Coronaverschijnselen? Deze keer helpt een coronaring niet. Een mondkapje wel!

Hoogspanningstechniek

Mast van de Maand



Mast 88, portaalstraat Sneek
----------------------------------------------
Op deze site is de voertaal Nederlands en secundair worden Engels, Deens, Duits en Saksisch gebruikt. Maar niemand beheerst Fries. En dat is jammer, want Friesland heeft een relatief ongezien hoogspanningsnet dat maar weinig aandacht krijgt op deze site, grotendeels door gebrek aan blikvangende grote netprojecten. Eigenlijk een gunstig teken, want het Friese net is klaarblijkelijk technisch best goed in orde, en ook is het daardoor 'blijven hangen' in een situatie die in andere provincies al verdwenen is in de vaart der volkeren. In Sneek zien we bijvoorbeeld een bijzonder straatje portaalmasten, geschikt voor vier circuits. Het lijkt op het eerste gezicht eerder een spoorbaanportaal dan een hoogspanningsmast. Wat er in de vroege jaren 70 in voormalig netbeheerder PEB is gevaren weten wij niet, maar een portaalstraat om vier 110 kV-circuits zo compact mogelijk te combineren is een goede oplossing als je de hoogte niet in wil. Onzichtbaar op deze foto gemaakt door Tom Börger op een dagje veldwerk is dat de benen van het portaal een slingerverband vakwerk bevatten in de lengterichting, en dat de binnenste twee circuits al jaren spanningsloos zijn. Gelukkig doet dat niets af aan een aanblik die on-Nederlans oogt... precies, zoals alleen Friesland dat trots mag verdedigen.

Hoogspanning en gezondheid?

Antwoord op alle vragen vind je bij het RIVM (NL) of het Departement Leefomgeving (B).

HoogspanningsNet behandelt dit thema met opzet niet zelf. (Waarom niet?)

Geknetter en gebrom?

Geen zorgen, dat is normaal.

Mastverrommeling


Doet dit ook jouw tenen kromtrekken?


Zoek je de netbeheerder?

Dat zijn wij niet. Ga naar de website van TenneT TSO (NL) of Elia (B).




Of ga naar ENTSO-E voor het Europese samenwerkingsverband tussen netbeheerders.

Berichtenarchief

18/19 juni 2021 Update 4 – Noordelijk van het Gelderse Oosterwolde is schade opgetreden aan het hoogspanningsnet door het noodweer. Vier deltamasten van de 150 kV-verbinding Lely – Hattem zijn omgeblazen. Het gaat om mast 38 t/m 41. Zoiets is in 2010 voor het laatst gebeurd (Vethuizen, Achterhoek) en wat er deze keer is gebeurd vereist nog heel wat onderzoek, maar het lijken welhaast Amerikaanse taferelen: een supercel, deltamasten en een grote vlakte.

Omgeblazen deltamast, dronefoto via PJKGisteren trok een grote zware onweersbui over het midden van het land. Het ging hier om een zogeheten supercel, een type onweersbui dat om zijn eigen as draait. Zulke buien zijn een meteorologisch powerhouse en ze zijn vrij zeldzaam in de Benelux, maar niet onmogelijk. Om de paar jaar verschijnt een keer een situatie waarin ze goed kunnen gedijen en soms groeien ze dan uit tot Amerikaanse proposties met een tophoogte van 15 tot 17 km. Voor stormchasers zijn dergelijke buien de kers op de taart en ze gaan er normaliter zelfs voor naar Amerika om ze te chasen, maar op 18 juni was het voldoende om het gebied ten noorden van Utrecht en Arnhem op te zoeken. Een paar zulke buien teisterden het gebied. Volgens de NOS is er niemand omgekomen, maar wel is er op meerdere plekken flinke schade aangericht en zijn er minstens negen gewonden gevallen.

Ook zijn er opnieuw een paar hoogspanningsmasten omgeblazen. In 2010 (de Downburst van Vethuizen) overkwam dit vijf tonmasten in de lijn Ulft – Doetinchem. Destijds was dit al geruime tijd niet meer opgetreden, want daarvoor was de 110 kV Kampen IJsselkruising in 1970 het laatste windslachtoffer. Gisteren was in bijna hetzelfde gebied raak als in 1970, want Oosterwolde ligt amper tien kilometer naar het zuidwesten.

