HoogspanningsNet - alles over hoogspanning op het het

Hoogspanningstechniek

Mast van de Maand



Mast 27, Nijmegen - Doetinchem
----------------------------------------------
De PGEM hield van verticale mastmodellen. Met veel bos in de provincie werden verticale mastmodellen geprefereerd boven hamerkoppen of donaumasten. Ze zouden beter passen bij de vormen van bomen en ook is er bij verticale mastmodellen een smallere corridor nodig als je door een bos heen moet. (Opvallend genoeg koos de IJsselmij om soortgelijke redenen juist voor hamerkoppen, maar dat terzijde.) De eerste generatie 150 kV-masten waren vrij plompe drievlaksmasten die richting een dennenboomvorm neigden. Vanaf de jaren vijftig stapte de PGEM over op masten met een rankere toren en een lichte tonvorm. De eerste generatie van deze masten werd toegepast in onder andere de lijn Nijmegen - Doetinchem (Zevenaar halverwege), waarvan mast 27 hier op de foto werd gezet door Ruben Schots. De PGEM intussen was zo content met het tonmodel dat ze het in de decennia die volgden vrijwel overal in de provincie toepasten, maar wel met wat verbeteringen. Zo bleken de eerste masten van dit type de twee bliksemdraden zo dichtbij elkaar te dragen dat ze niet de gewenste bescherming boden. In de lijnen uit de jaren zestig werden daarom langere bliksemtraversen toegepast, net zoals de oudere drievlaksmasten ook al hadden gehad. Maar de bestaande lijnen met de korte bliksemtraversen werden niet alsnog aangepast. Zo is tot op de dag van vandaag hun leeftijd snel te herkennen.

Hoogspanning en gezondheid?

Antwoord op alle vragen vind je bij het RIVM (NL) of het LNE (B).

HoogspanningsNet behandelt dit thema met opzet niet zelf. (Waarom niet?)

Geknetter en gebrom?

Geen zorgen, dat is normaal.

Mastverrommeling


Doet dit ook jouw tenen kromtrekken?


Zoek je de netbeheerder?

Dat zijn wij niet. Ga naar de website van TenneT TSO (NL) of Elia (B).




Of ga naar ENTSO-E voor het Europese samenwerkingsverband tussen netbeheerders.

Berichtenarchief

01 april 2020 De beslissing dat er weer nieuw vakwerk mag gebouwd worden in Nederland bracht alle pylon geeks in een hoerastemming. Daardoor zouden we bijna vergeten dat er door het afzeggen van wintracks wel een nieuw probleem is ontstaan. De 140 wintrackmasten die bedoeld waren voor Brabant, wat doen we daar nu mee?  

Daar sta je dan als Deense fabrikant van stalen kokers – forundere det! Die Hollanders hebben ons gecontracteerd om ruim tweehonderd wintrackmasten te maken, maar nu gaan er opeens 140 stuks niet door. De firma Dystrup kan nu alleen de 70 wintracks voor het lijndeel tussen Borssele en Rilland leveren. Dat betekent een strop van 1,4 miljard Deense kronen en dus zaten ze op het hoofdkantoor in Billund kwaad met de handen in het haar.

Denkend aan Holland zien we brede hoogspanningslijnen traag door oneindig laagland gaan, maar denkend aan de overburen heb je een ander beeld nodig. Duizenden windturbines. Dat het uitzicht daarop pal naast de Eagle-masten zal hebben bijgedragen aan de creatieve oplossing om de reeds gefabriceerde wintrackmasten van de Deense schroothoop te redden mag niemand verbazen. De ronde kokers zijn hoog, sterk en beschikken over uitstekende mogelijkheden om er draden aan te hangen, dus wat als je de top vervangt door een gondel met drie wieken en die naast een bestaande wintrack plaatst? Dat idee is omgezet in een proefontwerp waarvan inmiddels een paar exemplaren zijn gebouwd.

De mensen die sinds een week of twee over de A14 bij Rilland zijn gereden hebben kunnen zien dat er zogeheten 'win-windtracks' zijn geplaatst. De wintracks worden in de breedte voorzien van een derde pyloon. Deze voormalige wintrackmast krijgt geen draden, maar een windmolen op de top. De stroomproductie per mastpositie bedraagt maximaal 1400 kW en het vermogen kan direct worden afgevoerd via de hoogspanningsdraden. De tussenafstand tussen de mastposities is geschikt om elkaar niet te hinderen met het zog. De keerzijde is dat de molens niet altijd kunnen draaien, want vanwege de hoogspanningsdraden kan de rotor alleen draaien bij wind dwars op de hoogspanningslijn. Dramatisch is dat niet, want de verwachtte afname van windstroom ten opzichte van de nominaalsituatie is per jaar slechts 140 vollast-uren.

