HoogspanningsNet - alles over hoogspanning op het het

Techniek

Mast van de Maand



Mast 04, 110 kV Harculo - Hessenweg
----------------------------------------------
Als een hoogspanningslijn niet langer nodig is in het netwerk omdat hij bijvoorbeeld achterhaald is geraakt door een zwaardere opvolger op een ander tracé, dan kunnen er verschillende dingen gebeuren. Sloop uiteraard, maar ook herbestemming in een ander netvlak komt nu en dan voor. Sommige verbindingen met bedrijfsspanningen van 110 en 150 kV bevatten tracédelen die ooit aan afgebroken 220 kV-lijnen hebben behoord, die op hun beurt verdwenen door de komst van 380 kV. Onder andere bij Zwolle zien we een reconstructie waarin dit is gedaan. Vanaf de voormalige schakeltuin van Harculo vertrokken ooit twee 220 kV-lijnen met dennenboommasten richting Twente en richting Hoogeveen. De 380 kV ringsluiting en de aansluiting daarop in Twente (op Hengelo Oele) maakte de koppelverbinding op 220 kV achterhaald. Een kort stukje ervan vond een nieuwe rol in het onderliggende 110 kV-net. Deze 220 kV dennenboommast, een van de laatsten van zijn soort, kan het daardoor op zijn oude dag wat rustiger aan doen. Overigens is ook de foto aan de oude kant, want de IJsselcentrale is al jaren geleden gesloopt zodat achter de mast vandaag de dag een grasveld ligt, wachtend op nieuwe investeringen.

Hoogspanning en gezondheid?

Antwoord op alle vragen vind je bij het RIVM (NL) of het Departement Leefomgeving (B).

HoogspanningsNet behandelt dit thema met opzet niet zelf. (Waarom niet?)

Geknetter en gebrom?

Geen zorgen, dat is normaal.

Mastverrommeling


Doet dit ook jouw tenen kromtrekken?


Zoek je de netbeheerder?

Dat zijn wij niet. Ga naar de website van TenneT TSO (NL) of Elia (B).




Of ga naar ENTSO-E voor het Europese samenwerkingsverband tussen netbeheerders.

Berichtenarchief

06 mei 2024 In de buurt van Tilburg komt hij te staan: een hagelnieuw 380/150 kV koppelstation. Aansluiting ervan vraagt om een nieuwe inkomende 380 kV-lijn, maar ook om verbouwing aan een bestaande hoogspanningslijn. En dan begint het, want het bestaande mastontwerp van die lijn mag niet zomaar herbouwd worden.

Net even ten noorden van Tilburg komt een 380 kV koppelstation met een handvol vermogenstrafo's drie rails en dadelijk aansluiting op drie bovengrondse 380 kV-lijnen met in totaal acht circuits. Zoiets kennen we van station Rilland. Dat station werd eh.. nouja kijk, er was natuurlijk eh.. laten we het er maar bij houden dat de inpassing van station Rilland esthetisch suboptimaal is door de drie inkomende vakwerklijnen over hun laatste handvol mastposities door wintracks te vervangen. Of korter gezegd, man man man

Nu is Tennet ook niet gek en dat zijn landschapsarchitecten ook niet. Inmiddels is het era der wintracks tot een einde aan het komen en ook van reconstructies met afwijkende vakwerkmasten is het een en ander geleerd. Men probeert nu om reconstructies met een zo gelijk mogelijke mast uit te voeren. Daar wordt het ingewikkeld want vrijwel geen enkele mast van voor 1990 voldoet nog aan de huidige constructienormen. Geen nood, dit betekent niet dat ze onveilig zijn of technisch gemankeerd zijn, maar wel dat ze conform de andere hedendaagse NEN- en bouwnormen niet meer precies zo zouden mogen worden gebouwd als in 1960 of 1970 werd gedaan. Je kan dus niet op de zolder van de Berg met een zaklamp in je mond naar de bouwtekeningen tijgeren, het stof eraf blazen en een metaalbedrijf met een rollerbank en een boorstraat bellen om een paar nieuwe exemplaren te laten maken. 

