HoogspanningsNet - alles over hoogspanning op het het

Hoogspanningstechniek

Mast van de Maand



Mast 40, Gasselte - Hunze
----------------------------------------------
Iedere verbinding heeft een ontwerpspanning. Meestal is die gelijk aan zijn bedrijfsspanning, maar soms tref je een verbinding of circuit aan die tijdelijk of permanent wordt benut op een spanning beneden zijn ontwerp. Maar kan een verbinding ook bóven zijn ontwerpspanning bedreven worden? Verrassend antwoord: ja! Op deze foto gemaakt door Tom Börger zien we een van de oudste verbindingen in Nederland. Hij was ontworpen voor 100 kV, maar hij wordt al vele decennia bedreven op 110 kV terwijl er niets aan is verbouwd. Is dat een kwestie van marges benutten? Uiteraard, maar vandaag de dag zit er meer achter. De spanningen zoals die op de borden staan (eigenlijk de effectieve wisselstroomwaarde per fase) zijn in werkelijkheid steeds waardes binnen vaste intervallen waarop het materiaal is ontworpen. Deze zijn in Europa vastgelegd in de NEN-IEC 60038. Zo is bijvoorbeeld bepaald dat materiaal gebruikt voor 110 kV, in feite geschikt dient te zijn voor alles tussen 72,6 tot 123 kV. Ook andere spanningen bevinden zich in intervallen. Bekijk de legenda van onze netkaart maar eens.

Hoogspanning en gezondheid?

Antwoord op alle vragen vind je bij het RIVM (NL) of het LNE (B).

HoogspanningsNet behandelt dit thema met opzet niet zelf. (Waarom niet?)

Geknetter en gebrom?

Geen zorgen, dat is normaal.

Mastverrommeling


Doet dit ook jouw tenen kromtrekken?


Zoek je de netbeheerder?

Dat zijn wij niet. Ga naar de website van TenneT TSO (NL) of Elia (B).




Of ga naar ENTSO-E voor het Europese samenwerkingsverband tussen netbeheerders.

Berichtenarchief

31 oktober 2019 Hoewel ons focusgebied eigenlijk Noordwest Europa is (de landen rondom de Noordzee in de ruime zin van het woord) kijken we af en toe ook wel eens wat verder weg als daar aanleiding toe is. Deze week gaat er letterlijk heet aan toe in Californië. Ook voor het plaatselijke elektriciteitsnet.

Elk jaar zijn er bosbranden in Californië door blikseminslag, onachtzaamheid en brandstichting. Een deel van de branden wordt ook veroorzaakt doordat bij storm (zoals afgelopen weekend) bomen in de houten middenspanningslijnen vallen waardoor vonken ontstaan. Maar dit jaar is die beschuldiging ongewoon fel van toon: netbeheerder Pacific Gas & Electric (PG&E) zit inmiddels diep in de problemen door de branden. Hoe kon dit gebeuren?

In tegenstelling tot de situatie in Europa is er in Amerika geen wet die onafhankelijk netbeheer regelt. De scheiding tussen productie en transport, iets wat we hier al sinds 1998 in de wet hebben, is daar niet vanzelfsprekend. De netsituatie in het gebied van PG&E lijkt op die van ons van decennia geleden. Per gebied is alles is in handen van één energiebedrijf (productie, transport, handel en facturering) en als aangeslotene heb je geen keus. Het energiebedrijf is monopolist op zijn eigennet. Maar dat is ook een risico: levert zo'n bedrijf niet, dan is het zelf aansprakelijk voor alles wat mis gaat in de hele keten.

Bomen die in de lijnen vallen zijn onafwendbaar. De schaal van het gebied, de bodemgesteldheid, de kosten en ook de Amerikaanse cultuur laten nauwelijks een grondkabelnet toe. Maar er zijn ook beschuldigingen rond de staat van onderhoud van de verbindingen. Als een lijn matig is onderhouden, bezwijken de palen eerder en kan hij ook meer branden veroorzaken.