Dit soort ideeën bewijzen dat er altijd mooie dingen mogelijk zijn voor wie buiten de kaders durft te denken. De test loopt tot half juli en de kans is groot dat de wintracks in Zeeland straks zullen worden uitgevoerd als win-windtracks, met de masten die anders in Brabant zouden zijn gebruikt. De jaloerse blikken van andere netbeheerders dwars door Europa op dit staaltje inventief hergebruik zullen niet van de lucht zijn…

Afbeeldingen: een testpositie van een win-windtrack, geschoten als bijvangst door iemand vanaf de snelweg. De driedubbele positie rechts is waar het om gaat. De gebruikelijke bipolaire situatie is voorzien van een derde mastpositie waar een gondel met wieken op is gezet. Dit is een proefopstelling, maar de eindsituatie gaat uit van het gehele tracé door Zeeland. 

01 april 2020 De beslissing dat er weer nieuw vakwerk mag gebouwd worden in Nederland bracht alle pylon geeks in een hoerastemming. Daardoor zouden we bijna vergeten dat er door het afzeggen van wintracks wel een nieuw probleem is ontstaan. De 140 wintrackmasten die bedoeld waren voor Brabant, wat doen we daar nu mee?  

Daar sta je dan als Deense fabrikant van stalen kokers – forundere det! Die Hollanders hebben ons gecontracteerd om ruim tweehonderd wintrackmasten te maken, maar nu gaan er opeens 140 stuks niet door. De firma Dystrup kan nu alleen de 70 wintracks voor het lijndeel tussen Borssele en Rilland leveren en dat betekent een strop van 1,4 miljard Deense kronen en dus zaten ze op het hoofdkantoor in Billund kwaad met de handen in het haar.

Denkend aan Holland zien we brede hoogspanningslijnen traag door oneindig laagland gaan, maar denkend aan de overburen heb je een ander beeld nodig. Duizenden windmolens. Dat het uitzicht naast de Eagle-masten zal hebben bijgedragen aan de creatieve oplossing om de reeds gefabriceerde wintrackmasten van de Deense schroothoop te redden. De ronde kokers zijn hoog, sterk en beschikken over uitstekende mogelijkheden om er draden aan te hangen, dus als je de top nu eens vervangt door een gondel met drie wieken en die naast een bestaande wintrack plaatst? Dat idee is omgezet in een proefontwerp waarvan inmiddels een paar exemplaren staan.

De mensen die sinds een week of twee over de A14 bij Rilland zijn gereden hebben kunnen zien dat er zogeheten 'win-windtracks' zijn geplaatst. De wintracks worden in de breedte voorzien van een derde pyloon. Deze voormalige wintrackmast krijgt geen draden, maar een windmolen op de top. De stroomproductie per mastpositie bedraagt maximaal 1400 kW en het vermogen kan direct worden afgevoerd via de hoogspanningsdraden. De tussenafstand tussen de mastposities is geschikt om elkaar niet te hinderen met het zog. De keerzijde is dat de molens niet altijd kunnen draaien, want vanwege de hoogspanningsdraden kan de rotor alleen draaien bij wind dwars op de hoogspanningslijn. Dramatisch is dat niet, want de verwachtte afname van windstroom ten opzichte van de nominaalsituatie is per jaar slechts 140 vollast-uren.

Dit soort ideeën bewijzen dat er altijd mooie dingen mogelijk zijn voor wie buiten de kaders durft te denken. De test loopt tot half juli en de kans is groot dat de wintracks in Zeeland straks zullen worden uitgevoerd als win-windtracks, met de masten die anders in Brabant zouden zijn gebruikt. De jaloerse blikken van andere netbeheerders dwars door Europa op dit staaltje inventief hergebruik zullen niet van de lucht zijn…

Afbeeldingen: een testpositie van een win-windtrack, geschoten als bijvangst door iemand vanaf de snelweg. De driedubbele positie rechts is waar het om gaat. De gebruikelijke bipolaire situatie is voorzien van een derde mastpositie waar een gondel met wieken op is gezet. Dit is een proefopstelling, maar de eindsituatie gaat uit van het gehele tracé door Zeeland. 