Een nieuwe mast moet opnieuw worden doorberekend volgens de huidige normen. Het is de kunst om een mast te ontwerpen die zoveel mogelijk lijkt op het origineel. Doe je het als ingenieur heel goed, dan valt nauwelijks op dat we tegen een reconstructie aankijken. Dat is wel wat duurder en complexer dan een kant en klaar ontwerp pakken dat vorig jaar nog elders werd gebruikt, maar er anders uitziet. De ACM zal dan mopperen over ondoelmatige besteding van publiek geld, want (tja) een beter gelijkende mast is duurder en dus minder doelmatig.

Gelukkig zijn we tegenwoordig zo ver dat inpassing een belangrijkere rol heeft gekregen en een volwassen factor is geworden in wat doelmatig mag heten. Een recent voorbeeld zien we bij Kerkdorp, waar in 2021 vier deltamasten werden omgeblazen door een valwind. De herstelde masten zijn zo goed mogelijk gelijkend gemaakt op de bestaande masten uit 1967, maar voldoen aan de hedendaagse normen en 'mogen' dus gewoon. Daaruit kunnen we blij constateren: er kan meer dan we denken, als we maar willen.

Ook voor de inpassing van Tilburg 380 kV is een reconstructie nodig, en wel van de lijn Geertruidenberg – Eindhoven 380 kV, Nederlands enige driecircuit 380 kV-lijn, en door de bonkige portaalvorm onder pylon geeks ook wel bekend als de kleerkasten. Deze masten zijn behoorlijk sterk, maar in hun constructie zitten een paar kenmerken die met de kennis van vandaag anders moeten worden gedaan. Zo zijn de middelste balktraversen in het portaal gewoon vierkante kokers die op vier punten vast zitten aan beide torens. Dat lijkt heel sterk en dat is het ook, maar het zorgt er ook voor dat de mast geen centimeter kan buigen of wrikken zonder dat er staven en bouten op drukkracht worden belast. De plekken waar de balktraversen aan de torens vast zitten krijgen tijdens storm (met torsie op de hele mast) grote krachten te verwerken. Tegenwoordig zou men de balken eerder als liggers uitvoeren, kokers die alleen ter hoogte van hun plafondvlak 'hangen' of alleen ter hoogte van de bodemplaat 'liggen'.

Liggende balk waarvan de bovenste staven niet vastzittenVoor moderne afspanportalen zoals Segberg (net over de Duitse grens bij Emmen) en de Waalportalen is dit al zo gedaan. Voor de nieuw te bouwen reconstructiemasten in Geertruidenberg – Eindhoven is nog niet bij ons bekend hoe dit wordt aangepakt, maar we vermoeden een manier die lijkt op ófwel de onderste hangmatvormige balken op het portaal bij Segberg, óf zoiets als de Waalportalen waarbij de balk wel vierkant lijkt maar niet boven en onder vast zit op de hoeken. Op dit moment worden bij Tilburg de eerste fundaties gebouwd voor de reconstructiemasten. Het zal niet lang meer duren voordat we ook bij deze masten kunnen zien hoe een hedendaagse remake van een mast uit de jaren 60 eruit gaat zien. 

Afbeeldingen: Boven: mast van de Kleerkastenlijn zoals ze in 1966 zijn gebouwd. Midden: herbouwde driecircuitdeltamast conform het ontwerp van de PGEM, maar gebouwd in 2023.Op de railing na is de gelijkenis prima. Onder: detail van de Waalportalen, met de net-niet-bevestiging van het traverseplafond (enorme vergroting hier).  

19 april 2024 Vandaag werd de handtekening gezet onder het ontmantelen van de aardgaswinning in Groningen. Dat heeft ook gevolgen voor het hoogspanningsnet in de provincie Groningen – en niet alleen vanwege duurder gas voor stroomopwek. Wat gaan we doen met al die netaansluitingen voor de NAM?

In 1959 werd in het Groningse Slochteren aardgas aangeboord. Het bleek het grootste gasveld op land in Europa te zijn. Over alles wat er in de decennia daarna goed ging, mis ging en beter had gekund laten we ons niet uit op deze site. Met het gas kwam ook een industrie op gang om het te winnen, te raffineren (ontzwavelen), het op te slaan in ondergrondse aardgasbuffers en het te verpompen in een splinternieuw gasnet met hogedrupijpleidingen. Al die dingen vragen om stroom. Zware compressors van de Gasunie om gas met grote hoeveelheden onder hoge druk te verpompen of om ontstane warmte of kou door compressie en expansie van gas met drukverandering weer op te lossen zijn installaties die tientallen megawatts kunnen vragen. Met het groter worden van de aardgasindustrie, de winlocaties en de vermogensvraag werd het eind jaren 80 onhoudbaar op 20 kV. Hier moest een 110 kV-oplossing komen.