Brand verwoest niet alleen het bos, maar ook de elektriciteitslijnen zelf: houten palen branden af en draden veranderen in onbruikbare stukken aluminium. En dan is er nog het probleem van afschakeling: om meer branden te vermijden heeft PG&E inmiddels op heel wat verbindingen de elektriciteit preventief uitgeschakeld. De NOS bericht over afschakelingen die mogelijk oplopen tot twee miljoen klanten – boze mensen die met schades zitten en die ook gaan claimen. 

Wie in Nederland een KCD uit de kast trekt, treft in de eerste hoofdstukken steevast verhandelingen aan over asset-inventarisaties met conditiescores en preventieve vervangingsprogramma's. In Amerika is de cultuur eerder run2fail: de zaak draait, niet aanraken en als er wat stuk gaat repareren we het gewoon. Is dat slechter of beter? Dat is cultuur- en omgevingsafhankelijk. Maar het is een feit dat onafhankelijk netbeheer zoals we dat hier kennen ook helpt in het robuuster maken van de keten van bedrijven die zich ermee bezig houden. We houden een schuin oog op hoe het verder gaat bij PG&E.

Afbeeldingen: houten masten voor 115 kV en voor middenspanning van circa 10 kV in Amerika (Texas en Nebraska). De typisch Amerikaanse aanblik die het geeft zijn we gewend en het voordeel is dat het goedkoop is en dat reparatietijden zeer kort zijn, maar ze gaan ook beduidend sneller kapot. Of in brand.

04 oktober 2019 Op 27 september is -in oorverdovende stilte- het noordelijk deel van Randstad 380 in gebruik genomen. In eerste instantie waren we van plan daar uitgebreid aandacht aan te besteden na het openingsfeest van- ..ho watte, een feestje? Jazeker, op 12 oktober houdt Tennet een open dag pal naast de verbinding in Leiderdorp. Daar kunnen we niet omheen!

Randstad 380 is het grootste project geweest dat sinds bijna vijfentwintig jaar is ondernomen in Nederland en omdat Tennet pas sinds 1998 de rol als landelijk netbeheerder vervult kunnen we stellen dat dit überhaupt tot nu toe het grootste project van Tennet is geweest. Randstad 380 draait om het sluiten van twee 380 kV-ringen in de Randstadregio. Een aantal jaar terug werd de zuidelijke ring reeds gesloten en sinds vorige week is ook de noordelijke ring af. 

Over ringvormen en hun belang voor redundantie, het in de toekomst voorkomen van 'Diemen' en allerlei andere begeerlijke eigenschappen kan je een flink stuk van de St(r)oomcursus vol schrijven. Over de masten waarmee de recentste verbindingen in de ringsluitingen zijn gebouwd kan je ook van alles zeggen, maar euh.. vaste bezoekers van HoogspanningsNet weten dat wij dat stukje bashing piekfijn beheersen, dus laten we hier en nu gewoon ook eens een keer blij zijn met trotse bovengrondse draden. Feit is dat er een joekel van een project na acht jaar hard werk door vele honderden mensen tot een goed eind is gebracht en dat het Nederlandse net nooit eerder zo robuust was als vandaag. En dat mag een keer gevierd worden volgens Tennet.

Op de open dag, waarschijnlijk vergelijkbaar met die van Doetinchem – Wesel, is er een bustour, een fietstocht, virtual reality, je kan abseilen (helaas niet van een wintrack, maar je kan niet alles hebben) en voor de pylon geekjes in spé is een springkussen en zelfs een clown geregeld. Voor omwonenden en geïnteresseerden in het project belooft het een mooie dag te worden om te zien, te kijken, te leren en met een hapje en een drankje de indienstname van dit stukje infra te vieren.

Meer informatie over de tijden en de locatie is te vinden op de projectwebsite van Randstad 380. Men verwacht congestie op de parkeerplaats, dus wie wat doortransport op de fiets kan doen vanaf een station of parkeerplek verderop wordt aangemoedigd dat alternatief te nemen.

25 september 2019 Netbeheerders van hoogspanningsnetten treden de laatste jaren steeds meer naar buiten om te tonen wat ze doen. Ook op interactieve wijze. Elia en RTE probeerden het ooit met de game Need4Grid, maar ook Tennet heeft iets interactiefs. Speel zelf voor netbeheerder met de Power Flow Simulator.