11 maart 2020 Na lang wikken en wegen, her en der wat roddels en steeds sterker wordende argumenten heeft het Ministerie van EZ definitief besloten om netbeheerder Tennet toestemming te verlenen voor iets dat sinds 2011 ondenkbaar was in Nederland. Pylon geeks, ontkurk de champagne: Zuidwest-380 Oost wordt gebouwd met vakwerkmasten.

Zuidwest-380 is momenteel het grootste op-land project van Tennet in Nederland. Het betreft een nieuwe, tweede 380 kV-verbinding tussen Borssele (waar offshore-windparken aangesloten worden), Rilland (verbinding met België) en Tilburg, waar met een nieuw station contact wordt gemaakt met de landelijke 380 kV-ring. De verbinding van bijna honderd kilometer wordt in twee delen gebouwd. Het westelijk deel in Zeeland wordt uitgevoerd met wintracks, maar vanaf Rilland tot Tilburg bleek het gaandeweg steeds ingewikkelder te worden om aan wintracks vast te houden. Het plan kraakte in al zijn voegen en worstelend met de beperkingen van de witte palen zal er ongetwijfeld jaloers naar België zijn gekeken, waar Elia de afgelopen jaren probleemloos en vrolijk fluitend een strakke vakwerkmast met succes toepaste voor een paar fikse netverzwaringen. Uiteindelijk gooide een dappere Arnhemse netstrateeg waarschijnlijk de knuppel in de schakeltuin: what if. 

Er is de bestaande verbinding met vakwerkmasten waaraan de nieuwe lijn grotendeels parallel gaat lopen. De bestaande lijn blijft staan en het zou betekenen dat er een rij blinkende wintracks pal naast de vakwerkmasten zou verschijnen, waardoor op kolderieke wijze onnodig de aandacht wordt getrokken. Los daarvan komt de nieuwe verbinding ook parallel aan de buisleidingenstraat van LSNED (een monsterklus van beïnvloedingsberekeningen die bij wintracks anders werken dan bij vakwerk) en we zitten ook met waterkruisingen, zogeheten afstap (150 kV die gecombineerd wordt, met de nodige opstijgpunten) en ook niet onbelangrijk, met de kosten van een en ander.

Tennet ging er op de achtergrond mee aan de slag en vorig najaar bleek dat een dergelijke variant dusdanig gunstig was ten opzichte van wintracks dat men op de Berg uiteindelijk besloot om de meloen van bipolaire trots door te slikken en instemming aan het ministerie te vragen om af te mogen wijken van de beleidskeuze voor wintracks. In februari is een officiële brief met aanvraag hiertoe naar Minister Wiebes verstuurd. Inmiddels heeft het ministerie geantwoord dat de instemming officieel is verleend. En daarmee is de weg vrij voor iets wat Nederlandse pylon geeks niet eens meer durfden te dromen: er komt een nieuwe verbinding met 380 kV-vakwerkmasten in Nederland. 

We mogen ervan uitgaan dat het flinke jongens worden en de verbinding wordt vrijwel over de hele lengte als combilijn voor 380 kV en 150 kV uitgevoerd. In het vakwerkontwerp zal een compromis worden gezocht tussen techinsche vereisten (magneetveld moet smal blijven) en visuele aspecten, zoals bijpassing bij de bestaande donaumasten van Borssele – Geertruidenberg en de Kleerkastenlijn met tonvormige portaalmasten die tot aan Tilburg vergezeld wordt. Tot zover we bij HoogspanningsNet weten is een combi met 380 kV in donauvorm en 150 kV in vlakke configuratie weinig kansrijk vanwege zijn breedte. Een variant op duo-ton Helmond (foto) of het mastmodel van de interconnectie Hengelo – Gronau is ook mogelijk, maar die zijn wel helderop hoger dan de bestaande masten. Volgende maand wordt het ontwerp bekend en met wat we nu weten bij HoogspanningsNet: een niet eerder vertoonde verrassing zou zomaar kunnen.

Het is overigens niet zo dat de wintrack nu opeens afgeschreven is. Vooralsnog is alleen Zuidwest-380 Oost de uitzondering, want voor het westelijk deel van dit project (Rilland – Borssele) komt het besluit te laat: juist gisteren werd er bericht dat de contracten voor fabricage van de wintracks zijn getekend waardoor daar alsnog wintracks naast vakwerk zullen verschijnen. Ook in Groningen wordt Noordwest-380 met wintracks uitgevoerd. Maar dat de hegemonie van de wintrack eindelijk een keer doorbroken is op rationele argumenten is op zichzelf al een overwinning voor de eiffelaars onder de pylon geeks. We blijven er bij HoogspanningsNet dan ook bovenop zitten.

