Bipole-mast

Bipole-mast, wintrack, bipole, tweepaalmast
(onbekend) (D), bipole tower (E)

Bipole-masten kennen we eigenlijk alleen onder de marktnaam van het gebruikte type in Nederland: wintrack. We zien ze in Nederland sinds 2011. Op het eerste gezicht lijkt het een vreemde vinding met een toren teveel, maar toch heeft de bipole voordelen.

Netbeheerder Tennet is erg trots op de zogeheten wintrack, een futuristisch ogende bipole-buismast voor 380 kV die in Nederland een grote vlucht neemt. In België zijn alleen enkele kunststof bipole-masten te vinden, maar de Belgische vlagmast lijkt als twee druppels water op de helft van een bipole.

Kenmerken van een bipole-mast

Het idee van een bipole-mast (definitie) is dat hij uit twee torens bestaat die boven de grond volledig gescheiden van elkaar zijn. Er is ideaal gesproken geen lat, kabel of balk tussen de beide torens aanwezig en onder de grond is ten hoogste het fundament verbonden. Het aantal niveaus is drie, maar aan de traversen (als die al aanwezig zijn) bevindt zich telkens slechts één geleider. Als geheel maakt de mast een indruk die lijkt op een kruising tussen een portaalmast en een drievlaksmast. Bipole-masten in de vorm van wintracks hebben geen traversen, maar alleen een soort zijwaarts uitstekende isolators die V-braces genoemd worden.

Bipole-masten

Wintracks verschenen in 2011 bij Bleiswijk, zoals deze foto gemaakt door Peter Schokkenbroek laat zien. Inmiddels zijn ze ook zuidwestelijk van Delft, tussen Beverwijk en Vijfhuizen en in de Achterhoek verschenen. De ontwerper, architectenbureau Zwarts&Jansma, heeft ernaar gestreefd een minimalistisch ontwerp met een smal magneetveld te combineren met elegantie. Maar het verschilt per persoon of het esthetisch in de smaak valt.

Meerwaarde van een bipole-mast

Waarom twee torens bouwen als het ook met eentje kan? Het is immers eenvoudiger om in plaats van twee torens aan weerszijden juist in het midden, tussen de geleiders in, de toren te plaatsen. Traversen naar beide kanten en we hebben een gewone drievlaksmast verkregen. Dat scheelt een toren en de mast is ook beter in evenwicht. Je zou zelfs naar de tonconfiguratie toe kunnen om het elektrisch rendement te verhogen. Maar zo eenvoudig ligt het allemaal niet.

Schets van de beïnvloedingszone door het magneetveld van een wintrackverbinding en een lijn met donaumasten
Wintracks dragen de draden zo dicht mogelijk bij elkaar, zodat de breedte van het veroorzaakte magneetveld aan de grond kleiner is dan bij een donaumast. De strook om de verbinding heen waarin het 0,4 microtesla-voorzorgsbeginsel wordt gehanteerd kan daardoor smaller blijven. (De getallen op de bovenstaande afbeelding zijn indicatief: in werkelijkheid verschilt het enigszins afhankelijk van de precieze masthoogte- en bouw.)

Wintracks dragen de geleiders naar binnen toe, zo dicht tegen elkaar als maar kan. Dat geeft een zeer smal magneetveld aan de grond, zelfs nog kleiner dan mogelijk is met een drievlaksmast omdat de toren dan immers nog tussen de draden in moet. In dichtbevolkte gebieden met een voorzorgsbeleid is een smal magneetveld een voordeel. Hoewel het magneetveld precies midden onder de wintracks juist hoger is dan pal onder een lijn met donaumasten, is de breedte van het veld (zijwaarts van de verbinding) juist twee tot driemaal zo smal. Dat scheelt kostbare ruimte in gebieden waar grond schaars is en waar de 0,4 microtesla-norm als bindend wordt beschouwd.

Daarnaast is er ook een esthetisch argument. Het wordt aangenomen dat de meeste mensen een ranke conische buismast mooier vinden dan een vakwerkmast met brede armen – hoewel ons bij HoogspanningsNet geen enkel onderzoek bekend is die deze aanname bevestigt, maar dat terzijde. We zien dat men in de Randstad de hoogspanningsmasten meer in het landschap wil laten passen. De wintrack moet daar vorm aan geven. Bovengrondse netuitbreidingen elders in Nederland worden ook grotendeels met wintrackmasten gepland. Men gaat ervan uit dat de protesten en magneetvelddiscussies door toepassing van dit mastmodel beperkter blijven. Wat ook mee speelt is dat er nu eenmaal een weg is ingeslagen en daarin wordt niet snel van koers gewijzigd. Wintracs zijn dus ook deels een beleidskwestie: zo gaan we het doen en daarmee basta.

