HoogspanningsNet - alles over hoogspanning op het het

Techniek

Hoogspanning en gezondheid?

Antwoord op alle vragen vind je bij het RIVM (NL) of het Departement Leefomgeving (B).

HoogspanningsNet behandelt dit thema met opzet niet zelf. (Waarom niet?)

Geknetter en gebrom?

Geen zorgen, dat is normaal.

Nieuws

21 juli 2023 David tegen Goliath, de burger tegen een kille overheid. De Zomereik van Riegmeer werd in het voorjaar van 2023 een begrip in Drenthe en in hoogspanningsland. De boom die in de weg staat voor een nieuw trafostation bij Hoogeveen, zijn dagen leken geteld tot er sympathisanten opstonden. Inmiddels is er een volgend hoofdstuk, en het is een plottwist.  

In dit voorjaar ontrolde zich in het Drentse Hoogeveen een soort soap rondom een zomereik die in de weg staat op een hoek grond waar Tennet en Rendo een nieuw trafostation willen stichten. De boom, ongeveer honderd jaar oud en ruim twintig meter hoog, is het laatste wat er resteert van een boerderijkavel die ooit op het nu nog lege terrein achter bedrijventerrein Riegmeer stond. Op datzelfde terrein worden plannen ontwikkeld voor enkele grote bedrijven zoals een Griekse yoghurtfabrikant en ook een trafostation om de elektrificatie in de omgeving ruimte te bieden. Maar ja, een eik middenin de schakeltuin is vanuit praktisch oogpunt niet echt aan te bevelen. Er bleven twee oplossingen over: de boom kappen en het trafostation bouwen, of de boom laten staan en het trafostation opschuiven of anders inrichten zodat het alsnog passen zou. 

Rationeel ligt kap voor de hand. Een zomereik is niet zeldzaam, ook eentje van honderd jaar niet. Toch ontrolde zich een strijd tussen een groeiende groep liefhebbers van de boom en het gemeentelijk ambtsapparaat. Waar principekwesties ontstaan en kampen zich ingraven stijgt de temperatuur en het fanatisme. Daar kwam bij dat de discussie oplaaide in het voorjaar van 2023, een tijd die in de toekomst zal worden herinnerd door het thema van overheid tegen burger, stad tegen platteland, bureaucratie tegen invoeling. De boom, hoewel een fors exemplaar, kwam gaandeweg symbool te staan voor iets nog groters. Terwijl gemeente Hoogeveen voet bij stuk hield met kap werd een petitie gestart, lokaal en regionaal nieuws werd bereikt en ook wij bij HoogspanningsNet hebben er al eerder aandacht aan besteed (zie het artikel van 07 april). Er kwam zelfs een protestlied, de Zomereik van Riegmeer door Bertus ten Caat. Alles om te voorkomen dat de boom zou worden gekapt, verwoord als het wederom negeren van de wil van gewone mensen.

Uiteindelijk suste de (wellicht geschrokken) gemeente Hoogeveen de gemoederen een poosje door aan te zeggen dat kap zou worden heroverwogen en dat er pas in juli 2023 een beslissing zou vallen. Wat er inmiddels is besproken in het gemeentehuis zal alleen aan het licht komen als iemand een WOB-verzoek indient, maar dat er naast kap of het aanpassen van de inrichting van het bedrijventerrein nog een derde oplossing denkbaar was komt eigenlijk als een verrassing. De boom verplaatsen.

Toch is dat wat er nu gaat gebeuren in het najaar van 2024. De volwassen eik, samen met ruim honderd ton grond, wordt uitgegraven en verplaatst naar een plek 250 meter verderop, waar hij niet langer in de weg staat voor de ontwikkeling van het terrein. Het zal niet goedkoop zijn en ook daarover zullen zeker vragen worden gesteld. Feit is wel dat de gemeente de kapvergunning niet meer wil verlenen en dat daarmee lijkt er te zijn geluisterd naar de tegengeluiden vanaf de andere zijde van de kloof die het voorjaar van 2023 kenmerkt. Hoe het ook zij, wie ook een overwinning claimt, feit is dat men nu van voornemen is de boom te verplaatsen zodat uiteindelijk de best denkbare oplossing er komt. De afstand tussen overheid en burger wordt niet verder vergroot: de gemeente toont dat ze nog kan en wil luisteren. Het trafostation kan zijn ideale vorm krijgen. De boom overleeft. De enigen voor wie het nog net wat beter had gekund, tja.. dat zijn wij hier, de pylon geeks. Want een grote eik middenin een schakeltuin – dát zou pas echt uniek zijn. 