Lees hier de C1-versie van de aanvraag tot ontheffing (PDF) en het uiteindelijke besluit (ook PDF), volg ons forum of bekijk de projectwebsite van Zuidwest-380 Oost voor meer actuele informatie.

Afbeeldingen: wintracks bij Doetinchem, met de karakteristieke vrije corridor in hun midden (foto door Tom Börger). Wanneer ze naast een vakwerklijn staan levert het een onnodig dominant gezicht op. Onder: duo-tonmast in Helmond. Dit is een te overwegen mogelijkheid om een vakwerk-combimast met een heel smal magneetveld te maken. Wat het uiteindelijk wordt? We weten het volgende maand.

03 maart 2020 Netverzwaringen, we zien ze de laatste tien jaar overal. Een verademing na de stille jaren 90 en 00 waarin betrekkelijk weinig nieuwe infra werd aangelegd. Maar nog altijd geldt dat niemand de toekomst kent, zodat een netverzwaring telkens in meer of mindere mate een gok blijft.

Als netstrateeg moet je met alles rekening houden. Een wispelturige rijksoverheid, Zweedse schoolmeisjes, miljoenen blauwe panelen en bloedfanatieke pylon geeks die elke C3-scheet die men op de Berg per ongeluk laat genadeloos langs de vakwerklineaal leggen. Soms heb je een simpele klus: die windmolens moeten aangesloten worden en dat vereist een nieuw trafoveld op trafostation Beedorp. Een andere keer loopt een verbinding op zijn tenen en is er een opwaardering nodig, zoals van 70 kV naar 150 kV (België) of van 50 kV naar eh.. naar 20 kV? (Nederland, iets met minder, minder en de aparte denkwijze van Liander.) Maar de opkomst van zonneparken in Noordoost Nederland, een geval van well, that escalated quickly, is ingewikkeld genoeg om zelfs afgeharde netstrategen 's nachts met wijdopen ogen naar hun plafond te doen staren.

Als een netverzwaring goed gaat, gaat het project op in de netgeschiedenis en hoor je er zelden nog iemand over. Interessanter zijn gevallen waarin het juist in meer of mindere mate de plank mis sloeg. Laten we het netstrategisch oeps-gehalte eens uitdrukken in MVA in plaats van in geld. Het slopen van Hoogeveen – Veenoord 110 kV vanwege doorhangknelpunten (had oplosbaar kunnen zijn) lijkt met 65 MVA maar een klein oepsje, totdat je bedenkt dat het lijntje middenin het geplaagde zonneparkengebied van Noordoost Nederland stond. Maar voor een echt serieuze facepalm moeten we naar de Eemshaven, waar de korte 380 kV-verbinding Oudeschip – Robbenplaat (tweemaal 2635 MVA) al na enkele jaren zoveel te krap bleek te zijn dat onoplosbare congestie ontstond en er een noodlijn bij moest worden geplaatst. Voor deze verbinding had men beter van meet af aan het lijnontwerp van Meeden – Eemshaven kunnen toepassen. Voor slechts acht mastposities in een hoogindustrieel gebied met een keur aan opwekkers en interconnectors was dat een no-regret geweest. Laten we wel wezen, je hoefde in 2010 geen briljant netstrateeg te zijn om in te kunnen schatten dat het project Noordwest-380 niet al in een paar jaar gereed zou zijn.

Achteraf kijk je een trafo in zijn eindsluiters, maar heel soms kan je ook van tevoren al wat wenkbrauwen optrekken. In die categorie vallen de plannen van Tennet met trafostation Oterleek, die als een spin in het 150 kV-web van Noord Holland zit. Een gebied waar lange tijd weinig reuring was, maar waar tegenwoordig energieprojecten, kassen en datacenters als paddestoelen uit de grond schieten. Het oude en geplaagde 50 kV-net kan dat niet aan en 150 kV zal het daardoor in belangrijke mate in zijn eentje moeten rooien. En dat blijft zo, als het aan Tennet ligt. Er staat in het gebied voor 800 MW aan energieprojecten, datacenters en kassenbouw op de agenda en het einde lijkt nog niet in zicht. Netstrategisch leek het ons bij HoogspanningsNet dan handig om niet te gaan pappen en nathouden, maar om 380 kV als combilijn op het bestaande tracé tussen Beverwijk en Oterleek te overwegen, eventueel vooruitlopend op een ringsluiting met Vierverlaten via de Afsluitdijk. Nee dus – het nu gedeponeerde plan behelst een nieuwe 380/150 kV-trafo op Beverwijk en een extra 150 kV-kabel naar Oterleek. 

