HoogspanningsNet - alles over hoogspanning op het het

Techniek

Mast van de Maand



Mast 40N, 110 kV Harculo - Raalte
----------------------------------------------
Sinds er 2020 op de kalender staat (en corona-effecten een heel andere betekenis kregen) hebben we te maken gekregen met een aantal paradigmaverschuivingen in hoogspanningsland. 50 kV bij Liander bleek opeens nog niet doodverklaard, het einde van het wintrack-era kwam in de vorm van de moldaumast en ook vernieuwbouw van bestaande verbindingen geschiedt niet per definitie meer met grondkabels. Een eerste voorbeeld van zo'n operatie gaat plaatsvinden tussen Harculo en Raalte. De bestaande 110 kV-lijn loopt in Raalte bovengronds door de buitenwijk heen en daar is intussen een verkabeling voor aangelegd. De eindmast net westelijk van Raalte heeft een tonvorm en lijkt in niets op de ranke IJC-donaumast die in de rest van de verbinding voorkomt, getuige deze foto door forumlid Minionguypro. Toch is er een goede reden om deze schijnbaar rare nieuwe mast te kiezen. Ook de rest van deze verbinding zal in de komende jaren worden voorzien van nieuwe masten en nieuwe draden, zodat de transportcapaciteit flink toeneemt. Het gekozen mastmodel lijkt sprekend op een kleine variant van de moldau, het toekomstig 380 kV-werkpaard waarmee Tennet de volgende golf lijnenbouw zal uitvoeren. Dat de mast afwijkt is dus slechts tijdelijk. Wel zijn de nieuwe masten echt kinderen van hun tijd, want de railings en de nogal forse nonnenkap (lees: goede bliksembescherming) vormen voor zolang het nog duurt een groot contrast met de kleine ranke IJC-donaumasten.

Hoogspanning en gezondheid?

Antwoord op alle vragen vind je bij het RIVM (NL) of het Departement Leefomgeving (B).

HoogspanningsNet behandelt dit thema met opzet niet zelf. (Waarom niet?)

Geknetter en gebrom?

Geen zorgen, dat is normaal.

Mastverrommeling


Doet dit ook jouw tenen kromtrekken?


Zoek je de netbeheerder?

Dat zijn wij niet. Ga naar de website van TenneT TSO (NL) of Elia (B).




Of ga naar ENTSO-E voor het Europese samenwerkingsverband tussen netbeheerders.

Berichtenarchief

16 juli 2024 Groningen heeft uitgesproken 'ereschuldgeld' te willen gebruiken om alle 110 kV-hoogspanninslijnen in de provincie te verkabelen, als soort van compensatie voor het verschijnen van Noordwest-380. Wat is hier gaande, en maakt dit streven kans of ligt de waarheid weer eens ergens in het midden?

Dat was even schrikken voor pylon geeks die het Dagblad van het Noorden op de mat krijgen, een regionale krant die Drenthe en Groningen (maar in de praktijk vooral Groningen) behandelt. Groningen wil ondergronds met hoogspanning, zo meldt een woeste kop waar vervolgens plompverloren de Kleerkastenlijn in Brabant onder is gemonteerd, maar zulke dingen zijn we wel gewend. De roep om verkabeling klinkt overal, maar zelden was zij zo luid als vandaag in Groningen bij monde van het Provinciebestuur dat hierover zegt al in een 'vergevorderd stadium van overleg' te zijn met Tennet. De kunst lijkt te zijn afgekeken in Denemarken waar een Riksnedtagningsplan (Rijksverkabelingsplan) voorziet in geforceerde verkabeling van 132 kV en 150 kV.

Nadat de koffie is opgeruimd die we over de krant hadden gespuwd is het tijd om wat nauwkeuriger te kijken. Want reeds in het krantenartikel, maar ook vanuit onze achtergrondkennis, weten we dat de soep koeler wordt gegeten dan de stoere taal die men bezigt. Ten eerste, het is technisch ingewikkeld (220 kV) of bijna onmogelijk (380 kV) om langere afstanden koppelnetspanning onder de grond te leggen. Ten tweede, het is netstrategisch onwenselijk vanwege reparatiezekerheid. En ten derde, het is een grote kapitaalvernietiging om zware verbindingen die nog vele tientallen jaren mee kunnen voortijdig af te breken, nog los van dat we daarmee ook de nieuwbouw en transitie elders in het land vertragen omdat materieel en werklieden schaars zijn. En laat Groningen nu juist een gebied zijn waar precies dat soort zware koppelnetlijnen tot in elke hoek staan.