In de jaren 90 kregen drie ondergrondse aardgasbuffers (Norg, Grijpskerk, Zuidwending) en acht grote winlocaties een aansluiting op 110 kV. Wie op de netkaart kijkt ziet in de provincie Groningen dan ook heel wat klantaansluitingen voor de NAM en de Gasunie. De buffers en compressors kregen een aansluiting rechtstreeks vanaf een trafostation, meestal redundant. Voor de winlocaties gold dat hun vermogensvraag kleiner was en dat hun continuïteit minder van belang was. Zulke locaties kregen de goedkoopste oplossing, meestal was dat een schakelbare aftak zo dichtbij als maar kon op een plaatselijke hoogspanningslijn. 

Dat bleek in vier gevallen de Heveskeslijn te zijn, een oude hoogspanningslijn tussen Groningen Hunze en Delfzijl. In 1966 was deze gebouwd om vanuit de Hunzecentrale (Noorderlicht) elektriciteit te transporteren naar een aluminiumsmelter in Delfzijl met de naam Heveskes. In de loop van enkele decennia veranderden de tijden. Heveskes werd Aldel, kreeg een aansluiting op het nieuwere 220 kV-station Weiwerd, ging driemaal failliet en de derde keer definitief. Inmiddels wordt het terrein gesaneerd. In Groningen verdween de Hunzecentrale. Zo werd de Heveskeslijn een normale verbinding waarin de richting van het vermogen nu juist in de richting van Groningen-stad liep. Deze lijn leende zich goed voor een aantal aftakkingen met grondkabels naar de NAM-locaties. In vier andere gevallen was rechtstreekse aansluiting op Kropswolde of Meeden mogelijk, maar voor locatie Menterwolde werd een aftak gemaakt op de 110 kV-lijn Kropswolde – Meeden.

Nu de winning wordt ontmanteld blijven de buffers voorlopig nodig. Je kan er immers eerst nog geïmporteerd gas in kwijt. De compressorstations ook als we het hoofdtransportnet waterstofgeschikt willen maken. Maar de dagen van de acht winlocaties zijn geteld. Deze worden ontmanteld en uiteindelijk blijft er niets anders achter als een leeg weiland dat na vele decennia terugkeert naar de verpachter – een weiland met een 110 kV-aansluiting.

En daar wordt het interessant. Het lot van deze acht aansluitingen is voor zover bekend wisselend. Een aantal aansluitingen zullen gewoon afgeschakeld zijn waarbij er nog geen besluit is genomen over de toekomst. De kabel op Tjuchem wordt daadwerkelijk uitgegraven en voor locatie Paauwen gaf kabelbedrijf Alsema BV aan dat in ieder geval de laatste vijftig meter worden verwijderd, waarna de rest van de kabel vooralsnog slapend achterblijft. Hoeveel van deze aansluitingen verdwijnen er echt, wie blijft slapend achter? Krijgt eentje ervan alsnog een kans voor bijvoorbeeld een zonnepark? Tennet heeft het beleid dat ze graag van aftakkingen voor klanten af willen, maar hoe hard is dit streven voor schakelbare aftakken die reeds bestaan, en in het licht van een bijna schreeuwende behoefte om capaciteit? Bovendien zijn er ook een paar bij die wel op een trafostation zitten en dus zonder operationele bezwaren een klant kunnen gaan faciliteren.

Het einde van de aardgaswinning valt precies in een tijdperk waarin ook van alles is gaan schuiven in het hoogspanningsnet. Hier bij HoogspanningsNet sluiten we niet uit dat er nog wel eens verrassende dingen kunnen gebeuren met een paar van deze voormalige NAM-aansluitingen.

Afbeeldingen: schakelbare aftak zoals er een stuk of zes zijn gebouwd voor de NAM in de jaren 90, hier het exemplaar Menterwolde. Midden: warmtewisselaars vragen veel vermogen, zulke objecten gebruikt de NAM ook. Onder: gedeelte van de netkaart met klantaansluitingen voor de NAM. Er zitten er een aantal getakt op hoogspanningslijnen, maar ook een paar die vanaf trafostations komen. Met name deze laatste exemplaren lijken kansrijk voor hergebruik.