De lijn die het heeft begeven is Lely – Dronten – Hattem, een zware driecircuitlijn met zogeheten deltamasten, opgeleverd in 1969. De lijn wordt bedreven op 150 kV en voert drie circuits van elk 416 MVA. Deze deltamasten zijn beslist geen doetjes, hoewel dit specifieke type (voor de kenners een PGEM-driecircuitdelta S+0) misschien een iets te smal zijprofiel heeft. Op de foto's die we tot nu toe hebben gezien is het bezwijkmechanisme niet goed te herleiden, hoewel het opvalt dat een van de masten compleet in twee stukken is gerukt die wel twintig meter bij elkaar vandaan liggen, terwijl de rest wat meer eenvoudig lijkt te zijn omgeduwd. Het is nu nog niet te zeggen of er een cascade (domino) is ontstaan nadat de in tweeën getrokken mast bezweek. Ook is niet bekend of er bijvoorbeeld hangende afspanning is toegepast. Dat is her en der gedaan in deze verbinding om hoogte te winnen. 

Het gebied waar alles is gebeurd is een lege polder met een paar boerderijen waar de overige schade niet opvallend groot is, aldus een ooggetuige. Dat maakt het alleen maar vreemder dat de hoogspanningslijn het begaf. Men zou daardoor haast denken aan een tornado (met smal schadepad) in plaats van een valwind, maar voor een tornado ontbreken ooggetuigeverslagen en dat is vreemd in dit dichtbevolkte land. Stormchasers ter plekke (er was minstens één team vlakbij) melden wel dat ze enige rotatie hebben waargenomen, maar er mist een slurf. Het zou kunnen gaan om een zogeheten gustnado, al is dit vooralsnog onbevestigd.

Schaalmodel van dit mastontwerp, gebouwd door Hans NienhuisDat er nergens een storing optrad is een proeve van een deugdelijke netstrategie. Het hoogspanningsnet is vrijwel overal zo aangelegd dat er ringvormen en redundantie aanwezig zijn: elke enkelvoudige storing kan dan worden opgevangen door een alternatieve route of component. In dit geval kon Dronten worden ingevoed door een overgebleven circuit in het lijndeel Lely – Dronten, en Hattem heeft vanuit het zuiden een verbinding op Apeldoorn. Daardoor raakte geen enkel station spanningsloos. Net als bij de brand op Doetinchem vorig jaar, waar een heel 380 kV-station halsoverkop van het net moest, is er ook deze keer nergens een lampje uitgegaan. De redundantie deed wat ze moest doen en dat verdient een compliment. 

Omgeblazen deltamasten zijn duur en een vlek op het blazoen. Reken maar dat ze op de Berg not amused zijn (en wij hier bij HoogspanningsNet ook bepaald niet), maar aan de andere kant is het gelukkig slechts ijzerwerk dat hersteld kan worden. Er is niemand omgekomen en er zijn geen dingen vernield die niet hersteld kunnen worden, zodat het hele gebeuren zich gelukkig beperkt tot een grote versie van "bah nee hè". Al kan het nog wel een lelijk staartje krijgen als blijkt dat in het bezwijkmechanisme inderdaad een rol is weggelegd voor eventuele hangende afspanningen. Dat zou het beter benutten van bestaande verbindingen en daarmee enige transportruimte nodig voor de energietransitie lelijk in de weg kunnen zitten. 

Inmiddels is op Twitter een filmpje verschenen via gebruiker @ErnstWierenga waarop de situatie in beeld is gebracht vanaf toegestane afstand. Ook heeft forumlid PJK veilig en legaal (maar daardoor niet minder spectaculair) beeldmateriaal kunnen maken met een drone, zie ons forum voor een korte serie. We houden het in de gaten en updaten dit artikel (of onze eigen Twitter) als we meer weten. Op dit moment is het gebied afgezet zodat ramptoeristen niet tot bij de karkassen kunnen komen, zodat we het moeten hebben van dronebeelden en van snippers informatie die langzaam vrij komen via de netbeheerder. Mogelijk gaan we de komende dagen een paar noodmasten zien, tenzij Tennet zo snel is met het herstellen dat men het erop kan wagen om enkele weken via wat netstrategische noodgrepen de redundantie in Dronten te waarborgen zodat de stad niet langer op één enkel circuit in het net bengelt.