Dat is ook de Provincie niet ontgaan. Hun vraag heeft dan ook betrekking op de kleinere verbindingen die 110 kV als bedrijfsspanning voeren. Zulke lijnen laten zich technisch probleemloos verkabelen. Door ze versneld en geforceerd te verkabelen denkt de Provincie twee vliegen in één klap te slaan. Verkabeling betekent tevens verzwaring en er wordt tegemoetgekomen aan een maatschappelijke roep om hoogspanningslijnen uit het landschap te bannen. Een roep die versterkt is geraakt sinds er veel windmolens zijn verschenen (die kunnen nu eenmaal niet ondergronds) en ook door de aanleg van Noordwest-380 Oudeschip – Vierverlaten. Jazeker, die wintracks in de verder lege weilanden. Hoewel weinig mensen wat hebben met vakwerk is ook de wintrack een eh.. ietsje tegengevallen qua landschappelijke inpassing. Verder heeft Groningen geld, veel geld. Het Rijk heeft tientallen miljarden toegezegd onder de noemer ereschuld vanwege problemen met de gaswinning. Een deel daarvan wil de provincie gebruiken om alles en iedereen aan duurzame elektriciteit te krijgen en netverzwaringen kunnen dan worden gecombineerd met vervangende verkabelingen.

Ook pylon geeks weten wel dat over lange tijd bovengrondse hoogspanning waarschijnlijk iets zal zijn voor plekken met lange afstanden of rotsbodems. Niets is voor eeuwig, en zeker bovengronds 110 kV met vakwerk niet. Maar tussen de verre toekomst en het streven 'zo snel mogelijk' zit nogal wat ruimte. We zien dat twee verbindingen al concreet op de verkabelingslijst staan en die worden ook in het artikel genoemd. De aansluiting van de aardappelfabriek Dobbestroom is een van de laatste commerciële harde aftakken op het Tennet-net en die gaat verdwijnen door de komst van station Ter Apelkanaal. Ook de omleiding om Groningen-stad heen tussen Vierverlaten en Hunze staat al voor een deel op de verkabelingsnominatie. De jaartallen die erbij worden genoemd bevinden zich richting het uiteinde van dit decennium. Voor de andere verbindingen wordt het op zijn vroegst ergens in 2030-2035. Dat is weliswaar eerder dan hun technisch einde levensduur, maar ook elders in het land zien we soms verbindingen verdwijnen op deze termijnen.

Het lijkt er daardoor op dat de Groningse soep lauwer en beduidend langzamer gegeten gaat worden dan wat de stoere taal van 'de komende jaren' suggereert.  

Afbeeldingen: voorpagina van het Dagblad van het Noorden op 16 juli. We hebben de tekst onleesbaar gecomprimeerd om problemen met copyrights te voorkomen, maar het artikel is ook online te lezen. Onder: een 110 kV-lijn in Groningen die op termijn ondergronds moet, als het plan van de Provincie de doorgang vindt die beoogd wordt. Krijgen we dan aan de Drentse provinciegrens een opstijgpunt?

12 juli 2024 Tussen Geertruidenberg, Crayestein en Krimpen wordt een tweede 380 kV bovengrondse hoogspanningslijn beraamd. Een grote puzzel om in te passen en in de zienswijzen worden allerlei alternatieven aangedragen. Zoals: kunnen we in de bestaande lijn niet gewoon de netspanning verhogen?

De vraag naar transportcapaciteit groeit snel en dat is ook te merken op het 380 kV-net. Het vergroten van de transportcapaciteit van bestaande verbindingen (die op een stroomsterkte van 2,5 of 3 kA zijn ontworpen) naar 4 kA is nu gangbaar waarmee het transportvermogen van een redundante verbinding netto toeneemt met zo'n 600 tot 900 MVA. Dat is vlotte winst omdat de masten en stations niet hoeven te worden aangepast. Zo'n opwaardering is al gedaan met de bestaande verbinding Krimpen – Geertruidenberg, maar in de toekomst is dit niet genoeg. Daarom wordt een nieuwe tweede 380 kV-lijn beraamd tussen Krimpen en Geertruidenberg, al dan niet aangesloten op Crayestein. Uiteraard komen in de zienswijzen en inspraakprocedures nogal wat alternatieven voorbij. Soms voorspelbaar, zoals de roep om grondkabels of HVDC. Waarom die twee niet realistisch zijn behandelen we een andere keer. Vandaag kijken we naar een ander aangedragen alternatief dat op het eerste gezicht simpel en elegant lijkt: domweg de netspanning op de bestaande verbinding verhogen. Waarom kan dit (niet)?

