serieus is dit prijsoptimum? Heel serieus! Laten we eens even narekenen met realistische getallen, teruggerekend naar de stukprijs per exemplaar (grootverpakkingen kunnen in aantal variëren).
Een M1.2-boutje kost bij een bekende modelbouwgroothandel per stuk maar liefst 25 cent. Daar komt eens een 28 cent voor de moer bovenop. Dat maakt 53 cent voor één bout-moerverbinding. Bij een verbruik van 1000 stuks, een realistische waarde, betekent dat in totaal een bedrag van van € 530,- aan bouten en moeren! 

Nu dezelfde berekening voor M2-boutjes en moertjes. Bij dezelfde groothandel als zonet kost een M2-boutje per stuk 2,28 cent. Een M2-moer kost per stuk slechts 1,02 cent, zodat je in totaal 1000 bouten met moeren hebt voor precies 33 euro. Daar wordt de hobby opeens een heel stuk betaalbaarder van.

M2 x 4 mm (boutlengte) zou ideaal zijn, maar deze maten zijn vrijwel nergens verkrijgbaar. M2 x 5 wel, maar de kans is groot dat je bot vangt bij de bouwhandel of de ijzerwarenzaak: daar houdt het assortiment meestal op bij M3. Ook M3 is in principe bruikbaar, maar dan moet je een model van 1:15 of zelfs 1:10 overwegen om de schaal realistisch te houden.

Boutjes van M2 worden (inderdaad) voornamelijk door modelbouwers gebruikt. Wie veel boutjes voor weinig geld wil hebben kan ze het beste met 1000 of meer tegelijk aanschaffen bij postorderbedrijven die zich specifiek op elektronica en modelbouw richten, zoals het net al enkele malen aangehaalde Conrad. Je krijgt dan kwamtumkorting en meer zulks. (Let wel op dat je de moeren apart moet meebestellen, de boutjes hebben niet automatisch meegeleverde moeren.) 

Bij de meeste modellen kom je met 1000 stuks een heel eind, zeker als de schaal vereist dat je enkele verbindingen moet vereenvoudigen omdat de bouten anders veel te groot zijn. Maar bij de wat extremere modellen kan je ook uitschieters naar boven aantreffen, tot ver over de 2000 boutjes.

Hoeklatten

 

Knoopplaatjes

De derde en laatste categorie materiaal betreft de knoopplaatjes waarmee de latten soms aan elkaar verbonden worden. 

 

 

De surplusregel: zorg voor speling

In een hoogspanningsmast, ook een schaalmodel, zit heel veel materiaal. Afhankelijk van de schaal en de complexiteit van de mast die je wil bouwen moet je rekenen op twintig tot (geen grap) honderd meter hoeklatjes. Neem van mensen met ervaring aan: je onderschat het altijd. Dus waar je het constructiemateriaal ook vandaan haalt, koop het ruim in. 25% extra materiaal is een goede vuistregel. Je kan het je dan tevens permitteren om een keer een fout te maken waardoor je een nieuw profiel maken moet – iets dat ongetwijfeld wel eens gebeuren zal.