Afbeeldingen: karkas van een omgewaaide deltamast in de polder, dronefoto door PJK. Zie ons forum voor de hele serie. Daaronder: schaalmodel van precies dit type hoogspanningsmast, gebouwd door Hans Nienhuis (die nu elke staaf en knoopplaat in de mast kan dromen en beslist niet blij is het verkregen respect voor dit ontwerp zo beschaamd te zien worden). De PGEM-driecircuitdelta is een behoorlijk sterk ontwerp, zodat de vraag is hoe die kon bezwijken zonder dat in de directe omgeving grote schade is te zien. Mogelijk speelt de mast die in twee stukken is gebroken een sleutelrol.  

06 juni 2021 De webkaart is in de afgelopen paar weken moeilijk bereikbaar geweest vanaf bepaalde IP-reeksen. Inmiddels is dit weer opgelost.

Begin juni kregen we een aantal berichten van gebruikers en een provider waarin werd verteld dat de webkaart niet wil laden. Inmiddels is duidelijk dat dit in elk geval de situatie was bij gebruikers die van glasvezelinternet worden voorzien door internetprovider Netoperator (leuke naam overigens). Het leek erop dat een IP-reeks van deze provider onterecht wordt geblokkeerd waarna de URL naar de webkaart blijft hangen op een leeg scherm. Zie de afbeelding die door een van de getroffenen werd aangedragen. Hoewel wij actief bepaalde bots en automatische scrapers blokkeren (om voor de hand liggende redenen zoals bandbreedtediefstal en serverload) is het niet de bedoeling dat een IP-reeks of een fysieke browser wordt geblokkeerd. 

Inmiddels is duidelijk waar het probleem zat en het is inmiddels ook opgelost. De webkaart is nu weer voor iedereen bereikbaar. Mocht het onverhoopt nog steeds een probleem opleveren, dan kunnen gebruikers met een computer de Google Earth-invoegtoepassing van de netkaart installeren en tijdelijk op die manier alsnog gebruik maken van de netkaart. Voor webkaartgebruikers die vorige week een leeg scherm troffen, onze verontschuldiging voor het geleden ongemak.

 

07 mei 2021 Geopolitiek en elektriciteit kennen we vandaag vooral van brandstofprijzen of van conflicten over het vullen van grote stuwmeren. In Europa wordt juist al decennia gewerkt aan toenemende integratie van het stroomnet, dwars over alle de landsgrenzen heen. Wat er deze week gebeurt tussen Frankrijk en Groot Brittanië is dan ook een lelijke vlek op dit fraaie blazoen.

Franse 90 kV driehoeksmastVoldoende elektriciteit, op te vatten als genoeg capaciteit én leveringszekerheid, kan nauwelijks worden overschat in belang in de huidige samenleving. Grote stroomstoringen tonen aan hoe kwetsbaar we zijn wanneer de elektriciteit enige tijd uitvalt. Netbeheerders, overheden en bedrijven is er dan ook alles aan gelegen om ervoor te zorgen dat de elektriciteit het zo vaak mogelijk doet, want een serieuze uitval van elektriciteit is al gauw heel duur, het veroorzaakt chaos en het kan zelfs levens kosten. Verder kan het ook de economische aantrekkingskracht van een gebied negatief beïnvloeden. Dreigen met het afschakelen van elektriciteit is daardoor een veel zwaarder middel dan het lijkt. En toch doet Frankrijk dat nu met een groep Britse eilandjes.

Wat is er aan de hand? Frankrijk en Groot Brittanië zijn in een conflict beland over visserijquota in het Kanaal, een indirect gevolg van de Brexit. De Britten bezitten drie eilanden in het Kanaal die eigenlijk geografisch bij Frankrijk zouden moeten horen. Doordat de Kanaaleilanden Guernsey en Jersey Brits zijn, bevindt zich om die eilanden heen een Britse visserijzone, waarin ook Franse vissers waren toegelaten. Door de Brexit zijn de regels veranderd en zijn er nieuwe beperkingen ontstaan voor Franse vissersschepen. Die zijn bang failliet te gaan omdat ze niet kunnen voldoen aan de eenzijdig gewijzigde regels. Protesterende Franse visserschepen blokkeerden een tijdje de haven van Jersey, waarna de Britse overheid pardoes een aantal marineschepen op de eilanden afstuurde. Na wat schermutselingen tussen Britse en Franse schepen werd Frankrijk zo boos dat ze dreigden de eilanden af te snijden van hun stroomtoevoer.

