ABCDEFGHIIJJKLMNOPQRSTUVWXYZ0-9


 
V
Afkorting van Volt, zie lagerop.
 
V-brace  (V brace)
Manier van isolatorophanging, niet te verwarren met V-ophanging. V-braces dragen de draden zijwaarts en ze worden tot nu toe voornamelijk toegepast in verbindingen met wintrackmasten.

vakwerkmast  (lattice tower)

Hoogspanningsmast die bestaat uit een raamwerk van metalen latten. Zie ook de definitie. Vakwerkmasten zijn over de hele wereld veruit de meest gangbare hoogspanningsmasten.
 
valbereik  (topple range)
Ruimte die een omvallende hoogspanningsmast in beslag neemt. Dit is met name van belang in berekeningen rondom de netstrategie van viercircuitverbindingen voor 380 kV. Wanneer een mast omvalt en daarbij in staat is om een naastliggende verbinding eveneens te raken en tot uitval te brengen, bevinden de verbindingen zich binnen elkaars valbereik. De huidige netstrategie van Nederland staat dit niet toe, zodat er in nieuwe plannen voor uitbreidingen moeilijkheden ontstaan met de ruimtelijke ordening. Oplossingen om dit voor te blijven zijn vrijwel altijd maatwerk.
 
vangtoren  (communication tower)
Andere term voor de comunnicatietoren, slaande op de andere functie van deze torens (bliksemafleiding). Wordt weinig gebruikt.
 
'van het net gooien'  ('throw off the grid')
Spreektaal voor (doorgaans) onbedoeld spanningsloos maken of raken van een station, verbinding, klant of producent. Wanneer bijvoorbeeld een zware klant van het net wordt gegooid kan dit een opofferingsbeslissing zijn, maar het kan ook gebeuren dat een verbinding of station (met een achterliggend deelnet) van het net valt vanwege een storing. Hoewel de term van het net gooien (als in 'station X is van het net af gegooid') een actieve handeling lijkt te suggereren is dat dus niet altijd opzettelijk het geval.
 
varkensstaart  (wire marker)
Zie vogelweringsspiraal.
 
veiligheidsdraad  (safety line, guard line)
Stalen kabeltje die over de ladder en/of de klimhaken van een hoogspanningsmast is gespannen. Aan deze draad kunnen monteurs hun klimtuig zekeren. De veiligheidsdraad is vlak na de eeuwwisseling verplicht gesteld en moest toen worden ingebouwd in alle (naar schatting) 20.000 hoogspanningsmasten van Nederland.
 
veiligheidsglas  (safety glass)
Geharde glassoort die wordt gebruikt in glaskap-isolators.
 
veiligheidsmarge  (safety margin)
Het gebied tussen de bovengrens van het overbelastingsgebied en het verwachtte vermogen waarbij daadwerkelijk uitval van een hoogspanningslijn, transformator of andere component zal plaatsvinden. Stel dat een hoogspanningsverbinding nominaal 230 MVA aan kan en tijdens gunstige condities overbelast kan worden tot ruwweg 300 MVA, dan zal de veiligheidsmarge zich tussen 300 MVA en de doorslagspanning, thermische beveiliging of fysieke sterkte van de trafo of isolator bevinden (die bijvoorbeeld 350 MVA zou kunnen zijn, hoewel het eerder wordt uitgedrukt in de lopende stroom (ampère) dan in het lopend vermogen). De veiligheidsmarge mag nooit benut worden bij overbelasting. Deze dient alleen om een zekere ruimte te behouden tussen de verwachtte doorslagspanning en de piektransportcapaciteit, voor het geval er een component aanwezig is die tegen de verwachting in minder vermogen kan verdragen dan verwacht.
 
veiligheidsvlag  (safety flag)
(ook: markeringsvlag, afschakelvlag) Vlag met een typische opdruk die in de vlaghaak op het broekstuk van een mast kan worden gestoken. Een veiligheids- of afschakelingsvlag is een in tweeën verdeeld vlak: het bovenste vlak draagt de circuitkleur en het onderste vlak is groen, maar de circuitletter staat er middenin gedrukt. 
 
veld, spanveld  (field, span)
Vakterm voor de afstand tussen twee hoogspanningsmasten, gemeten in een rechte lijn van middelloodlijn tot middelloodlijn.
 
veld, aansluitveld  (bay)
Term voor het schakelgebied of aankoppelingsruimte op een trafostation. Zo'n station bestaat doorgaans uit een centrale rail (of meerdere) en naar beide kanten een aantal plekken waar hoogspanningslijnen, transformators, schakelaars, grondkabels, compensatiespoelen of bewaakapparatuur kan worden aangesloten op een systematische wijze. Een groep van deze velden wordt een schakelveld of schakeltuin genoemd.

