Hoogspanning als interesse (eigenlijk moeten we zeggen, het hele elektriciteitsnet) is een diverse wereld. Precies hetzelfde geldt voor de mensen die het als interesse, vak of hobby beoefenen en beleven.

Het elektriciteitsnet is een breed vakgebied waarbij je een combinatie aantreft van bouwkunst, landschapsinrichting, techniek, maatschappelijk nut en zelfs de toekomst van de samenleving. Het laat zich raden dat beoefenaars van deze hobby net zo divers zijn als de hoogspanningsmasten in het veld. Laten we eens een blik werpen.


Beginnend geïnteresseerden

Wandelen onder hoogspanning in het Belgische Coo

De meerderheid van de hobbyisten bestaat uit mensen die deze interesse gedurende hun leven ergens opliepen, als bijvangst van werk, hun leefomgeving of doordat een kennis ze aanstak. 

Als het om de mooie verhalen of om een ontdekkingsreis door de stroomwereld gaat (en de zich daarmee groeiende hobby) hebben de mensen die er tijdens hun leven mee in aanraking kwamen vaak boeiende verhalen te vertellen. Ooit in een soms ver verleden sprong er een vonk over – die vlamboog doofde niet meer. Het groeide uit tot een interesse die langzaam in een hobby veranderde. De daarop volgende reis door de sector levert mooie dingen op. Verbazing en verwondering over hoe ingewikkeld en toch hoe elegant het net in elkaar zit. Gedicteerd door natuurwetten, beheerst door mensen, gebruikt tot nut van ons allen. Een wereld vol ontdekkingen, die soms als volwassene vaker als jongere of als kind wordt beleefd. En een wereld waarin de beginnend geïnteresseerde ontdekt dat hij niet de enige is en een interesse die je de rest van je leven meeneemt.

Geboren verlorenen

Een minderheid van mensen binnen de groep kan niet zomaar aangeven waar deze interesse vandaan kwam. Ze hadden het al zolang ze zich maar kunnen herinneren. Het lijkt wel aangeboren. Verandering is onmogelijk.

Een kleine minderheid van de hobbyisten lijkt al vanaf de wieg deze interesse te hebben gehad. Er is geen reden, geen trigger, geen spannend wordingsverhaal – niets. Ze weten niet beter. Hun ouders kunnen meestal met een flauw lachje schouderophalend vertellen dat hun kind al als jong kleutertje hoogspanningsmasten tekende en bovenmatig gefascineerd was door de waslijn. Soms hoor je een gênante anekdote over een baby die in de buik van moeder trapte toen ze onder een hoogspanningslijn door reden. Toch is er een keerzijde. Geboren verlorenen zijn moeilijk in staat zijn tot zelfreflectie. Ze weten immers niet beter, nooit kenden ze een wereld zonder. Deze mensen worden opvallend vaak pylon geeks (zie verderop) en een huis vol hoogspanningsspullen, schaalmodellen en een kennissenkring die daar compleet aan gewend is zijn redelijk standaard. Hoogspanning hoort bij hun identiteit, van hun eerste tot hun laatste dag.

 

Professionals in de elektriciteitssector

Mensen die werkzaam zijn in de sector houden er soms ook in hun vrije tijd liefhebberij voor hun professie op na. Uit deze doorgaans technische hoek zijn ook hobbyisten afkomstig.

Sommige hobbyisten groeien uit tot professionals, maar de andere kant op komt net zo vaak voor. Zo zijn er metaalwerkers, architecten, bouwers, werknemers bij netbeheerders en technici die met name interesse hebben in de sterkte en berekeningen daaraan. Ook zijn er geïnteresseerden in loadflow, regeltechniek en de bewaakapparatuur van het net. Ze zijn er van student tot pensionado, maar telkens geldt dat ze technisch goed onderlegd zijn en weten waar ze het over hebben. Termen als secundaire apparatuur, de steek, zeeg, spanveld, TT-systemen of netstabiliteit zijn gesneden koek voor hen. Ook economische en politieke aspecten zoals het wettelijk kader achter het huidige elektriciteitsnet zijn dingen die de beroepsen en techneuten aangaan. Het draaien en benutten van berekeningen, kritisch kijken naar netneutraliteit, het ontwerpen van nieuwe verbindingen en maatschappelijke vraagstukken zijn mede het domein van techneuten en beroepsen. Een gedeelde factor is dat ze telkens hun professionele context houden: het licht moet blijven branden, dat is het belangrijkste.