Gedeelte uit een gesimuleerd net in de Power Flow SimulatorEen jaar of drie geleden kwamen RTE en Elia met de game Need4Grid (N4G). Daarin kon je op een Rollercoaster Tycoon-achtige manier voor netbeheerder spelen. Om het zo realistisch mogelijk te maken had je te maken met kosten, aanlegtijd van verbindingen, technische beperkingen, opregeltijden van centrales, calamiteiten en boze stakeholders. Misschien was die uitgebreidheid wel de reden van de ondergang van N4G, want buiten een stel fanatieke pylon geeks bleek er weinig interesse. Geruisloos werd het na een jaar offline gehaald.

Toch sprak een interactieve tool ook Tennet aan. De Berg vermeed de omvang van N4G en hield het simpel: ze lieten een IT-bedrijf een Power Flow Simulator bouwen. Het is een combinatie tussen een spel en een netmodel, gericht op grid balancing. Het speelveld is een vermaasd hoogspanningsnet van verbindingen, stations, productie en belasting. In het net kan je loadflow door de verbindingen zien stromen. Hou het net op 50 Hz door productie bij of af te schakelen, voorkom congestie en laat ruimte om zo groen mogelijk stroom te produceren.

Het wordt pas echt mooi in de expertmodus. Daarin zit een optie waarin het game-element vervalt en je van de grond af je eigen hoogspanningsnet kan inbouwen. De simulator wordt nu een netmodel: een tool om vrijelijk allerlei dingen te kunnen uitproberen om ervan te leren en het net te doorgronden. Laat een centrale trippen, verzwaar een verbinding, hevel belasting over, zet schandalig veel zonnepanelen neer en kijk wat dit alles doet met de loadflow en overbelastingen in het net.

Je zit hier op HoogspanningsNet, dus geen half werk. Wij hebben het netschema er even bijgepakt en vervolgens het koppelnet nagebouwd in de simulator, compleet met onderhangende deelnetten, interconnecties, productie en de correcte transportcapaciteiten. Daarmee spelen leverde direct een realistisch beeld op, want de knelpunten die wij tegenkwamen in de simulatie bleken best goed overeen te komen met de praktijk. Virtueel Ens – Lelysted – Diemen oppompen naar 2635 MVA deed wonderen voor de congestie, dus de simulator is helemaal zo slecht nog niet.

Zelf stoeien met het net? Lees meer informatie over hoe je een kopie van het model van het Nederlandse koppelnet zelf in de simulator kan inladen en speel de Power Flow Simulator direct (en gratis) op de site van Tennet.

Afbeeldingen: screenshot van een deel van het door ons gesimuleerde Nederlandse koppelnet in de Power Flow Simulator. Iedere verbinding, centrale en elk deelnet kan je beînvloeden, aanpassen of afgooien en je kan ook nieuwe verbindingen, stations en objecten aanleggen. Het koppelnet leren aanvoelen was nooit eerder zo leuk!

06 september 2019 Hans Brinker (Tennet) en Wickie de Viking (Energinet) hebben de afgelopen jaren heel wat woensdagmiddagen samen op het strand gespeeld. En nu is hun nieuwe gezamenlijke project klaar: de COBRA-Cable is in dienst genomen. Deze nieuwe HVDC-zeekabel verbindt het Nederlandse en Deense hoogspanningsnet rechtstreeks en maakt energie-uitwisseling makkelijker.

De COBRA-Cable kwam hier al eens vaker voorbij (zie o.a. 'Åh rart, det COBRA-søkabel er færdig' van 09 november vorig jaar), maar het ging wat langzamer dan eerst de bedoeling was. In elk geval, Hans heeft zijn vinger uit de dijk gehaald en Wickie uit zijn neus, en nu is de 700 MVA rechtstreekse uitwisselingscapaciteit tussen Endrup en de Eemshaven operationeel. Op 07 september is de oplevering voor de pers.