Transformators en schakelaars hebben telkens 4 kA als bovengrens voor de werkbare stroomsterkte, wat bij 380 kV neerkomt op 2635 MVA. Wil je bijvoorbeeld 6 kA, dan moet je ingewikkeld en onbewezen maatwerk laten aanrukken. Dat zou in koppelnetten een onaanvaardbaar strategisch risico meebrengen, naast nog een reeks andere problemen waar we later op komen. We zitten dus met 4 kA max, op welke spanning je een circuit ook bedrijft. 

We weten dat vermogen de vermenigvuldiging is van de stroomsterkte en de spanning. Wenu, als je de stroomsterkte niet verder kan verhogen, kunnen we dan niet gewoon de mosterd halen bij de spanning?

Hogere spanningen dan 380 kV zijn bewezen techniek. In Oost Europa treffen we bijvoorbeeld verbindingen met 500 kV en zelfs met 750 kV aan. Oekraïne staat er vol mee. Stel, we houden het bij driebundels zodat het draadgewicht gelijk blijft, en het enige wat we gaan doen is de bestaande verbinding op 750 kV bedrijven. We handhaven daarbij de maximale stroomsterkte van 4 kA na de opwaardering. Je kan met 4 kA op 750 kV met gemak 5000 MVA halen. Zo hou je je aan de 4 kA-grens terwijl je zo'n 2000 MVA wint, zonder ook maar een meter nieuwe hoogspanningslijn te hoeven bouwen.

Eh, nee, wacht. Toch wel een nieuwe hoogspanningslijn. Met een hogere netspanning hebben we langere isolators en grotere vrije ruimte tot de grond nodig. We moeten dus alsnog de masten verbouwen. Omdat de bestaande verbinding niet twee jaar gemist kan worden komt het alsnog neer op nieuwbouw op een ander tracé. De enige winst die nu op de lange termijn overblijft is 2000 MVA meer vermogen en sloop van de bestaande verbinding. Bij de nieuwe 750 kV-lijn zal de breedte van de magneetveldcontour groter zijn. Niet door een hogere stroomsterkte, maar omdat de verbinding eenvoudigweg fysiek breder hangt. 

Voor 750 kV hebben we aan beide uiteinden nieuwe schakeltuinen nodig. Voor deze spanning zijn dat grote terreinen met aan beide uiteinden een reeks 380/750 kV trafo's met bijbehorende bewaakapparatuur. Allemaal dingen die kosten, complexiteit en faalpunten toevoegen ten opzichte van blijven werken binnen dezelfde netspanning. 380 kV sluit je immers gewoon aan op de bestaande rails van de stations. Transformators zijn waanzinnig rendabel (boven 99% efficiëntie) maar bij een paar gigawatt transformeren aan beide kanten creëer je nog steeds tientallen megawatts netverlies die niet nodig zijn wanneer je de transformatiestap kan vermijden. 

Maar de echte showstopper is de netstrategie. Een verbinding met 5000 MVA circuitvermogen in een vermaasd netwerk opnemen dat als maximum 2635 MVA per circuit heeft is vragen om problemen. Hoewel de stroomsterkte keurig onder 4 kA blijft is het getransporteerde vermogen juist dankzij onze gekozen hoge spanning extra groot. Als de 750 kV-lijn uitvalt terwijl hij zwaar wordt belast ben je plotseling zo'n zware verbinding kwijt dat het omliggende net die klap niet kan opvangen. In de omgeving vallen dan steeds meer andere verbindingen uit, tot een scheuring in het elektriciteitsnet ontstaat die tot een system split kan leiden. Dat is de nachtmerrie van elke netbeheerder in Europa.