Nethistorici

Een belangrijke, maar introverte groep zijn de mensen die over hun schouder kijken richting het verleden. Ze hebben het tot hun hobby gemaakt om de geschiedenis van het net te ontrafelen en vast te leggen.

Nethistorie is een bezigheid waar hele boeken over volgeschreven kunnen worden. Zulke boeken zijn er ook al. De geschiedenis van het net strakt zich uit over anderhalve eeuw, van de eerste piepkleine 3 kV-lijntjes uit 1883 tot de kolossale koppelverbindingen van vandaag de dag, en van de eerste huiscentrale tot de windparken van nu. De nethistoricus is bekend met namen als Bakker, Feldmann of Smit en hij kan je precies vertellen waar PEN, PGEM, VDEN, EGD of PEB voor stonden. Nethistorie is verder een precieze bezigheid: het vereist een zeer goede kennis van het wereldje en hoe je daarin de weg moet vinden. De nethistoricus wordt telkens opnieuw verrast. Je hebt ze van jong tot oud. Met een variëteit aan bronnen, oude netkaarten, (lucht)foto's en rapporten, technische verslagen, vergunningen, gemeentearchieven en eigen kennis proberen nethistorici telkens iets meer te weten te komen. Op weg naar een plaatje dat nooit af zal zijn, maar dat als een fractal steeds groter wordt.

Pylon geeks

De pylon geeks, soms oneervol 'mastengekken' genoemd, zijn een opvallende groep en misschien ook wel de bekendste groep, die het meest tot de verbeelding spreken.

Een pylon geek m/v kenmerkt zich door een uiterst beweeglijke nek vanwege al het omhoog kijken, versleten kiezen door het knarsen daarvan bij de aanblik van GSM-ontvangers en een loopgang die geen flauwe bochten maar enkel rechte hoeken maakt. Meestal kennen ze het halve net uit het hoofd en de zwaargewichten hebben aan een verdwaalde hoogspanningsmast op een hoekje van een foto voldoende om de plek te herleiden – iets dat in de buitenwereld als ronduit eng wordt bestempeld, maar wat onder gelijken zoals op deze site een cultstatus heeft. Een enkeling kan tot ver over de landsgrenzen navigeren puur op de aanblik van de hoogspanningslijnen. Pylon geeks kunnen je uitleggen wat een donaumast, een deltamast en een tonmast van elkaar doet verschillen. Ze zijn in staat om te zien of een mast jong of oud is en wie hem gebouwd heeft. Bijna alle pylon geeks hebben gemeen dat ze beduidend minder warm voor buismasten dan voor vakwerkmasten en dat ze een broertje dood hebben aan alles dat te maken heeft met het V-woord.
Pylon geeks zijn traditoneel de meest luidruchtige en recancitrante groep binnen de hobbyisten. Dat is een noodzakelijk kwaad: ze zijn de enige groep die zich regulier moet verdedigen tegen allerlei vooroordelen. Met netstrategie, fotografie, nethistorie of een professionele interesse kom je weg, maar met een interesse in de aanblik en bouw van hoogspanningsmasten- en lijnen niet. Het waren pylon geeks die HoogspanningsNet ooit hebben opgericht en onder gelijken zijn het trotse hobbyisten die het op persoonlijk vlak een voorrecht vinden om deze interesse te hebben, maar naar de buitenwereld toe zwijgen ze meestal. Met andere woorden, er zijn misschien wel meer pylon geeks dan je denkt!