Zoals gewoonlijk is het persmoment slechts een formaliteit. Hoogspanningsprojecten zijn niet zoals je kerstboom (de kat naar buiten, lampjes erin, stekker erin en klaar). Een hoogspanningsverbinding, zeker een interconnectie, wordt pas na uitvoerig testen in dienst genomen. In de praktijk was de kabel begin dit jaar al gelegd en ging hij begin augustus al technisch in dienst. Gedurende de afgelopen maand werd dus al vermogen uitgewisseld tussen Nederland en Denemarken, alleen nog niet voor de open commerciële markt.

Tijdens de testfase spelen Tennet en Energinet zelf voor producent en afnemer door als 'klant' vermogen in te kopen of aan te reiken. Onder normale omstandigheden mogen neutrale netbeheerders dat niet doen, behalve bij inzet van noodvermogen, de N-1 toestand of voor netverliescompensatie. Maar tijdens de test van de interconnector is er een tijdelijke ontheffing. Dat is nodig om te voorkomen dat de prijsniveaus in de handelsblokken NL en DK1 verstoord raken als er onverhoopt iets begint te roken tijdens de tests.

De COBRA-cable (acroniem van COpenhagen BRussels Amsterdam) werkt volgens een bipolair schema, wordt bedreven op 320 kV en heeft zogeheten VSC-HVDC converters van fabrikant Siemems. VSC staat voor Voltage Source Converter. Beetje technisch verhaal, maar het is een techniek waarbij de hoeveelheid vermogen op de kabel wordt gestuurd door met de spanning in de gelijkrichters te spelen, in plaats van met de stroomsterkte zoals in de twee oudere Nederlandse HVDC-installaties NorNed en BritNed. De kabels zelf (twee fysieke draden) zijn gefabriceerd door Prysmian.

Tegenwoordig wordt iedere nieuwe interconnectie 'groene kabel' genoemd. Dat is natuurlijk een marketingterm, want eigenlijk is het toverwoord uitwisseling. Windenergie is in Denemarken al groot. Nederland heeft op dit moment nog een productiepark op grotendeels gas en kolen. Als het hard waait heeft Denemarken al snel teveel windenergie zodat het verhandeld wordt richting Noorwegen (opslag in pompmeren) en richting Duitsland, Zweden en nu ook Nederland (consumptie). Andersom, als het niet waait, is er een productietekort en moet Denemarken energie importeren. Op dat soort momenten is het handig om ook koppeling te hebben met centrales die onafhankelijk werken van het weer.

Interconnecties zorgen voor een stabieler net, efficiënter gebruik van zowel hernieuwbare als fossiele bronnen (die kan je uitsparen als je ook wind voorhanden hebt) en ook een betere prijsbalans. Allemaal noodzakelijk voor de energietransitie. En voor ons hoogspanningsmensen is er nog een extra pluspool– eh, pluspunt, een extra route voor vermogen verkleint de kans op cascadestoringen of onderhoudsknelpunten. Meer routes zorgen voor meer robuustheid. Alles bij elkaar is het dus toch een mooie dag voor pylon geeks, ook al komt er geen meter bovengronds net bij.

Afbeeldingen: de COBRA-Cable op de netkaart. Midden: het converterstation aan de Nederlandse zijde staat in de Eemshaven. Aan de buitenkant op onze foto is het gebouw niet zo spannend, maar binnenin is het beam me up, Scotty. De kabel is 325 km lang en staat bij Tennet op de balans voor eh… het equivalent van 2,8 miljoen elektrische fietsen. Dat we dat ook even weten.

04 september 2019 Borssele Alpha is voor de pers opgeleverd. De eerste van zeven grote stekkerdozen op zee is daarmee gereed voor gebruik. Een primeur in meerdere opzichten, hoewel de bouw van de bijbehorende windparken nog moet beginnen. Laten we eens even kijken wat Tennet daar voor moois op de jacket heeft laten takelen.