Afbeeldingen: De eik waar het allemaal om te doen is, samen met het omliggende terrein (beeld: still uit de clip van het lied Zomereik van Riegmeer door Bertus ten Caat). Het lied is op youtube te beluisteren.

02 juli 2023 Wat een rust hier? Dat is maar schijn, want op de achtergrond wordt gewerkt aan een nieuwe template en indeling van deze site. Combineer dat met belachelijk mooi weer vorige maand en het zal niemand verbazen dat de computers vaak uitbleven. Intussen is er wel druk doorgeklust door de netbeheerders. Zo gaat aankomende vrijdag (07 juli) Vierverlaten – Eemshaven 380 kV officieel in dienst. Maar 'af' is een te groot woord. Het project kent netstrategisch een slordig uiteinde.

Noodlijnen tijdens het omzwaaienNa jaren werk is in april het eerste circuit van Oudeschip – Vierverlaten 380 kV in april in dienst gegaan. Daarmee ook het 380 kV-gedeelte van trafostation Vierverlaten. Een aantal weken later is ook het tweede circuit onder spanning gezet. Met 2635 MVA redundante capaciteit tussen de stations en vijfmaal 750 MVA koppelvermogen tussen 380 en 220 kV is Vierverlaten in één klap het grootste koppelstation van het land geworden. Dat wordt formeel gemaakt op 07 juli aanstaande.

In de Eemshaven zelf is ondertussen de semi-permanente noodlijn tussen Oudeschip en Robbenplaat (of Robbeplaat, Tennet weet 't ook niet) ontmanteld en weggehaald. Jammer, we zullen deze eigenaardigheid in het hoogspanningsnet nog missen, maar de charme van een noodlijn is net zoiets als een bijna onbeweeglijk draaiend tolletje op de vloer: een situatie die juist schoonheid heeft omdat zij zo intens eindig is.

Wat er nog wel staat is de 220 kV viercircuitlijn tussen datzelfde Robbenplaat (of Robbeplaat) en Vierverlaten. Het was de bedoeling dat die rond vandaag zou worden afgeschakeld om nooit meer onder spanning te komen. De sloopwerken kunnen dan aanvangen en over een jaar zou er niets meer van over moeten zijn. Hold hold hold, zouden raketengineers zeggen. Er is een kleine complicatie tussengekomen en dat is de schaarste in het 110 kV-netwerk. Hoe het precies operationeel in elkaar zit weten zelfs wij ook niet, maar het lijkt erop dat de 220 kV-lijn, waarvan één circuit tussen Vierverlaten en Brillerij tijdelijk voor 110 kV werd gebruikt tijdens werken aan de lijn naar Winsum Ranum en twee andere circuits nog altijd op 220 kV werden bedreven eigenlijk niet kan worden gemist op dit moment. Vanwege congestie in het 110 kV-net en ook wellicht vanwege allerlei omzwaaiingen en werkzaamheden op de 110 kV schakeltuin op Vierverlaten (waar Winsum Ranum en Grijpskerk vandaan op een steeklijn zitten) is het mogelijk dat het circuit dat op 110 kV werd gebracht tijdens de werkzaamheden nog een paar maanden langer nodig is als achtervang of omzwaaimogelijkheid zolang er nog wordt verbouwd. We kunnen op de netkaart zien dat Winsum Ranum, Grijpskerk, en klantkabel Eemshaven West allemaal op een steeklijn hangen. De sloop zal komen, maar de aanvang wordt een aantal maanden uitgesteld. Tennet zegt dat dit geen invloed zal hebben op de einddatum zodat er wat herder moet worden gewerkt in de winter. 

Ook op Viervelaten is nog niet alles klaarDoor de uiteindelijke sloop komen er op Robbenplaat (of Robbepl… ja jaja, punt is gemaakt) een aantal 220 kV-velden vrij. Geen overbodige luxe want het station had geen enkel vrij veld meer over. Dat is lastig bij VNB, onderhoud of problemen, want omzwaaiingen konden daardoor nauwelijks nog gemaakt worden. Al zijn de drie vrijkomende velden eigenlijk meteen alweer vergeven. Een derde 220/110 kV-trafo voor Eemshaven West hangt al in de raming, en de andere twee velden zijn in optie genomen door Google om het immense datacenter nog verder uit te kunnen breiden. Met andere woorden, de ademruimte op 220 kV biedt maar kort een oplossing.