 

veldhuisje  (bay housing)
Kast, of bij grotere installaties een gebouwtje of soort van bunkertje waarin de apparatuur staat opgesteld om een aansluitveld te kunnen bewaken en bedienen.

 

veldkast  (bay terminal box / cabinet)

verbinding  (link, connection)

Algemene aanduiding voor een hoogspanningslijn in technische publicaties.
 
verdeelstation  (switching station)
Hoogspanningsstation waarop niet getransformeerd wordt, althans niet op hoogspanningsniveau. Vanuit een verdeelstation wordt de stroom 'verdeeld' over het aangehangen middenspanningsnet. Met deze term wordt niet heel nauwkeurig omgegaan zodat je ook wel eens de naam verdeelstation aantreft op een plek waar wel getransformeerd wordt.
 
verdieping  (level)
Het aantal niveaus in een hoogspanningsmast waar traversen of fasedraden op bevestigd zijn. Een donaumast heeft bijvoorveeld twee verdiepingen, maar een dennenboommast heeft er drie en een hamerkop maar een. 
 
verdrietachtiging  ('to upgrade to 380')
Geïntroduceerde term voor het vervangen van een (bovengrondse) verbinding door een zwaardere verbinding die 380 kV voert. Het Nederlandse 220 kV-net is op deze manier steeds kleiner geworden en ook worden 150- en 110 kV-verbindingen verkabeld om aan het uitruilbeginsel te blijven voldoen. Zodoende is verdrietachtiging voor mastenliefhebbers en hoogspanningshobbyisten die van diversiteit houden niet altijd iets om blij mee te zijn. Hetgeen ook af te leiden valt uit het woorddeel verdriet dat in de term zit.
 
verhoogde afspanophanging  (suspended anchoring)
Langere term voor hangende afspanning. Manier van isolatorophanging. Deze methode lijkt sterk op de normale afspanophanging zoals we die in hoek- en afspanmasten zien, maar in dit geval hangt het gele setje isolators nog steeds vast aan de oude ophangbalk in plaats van aan weerszijden van de traverserand. Het wordt het bij steunmasten toegepast, voornamelijk om de geleider een grotere vrije afstand tot de grond te geven.
 
verkabeling  (undergrounding)
Het ondergronds brengen van een voorheen bovengrondse hoogspanningsverbinding.
 
verlaten
Het verlaten van een kabel of luchtlijn is een term voor het uit gebruik nemen, maar nog niet slopen (amoveren) van een verbinding. Doorgaans vindt sloop op een later tijdstip plaats, maar niet altijd wordt er gesloopt. Bij grondkabels is opgraven en afvoeren zeldzaam, meestal blijven deze gewoon verlaten achter. Soms wordt een ander gebruik gevonden op middenspanningsniveau. Bij luchtlijnen is het zeldzamer, maar ook hier wordt een verlaten verbinding niet altijd afgebroken. Soms wordt er hernieuwd gebruik gevonden. Vlakbij Harculo bevindt zich een luchtlijn waarvan een deel opnieuw in gebruik is genomen na jarenlang in onbruik te zijn geweest. Ook in België (zoals bij Cognelee en Rimière) staan luchtlijnen die momenteel verlaten zijn en tussen Lint en Wijgmaal staat zelfs een verbinding die bewust enkele jaren tot 2020 verlaten is omdat deze op dit moment niet nodig is in het net. Pas in 2020 verwacht men dat de stroomvraag zo ver is toegenomen dat de verbinding in hernieuwd gebruik zal worden genomen.
Een geïntroduceerde term voor een verlaten verbinding die behouden wordt vanwege mogelijke plannen in de toekomst is de mottenballenstatus, een term die overigens in het Engels al langer bestaat als mothballing.