Kanaaleilanden hangen aan Frankrijk op 90 kVKan dat zomaar? Technisch: ja. Jersey is Brits, maar heeft in zeer grote mate autonomie (het mag zijn eigen regels maken zonder dat het moederland direct boos wordt) en het eiland betrekt zijn elektriciteit via een kabel van het Franse vasteland. Het komt wel vaker voor dat eilanden om pragmatische redenen elektrisch aan het verkeerde moederland vast zitten. Andere voorbeelden zijn Åland, Bornholm en Corsica. Op onze eigen netkaart hebben we dit stukje Europa (nog) niet dekkend in kaart gebracht, maar 4C Offshore heeft de kabels wel op de kaart staan. Drie kabels (samen 280 MW) verbinden Jersey met het Franse 90 kV-net op de stations Haye du Puts en Periers. Als het Frankrijk menens is, zijn Jersey en erachter Guernsey met één druk op de knop spanningsloos omdat op de eilanden onvoldoende productie aanwezig is om (tja) eilandbedrijf te draaien. 

In de laatste elf jaar is dreigen met elektriciteit slechts twee keer eerder gebruikt op het Europese geopolitieke toneel: in 2012 in de Kredietcrisis (toen Italië dreigde de HVDC-kabel naar het technisch failliete Griekenland los te nemen) en in 2017, toen tussen Servië en Kosovo een handelsconflict was ontstaan. Een eiland dat geen keus heeft voor straf los halen is een paardenmiddel waarvan geen recente voorbeelden voorhanden zijn. We hopen dan ook dat dit buitenproportionele dreigement heel snel weer van tafel gaat.

Afbeeldingen: De Kanaaleilanden Guernsey en Jersey zitten aan het Franse vasteland vast met drie 90 kV kabels. Als Frankrijk het werkelijk wil, zitten de eilanden met één druk op de knop zonder stroom. Boven: verbinding van hetzelfde type als waarmee op het Franse vasteland een van de zeekabels aan het net is verbonden. 

19 april 2021 rworden in verschillende Europese landen regelmatig nieuwe spanningen geïntroduceerd, maar dat is vrijwel altijd DC. Zo zag België met Nemo en ALEGrO 400 kV en 320 kV onlangs op de netkaart verschijnen. Met wisselspanning is dat anders. Sinds de introductie van 380 kV in 1970 is er op hoogspanningsvlak geen enkele nieuwe spanning meer bijgekomen, tot nu. Recentelijk is tussen Brume en Trois-Ponts de allereerste 110 kV-lijn in dienst gegaan.

Waarom 110 kV? Elia heeft beslist op lange termijn het 70 kV-spanningsniveau te verlaten. Op de plaatsen waar 150 kV aanwezig is kan dit netvlak het overnemen. Op sommige plaatsen in het land is echter geen 150 kV-net aanwezig. De aansluitingen voorzien op 220 kV of 380 kV zou veel te kostelijk zijn, dus moest een andere netspanning gezocht worden. Vermits zowat alle buurlanden 110 kV gebruiken is hier een ruim aanbod van materieel (kabels, schakelaars, transfo's) op de markt beschikbaar. Dit gaf voor Elia de doorslag om 110 kV te verkiezen boven de gekende 70 kV.

Een eerste groot project van Elia België op 110 kV is de "Oostlus". Zoals de naam al zegt bevindt deze zich in het uiterste oosten van het land. In deze regio wordt al meer dan honderd jaar groene elektriciteit opgewekt in de stuwdammen van Heid-de-Goreux, Bütgenbach en Bévercé. De laatste jaren neemt de groene productie enorm toe door de talloze windturbines op zeer geschikte heuvelruggen en de vele PV-installaties bij de mensen thuis. De 70 kV-lijn Bévercé-Soiron-Luik uit 1930 kan deze vermogens niet aan en is bovendien aan vervanging toe. In plaats van de elektriciteit over relatief lange afstand over 70 kV te transporteren kiest Elia ervoor om in Brume aan te sluiten op de 380 kV.