Stationsmensen

De tegenpool (maar geen antagonist) van pylon geeks zijn de mensen die zich juist liever met stationsopbouw, schakelinstallaties en bewaakapparatuur bezig houden

Tussen pylon geeks (die de verbindingen het belangrijkste vinden) en de stationsmensen die juist de knooppunten het meest essentieel vinden heerst een traditie van vriendschappelijk bashen: stationsmensen die een foto van een grondkabelveld aanduiden als de mooiste afgaande verbinding, maar ook pylon geeks die stiekem grinniken bij een ontplofte trafo. Plaagstootjes over en weer tussen deze twee groepen geven de hobby kleur. In ieder geval zijn de stationsmensen vooral geïnteresseerd in het dagelijks bedrijven, verschakelen en koppelen van het net. Wat staat er in zo'n netstation? Hoe werkt een COQ, Eaton/Holec of Magnefix? Kan je schakelen met een scheider? Is een U-I railsysteem in deze situatie beter dan een drierail? En hoe berekenen we nou of de installatie voldoende geaard is? Stationstechniek, van hoogspanning tot laagspanning, is een vak op zichzelf waarin het hobbyistenpubliek een opvallend hoog gehalte aan professionals kent. Zij hebben het tot een kunst verheven om de (letterlijk) ontoegankelijke wereld van openluchtstations, converters en MS-huisjes uit te dragen als een onmisbaar onderdeel van het elektriciteitsnet, met een eigen jargon, geschiedenis, gewoontes, problemen en -jazeker- ook charme.

Bureaustoel-netstrategen

Het elektriciteitsnet is een combinatie tussen natuurkunde, menselijke- en politieke besluiten, technische ontwikkelingen en dagelijks bedrijf. Het decor van een indrukwekkend en zeer breed speelveld dat normaal gesproken onzichtbaar blijft.

Hoe zorg je dat het licht het blijft doen? Wat zijn de gevolgen van een verschuiving van de productielocaties naar de kust? Hoeveel import en export is er nu? Hoe gaan we om met de opkomst van energiebronnen die onvoorspelbaar zijn? Hoe houden we de prijzen laag? En wanneer kan er onderhoud worden gepleegd? Wel of niet verzwaren, wel of geen nieuwe verbinding, wel of niet overhevelen – dat zijn de vragen waarmee de netstrateeg zich bezig houdt. Op professioneel vlak gebeurt dat bij de netbeheerders en via platformen zoals ENTSO-E (waarvan het transparancy platform tot de vaste hangplek van de netstrateeg behoort), maar ook op hobbymatig vlak is bureaustoel-netstrategie een boeiend vak. Het is een van de moeilijkste subdisciplines: je hebt er inzicht in natuurkunde, techniek, de maatschappij, trends, (geo)politiek, de sector zelf en een grote parate kennis van het fysieke net voor nodig. Serieuze bureaustoel-netstrategen kennen het hoogspanningsnet zeer goed uit het hoofd, waardoor ze nauwelijks nog een netkaart nodig hebben als je ze vraagt waar in de buurt van plaats X het dichtstbijzijnde trafostation staat. Bij netstrategen gaat functie voor de vorm: als een grondkabel handiger is dan een luchtlijn, dan kiezen ze de grondkabel. Maar toch zijn ook netstrategen niet ongevoelig voor historische verworvenheden: de erfenis van het net van gisteren (zoals concessiegrenzen, spanningscascades, keuzes in aardsystemen en historische fouten) zijn immers tot op de dag van vandaag van belang.

Powerfotografen

Fotografen vormen een grote, relatief vrijblijvende, maar niet minder belangrijke groep binnen de hobbymatige elektriciteitswereld. Het zijn de ogen en oren van de anderen, en veldwerkers bij uitstek.