Wanneer we in plaats van die 750 kV-lijn kiezen voor twee extra 380 kV-circuits hebben we geen trafo's, schakeltuinen of overtredingen van netstrategische gebruiken nodig. Sterker nog, een extra 380 kV-lijn met twee circuits brengt zelfs nog méér nieuwe capaciteit mee dan de bestaande lijn vervangen door de geschetste 750 kV-lijn. Omdat twee extra 380 kV-circuits tussen dezelfde stations zorgen voor vier circuits, betekent het N-1 criterium (altijd het vermogen van een volledig circuit achter de hand houden) dat je de overige drie circuits voluit mag belasten. Tweemaal 4 kA op 750 kV geeft N-1 veilig 5000 MVA benutbare capaciteit, want je mag de dubbelcircuitlijn maar tot de helft belasten. Viermaal 4 kA op 380 kV geeft N-1 veilig driemaal 2635 MVA en dus zo'n 7900 MVA werkelijk benutbare capaciteit. 

Aan het einde van de dag is 750 kV in je hoogspanningsnet opwindend voor netkaartmakers en pylon geeks, maar netstrategisch niet verstandig en zelfs niet eens zomaar toegestaan zonder extra maatregelen. Een nieuwe dubbelcircuitlijn bedreven op 380 kV bijplaatsen is in bijna alle opzichten de betere keuze. Behalve dan voor fanatieke pylon geeks, want die zouden helemaal uit hun topstukje gaan van 750 kV in Nederland.  

Afbeeldingen: er zijn op de wereld veel zwaardere hoogspanningslijnen verkrijgbaar dan onze 380 kV-lijnen. In Oekraïne is 750 kV een normaal gezicht. Midden: montage van ons netschema met de huidige situatie, een extra 380 kV-lijn of een 750 kV-lijn (vergroting hier) met fictieve 1000 MVA trafo's, een redelijke aanname voor zulke machines. Twee nieuwe 380 kV-circuits geven meer redundantie zodat 75% van de capaciteit kan worden benut in plaats van 50%, je hebt geen schakeltuinen en transformators nodig en je netstrategisch risico neemt af in plaats van toe.

31 mei 2024 Altijd is er wel ergens een hittegolf bezig, maar zuidoostelijk Azië krijgt het al maanden voor de kiezen en sinds afgelopen week is India aan de beurt. Het land met 1,4 miljard inwoners zucht onder een ongekende hittegolf. Airco's kunnen het draaglijker maken, maar die vragen veel stroom. Houdt het stroomnet dat, en hoe?

Wie op de weerkaarten kijkt ziet dat het westen van India ligt te bakken onder een standvastig hogedrukgebied dat voorlopig niet wijken wil. Met de zon recht boven je hoofd en overal asfalt (er wonen 1,4 miljard mensen in India) is het met name in de grote steden niet uit te houden. New Dehli leek met 53 graden eventjes het temperatuurrecord te hebben verbroken, maar dat berustte op een meetfout. Het bleek 'slechts' 49 graden te zijn. Tja, en niet altijd is dat droge hitte. Op het moment van dit schrijven (nacht in India) staat bij Brahmapur een honderden kilometers groot onweerscluster een feestje te bouwen bij een nachttemperatuur en een dauwpunt van beide 34 graden. Ga er maar aan staan.

In landen met koude klimaten wordt in de winter de meeste stroom gebruikt. Niet voor verlichting maar voor verwarming. Zo zijn we in Nederland en België gewend dat de grootste piekvragen op koude winteravonden optreden, als we stoken en koken. Het vraagt om veel transport vanaf thermische centrales naar de eindgebruikers. In hete klimaten is dat andersom, daar wordt sinds de opkomst van betaalbare airconditioning de meeste stroom midden overdag gebruikt op de heetste dagen. De opkomst van zonnepanelen heeft ervoor gezorgd dat de productie van stroom tijdens zonnige hete dagen niet meer alleen door centrales hoeft te gebeuren, zodat het probleem opschuift van productie naar transport omdat de meeste panelen niet rechtstreeks op het dak van de verbruikers liggen, maar in grote zonneparken.

Een hoogspanningsnet werkt het lekkerste in koud weer. Okee, niet elk type koud weer (hoogspanningslijnen en ijzel zijn gezworen vijanden) en grondkabels merken geen seizoensgang, maar koude lucht is bevorderlijk voor de transportcapaciteit van luchtlijnen en het koelvermogen van transformators. Op een winterdag met een stevige oostenwind kan een koppeltrafo zijn warmte makkelijker kwijt dan op een hete windstille zomerdag. In India zit het stroomnet een beetje gammeler in elkaar dan in West Europa. Geforceerde koeling is duur en het voegt kwetsbaarheden toe. Er wordt vaak gekozen voor natuurlijke koeling door de trafo op de wind te zetten. Die aanpak werkt meestal goed tot je de grenzen van het systeem verkent met niet eerder vertoonde temperaturen. Wanneer de transformators op hun tenen lopen toptemperatuur draaien verkort dat de levensduur van de interne isolatie. De kans op falen is ook groter. Valt één component uit, dan worden de anderen nog zwaarder belast en voor je het weet ontstaan er cascadestoringen.