Okee, wij weten ook dat het nieuw plannen en aanleggen van 380 kV via een rijkscoördinatieregeling loopt en dat het daardoor een heel andere ordegrootte is dan een extra 150 kV-kabel ingraven. Maar ondanks dat de 150 kV-oplossing op korte termijn sneller soelaas biedt, is de toekomstvastheid voor overmorgen twijfelachtig. We krijgen er bij HoogspanningsNet niet goed een vinger achter. Is de 150 kV-kabel het kopen van tijd om de (lange) procedures voor 380 kV met iets meer rust in te kunnen gaan? Zijn de onzekerheden zo groot dat men 380 kV niet aandurft? Zien wij een puzzelstukje over het hoofd? Wie het weet mag het zeggen… maar wie kent de toekomst echt?

Afbeeldingen: de noodlijn die voorlopig nog wel eventjes in de Eemshaven staat is het gevolg van een netstrategische oeps uit 2010 waar pragmatisch een oplossing voor moest worden toegepast. Onder: Oterleek is het centrum van een (qua load) aanzienlijk 150- en 50 kV-net waar in de nabije toekomst nog meer stations, trafo's en verbruikers bij komen. Er moet duidelijk wat gebeuren, maar rijdt het plan voor morgen de wereld van overmorgen niet in de wielen?

17 februari 2020 Vandaag vernamen we via een Britse Facebookgroep van liefhebbers van hoogspanningsmasten dat Flash Bristow na een lang ziekbed is overleden. Zij was de oprichtster van de Pylon Appreciation Society en daarmee het bekendste boegbeeld van pylon geeks wereldwijd. 

Pylon geeks zijn er meer dan je denkt. Er zijn er duizenden (jazeker). Maar je hebt een zeker momentum nodig voordat er zelforganisatie ontstaat, er platforms verschijnen en deze interesse met meerdere mensen tegelijk kan worden beleefd. HoogspanningsNet is daar een voorbeeld van, maar de Pylon Appreciation Society is een nog grotere en bekendere. De vereniging werd opgericht door de Britse Flash Bristow. Zij had altijd al een fascinatie voor hoogspanningslijnen, hetgeen vanaf 1999 te zien is op haar website The Gorge. Maar in 2007 kroop het bloed waar het niet gaan kon. Ze richtte de Pylon Appreciation Society (PAS) op, om gelijkgestemde mensen te verbinden. Het werd de bekendste in zijn soort op de wereld en haar initiatief gaf een stem aan duizenden kinderen, volwassen mensen en beroepsdeformanten die dachten dat zij de enige waren met een zwak voor de grote stalen figuren in de heuvels, bossen en eindeloze graanvelden van de wereld.

De PAS was niet het eerste initiatief in zijn soort (wij zelf, opgericht door twee scholieren in de vroege jaren 00, waren bijvoorbeeld eerder), maar de PAS heeft het voordeel dat ze Engelstalig is. Dat is bij zeldzame interesses makkelijker, want het Engelse taalgebied is veel groter dan het onze, plus dat Engels ook door ons kan worden gebuikt terwijl het andersom niet zo is. Daar komt bij dat Flash Bristow een duidelijk idee had over hoe de PAS eruit moest zien. In tegenstelling tot wij hier is de PAS een daadwerkelijk gedeponeerde vereniging, met contributie, een jaarvergadering en een administratie. Die strakke leiding droeg bij aan het succes en tot aan haar dood bleef Flash Bristow het gezicht en de leider van de PAS.

Hoe het nu verder gaat met de PAS en wie het roer van Flash Bristow zal overnemen is nog niet bekend bij ons. De tijd zal het leren. Voor dit moment betuigen wij vanaf deze kant van de Noordzee onze deelneming. De wereld van pylon geeks heeft vandaag een icoon verloren.

De HoogspanningsNet Netkaart voor je PC, browser, tablet en telefoon.

– Altijd het net op zak.

Meer info Handleiding FAQ GIS/KML

Actuele load

@hoogspan op Twitter

Hoogspanningsagenda

Wat hangt ons boven het hoofd?
- (geen activiteiten bekend)



Heb je een tip? Meld 'm hier

Waar zijn de netprojecten?

Kijk waar de netuitbreidingen zijn!
Netuitbreidingskaart TenneT
Netprojecten Elia
TYNDP Europa door ENTSO-E

Credits en copyright

Creative Commons Licentie

Tenzij anders vermeld, bevindt de content op deze website zich onder een CC BY-NC-ND-licentie.

Lees de volledige disclaimer hier.