De rol van fotografen wordt snel onderschat. Er is in principe geen technische kennis van het net nodig om een goede foto te kunnen maken. Bij andere vakgebieden wordt je dan als klein bier weggezet – 'och, dat is slechts een fotograafje'. Maar dat is bij hoogspanning heel anders. Fotografen beleven hun interesse letterlijk in het hobbyveld: geen enkele andere groep staat zo vaak met hun laarzen in de klei. En daardoor ontgaat hen weinig. Zonder hun werk had een website als deze niet kunnen bestaan: om kennis over te kunnen brengen heb je beelden nodig. De aanblik van een mast- en lijnontwerp laat zich onmogelijk uitleggen, een beeld zegt meer dan duizend woorden. Bouwprojecten, reconstructies en werkzaamheden: waar zouden we zijn zonder foto's? Verder zou het niet mogelijk zijn om dingen te kunnen vertellen over allerlei componenten zonder dat er beeldmateriaal van is. En ook op de netkaart is een beeld bij een object van grote waarde. Van ver weg of juist zeer diep ingezoomd, beelden die educatief van waarde zijn, gewoon een mooi plaatje geven of regelrecht tot de verbeelding spreken. We hebben het allemaal te danken aan mensen die op reis gaan, weten wat ze doen met hun camera – en beelden onder andere belangenloos voor deze site beschikbaar stellen.

Netcartografen

Niet alle subgroepen komen van nature voor. Netcartografen vormen een groep die pas in de recente geschiedenis is ontstaan, enigszins parallel met het verschijnen van onze eigen netkaart.

Wat bindt alle geïnteresseerden in het elektriciteitsnet samen? De behoefte aan informatie en overzicht. We willen allemaal graag weten waar wat staat, ligt of loopt, hoe oud het is, wat erlangs kan en als het even kan zoveel mogelijk andere informatie. Goed kaartmateriaal is onmisbaar. Maar jaren geleden was dat schaars of überhaupt niet aanwezig. Met die gedachte zijn we bij HoogspanningsNet ooit begonnen om zelf een netkaart te onderhouden. Een netkaart, inmiddels in de vorm van een online database van geografische objecten waarin we het elektriciteitsnet en alle belangrijk geachte informatie behorend bij de stations en verbindingen kwijt kunnen. Zo'n dataset of kaart moet onderhouden worden en het is nooit af: iedere dag worden er wel dingen aangepast. Een aantal mensen vindt het mooi werk om dit te doen en gezamelijk te streven naar steeds beter materiaal waar iedereen iets aan heeft. Cartering van het net gaat samen met het opdoen van inzichten, soms een spannende speurtocht naar dat ene getalletje en een ontdekkingsreis in het elektriciteitsnet binnen en tegenwoordig ook ver buiten de landsgrenzen.

Landschapsarchitecten en kunstenaars

Kunstzin en hoogspanning? Jazeker. Inpassing van een hoogspanningslijn of station in een landschap is een vak op zichzelf, waar steeds meer aandacht voor is.

Kunst, landschap en hoogspanning hebben een gemeenschappelijke deler: de landschapsinrichting. Hoe verstop je een schakeltuin in het landschap? Het antwoord: niet. Maar wat je wel kan doen is hem beter inpassen zodat hij een vorm van evenwicht bereikt met de omgeving. Een houtwalletje, gelijkvormige portalen of een sierhek kunnen onverwachte wonderen doen. Maar ook hele hoogspanningslijnen kunnen opzettelijk zo worden vormgegeven dat ze (in ieder geval in de mening van sommigen) beter in het landschap passen. Eigenlijk zijn alle grote buismasten hier een voorbeeld van. Inpassing is het domein van de landschapsarchitecten. Hoe moet de verbinding zich gedragen? Veel bochten? Weinig? Strakke of liever iets dieper doorhangende geleiders? Welk mastmodel? Dit soort overwegingen zijn van grote invloed op het hoogspanningsnet. Niet alleen nu, maar ook vroeger al. Inpassing is er bijvoobeeld de reden van dat Gelderland voornamelijk verticale masten gebruikt en Overijssel, Drenthe en Groningen het vooral doen met hamerkoppen. Zelfs in deze tijden van verkabelingen en bundeling is het belangrijker dan ooit: het bestaan van de wintrack hebben we deels te danken aan een veranderd ideaalbeeld van het landschap.

Modelbouwers

Wie het lef heeft écht goed te kijken kan er niet onderuit: een hoogspanningsmast is gewoon een uit zijn krachten gegroeid meccanobouwwerk. Bij sommige mensen gaan de handen dan jeuken: dat vraagt om modelbouw.