India bestaat uit vijf gesynchroniseerde netblokken en de hitte teistert vooral het westelijk en noordelijk netblok. Stort zo'n netblok in, dan kan het eenvoudig een paar dagen duren om de stroom te herstellen. Dat is levensgevaarlijk bij zulke temperaturen. Het is netbheerder PGCI Powergrid en onderliggende regionale netbeheerders er dan ook alles aan gelegen om de vraag te verminderen. Het stil leggen van industrie en operationele maatregelen (het opschorten van gepland onderhoud) is nodig om de kans op problemen te verkleinen. Ondanks dat soort maatregelen mag men verwachten dat in de goed gekoelde controlezalen van PGCI alsnog het zweet in de handjes van de bedrijfsvoering staat nu de piekvraag in het land boven 350 GW uitkomt.

Afbeeldingen: elektriciteitsnetten hebben minder moeite met winter dan met zomer, hitte zorgt voor verlaging van de transportcapaciteit doordat de draden heter zijn. We hebben geen kennis in India, dus we moeten het met een Amerikaans plaatje doen. Onder: een Nederlandse koppeltrafo met koelelementen ernaast opgesteld. Met deze geforceerde koeling kan de trafo veel zwaarder belast worden, maar het is wel duurder. In India wordt geforceerde koeling niet altijd toegepast.

06 mei 2024 In de buurt van Tilburg komt hij te staan: een hagelnieuw 380/150 kV koppelstation. Aansluiting ervan vraagt om een nieuwe inkomende 380 kV-lijn, maar ook om verbouwing aan een bestaande hoogspanningslijn. En dan begint het, want het bestaande mastontwerp van die lijn mag niet zomaar herbouwd worden.

Net even ten noorden van Tilburg komt een 380 kV koppelstation met een handvol vermogenstrafo's drie rails en dadelijk aansluiting op drie bovengrondse 380 kV-lijnen met in totaal acht circuits. Zoiets kennen we van station Rilland. Dat station werd eh.. nouja kijk, er was natuurlijk eh.. laten we het er maar bij houden dat de inpassing van station Rilland esthetisch suboptimaal is door de drie inkomende vakwerklijnen over hun laatste handvol mastposities door wintracks te vervangen. Of korter gezegd, man man man

Nu is Tennet ook niet gek en dat zijn landschapsarchitecten ook niet. Inmiddels is het era der wintracks tot een einde aan het komen en ook van reconstructies met afwijkende vakwerkmasten is het een en ander geleerd. Men probeert nu om reconstructies met een zo gelijk mogelijke mast uit te voeren. Daar wordt het ingewikkeld want vrijwel geen enkele mast van voor 1990 voldoet nog aan de huidige constructienormen. Geen nood, dit betekent niet dat ze onveilig zijn of technisch gemankeerd zijn, maar wel dat ze conform de andere hedendaagse NEN- en bouwnormen niet meer precies zo zouden mogen worden gebouwd als in 1960 of 1970 werd gedaan. Je kan dus niet op de zolder van de Berg met een zaklamp in je mond naar de bouwtekeningen tijgeren, het stof eraf blazen en een metaalbedrijf met een rollerbank en een boorstraat bellen om een paar nieuwe exemplaren te laten maken. 

Een nieuwe mast moet opnieuw worden doorberekend volgens de huidige normen. Het is de kunst om een mast te ontwerpen die zoveel mogelijk lijkt op het origineel. Doe je het als ingenieur heel goed, dan valt nauwelijks op dat we tegen een reconstructie aankijken. Dat is wel wat duurder en complexer dan een kant en klaar ontwerp pakken dat vorig jaar nog elders werd gebruikt, maar er anders uitziet. De ACM zal dan mopperen over ondoelmatige besteding van publiek geld, want (tja) een beter gelijkende mast is duurder en dus minder doelmatig.