Wat er dan wel voor langere tijd helpt? Viermaal 380 kV. De nieuwe verbinding is uitgelegd op viermaal 380 kV 4 kA (2635 MVA), indien N-1 redundant bedreven biedt dit meer dan 7,5 GVA transportvermogen. Dat is een theoretische waarde, want op dit moment kan zo'n vermogen niet worden geproduceerd of worden aangevoerd in de Eemshaven en ook aan de zijde van Vierverlaten is de afvoer beperkt tot vier circuits van 953 MVA over twee verbindingen, waardoor met enige marges en redundantie kan worden gesteld dat er slechts de capaciteit van één zo'n 380 kV-circuit weg kan worden verstouwd over de afgaande 220 kV-lijnen. Samen met nog een paar honderd MVA op 110 kV geeft dat te denken waarom Tennet maar liefst zes 750 MVA koppeltrafo's laat aanrukken: het had ook met vier stuks gekund, zelfs in een belachelijk zwaar belastingscenario. Omgekeerd blijkt in de Eemshaven dat ook de noodlijn maar moeilijk kan worden gemist, want die was zeven jaar geleden ook niet voor niets neergezet. Er is wat wandelgangpraat over een permanentere vervanger, maar daar hangt nog een boel nevel omheen zogezegd.

Concluderend, ondanks de oplevering van tweemaal 2635 MVA op 380 kV en de ingebruikname voor de bühne op 07 juli zijn niet als bij toverslag de operationele congestieproblemen opgelost. Het is nog steeds een gebied waar netstrategen heel wat werk aan hebben, waar nog lang niet alles nu klaar is en wat ook een schaduw vooruit werpt op wat er de komende jaren nog in de wacht hangt qua kunst- en vliegwerk wanneer het vervolg tussen Vierverlaten en Ens zal worden aangelegd. En zo blijft het onverminderd spannend in Groningen.

Afbeeldingen: eind april, de semi-permanente noodlijn had kortdurend gezelschap van een tweede noodaansluiting waarop het eerste circuit naar Vierverlaten kortdurend om de bocht werd geleid. Onder: ook op Vierverlaten zijn we nog niet van de noodmasten af, het duurt nog een tijdje voordat de verbinding naar Bergum weer in originele staat is hersteld. 

24 April 2023 Tien jaar geleden hadden we hier bij HoogspanningsNet nooit gedacht dat we na het begin van het wintrack-era ook nog het einde ervan zouden meemaken. In de laatste jaren werd het steeds duidelijker en inmiddels is het medegedeeld door de persvoorlichting: Tennet stapt af van de wintrack als standaardkeuze voor nieuwe 380 kV-verbindingen. Vakwerkmasten worden weer de norm. 

Het is publiek geheim dat de meeste mensen achter HoogspanningsNet niet echt warm worden van wintracks. Bijna alle pylon geeks zien liever vakwerkmasten. De grappen en bijnamen voor de ranke witte palen gingen dan ook van kromtreks tot breinaalden. Je zou haast vergeten dat we nog steeds liever een wintrack zien dan een grondkabel. Ook vergeten we niet dat wintracks ook bijzondere dingen hebben gebracht in het net. Geen enkele koppelnetmast is in staat om zo'n extreem smalle corridor te bezetten. Omdat de mast dankzij twee gescheiden palen niet tussen de fasedraden in staat kunnen die uiterst dicht bij elkaar worden gehangen, terwijl het gemak van redundantie en veilig spanningsloos maken van een hele (halve) mast nog steeds mogelijk is. Dat bleek een troef: van alle buismasten die in de afgelopen tien jaar zijn geïntroduceerd hebben alleen Tennets wintracks en Energinets Eagle het geschopt tot een standaard die voorbij de status van een demoproject kwamen en dus werkelijk onderdeel werden van het gereedschap van de netbeheerder en het publieke net.

Toch zijn we er niet rouwig om dat Tennet met stille trom ervoor heeft gekozen om niet langer de wintrack als standaardkeuze te gebruiken. Van wintrack-tenzij gaan we weer naar vakwerk-tenzij. Het lijkt raar, want wintracks waren niet voor niets geïntroduceerd. Esthetiek, een smaller magneetveld en minder onderhoud, het waren grote speerpunten in de afgelopen vijftien jaar. Wat heeft Tennet dan toch doen besluiten om toch weer voor vakwerk te kiezen? 