02 April 2024 Uiteraard betrof het artikel gisteren over de eerste ‘regenboogspanningslijn’ een aprilgrap. Voorlopig komt er geen regenboogcircuit en ook geen diversiteitsquotum voor masten in een verbinding. Voor wie ‘m nog nalezen wil, we laten hem nog een paar dagen staan en dan gaat ie naar het archief zodat Google niet helemaal gek wordt bij het indexeren.


01 april 2024 – Hoogspanningscircuits duidt men we van oudsher aan met kleuren. Zwart en wit, maar ook rood, geel, blauw of paars. Toch wordt per circuit steeds maar één kleur gebruikt. Het past niet meer in deze tijd. In het vorige KCD, veertien maanden geleden door de consultatie gekomen, werd het voorstel gedaan om tegemoet te komen aan meer diversiteit. Inmiddels is in de omgeving van Amsterdam het eerste regenboogcircuit in gebruik genomen. Het betreft een 140 kV-circuit vanaf de Hemweg naar Haarlem, een bewust gekozen tracé om symbolisch extra waarde te geven aan doorbreking van de voormalige hegemonie: hem weg, naar haar. De circuitborden zijn ROGGBP+ proof. Extra handig, voor vrijschakeling bij onderhoud kan voortaan gewoon een standaard regenboogvlag gebruikt worden.

‘s Lands eerste regenboogspanningslijn is slechts het begin. Diversiteit heeft meer gevolgen voor het hoogspanningsnet.

Zo is het niet meer vanzelfsprekend dat hoogspanningslijnen telkens met één mastontwerp gebouwd worden. Een lijn met tonmasten bevat (tja) alleen maar tonmasten en als er een mast vervangen moest worden werd altijd weer eenzelfde mast gekozen. Er komt een lijndiversiteitsquotum: voortaan mogen nieuwe hoogspanningslijnen nog voor slechts een kwart uit hetzelfde mastmodel bestaan, en maximaal 1,4 kilometer achter elkaar. De rest moet bestaan uit masten van een ander ontwerp, uit buismasten of uit hergebruikte masten.

Door elke mastpositie de ruimte te geven anders te zijn wordt maximale diversiteit in het polderlandschap bereikt.

Ook voor individuele masten komt er meer vrijheid. Neem lijnhoeken. Die worden traditioneel alleen door hoekmasten gemaakt. Dat is niet eerlijk. In het buitenland is men verder, want in bijvoorbeeld Frankrijk, Noorwegen en Amerika zijn zogeheten running- of flying angles al normaal. Een lijnhoek kan dan ook door een steunmast worden gemaakt. Zo wordt een 140 jaar oud rollenpatroon doorbroken. Wintracks waren in Nederland hun tijd vooruit, want zij maken al sinds 2010 running angles tot 14⁰. Dit principe blijkt ook met vakwerkmasten te kunnen. In Overijssel is dit getest en daar blijkt dat ook een vakwerksteunmast prima in staat is een lijnhoek te maken.

Zo zien we, het is geen kwestie van je constructie of je een hoekmast of steunmast bent. Het is een keuze.

Er zijn dingen waar de strijd voor meer inclusie nog niet gestreden is. Het diversificeren van de elektriciteit zelf bijvoorbeeld. Echte diversiteit betekent dat iedere opwekker zichzelf kan zijn en dat we naast groene stroom ook ruimte moeten bieden aan kolenstroom, aan oliestook en aan nucleair vermogen. En er is op dit moment ook nog geen werkend maatschappelijk stroomnet denkbaar met slechts één hiërarchisch netvlak.

Hoogspanning was van oudsher een bolwerk van wisselstroom. Een gelijkstroomquotum (streven: 50% gelijkstroom in het koppelnet) hielp niet afdoende. Er is nu gekozen voor een anonieme consultatie. Ingenieursbedrijven mogen met verbindingsontwerpen komen en de netbeheerder moet blind kiezen op basis van technische afwegingen. Hij mag niet meer vooraf zien of het om een ontwerp voor wisselstroom of gelijkstroom gaat en of het mastmodel een buitenlandse naam heeft. Ook de financiële ruimte mag niet meer verschillen voor gelijkstroom of wisselstroom, voor beide wordt precies hetzelfde budget uitgetrokken. Zo moet een verbinding met chainettes of darrieusmasten evenveel kans krijgen als eentje met hamerkoppen.