Gelukkig zijn we tegenwoordig zo ver dat inpassing een belangrijkere rol heeft gekregen en een volwassen factor is geworden in wat doelmatig mag heten. Een recent voorbeeld zien we bij Kerkdorp, waar in 2021 vier deltamasten werden omgeblazen door een valwind. De herstelde masten zijn zo goed mogelijk gelijkend gemaakt op de bestaande masten uit 1967, maar voldoen aan de hedendaagse normen en 'mogen' dus gewoon. Daaruit kunnen we blij constateren: er kan meer dan we denken, als we maar willen.

Ook voor de inpassing van Tilburg 380 kV is een reconstructie nodig, en wel van de lijn Geertruidenberg – Eindhoven 380 kV, Nederlands enige driecircuit 380 kV-lijn, en door de bonkige portaalvorm onder pylon geeks ook wel bekend als de kleerkasten. Deze masten zijn behoorlijk sterk, maar in hun constructie zitten een paar kenmerken die met de kennis van vandaag anders moeten worden gedaan. Zo zijn de middelste balktraversen in het portaal gewoon vierkante kokers die op vier punten vast zitten aan beide torens. Dat lijkt heel sterk en dat is het ook, maar het zorgt er ook voor dat de mast geen centimeter kan buigen of wrikken zonder dat er staven en bouten op drukkracht worden belast. De plekken waar de balktraversen aan de torens vast zitten krijgen tijdens storm (met torsie op de hele mast) grote krachten te verwerken. Tegenwoordig zou men de balken eerder als liggers uitvoeren, kokers die alleen ter hoogte van hun plafondvlak 'hangen' of alleen ter hoogte van de bodemplaat 'liggen'.

Liggende balk waarvan de bovenste staven niet vastzittenVoor moderne afspanportalen zoals Segberg (net over de Duitse grens bij Emmen) en de Waalportalen is dit al zo gedaan. Voor de nieuw te bouwen reconstructiemasten in Geertruidenberg – Eindhoven is nog niet bij ons bekend hoe dit wordt aangepakt, maar we vermoeden een manier die lijkt op ófwel de onderste hangmatvormige balken op het portaal bij Segberg, óf zoiets als de Waalportalen waarbij de balk wel vierkant lijkt maar niet boven en onder vast zit op de hoeken. Op dit moment worden bij Tilburg de eerste fundaties gebouwd voor de reconstructiemasten. Het zal niet lang meer duren voordat we ook bij deze masten kunnen zien hoe een hedendaagse remake van een mast uit de jaren 60 eruit gaat zien. 

Afbeeldingen: Boven: mast van de Kleerkastenlijn zoals ze in 1966 zijn gebouwd. Midden: herbouwde driecircuitdeltamast conform het ontwerp van de PGEM, maar gebouwd in 2023.Op de railing na is de gelijkenis prima. Onder: detail van de Waalportalen, met de net-niet-bevestiging van het traverseplafond (enorme vergroting hier).  

19 april 2024 Vandaag werd de handtekening gezet onder het ontmantelen van de aardgaswinning in Groningen. Dat heeft ook gevolgen voor het hoogspanningsnet in de provincie Groningen – en niet alleen vanwege duurder gas voor stroomopwek. Wat gaan we doen met al die netaansluitingen voor de NAM?

In 1959 werd in het Groningse Slochteren aardgas aangeboord. Het bleek het grootste gasveld op land in Europa te zijn. Over alles wat er in de decennia daarna goed ging, mis ging en beter had gekund laten we ons niet uit op deze site. Met het gas kwam ook een industrie op gang om het te winnen, te raffineren (ontzwavelen), het op te slaan in ondergrondse aardgasbuffers en het te verpompen in een splinternieuw gasnet met hogedrupijpleidingen. Al die dingen vragen om stroom. Zware compressors van de Gasunie om gas met grote hoeveelheden onder hoge druk te verpompen of om ontstane warmte of kou door compressie en expansie van gas met drukverandering weer op te lossen zijn installaties die tientallen megawatts kunnen vragen. Met het groter worden van de aardgasindustrie, de winlocaties en de vermogensvraag werd het eind jaren 80 onhoudbaar op 20 kV. Hier moest een 110 kV-oplossing komen.