Soms moet je een open deurtje (in een wintrack) inschoppen. Een wintrack ziet er minimalistisch uit, maar dat wil niet zeggen dat ie goedkoop is. Getallen variëren, maar het is veilig om aan te nemen dat een wintrackmastpositie minimaal tweeënhalf maal zo duur is als een vergelijkbare vakwerkmast. Wie betaalt dat? Tennet is in bezit van de Staat der Nederlanden en publiek geld uitgeven betekent controle van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Zij zullen een netbeheerder op de vingers tikken wanneer publiek geld niet doelmatig wordt geïnvesteerd. Daaronder valt ook het uitgeven van meer geld dan technisch nodig voor een nutsvoorziening. Nu zat Tennet al in een rare spagaat in die kwestie omdat wintracks een verplichte beleidskeuze waren. Toch moest Tennet zich hierin verantwoorden. Dat heeft een juridisch staartje gekregen. Afloop: bij ons onbekend.

Het fabriceren, transporteren en vooral het funderen van een wintrack is duurder dan een vakwerkmast van vergelijkbare afmetingen. Voor een wintrack moet een kuil worden gegraven, grondwaterbemaling worden toegepast, dan moet men heien, koppensnellen, wapening vlechten, een ankerkooi in beton gieten en dan de mast in twee delen (die verrassend genoeg meer wegen dan een vakwerkmast) op hun plek takelen. Een vakwerkmast vereist slechts het slaan van vier kokervormige heipalen waar poeren in worden vastgegoten. Een wintrack maken is een gespecialiseerde klus die voor de laatste generaties masten werd uitbesteed aan een Belgisch en een Deens bedrijf. Daarna moeten de masten op convoi exceptionnel. Voor vakwerkmasten, bestaande uit honderden losse onderdelen en hoekprofielen die in de industrie reeds gangbaar zijn, slechts metaalbedrijf met zaag- en boorstraat voldoende. Transport kan met normale vrachtwagens. Beste zak bouten en moeren erbij en je bent er al.

Het beklimmen van een wintrack voor onderhoud is ook een factor. Mensen zijn biologisch apen zonder staart en met wat extra hersens. Met onze grijpgrage handen en draaibare voeten kunnen we uitstekend in een stalen vakwerk klimmen en ons er vasthouden. Een gladde paal is onbeklimbaar, we hebben geen zuignappen of lamellenvingers. Er moet dus worden gewerkt met takel- en hijsbakken, speciale schoenen en met ander gereedschap. Of er moeten rijplaten naar de mast toe worden gelegd zodat een superhoogwerker kan worden opgesteld. Het idee is wel dat een wintrack minder onderhoud nodig heeft dan een vakwerkmast, maar áls het zover is zit je met de gebakken peren.

De smalle magneetveldcorridor blijft onovertroffen. Geen vakwerkmast kan daarin een wintrack evenaren. Maar wanneer dat ene laatste metertje er wat minder toe doet, zoals in een weidegebied, dan is een smaller ontwerp vakwerkmast zoals een ton- of drievlaksmast al gauw concurrerend. Bij viercircuitwintracks is het corridor-argument amper relevant, die zijn even breed als een vakwerklijn met vier circuits.

Het laatste argument dat nog (schuin) overeind stond was esthetiek. De ranke witte palen werden geacht soepeler in het landschap op te gaan dan vakwerkmasten. Papyruswit was een bewuste keuze van architectenbureau Zwarts & Jansma en de wintrack won er zelfs de Staalbrijs mee. Dat dat desondanks niet alles zegt blijkt uit de meningen op straat: de een vindt het een verbetering, een ander gaan de haren er recht van overeind staan. Feit is dat je niet door een wintrack heen kan kijken. Een vakwerkmast laat de omgeving net als de wind dwars door zich heen gaan. Wintracks buigen niet (eh.. nouja, ze buigen wel degelijk) en leggen hun identiteit dominant op. Op plekken waar bestaande vakwerklijnen worden gehandhaafd is een nieuwe lijn met wintracks ernaast een dominanter gezicht dan twee vakwerklijnen naast elkaar. In een aantal beraamde toekomstprojecten wordt dit ook het geval. Als de vakwerklijn er ook naast blijft staan is de veronderstelde meerwaarde van een esthetische mast verdwenen.

