ABCDEFGHIIJJKLMNOPQRSTUVWXYZ0-9


 
back-2-back converterstation  (back-2-back converter, B2B converter, B2B)
Dubbel converterstation waarbij twee AC/DC converterstations direct aan elkaar zijn verbonden, zonder lange HVDC-kabel ertussen. Back-2-back (spreek uit: back to back) betekent "rug tegen rug" en dergelijke stations worden gebruikt om twee niet gesynchroniseerde elektriciteitsnetten aan elkaar te koppelen. De afstand tussen beide stations wordt doorgaans zodanig geminimaliseerd dat beide in één gebouw staan. Dit soort apparaten treffen we met name in oost-Europa.
 
Bahnstrom  (German Railway powergrid)
Waarschijnlijk het grootste hoogspannings-privaatnet van Europa. Het Duitse spoorwegsysteem beschikt over een eigen 110 kV-net dat werkt met een afwijkende frequentie van 16,7 Hz en dat door het hele land heen staat. Het net is zelfstandig en functioneert parallel aan het publieke hoogspanningsnet, waaraan het op strategische plekken is gekoppeld door frequentie-omvormers. Het is in eigen beheer van de DB.
 
balk  (bar)
Horizontale constructie in delta- en portaalmasten die deels dezelfde functie heeft als een traverse, maar nu op twee punten ondersteund wordt. Een balk of balktraverse (wanneer er aan beide kanten nog een punt uitsteekt) komen voor bij delta- en portaalmasten.
 
balkon  (platform)
Onderdeel dat in sommige grotere maten lattenmasten te vinden is, en soms meer dan een. Balkonnetjes bevinden zich dan op de plek waar de traversen naar opzij uitsteken.
Op crossingsmasten en andere sterk verhoogde draagmasten zijn soms ook balkonnetjes halverwege de toren te vinden. Soms kunnen eventuele obstructielampen onderhouden worden vanaf zulke balkons.
 
basislast  (base load)
Permanent elektrisch vermogen dat wordt gevraagd binnen een elektriciteitsnet en waaronder de belasting eigenlijk nooit zakt. Basislast is er dus altijd en daarom kan basislast het beste geleverd worden door centrales met een trage opregeltijd.
 
bedrijfstoestand  (situation)
Volgens Tennet: "De toestand waarin een elektriciteitsnet zich bevindt". Er zijn twee toestanden, de normale en de niet-normale toestand (N-1).
 
belasting  (load)
Afgenomen elektrisch vermogen. Belasting is het tegenovergestelde van vermogen of productie.
 
Belgische Elektriciteitsschaarste, de
Term voor een complexe gebeurtenis die in de winter van 2014/2015 plaatsvond in de Belgische elektriciteitswereld.
De Belgische Elektriciteitsschaarste was het gevolg van een voorspeld, maar onoplosbaar tekort aan elektriciteit in België tijdens piekuren en koud winterweer. De oorzaak was meervoudig: te weinig investeringen in nieuw binnenlands productievermogen, capaciteitstekort op de grensoverschrijdende verbindingen en onvoorziene niet-beschikbaarheid van zware kernreactors door zowel storing als sabotage. Dit zorgde er samen voor dat er een tekort aan vermogen op het Belgisch net ontstond. Dat zou kunnen resulteren in ongecontroleerde storingen. Het gevolg was een publiekscampagne, afschakelplannen en zelfs een dagelijkse statusupdate tijdens het weerbericht. 
Na 2014 kwam er verlichting in de situatie door het opnieuw beschikbaar komen van interconnecties en enkele nucleaire reactors. Toch is de campagne tot op de dag van vandaag niet afgesloten, kijk maar eens op offon.be.
 
betonblok  (gravity-based foundation)
Officieel aangeduid als een zwaartekrachtfundatie. Manier van fundering.
 
bevestigingsspiraal  (fixation helix)
Langgerekt spiraalvormige aluminium staaf waarmee bundelafstandhouders bevestigd kunnen worden in gebundelde fasedraden.
 
bipole-mast  (bipole, bipolar tower)
Mastmodel. Zie deze pagina.
 
bijzondere mast 
Speciale hoogspanningsmast die niet onder de bestaande categorieën zoals steunmast, hoekmast of fasewisselmast valt en waarbij de constructie maatwerk is. Meestal zijn er maar één of hooguit enkelen van gemaakt. Dit soort masten betreft vaak aftakmasten of splitsingsmasten.
 