Jaren geleden, zo ver terug dat de meeste mensen achter HoogspanningsNet toen zelf nog niet eens een conceptplan waren, was er de Stratenmaker op Zee-show op de Nederlandse televisie. Een vooruitziende blik, want inmiddels wordt er nogal wat infra aangelegd in de zee. Windmolens op zee, internet op zee, misschien zelfs wat Tennet-eilanden op zee (met wegen natuurlijk), en natuurlijk ook hoogspanning op zee. Sinds vandaag is daar een nieuwe verbinding en een nieuw station bij gekomen, het eerste exemplaar van een hele serie beraamde stations om windvermogen op aan te gaan sluiten.

Borssele Alpha (stationsafkorting BSA) is vernoemd naar het wingebied waar de windparken Borssele I t/m IV komen te staan. Die zijn op hun beurt weer vernoemd naar de aanlandingskabels voor de kabels (bedreven op 220 kV AC) die vlak naast de kerncentrale van Borssele binnenlopen. Naast Borssele Alpha komt ook Borssele Beta te staan. Het zijn de eerste twee stations van zeven stuks die per exemplaar 700 MW (als tweemaal 350 MW) windvermogen kunnen faciliteren. In de media wordt dan ook gesproken van grote stekkerdozen. Een beetje ongelukkige vergelijking, want dan wordt voorbijgegaan aan de belangrijkste functie: optransformeren van de spanning.

Nu staan er al wel meer van zulke platforms op zee. In Duitsland staat een heel arsenaal AC-trafo's en ook HVDC-converters in de Noordzee en m.u.v. Noorwegen staat ook in de teritoriale wateren van de andere landen van ons scopegebied (Denemarken, België en het tijdelijk niet-zo-Verenigd Koninkrijk) een klein leger van zulke apparaten in zee. Toch is Borssele Alpha uniek, in drie opzichten. Tennet heeft geleerd van de ervaringen met de eerder opgeleverde platforms en heeft met enige trots Borssele Alpha lean and mean (slank en simpel) genoemd. Het ding is zo eenvoudig mogelijk gehouden. Dat is niet alleen goedkoper, er kan ook minder kapot en er is minder onderhoud nodig. (Overigens wordt dat lean and mean meteen weer gelogenstraft door de radar die erop zit om de windmolens tijdelijk stil te zetten als er een grote zwerm trekvogels op ramkoers ligt. Ook dat is nieuw.)

Het derde nieuwtje is vooral voor ons hoogspanningsgeïnteresseerden leuk: de windmolens (die er nu nog niet staan) krijgen een infieldspanning van 66 kV. Dat is nog nergens op de wereld op zee eerder gedaan. 66 kV kan t.o.v. de gangbare 33 kV-spanning meer vermogen aan en vermindert het aantal benodigde kabelkilometers. Zelfs voor de Denen die het park aanleggen (Ørsted doet dat) is dit een primeur. De bouw van de molens zelf begint overigens nu pas, maar wellicht kunnen we na twintig jaar achter de feiten aanlopen toch eindelijk weer een keer trots zeggen '…het waren toch die Hollanders.'

Afbeeldingen: persfoto vrijggeven door Tennet (origineel hier) waarop Borssele Alpha staat. Het lijkt een boorplatform, maar in feite is het een hele grote, dubbele 66/220 kV-trafo. Onder: BSA op de netkaart. Wie de interactieve versie bekijkt ziet dat er al veel meer van zulke platforms zijn, maar nog niemand deed eerder 220/66 kV op zee.

De HoogspanningsNet Netkaart voor je PC, browser, tablet en telefoon.

– Altijd het net op zak.

Meer info Handleiding FAQ GIS/KML

Actuele load

@hoogspan op Twitter

Hoogspanningsagenda

Wat hangt ons boven het hoofd?
- (geen activiteiten bekend)



Heb je een tip? Meld 'm hier

Waar zijn de netprojecten?

Kijk waar de netuitbreidingen zijn!
Netuitbreidingskaart TenneT
Netprojecten Elia
TYNDP Europa door ENTSO-E

Credits en copyright

Creative Commons Licentie

Tenzij anders vermeld, bevindt de content op deze website zich onder een CC BY-NC-ND-licentie.

Lees de volledige disclaimer hier.