Alles optellend is Tennet geleidelijk tot de conclusie gekomen dat in nieuwe verbindingen vakwerk weer concurrerend is geworden met wintracks op vrijwel alle gebieden waar dit ertoe doet. Is dat het bekennen van een fout? Pylon geeks zouden natuurlijk graag ja zeggen ('Ik zei het toch?'), maar de waarheid is dus ingewikkelder. Praktische bevindingen, botte kosten en strategisch naar de toekomst kijken: dat is geen fout, dat is voortschrijdend inzicht in een veranderende wereld.

Omdat er in de komende tien jaar opnieuw netuitbreidingen nodig zijn moeten er reeds vandaag keuzes worden gemaakt. De mastkeuze is onderdeel van vergunningsaanvragen en MER-procedures. Netstrategen moeten altijd jaren vooruit denken en de keuze om nu in te zetten op een of meer zorgvuldig ontworpen vakwerkmastenfamilies zoals de Moldaumast is eentje die vandaag al gemaakt moest worden in Arnhem. Bestaande verbindingen met wintracks blijven gehandhaafd. Waar ze nu staan, daar blijven ze staan, maar nieuwe tracés met wintracks lijken geschiedenis. 

Afbeeldingen: Wintrack in de tweecircuit-vorm bij Zoetermeer: minimalistisch en rank, maar ook prijzig. Foto door Peter Schokkenbroek. Midden: zo minimalistisch is het opeens niet meer wanneer je de viercircuitversie neemt en er meer dan één tegelijk bekijkt: de gesloten kokers schermen het landschap af en zijn dominanter dan vakwerk. Foto door Bram Gaastra. Onder: in de huiscartoon van deze site zijn wintracks al jaren een dankbaar onderwerp. 

07 April 2023 De Slag om de Ruimte is een begrip geworden nu Nederland dichtgroeit met woonwijken, distridozen, zonneparken en ook nieuwe trafostations. In Hoogeveen staat op zo'n toekomstig trafostationterrein een grote eik in de weg. De keuze is aan het netbeheer: kappen, of een fraaie kans pakken op verbinding?

In het hele land zien we nieuwe trafostations gebouwd worden vanwege de energietransitie en de vraag naar capaciteit. Pylon geeks zoals wij die bij de aanblik van een trafostation vanaf de weg poah mompelen zijn in de minderheid, maar soms zijn er zelfs bij liefhebbers opgetrokken wenkbrauwen over details van een bepaalde locatiekeuze. Een voorbeeld speelt op dit moment in de buurt van Hoogeveen, waar de komst van een nieuw 110/20 kV trafostation net buiten industrieterrein Riegmeer voor een groeiend opstootje zorgt. Steen des aanstoots: een honderd jaar oude zomereik die in de weg staat op het toekomstig trafostationterrein Riegmeer-110.

In de meeste gevallen maakt zo'n boom, beschermde status of niet, geen schijn van kans. Het algemeen nut maakt meestal gehakt van bezwaren op de kapvergunning. Deze keer lijkt het niet zo vlot te gaan. De boom heeft sympathisanten. De zomereik hoorde ooit bij een lang verdwenen boerderijtje en een van de nazaten van de voormalige boer vond het erg jammer om de grote boom te zien verdwijnen. Ze is in de pen geklommen en zo kwam het balletje aan het rollen. Inmiddels heeft het Dagblad van het Noorden er al meerdere artiekel aan gewijd en naast de procedure voor een kapvergunning is er ook een petitie gestart voor behoud van de solitaire eik. Er zijn inmiddels krap duizend ondertekenaars, zodat duidelijk is dat het verlenen van de kapvergunning niet geruisloos zal verlopen.

Als we naar de feiten gaan kijken zijn de argumenten van zogezegd Team Latenstaan niet onrealistisch. We gaan uit van een aannemelijk 110/20 kV trafostation met twee rails, twee kabelvelden, twee reservevelden, een koppelveld en drie trafovelden. Als we zo'n station op op de luchtfoto leggen in het lege voormalig agrarische terrein tussen twee wegen en een sloot, dan zien we dat het technisch gewoon past om het station enige tientallen meters op te schuiven. Ruimte, in Drenthe bestaat het nog echt. 