black-out
Engelse term die ook in het Nederlands decennialang werd gebruikt voor een totale stroomstoring. De term wordt de laatste jaren echter wat minder frequent gebruikt vanwege een vermeende racistische connotatie, zodat de voorkeur in Nederlandstalige documenten meer dan vroeger uitgaat naar het Nederlandstalige woord stroomstoring of gewoon uitval.
 
blackstart
Engelse term die ook in het Nederlands wordt gebruikt voor het weer onder spanning brengen van een geheel spanningsloos geraakt deelnet. Doorgaans wordt de term alleen gebruikt bij grote storingen. Er is een set van procedures en voorzieningen opgesteld om dit uit te voeren, want bij complexe storingen of na een cascade-effect is het niet eenvoudig.
 
bliksembok 
Aambeeldvormige top van een hoogspanningsmast die eruitziet als twee omgekeerde traversen, met de platte kant boven (bokvorm). Op de bliksembok zitten de bliksemdraden bevestigd. Bliksembokken zijn zeer algemeen in België, maar een zeldzaamheid in Nederland. Een bliksembok kan lijken op kattenoren en soms is het onderscheid maar moeilijk te maken. Zie ook bliksemtraversen. Er is geen Engelstalig synoniem voor dit type top.
 
bliksemdraad  (ground wire, shield wire)
Draad- of draden die boven de fasedraden in een hoogspanningslijn hangen en die tot doel hebben om blikseminslag op de fasedraden te bemoeilijken. Samen met het topstuk vormen ze de bliksembeveiliging van de hoogspanningslijn. Sinds eind jaren 80 worden de bliksemdraden soms voorzien van een kern met optische glasvezels ten behoeve van communicatie tussen trafostations onderling.
 
bliksempiek  (lightning rod)
Hoge naaldvormige spijl (vrijstaande buis, vakwerkmast, stobie of staaf, of geïntegreerd in de constructie) die op trafostations omhoog steekt en met een zeer scherpe punt boven de installaties uitkomt, om volgens de Theorie van Schwaiger bliksem aan te trekken en af te leiden van de hoogspanningsinstallaties. Bliksempieken worden vaak in rijen geplaatst.
 
bliksemtraverse  (crossbar for ground wires)
Extra verdieping traversen die met name in kleine mastmodelen te vinden is. Bliksemtraversen dragen uitsluitend bliksemdraden en ze worden nooit meegenomen in de classificatie van masten. Bliksemtraversen zijn verwant aan een bliksembok.
 
blindstroom  (power factor)
Stroom zonder spanning. Blindstroom belast het net, maar kan niet nuttig worden aangewend. Grootverbruikers proberen de hoeveelheid blindstroom zoveel mogelijk te beperken omdat de netbeheerder blindstroom wel degelijk verneemt en dus ook in rekening brengt.
 
blindvermogen  (apparent power)
Het vermogen dat nodig is om elektromagnetische velden op te wekken waardoor het hoogspanningsnet zelf werken kan. Zonder magnetisch veld kan een trafo niet werken en zal een generator niet leveren.
 
bok
1) Oude aanduiding voor een hoogspanningsmast. Oorspronkelijk werden hier houten masten met twee palen en een dwarslat of kruis mee bedoeld ('bokpaal' of 'A-paal'), later werd de term breder ingezet. De aanduiding bok voor een hoogspanningsmast (klein of groot) nog steeds correct, maar hij wordt vandaag de dag vrijwel nergens meer gebruikt behalve bij sommige nog bestaande houten masten in het laagspanningsnet en bij enkelcircuit-deltamasten (zie hieronder).
2) Aanduiding voor de kattenoren wanneer deze zeer plat of zelfs horizontaal zijn, zoals bijvoorbeeld bij sommige masten in Zeeland of bij Beaubourg-donaumasten in Frankrijk. 
 
bokje  (small delta tower)
Zie bokmast.
 
bokmast  (delta tower)
Ook wel bokje genoemd. Aanduiding voor een doorgaans kleine enkelcircuit-deltamast. De naam is voortgekomen uit bok en bokpaal (zie hierboven) .
 
boostertrafo  (booster, booster transformer)
Speciaal soort transformator met een geringe overzetverhouding, bedoeld om spanningsval in lange verbindingen te compenseren. Wanneer bijvoorbeeld een lange verbinding voor 10 kV onder spanning wordt gezet, gaat er door weerstand onderweg wat vermogen verloren. Dat uit zich in een lagere spanning, bijvoorbeeld 9,5 kV op een kilometer of vijftien verderop. Dat moet worden gecompenseerd om de distributietrafo's voor het laagspanningsnet van de juiste waarde te blijven voorzien (wanneer het geen autotrafo's zijn) en dat kan worden gedaan door 9,5 kV terug omhoog te transformeren naar 10 kV. Boostertrafo's zien we vooral op plekken met lange afstanden (meestal het buitenland) en in middenspanningen. In de hoogspanningsnetten zijn ze zeldzaam of helemaal niet aanwezig.