Nu de regenboogcircuits, flying angles en de steeds diversere hoogspanningslijnen ons land veroveren blijft er één vraag over: blijven we bij HoogspanningsNet niet enorm achter? Ook wij moeten mee. We hebben inmiddels een ontwerp, maar de uitrol ervan in de netkaart zal pas in release 14 worden gerealiseerd.  

Afbeeldingen: regenboogspanningslijn met een ROGGBP+ circuit en randstaafschildering. Voor vrijschakeling kan voortaan een standaard regenboogvlag gebruikt worden. Onder: steunmasten in een rol als hoekmast is niet langer een probleem, in een divers net (streefdatum 2038, 14 jaar van nu) moet minstens 30% van alle hoekposities bestaan uit running angles uitgevoerd door steunmasten.

26 maart 2024 In de buurt van Lelystad is bij werkzaamheden aan een van de hoogspanningslijnen een arm (traverse) naar beneden geknikt. Er hebben zich geen ongevallen voorgedaan, wel zat de snelweg A6 enige tijd dicht.

Omroep Flevoland heeft een item met een kort interview met Jorrit de Jong, met een aantal foto's van de situatie.

Op dit moment zijn er werkzaamheden aan de gang in de betreffende verbinding. Het gaat om Lely – Dronten 150 kV. De lijn met driecircuit-deltamasten is dezelfde als waarin twee jaar geleden een kortsluiting ontstond op trafostation Olsterpad. Die kon toen niet op tijd worden afgeschakeld waardoor de draden in één circuit vanaf Lelystad veel te heet werden. Die beschadigde draden worden nu vervangen en waarschijnlijk is bij die werken iets misgegaan tussen de tweede en de derde reguliere mastpositie, op een plek die onder pylon geeks bekend staat als De Apenkooi (netkaart hier). Over de precieze oorzaak is het nu nog specularen. Mogelijk stond een lierwagen voor het intrekken van de nieuwe draden op een net iets te gewaagde plek zodat de krachten op de traversetop te groot werden.

Wel is duidelijk dat het slechts een ongemak is, bestaande uit een tijdelijk gesloten snelweg. Er is geen stroomstoring geweest en er zijn geen persoonlijke ongevallen. Het beeld hieronder is een archieffoto van de betreffende plek en mast (linker deltamast, rechter circuit daarin). Klik voor vergroting.

Locatie probleem met traverse

21 maart 2024 Het is in Nederland gebruikelijk dat er op een publiek trafostation met koppeling tussen hoog- en middenspanning naast Tennet (voor de hoogspanning) één RNB aan de secundaire zijde zit. Straks gaat die regel niet 100% meer op, want het nieuwe trafostation Zuidplaspolder krijgt een primeur: twee grote RNB-s tegelijk vinden er aansluiting.

Zuidplaspolder in aanbouwHet is al sinds 2004 de gebruikelijke gang van zaken dat op een Nederlands publiek trafostation dat hoog- en middenspanning koppelt twee netbeheerders zijn betrokken. Tennet voor de hoogspanningszijde en een regionaal netbeheerder of RNB voor de zijde met tussen- en middenspanning. Netbeheerders zijn monopolist bij wet en hebben geen concurrentie te duchten in hun rayon. Er is dus zelden een reden voor twee RNB's om aanspraak te willen maken op een koppeling met het hoogspaningsnet op dezelfde plek. De enige uitzondering op die regel zagen we op plekken met zeer kleine RNB's zoals Coteq (met Enexis op Almelo Mosterdpot) of Rendo (met Enexis op Hoogeveen), maar dat was alleen omdat die kleine RNB's een beheersgebied hebben dat nog kleiner is dan het voorzieningsgebied van het betreffende Tennet-trafostation. 

Twee grote RNB's (Liander, Enexis, Stedin) tegelijk op één trafostation, dat was nog niet eerder gedaan. Op het nieuwe trafostation Zuidplaspolder, een stukje oostelijk van Bleiswijk, beleven we nu een primeur voor Nederland: zowel Liander als Stedin krijgen een hoek grond op het terrein.