verluchtlijning (overheading)

Het bovengronds brengen van een voorheen ondergrondse verbinding. Dit is het tegenovergestelde van verkabeling en het is veel zeldzamer, maar bij werkzaamheden of reconstructies zoals het opnemen van een nieuw station in een verbinding die als grondkabel is uitgevoerd kan een (tijdelijke) verluchtlijning letterlijk werkruimte bieden zonder dat de stroomleverantie in het geding komt. Permanente verluchtlijning is uiterst zeldzaam en wordt in Nederland eigenlijk alleen maar gezien als een trafostation wordt verplaatst en dan hernieuwd wordt aangesloten op hetzelfde circuit, dat na een reconstructie een meelifter is geworden van een koppelnetverbinding.
 

vermaasd net  (reticulated grid)

Elektriciteitssysteem dat bestaat uit een soort net van ringvormen met gaten (mazen) ertussen. Vermazing zorgt er samen met deelnetten (netopeningen) voor dat een net beheersbaar en storingsbestendig blijft.

vermogen (produced or available electrical energy)

Aangeleverde elektrische energie op een bepaalde plek. Op een trafostation wordt binnenkomende elektrische energie vermogen genoemd. Bij storingsmeldingen betekent een weggevallen vermogen dat er aan de aanbodkant van de trafo's een onderbreking is opgetreden. Het tegenovergestelde van vermogen heet belasting.
 
vermogen (electrical power)
Optelsom van de spanning en de stroomsterkte, uitgedrukt in watt.
 
vermogensschakelaar  (circuit breaker)
Technisch ingewikkelde (en prijzige) schakelaar waarmee een hoogspanningscircuit- of fasedraad kan worden afgeschakeld of ingeschakeld zonder dat er vlamboogvorming optreedt.
 
verschakelen  (switching)
Klinkt als vergissen, maar het betekent het verplaatsen van belasting naar een ander station door een netopening op een andere plek te plaatsen of door een deelnet met een ander invoedend station te verbinden. Verschakelen is vooral iets wat we op middenspanningsniveau (50 tot 10 kV) aantreffen.
 
versterkerkast  (amplifier)
Kast met apparatuur om een lichtsignaal door een optische glasvezel te versterken. Deze tussenversterkers zijn soms in het broekstuk van hoogspanningsmasten te vinden wanneer de bliksemdraad een glasvezelkern voor datatransport heeft.
 
Vethuizen, de valwind of downburst van  ('the Vethuizen downburst')
Gebeurtenis in Vethuizen waarbij op 14 juli 2010 vijf tonmasten van de verbinding Doetinchem-Ulft werden omgeblazen door een zware valwind. De oorzaak van het bezwijken van de masten luidt in de officiële lezingen een extreme windsnelheid, maar het schadebeeld in de velden eromheen komt niet volledig overeen met deze verklaring. De zaak geldt als opgelost, maar nog steeds zijn er twijfels over de volledigheid van de uitleg.
 
vlaghaak  (flag mount)
Kokertje op het broekstuk in de kleur van het circuit waarvoor deze geldt. In een vlaghaak kan een veiligheidsvlag worden gestoken wanneer het circuit is afgeschakeld. De vlaghaak draagt de kleur van het circuit en de vorm ervan is zodanig dat alléén een veiligheidsvlag van dezelfde kleur erin past: rond, driehoekg, vierkant of spleetvormig.
 
vlagmast  (three-leveled pylon, vertical configured pylon)
Belgisch mastontwerp. Een vlagmast (en dus geen vlaggenmast) draagt aan één zijde van de toren drie fasedraden boven elkaar. In het Nederlandse systeem zouden we dit ontwerp een onvolledig benutte drievlaks- of dennenboommast noemen.
 
vlamboog  (arc)
(ook: lichtboog of arcing) Elektrische vonk die doorgaans langer dan een fractie van een seconde kan blijven bestaan en die geen draad nodig heeft om intact te blijven. Vlambogen zijn in het hoogspanningsnet ongewenst omdat ze schade, storingen en gevaarlijke situaties kunne veroorzaken.
 