Pakken we nu de kadastrale kaart, dan wordt het rommeliger omdat niet duidelijk is waar precies het station is geprojecteerd en welke grond precies is bestemd voor het station, zodat we ook niet kunnen zien of het geplande station binnen hetzelfde kadastrale kavel kan worden opgeschoven en of dat niet botst met eventuele andere partijen die een optie kunnen hebben op een deel van het terrein. Wel is hier een te onderzoeken mogelijkheid. Het gaat immers om een tekentafelsituatie, het terrein in kwestie is vandaag nog volledig woeste grond.

Maar eigenlijk is er iets nog groters aan de hand. We zien dat die eik symbool is komen te staan voor iets dat op dit moment een thema is op allerlei gebieden in het land. Het gevoel heerst dat de overheid en/of landelijke instanties over individuen heen walsen zonder menselijke maat en zonder te kijken naar lokale belangen. Of dat waar is of niet, juist daardoor kan deze kwestie met een ogenschijnlijk 'onbetekenende' boom in een unieke kans veranderen voor de lokale overheid en de twee netbeheerders Rendo en Tennet.

Er is een grote slag te slaan op gebied van sympathie door te kijken of het station inderdaad enige tientallen meters kan worden opgeschoven. Door te tonen dat er oog is voor de situatie van een gewone Nederlander, al is dat deze keer een eik, kan het trafostation een ambassadeur worden van een nieuwe verstandhouding tussen plaatselijke bewoners en grote landelijke spelers. Het biedt een kans op een toekomst waarin wederzijds overleg werkelijk het verschil kan maken. Dat is van onschatbare waarde in een toekomst waarin nog heel wat meer trafostations moeten worden ingepland en soortgelijke vraagstukken op zullen spelen. Zelfs vanuit een neutraal standpunt zoals we dat bij HoogspanningsNet bewaken kunnen we tegen de netbeheerders en vooral tegen gemeente Hoogeveen zeggen, pak die kans op overleg, hij is het waard.

Afbeeldingen: De eik waar het allemaal om te doen is, samen met het omliggende terrein op een oude foto van Google Streetview. Vandaag zijn de andere bomen al weg en staat alleen de grote eik zelf nog. Onder: Ruimtelijkeplannen.nl toont dat bedrijventerrein Riegmeer in het blok met het pinpoint noord van de boom ruimte heeft om een realistisch openluchtstation kwijt te kunnen. De discussie kan dus zinvol worden gevoerd vanaf beide kanten.

02 April 2023 Dat ooievaars graag broeden op hoogspanningsmasten is echt zo, maar het vervangen van het hele 110 kV-net door ooievaarvriendelijke hamerkopmasten was uiteraard een aprilgrap.

OoievaarverjagersDit jaar was het niet moeilijk om door de grap heen te prikken, zo bleek uit het uitblijven van verontruste mailtjes. Dat is in het verleden wel eens anders geweest, vooral in 2016, toen we onze hand overspeelden met een grap die in het huidige tijdsgewricht zo niet-woke was dat we er tegenwoordig misschien wel een notice-and-takedown voor zouden kunnen krijgen omdat grappen over zwarte circuits en black-outs tegenwoordig niet meer grappig gevonden worden. Dit jaar zijn we dan maar zwartwit gegaan. De ooievaar beschermen, ook daarover zijn de meningen sterk verdeeld, maar een feit is wel dat ze op masten broeden en daar problemen geven.

De methode om daarmee om te gaan op dennenboommasten bestaat echter uit afdekplaten op de traversetoppen of grote draaiende anemometerachtige dingen, en die worden zelfs op hamerkoppen gezet (zie foto). Dus niet uit het vervangen van alle lijnen door hamerkoppen. Dat zou niet alleen onbetaalbaar zijn, ook ontbreekt het aan menskracht en aan stikstofvergunningen – deze laatste geeft wel aan dat er steeds meer munitie voor grappen is maar er toch steeds minder te lachen valt. De oplettende lezer kon verder zien dat de links in het artikel niet klopten (er zat zelfs een rickroll in), dat het getal 14 (of varianten erop) verdacht vaak voorkwam en dat iedere zin als eerste met de letter D begon, de vierde letter van het alfabet. Dat is trouwens ook in dit artikel zo, dus of dat nou echt zo opvalt… De ooievaars zal het worst zijn. 

Afbeeldingen: De werkelijke manier om ooievaars te weren van plekken waar ze niet mogen broeden: grote anemometers en afdekplaten, zelfs op een hamerkop. De lijnen met donau- en dennenboommasten blijven gewoon staan.