Zoals meestal is de reden pragmatisch. Het station komt te liggen vlakbij de rand van beide beheersgebieden (die in dit stuk van het land niet netjes de provinciegrens volgt) en zowel Liander als Stedin hebben in de regio een tekort aan capaciteit. Ze hebben beide het nieuwe station nodig. Stedin, aan de zuidwestkant, zit met een sterk 25 kV MS-net, maar precies in de hoek waat Zuidplaspolder wordt gesticht was het nettechnisch nog een beetje leeg op de kaart. Een nieuw koppelpunt met een bovenliggend net geeft kans 25 kV verder uit te rollen zonder het bestaande netblok vanuit Ommoord te plagen met nog meer transportvraag bovenop de groei die toch al bezig is. Liander, aan de noordzijde, heeft de zaken er wat gammeler voor staan met een oud 50 kV-kabelnet dat ooit bedoeld was om kassen aan te sluiten en waarvan de invoeding helemaal uit Alphen aan den Rijn moet komen. Ook Liander zou goed een nieuw koppelpunt kunnen gebruiken om de bestaande 50 kV wat te ontlasten en nieuwbouw op 20 kV te zetten. Of misschien ook wel nieuwe 50 kV, alles is gaan schuiven deze jaren.

Soortgelijke situatie maar dan met één RNB (Olst 110 kV)Maar ja, wie krijgt het station? Er wordt al genoeg geknokt in de wereld en het zou onzin en kapitaalvernietiging (en ook ruimteverspilling) zijn om twee separate 150 kV-stations op een kilometer van elkaar te stichten. In overleg tussen alle drie partijen is besloten tot een niet eerder vertoonde samenwerking: één en dezelfde schakeltuin van Tennet biedt aansluitvelden voor transformators van Liander en ook van Stedin. Beide netbeheerders halen vervolgens de secundaire spanningen binnen op hun eigen installatie om het verder te verschakelen en in hun netblok te verdelen. Voor een van de twee betekent het een station dat nipt in het beheersgebied van de collega staat.

De gevolgen zijn hoofdzakelijk papierwerk, maar voor schakelhandelingen die ertoe doen zal Tennet nu contact met zowel Stedin als Liander nodig hebben en dat maakt het bedrijf van Zuidplaspolder 150 kV in de toekomst net wat ingewikkelder dan dat van andere stations. Verder kan zich de situatie voordoen dat in het netwerk van één RNB wat overproductie zit terwijl de ander een lichte vraag heeft. Er is via het 150 kV-gedeelte van het station een nieuwe weg ontstaan tussen beide netblokken en daar kan ook doortransport doorheen. Dat moet niet te ver uit de hand lopen. Netstudies en verstandig verschakelen zijn op dit gecombineerde station belangrijker dan elders.

Rond eind dit jaar zou het station gereed moeten zijn. Met in totaal drie grote netbeheerders op één HS/MS-station belooft het een leuk (schakel)tuinfeestje te worden als het af is. 

Afbeeldingen: op dit moment is Zuidplaspolder nog vooral plas en polder op de satellietfoto, al verrijzen wel fundamenten voor de toekomstige drie schakeltuinen. Onder: Olst 110 kV heeft één RNB (Enexis), maar de opbouw van het station werpt een kleine schaduw vooruit op hoe Zuidplaspolder zal worden: één primaire schakeltuin en twee separate MS-installaties die afzonderlijk opereren. Op de luchtfoto is een 20 kV-trafogebouw in aanbouw, die staat helemaal los van de bestaande 10 kV-installatie. Luchtfoto door PJK.

De HoogspanningsNet Netkaart voor je PC, browser, tablet en telefoon.

– Altijd het net op zak.

Meer info Handleiding FAQ GIS/KML

Actuele load

Waar zijn de netprojecten?

Kijk waar de netuitbreidingen zijn!
Netuitbreidingskaart TenneT
Netprojecten Elia
TYNDP Europa door ENTSO-E

Credits en copyright

Creative Commons Licentie

Tenzij anders vermeld, bevindt de content op deze website zich onder een CC BY-NC-ND-licentie.

Lees de volledige disclaimer hier.