Borssele  (village of Borssele)

Een van de drie plekken die zijn aangewezen voor toekomstige grootschalige productiecapaciteit en voor het inlussen van windvermogen. Momenteel staat er alleen een kerncentrale.
 
bout  (bolt-nut joint)
Metalen schroefpin waarmee hoogspanningsmasten in elkaar zitten. Er wordt doorgaans weinig tot helemaal niets gelast in het mastlichaam.
 
Brabo
Project van Elia dat voorziet in de versterking van het 380 kV-net in de omgeving van Antwerpen. Zie ook de pagina op de site van Elia van het project.
 
brandstof  (fuel)
Materiaal dat energie draagt die vrijgemaakt kan worden om elektriciteit mee op te wekken. Vaak wordt brandstof uitgedrukt als vermogen (thermisch vermogen, nucleair vermogen, windvermogen, etc.) in de vorm waarin de centrale de brandstof verwerkt.
 
bretel  (tie)
Boogvormige, omlaag hangende doorverbinding tussen de volledig verankerde punten van een (bundel)geleider bij een hoekmast of trekmast, en onder sommige omstandigheden ook bij steunmasten. Een bretel vormt de elektrische verbinding tussen de twee afgespannen (onderbroken) uiteinden van de draad.
 
broek  (legs)
Verkorte term voor het broekstuk.
 
broekjesdag
Geïntroduceerde term voor de eerste dag van het jaar waarop het warm en zonnig genoeg is om met de camera het veld in te gaan en hoogspanningsobjecten te kunnen fotograferen.
 
broekstuk  (legs)
Vakterm voor de vier poten waarop de meeste ontwerpen vakwerkmasten staan. Het broekstuk bepaalt in grote mate de windbestendigheid van de mast en het zorgt er verder voor dat de hinder die een mast geeft voor boeren en landeigenaren geminimaliseerd wordt. Zie ook deze pagina.
 
brown-out
Onvolledige stroomstoring, vaak het gevolg van het te ver zakken van de netfrequentie door teveel belasting of te weinig productie. De spanning op het net zakt dan tot beneden de toegestande bandbreedte, maar valt niet uit.
 
brug  (balancing plate)
Metalen onderdeel dat onderaan een isolatorketting hangt wanneer de fasedraad uit twee of meer geleiders bestaat of wanneer de isolatorketting dubbel is uitgevoerd. Zie ook deze pagina.
 
buismast  (tubular pole)
Hoogspanningsmast die in hoofdzaak bestaat uit een gesloten buis- of kokervormig mastlichaam. Buismasten zijn de tegenhangers van latten- of vakerwerkmasten. 
 
buitenklemmenkast  (bay terminal box / cabinet)
Ook wel veldkast genoemd. Gebouwtje of huisje met apparatuur ten behoeve van het aangesloten veld.

buitenlandverbinding  (interconnection, link)

 
bundelafstandhouder  (spacer)
Metalen latje, driehoek of vierkant waarmee de individuele geleiderkabels in gebundelde fasedraden aan elkaar zijn verbonden. Zie ook deze pagina. Bundelafstandhouders voorkomen dat de geleiders tegen elkaar aan kunnen schuren en ze verminderen ook flutter en de kans op lijndansen. (In het kader van dat laatste zijn diverse types in omloop (van pendulum spacer, winddamper en hoop spacer) die niet allemaal even succesvol zijn.)
 
bundelen  (spatial combining)
Het combineren van twee hoogspanningslijnen (zie ook combineren) of tegenwoordig ook vaak het bouwen van een nieuwe hoogspanningslijn parallel aan een reeds bestaand infrastructureel object zoals een snelweg, kanaal, spoorbaan of een andere hoogspanningslijn. Dit wordt met name gedaan om nieuwe doorsnijdingen van het landschap te voorkomen.
 
BVC  ((Regional) Control Centre)
BedrijfsVoeringsCentrum.
 

ABCDEFGHIIJJKLMNOPQRSTUVWXYZ0-9