Met dunne hoekprofielen, bouwtekeningen en soms zelfs gesoldeerde rondijzertjes knutselen deze mensen minutieus (latje voor latje!) hele schaalmodellen van hoogspanningsmasten of stations in elkaar, kloppend tot in de kleinste details. Een bezigheid waar veel tijd in gaat zitten, maar waarvan de voldoening groot is: je eigen hoogspanningsmast op je kamer – het kan. Sinds de jaren 00 hebben de traditionele fysieke modelbouwers gezelschap gekregen van een nieuwe groep modellenmakers: de computermodelbouwers. Op hun computers (met aanzienlijke grafische kaarten) maken deze vaak jonge mensen met grote nauwkeurigheid 3D-modellen van hoogspanningsmasten en stations. Hun werk kan daarbij eenvoudig gekopieerd en gedeeld worden in virtuele werelden zoals SimCity, maar ook in Google Earth. Het bouwen van modellen levert als bijvangst een gedegen inzicht in de mast- of stationsconstructie op

Schrijvers, vertellers en tekenaars

Hoe sla je de brug tussen de wereld van het elektriciteitsnet en de geïnteresseerde leek of informatiezoeker die gewoon iets weten wil? De kunst van het vertellen, ook dat is onderdeel van het elektriciteitsnet als hobby.

Met elkaar praten kan op het forum, maar het schrijven van teksten op een website of het uitleggen van hoe iets werkt is een ander verhaal, letterlijk en figuurlijk. Er gebeurt iedere dag van alles in de sector. Hoe blijf je daar bovenop zitten en breng je het nieuws dat voor onze context van belang is? Hoe geef je nuance en de juiste waarde aan kennis en inzicht, zodat het voor beginners en gevordenden aangenaam leesbaar blijft? Hoe zorg je ervoor dat gelijkgestemden met dezelfde interesse op de hierboven beschreven zeer verschillende wijzen toch allemaal het gevoel hebben dat ze een thuisstek hebben? Tekstschrijvers, makers van merchandisiatie, cartoontekenaars, webdesign en huisstijl, de techniek achter de site en de netkaart draaiende houden, mail beantwoorden en af en toe een aanvraag van een mediapartij delegeren. Een schietgebedje doen dat de server het houdt als er opeens duizenden mensen op de site duiken bij een stroomstoring, en dan ter plekke aan informatie zien te komen. Kortom, ook het beheer en de uitbouw van HoogspanningsNet zelf is een subaspect van hoogspanning als interesse. Het overbrengen van kennis is een van de mooiste dingen die er zijn en het maken van een website tot een thuis is een sport op zichzelf.

De eh.. combinatiemast

Deze pagina blinkt uit in hokjesdenken. Maar zoals je al kan aanvoelen is de waarheid complexer. Mensen die zich slechts tot een van deze groepen beperken bestaan vrijwel niet.

Iedere hobbyist hoort in meer of mindere mate bij meerdere van de bovenstaande groepen. Fotografen die graag aan de netkaart meewerken, techneuten die ook de nethistorie zodanig boeit dat ze erover schrijven, mensen uit het veld die vertellen over hoe alles werkte en nog steeds werkt, netstrategen met een zwak voor bovengrondse lijnen en zeer ervaren mensen die nooit de verwondering hebben verloren die ze als beginners ooit voelden. En er zijn ook nog veel aspecten van deze interesse die we hierboven niet eens apart genoemd hebben. Bijna iedereen is breder dan de beschreven straatjes. En ja, er zijn zelfs ook mensen die het allemáál proberen te doen zodat zij een leuke, gevarieerde en misschien wel iets te actieve hobby hebben. Een hobby die gelukkig niet meer in eenzaamheid hoeft te worden beleefd. Verlaat de spanningloosheid en lus jezelf vandaag nog in. Verbinding tussen gelijkgestemde mensen is tenslotte net als de elektriciteit op het net zelf: je ziet het niet, maar uiteindelijk is juist dat hetgeen waar het om gaat.