Van daaruit worden de bestaande 70 kV-lijnen bestaande uit één draadstel naar Heid-de-Goreux, Bévercé, Bütgenbach en Amel omgevormd tot 110 kV-lijnen met twee draadstellen. Hoewel de bouw is aangevat met het traject Amel-Bévercé, begint de omschakeling naar 110 kV wel vanuit Brume, daar is de eerste 380/110kV transfo van 300 MVA geplaatst.

Vanuit Brume naar Trois-Ponts werd in de jaren '70 een 220 kV-lijn aangelegd. Deze is echter altijd op 70 kV gebruikt, maar wordt nu omgebouwd naar 110 kV. Het meest zuidelijke draadstel is intussen aangepast en in dienst gegaan op 110 kV, het noordelijke volgt in een volgende fase van de werf (foto 2).

In Trois-Ponts zelf is het hoogspanningsstation in twee stukken verdeeld, de ene kant is al op 110 kV gezet, de andere staat voorlopig nog op 70 kV. Op die manier kan men afhankelijk van de werffase kiezen tussen een 110 kV-voeding uit het westen of een 70 kV-voeding uit het oosten. 

De allereerste 110 kV distributietransfo staat dus in Trois-Ponts, het is een stevig exemplaar van 50 MVA (foto 3). Over enkele jaren zullen er gelijkaardige transfo's te vinden zijn in de andere hoogspanningsposten in het oosten van het land. Uiteraard volgen we hier bij HoogspanningsNet deze evoluties op de voet.

110kV is overigens niet helemaal nieuw in België. Tussen de twee Wereldoorlogen in waren in de Kempen tussen Mol en Stalen twee 110 kV-lijntjes aanwezig. Deze werden echter relatief snel omgebouwd naar 70 kV om zo in het landelijke net in te passen. Deze keer gaat het anders, nu is de 110 kV hier wel om te blijven.

Afbeeldingen: Foto's van het splinternieuwe netvlak(je) van 110 kV tussen Brume en Trois-Ponts. Hoewel het technisch gezien niets bijzonders is (er is nogal wat 110 kV op de wereld) is dit voor België een situatie die meer dan tachtig jaar niet is gezien. De netkaart krijgt er in de Ardennen weer een kleur bij

16 april 2021 Terwijl bij het Kanaal door Zuid Beveland afgelopen weken twee grote vakwerkmasten zijn gebouwd, gebeurt een kilometer of twintig verderop wat minder fraais. De twee verlaten hoogspanningslijnen naar het voormalig terrein van Pechiney worden gesloopt. Hoe langer je erover nadenkt, hoe vreemder dat eigenlijk is.

Wat doe je als je een maagdelijk leeg terrein van vijftig hectare hebt? Gelegen in een stevig industrieel havengebied, met voldoende koelwater voorhanden in een omgeving die netstrategisch gezien uiterst geschikt is voor energieprojecten? En wat doe je wanneer datzelfde terrein als klap op de vuurpijl ook nog eens is voorzien van een kant en klare hoogspanningsaansluiting op 150 kV, goed voor maar liefst 540 MVA N-1 redundant, rechtstreeks naar trafostation Borssele? Natuurlijk – dan breek je die hoogspanningslijn af.

Het oude terrein van de verdwenen aluminiumsmelter Pechiney is een aantal jaar geleden gesaneerd en schoon opgeleverd. Klaar voor een nieuwe eigenaar. Op deze plek in de haven zou dat van alles kunnen zijn, maar de omstandigheden zijn ideaal om er iets neer te zetten dat met energie te maken heeft. Er is op Borssele behoefte aan grid balancing vanwege de grote hoeveelheid windvermogen die aan land komt. Totdat Zuidwest-380 West én Oost klaar zijn, is er slechts 1645 MVA (380 kV) plus 300 MVA (150 kV) transportruimte het binnenland in. Met 1400 MW wind op zee, een paar honderd MW op land en een kerncentrale die 485 MW basislast produceert loopt het net op zijn tenen bij een stevige bries, omdat het eigenverbruik van Zeeland ook niet groter is dan een paar honderd megawatt. 

