gaffelmast

 Gaffelmast
Fork (E), (onbekend) (D), Y-mast (DK)

Een gaffelmast lijkt op een grote vork of een yenteken. Dit mastontwerp is nominaal bedoeld voor één circuit en het lijkt op een deltamast, maar mist de omsloten opening.

Gaffelmasten lijken een variant op het thema deltamast, maar het ontbreken van de omsloten opening is dermate essentieel dat ze als een aparte mastsoort worden gezien (vergelijkbaar met het onderscheid tussen een dennenboom- en een drievlaksmast). In Denemarken zijn kolossale ontwerpen te vinden, zowel als buis- en als vakwerkmast, die 400 kV dragen. Ook in oostelijk Europa tref je kleine versies aan, maar in Nederland en België komen ze niet voor als hoofdontwerp, maar er zijn wel losse exemplaren te vinden op hoekposities van deltaverbindingen die aan de defintie voldoen.

Kenmerken van een gaffelmast

Een gaffelmast (definitie) kenmerkt zich door één toren die zich op zekere hoogte gaffelt, d.w.z. in tweeën splitst. Twee traversen steken naar weerszijden en dragen één fasedraad onderlangs. Twee andere punten steken als een vork omhoog terwijl de derde fasedraad symmetrisch en middenboven wordt gedragen in de opening. Bij het basismodel is deze opening niet omsloten en de mast is open van bovenaf.

Gaffelmast in Denemarken, foto door Ole Nielsen

Grote gaffelmast in Denemarken, in dit geval op westelijk Jutland, hoewel dit ontwerp ook op Fyn voorkomt. Deze draagt een circuit van 400 kV. We zien dat de mast een grote vorkvorm heeft en niet anders kan dan één circuit dragen. Foto door Ole Nielsen.

Gaffelmasten zie je minder dan deltamasten, ondanks dat er in een gaffelmast veel minder materiaal zit en je ook een uitstekende bliksembeveiliging hebt met dit model. Eén van de redenen is mogelijk de uitgesprokenheid van het mastmodel: puntig, spits en stekelig. Sommige pylon geeks vinden dat geweldig, maar de gemiddelde mens heeft liever een wat rustiger ogend en ingetogen model. Een andere reden is sterkte. Hoewel een gaffelmast de zaakjes beter op orde heeft dan sommige Franse chats, komt het qua sterkte toch aan op twee smalle omhoog priemende punten. Met name bij hogere spanningen kan dat interessant worden omdat de gewichten en krachten dan steeds groter worden, zeker bij lijndansen en andere ongemakken.

Redundantie is wat lastig

Ook is het met een gaffelmast niet mogelijk om twee circuits te dragen. Redundantie in de verbinding is dus pas te bereiken wanneer je twee losse verbindingen toepast. Nu vond men dat op Fyn niet zo’n probleem: dan zetten we gewoon twee stuks naast elkaar en gefixt is het probleem. Maar bij een deltamast kan je er straffeloos wel drie circuits in kwijt zonder rare kunstgrepen of zonder dat de mast aan sterkte inboet. Vandaar dat delta’s altijd populairder zijn geweest dan gaffels.

Daarentegen leent een gaffelmast zich wel weer goed als combinatiemast. Wanneer je er twee extra armen onder zet kan je twee circuits met een lagere netspanning laten meeliften en bijvoorbeeld 400 kV met tweemaal 150 kV combineren. Vreemd genoeg is dat nergens in de Deense gaffels gedaan, maar wat we wel zien is een variant op de gaffelmast die de vorm van een grote X heeft en waar in de benen van de mast een tweede balk heeft ingehangen waarin een enkelcircuit van een lagere orde is ingehangen. Een buitengewoon gezicht, maar om nou te zeggen dat het bouwtechnisch efficiënt is…

Kruisgaffelmast

Kruisgaffelmast. In dit geval wordt een circuit van 400 kV vergezeld van een 150 kV-circuit die er midden onder hangt. Let ook op het ragfijne vakwerk van de vier benen. Een proeve van kundigheid in hoe ijl je een mast maken kan. Foto door Jeroen van Lieshout.

De bocht door gaffelen

Een gaffelmast is een buitengewoon interessant apparaat als je door de bockt wil met enige scherpte. De twee omhoog priemende punten kunnen prima een V-ophanging dragen, maar hoe moet je het doen als je de draden wil afspannen of verankeren? Dit is waar een deltamast en een gaffelmast elkaar ontmoeten en soms zelfs samensmelten in elkaars definitie.

Neem het leuke duo hierbeneden op de foto. De Deense gaffel krijgt ‘m de bocht niet om zonder verankering. Maar dat lukt niet met twee punten, dus was er een extra balkje nodig in de gaffel. De draad wordt onderlangs geleid, waardoor de mast opeens voldoet aan de defintie van een deltamast. Rechts zien we het omgekeerde: een deltamast in de bocht, waarbij de middelste draad juist bovenlangs over de balktraverse heen wordt geleid, waardoor hij opeens aan de definitie van een gaffelmast voldoet.

Gaffelmast in de bocht Deltamast voldoet aan gaffeldefinitie in de bocht

Links een Deense gaffel (met wat verrommelling helaas) die in de bocht dankzij zijn extra balkje voldoet aan de definitie van een deltamast. Rechts: precies het omgekeerde, maar nu gaat de draad in de bocht bovenlangs op een staande isolator, waardoor juist een gaffelmast ontstaat. Het bewijs dat delta- en gaffelmasten erg dicht bij elkaar staan. Foto’s door Jeroen van Lieshout en Michel van Giersbergen.

Herkomst van de naam

Een gaffelmast heeft de vorm van een vork of in ouder Nederlands een gaffel. Ook een wichelroede, een katapult en een hooivork zien er zo uit. Gaffel wordt ook voor een gewei gebruikt. Aanduidingen zoals Y-mast zijn ook direct duidelijk, de grootschalige vorm van de mast komt ermee overeen. De Engelse aanduiding voor dit ontwerp, een fork, behoeft geen extra uitleg, hoewel fork ook wel gebruikt wordt bij afwijkende types donaumasten met gespleten torens zoals ze in Texas in lijnen van 345 kV voorkomen.