vliegeren  (kite flying)
In Nederland wettelijk verboden activiteit binnen 500 meter afstand van een bovengrondse hoogspanningslijn. Zie ook het Wetboek van Strafrecht, artikel 429, lid 5.
 
vloeistofturbine  (impeller)
Ietwat oude term voor een vloeistofturbine zoals ze in waterkrachtcentrales gebruikt worden. Een stroom water (gedreven door zwaartekracht) brengt een vloeistofturbine in beweging en daar kan een generator op aangesloten worden. Vloeistofturbines hebben geen thermisch aspect: in een waterkrachtcentrale wordt niets verhit en daardoor ontstaan er ook geen restwarmtestromen of energieverliezen. Een moderne vloeistofturbine haalt een bijna onwaarschijnlijk hoog rendement, rond 95%. In principe zijn vloeistofturbines voor de hydropower zo groot te maken als nodig is, zodat er enorme eenheden ontstaan die per exemplaar honderden megawatts vermogen af kunnen geven. Het enige bezwaar is cavitatie en erosie van de turbinebladen, maar verder is een vloeistofturbine een bijna onverwoestbaar simpele machine.
 
VNB  (Scheduled Unavailability of an Asset)
Voorziene Niet-Beschikbaarheid. Vakterm voor een van tevoren voorziene onbeschikbaarheid van een component, verbinding, rail of station en ook voor productie-eenheden. VNB kan worden ingepland of er kan rekening mee worden gehouden. Het tegenovergestelde is ONB, onvoorziene niet-beschikbaarheid. Dat is meestal een storing of calamiteit.

vogelfabel, de  (the bird misconception)

Geïntroduceerde term voor de misvatting dat de meeste mensen denken dat vogels op hoogspanningskabels kunnen zitten zonder gevaar. Dat kan inderdaad met middenspanning tot ongeveer 70.000 volt, maar boven 100 kV is het ook voor een vogel levensgevaarlijk vanwege zelfcapaciteit. Vogels zitten in het Nederlandse en Belgische hoogspanningsnet van 110 kV en hoger altijd op de bliksemdraden.
 
vogelflappen  (wire marker)
Flapperende stukken hardplastic die in de hoogspanningsmasten of soms ook aan de geleiders kunnen worden aangebracht om draadslachtoffers te verminderen. In Nederland is de 110 kV-verbinding Meppel-Steenwijk er deels mee uitgerust. 
 
vogelweringsspiraal  (wire marker)
Ook varkensstaarten genoemd. Metalen krul die in de bliksemdraad wordt gehangen. Vogelwerinsspiralen maken de bliksedraden beter zichtbaar voor vogels en verminderen het aantal draadslachtoffers.
 
volledig benut mastontwerp  (nominal utilized tower, fully used tower)
Hoogspanningsmast die wordt gebruikt conform zijn ontwerp. Er blijven geen plekken, traversen of zijden onbenut.
 
volt
Eenheid waarin elektrische spanning wordt uitgedrukt.
 
vonk  (spark)
Spreektaal voor vlamboog.
 
V-ophanging  (V-suspension)
Manier van isolatorophanging, niet te verwarren met V-braces. Zie deze pagina.
 
vrije ruimte  (safe height)
De ruimte die gegarandeerd wordt tussen (de veilige afstand van) een geleider en het aardoppervlak. De vrije ruimte is een worst-case getal, afhankelijk van de zeeg en de temperatuur van de geleider. In de praktijk is deze ruimte vrijwel altijd iets groter dan het opgegeven getal. Soms kan het echter nodig zijn de vrije ruimte verder te vergroten. Dat kan gedaan worden door aanpassingen aan de mast, de manier van ophanging van de fasedraden of door de geleiders strakker af te spannen.
 
V-woord  ('the V-word')
Typische aanduiding van mastengekken voor het woord verkabeling. Meestal op humoristische wijze toegepast in contexten waarin geen slapende honden wakker gemaakt moeten worden, zoals bij reconstructies waarbij het opvalt dat er juist géén verkabeling is toegepast.
 
 

ABCDEFGHIIJJKLMNOPQRSTUVWXYZ0-9