Nu staat er ook 870 MW vlot opregelbaar gasvermogen in de vorm van de Sloecentrale. Daarmee kan worden gespeeld als het windpark op zee ondermaats presteert, maar de flexibiliteit van dit deel van het hoogspanningsnet is ingewikkeld geworden. Dat zorgt voor een ideale proeftuin voor een energiebufferingsproject. Men zou aan waterstofproductie kunnen denken, of ammoniak (makkelijker te bewaren en te verstoken), maar het zou ook een geschikte plek kunnen zijn voor een proef met een grote batterij. Er staat al zo eentje bij de aansluiting van Thermphos, maar die heeft slechts 10 MWh capaciteit. Met groot bedoelen we wat anders, bijvoorbeeld 500 MWh capaciteit en bij voorkeur binnen twee uur te op- en ontladen. Met een dergelijk proefproject zou Nederland binnen relatief korte tijd over extra regelruimte kunnen beschikken op een plek waar dat strategisch zeer goed uit zou komen.

Een andere interessante oplossing zou het kunnen zijn om op die plek een klant te laten intekenen die zich bezig houdt met iets dat heel veel stroom verbruikt, maar dat op afroep kan doen. Met zo'n klant kan je peak shaven en voorkomen dat er groene stroom niet kan worden opgewekt omdat het niet kan worden afgevoerd. Een soort hoogspanningsvariant van what happens in Borssele, stays in Borssele. De slimmeriken onder ons zullen denken van wacht eens, zoiets stond daar toch al? Een aluminiumsmelter voldoet precies aan dat profiel. Ja, dat klopt. Het verdwijnen van Pechiney is vanuit een strategisch oogpunt dan ook jammer. Maar behalve aluminiumsmelters zijn er ook hoogwaardiger mogelijkheden die hetzelfde kunnen. Boog- of inductie-ovens voor opsmelting van schroot belooft een interessante bedrijfstak te worden voor peak shaving. Hetzelfde geldt voor kerosinesynthese, asbestrecycling, autobandenverkoling of zelfs bepaalde business modellen voor datacenters.

Met het slopen van de hoogspanningsaansluiting, een verbinding die als commercieel op de netkaart staat en tijdens zijn actieve gebruik niet in bezit was van Tennet, worden zulke plannen nu veel duurder om in de toekomst te ontwikkelen. Eerst zal er dan weer helemaal opnieuw een aansluiting gelegd moeten worden, waarschijnlijk als grondkabel. Dat valt niet mee in een gebied waar het ondergronds al druk is vanwege de aanwezigheid van raffinage en overslag.

Volgens een tip n.a.v. dit artikel (een tender of aanbesteding voor sloop) is Tennet alsnog de eigenaar van de lijnen geworden na het verdwijnen van Pechiney. Maar wie de eigenaar en/of opdrachtgever voor de sloop ook is, hij zal een heel goed verhaal moeten hebben om dit te verdedigen aan getergde vakwerkliefhebbers die de kansen zien op plekken waar het fruit nog lager hangt dan de draden.

Afbeeldingen: foto van de anderhalve lijn naar het terrein van Pechiney in betere tijden. De aluminiumsmelter verscheen tegelijk met de kerncentrale, gelokt door de belofte van goedkope stroom. Onder: het lege terrein op de netkaart (vergroting). Beter ging het niet worden voor een nieuwe eigenaar met een energie-intensief plan, maar zo iemand zal nu opnieuw moeten beginnen met een aansluiting aanleggen.

De HoogspanningsNet Netkaart voor je PC, browser, tablet en telefoon.

– Altijd het net op zak.

Meer info Handleiding FAQ GIS/KML

Actuele load

Hoogspanningsagenda

Wat hangt ons boven het hoofd?
- (geen activiteiten bekend)



Heb je een tip? Meld 'm hier

Waar zijn de netprojecten?

Kijk waar de netuitbreidingen zijn!
Netuitbreidingskaart TenneT
Netprojecten Elia
TYNDP Europa door ENTSO-E

Credits en copyright

Creative Commons Licentie

Tenzij anders vermeld, bevindt de content op deze website zich onder een CC BY-NC-ND-licentie.

Lees de volledige disclaimer hier.