In de jaren 90 kregen drie ondergrondse aardgasbuffers (Norg, Grijpskerk, Zuidwending) en acht grote winlocaties een aansluiting op 110 kV. Wie op de netkaart kijkt ziet in de provincie Groningen dan ook heel wat klantaansluitingen voor de NAM en de Gasunie. De buffers en compressors kregen een aansluiting rechtstreeks vanaf een trafostation, meestal redundant. Voor de winlocaties gold dat hun vermogensvraag kleiner was en dat hun continuïteit minder van belang was. Zulke locaties kregen de goedkoopste oplossing, meestal was dat een schakelbare aftak zo dichtbij als maar kon op een plaatselijke hoogspanningslijn. 

Dat bleek in vier gevallen de Heveskeslijn te zijn, een oude hoogspanningslijn tussen Groningen Hunze en Delfzijl. In 1966 was deze gebouwd om vanuit de Hunzecentrale (Noorderlicht) elektriciteit te transporteren naar een aluminiumsmelter in Delfzijl met de naam Heveskes. In de loop van enkele decennia veranderden de tijden. Heveskes werd Aldel, kreeg een aansluiting op het nieuwere 220 kV-station Weiwerd, ging driemaal failliet en de derde keer definitief. Inmiddels wordt het terrein gesaneerd. In Groningen verdween de Hunzecentrale. Zo werd de Heveskeslijn een normale verbinding waarin de richting van het vermogen nu juist in de richting van Groningen-stad liep. Deze lijn leende zich goed voor een aantal aftakkingen met grondkabels naar de NAM-locaties. In vier andere gevallen was rechtstreekse aansluiting op Kropswolde of Meeden mogelijk, maar voor locatie Menterwolde werd een aftak gemaakt op de 110 kV-lijn Kropswolde – Meeden.

Nu de winning wordt ontmanteld blijven de buffers voorlopig nodig. Je kan er immers eerst nog geïmporteerd gas in kwijt. De compressorstations ook als we het hoofdtransportnet waterstofgeschikt willen maken. Maar de dagen van de acht winlocaties zijn geteld. Deze worden ontmanteld en uiteindelijk blijft er niets anders achter als een leeg weiland dat na vele decennia terugkeert naar de verpachter – een weiland met een 110 kV-aansluiting.

En daar wordt het interessant. Het lot van deze acht aansluitingen is voor zover bekend wisselend. Een aantal aansluitingen zullen gewoon afgeschakeld zijn waarbij er nog geen besluit is genomen over de toekomst. De kabel op Tjuchem wordt daadwerkelijk uitgegraven en voor locatie Paauwen gaf kabelbedrijf Alsema BV aan dat in ieder geval de laatste vijftig meter worden verwijderd, waarna de rest van de kabel vooralsnog slapend achterblijft. Hoeveel van deze aansluitingen verdwijnen er echt, wie blijft slapend achter? Krijgt eentje ervan alsnog een kans voor bijvoorbeeld een zonnepark? Tennet heeft het beleid dat ze graag van aftakkingen voor klanten af willen, maar hoe hard is dit streven voor schakelbare aftakken die reeds bestaan, en in het licht van een bijna schreeuwende behoefte om capaciteit? Bovendien zijn er ook een paar bij die wel op een trafostation zitten en dus zonder operationele bezwaren een klant kunnen gaan faciliteren.

Het einde van de aardgaswinning valt precies in een tijdperk waarin ook van alles is gaan schuiven in het hoogspanningsnet. Hier bij HoogspanningsNet sluiten we niet uit dat er nog wel eens verrassende dingen kunnen gebeuren met een paar van deze voormalige NAM-aansluitingen.

Afbeeldingen: schakelbare aftak zoals er een stuk of zes zijn gebouwd voor de NAM in de jaren 90, hier het exemplaar Menterwolde. Midden: warmtewisselaars vragen veel vermogen, zulke objecten gebruikt de NAM ook. Onder: gedeelte van de netkaart met klantaansluitingen voor de NAM. Er zitten er een aantal getakt op hoogspanningslijnen, maar ook een paar die vanaf trafostations komen. Met name deze laatste exemplaren lijken kansrijk voor hergebruik.

De HoogspanningsNet Netkaart voor je PC, browser, tablet en telefoon.

– Altijd het net op zak.

Meer info Handleiding FAQ GIS/KML

Actuele load

Waar zijn de netprojecten?

Kijk waar de netuitbreidingen zijn!
Netuitbreidingskaart TenneT
Netprojecten Elia
TYNDP Europa door ENTSO-E

Credits en copyright

Creative Commons Licentie

Tenzij anders vermeld, bevindt de content op deze website zich onder een CC BY-NC-ND-licentie.

Lees de volledige disclaimer hier.