Bij wintracks hangen de draden zo dichtbij het mastlichaam dat men het onverantwoord acht om deze in bedrijf te houden terwijl er in de mast werkzaamheden zijn. In een gladde buis kan je immers maar moeilijk klimmen. Ook dat is een reden om voor twee palen te kiezen. Bij een wintrack kan één circuit worden afgeschakeld, waarna de hele zijde van de bipole spanningsloos wordt. De andere zijde kan dan gewoon in gebruik blijven, terwijl de afgeschakelde kant zonder gevaar onder handen worden genomen door de onderhoudsploeg.

De geleiders hangen in een wintrackverbinding zeer dicht bij elkaar.

De geleiders hangen in een verbinding met wintracks zo dicht mogelijk bij elkaar om het magneetveld aan de grond te minimaliseren. Ze zijn ook strakker afgespannen. Dat ziet er misschien netter uit, maar het risico op lijndansen ligt wel wat sneller op de loer.

Niet onomstreden of zonder problemen

Ondanks het zeer minimalistische uiterlijk van wintracks worden deze masten door de bank genomen slechts zeer matig gewaardeerd door pylon geeks. Het ontwerp van de wintrack (een licht tapse buismast) wordt als weinig fantasievol gezien en koosnaampjes zoals breinaaldhoogspanning, bonenstaken, satéprikkers, eetstokjes of tandenstokers zijn dan ook niet van de lucht. Ook hebben we bij HoogspanningsNet fijntjes mogen vernemen dat de wintrack (een gladde buis zonder houvast) en met name de ongemakkelijke (pardon, de 'innovatieve') ladder niet zo wordt gewaardeerd door werknemers van de bedrijven die met de constructie en het onderhoud van de masten te maken hebben.

De introductie van de wintrack is ook technisch niet zonder problemen gegaan. De eerste generatie hoekmasten blijkt van wel erg dun metaal te zijn gemaakt en ze buigen zichtbaar door. Hoewel dit van tevoren was voorzien, had niemand verwacht dat dit in de praktijk in het landschap zo op zou vallen. Een beetje buiging is noodzakelijk (immers, wat niet buigt zal eerder breken), maar het is wel een ongemakkelijk gezicht. De 'kromtracks' van de eerste generatie waren venijnige olie op het vuur van de liefhebbers van vakwerkmasten, hoewel die op hun beurt weer te snel voorbijgaan aan de kwetsbaarheid van vakwerkmasten voor ijzel en dat het schilderen van een vakwerkmast erg veel werk is. De netbeheerder zelf heeft ook wel ingezien dat het kromtrekken een kinderziekte is die bij de volgende wintrackverbindingen moet zijn verbeterd. Maar bij de eerste generatie rond Delft zullen we het er gewoon mee moeten doen…

Kromme wintrackhoekmast, rechte lantaarnpaal

Kromgetrokken wintrackhoekmast bij Bleiswijk'Hulp nodig?' Ja, doe maar een extra tuidraad. Van tevoren was wel degelijk voorzien dat de wintrackhoekmasten een beetje krom zouden trekken – dat moet ook, want wat niet buigt zal barsten. Maar dat het kromtrekken in de praktijk zo sterk op zou vallen was op geen enkele animatie voorzien. De lantaarnpalen tonen dat van lensvervorming door het fototoestel geen sprake is. Foto's door Ole Nielsen en Tom Börger.

Herkomst van de naam

De term bipole komt uit het Engels. Vertaald naar het Nederlands komt het neer op tweepaalmast. Dat is precies wat de mast is. Mogelijk wordt de Nederlandse vertaling in de toekomst nog eens opgenomen in het classificatiemodel, maar vooralsnog wordt de Engelse term aangehouden.

Wintrack is de merknaam van dit specifieke Nederlandse type. Hoewel de naam hip klinkt (als samenraapsel tussen winnen en tracé) heeft netbeheerder Tennet de naam en het mastontwerp opzettelijk niet gepatenteerd. Dat is een bewuste keuze van Tennet: de gedachte erachter is dat de innovatie die dit ontwerp meebrengt (smal magneetveld, elegant geachte verschijning) eigenlijk tot maatschappelijk nut van iedereen zou mogen zijn in binnen- en buitenland. Als een andere netbeheerder het wil, mag die het ontwerp dus vrij kopiëren.
 


Omhoog