​ Draag- of steunmast
Row pylon (E), Tragmast (D), Bæremast (DK)

Draag- of steunmasten zijn in elke hoogspanningslijn veruit in de meerderheid. Ze staan op min of meer vaste afstand van elkaar in een rij en dragen of ondersteunen de draden, die altijd rechtdoor lopen.

De draag- en steunmasten zijn de gewone hoogspanningsmasten die je het meeste ziet. Soms staan er twee of drie achter elkaar, maar je komt ook wel zogeheten spanvelden tegen waarin er tien, twintig of nog veel meer in een indrukwekkende rij richting de horizon stappen.

Draag- of steunmasten vlakbij Zwolle in de Mastenbroekpolder

Draag- of steunmasten dragen de draden zonder dat er een richtingsverandering is. Ze staan normaal gesproken in een rechte rij met de mastpositie voor en achter ze. Hier zien we twee spanvelden met zogeheten donaumasten, ontworpen voor 220 kV en 380 kV.

Draagmast of steunmast?

Deze mastfunctie wordt zowel gekend als draagmast en als steunmast. In principe zijn de namen uitwisselbaar, maar er is wel een verschuiving zichtbaar. De aanduiding draagmast was enkele decennia geleden het meest gangbaar, voordat steunmast aan zijn opmars begon, tegenwoordig de meest gebruikte van de twee. Het vreemde is dat de term steunmast in principe handiger is voor de kleinere mastmaten met staande isolators: zij ondersteunen de draden immers van onderaf, terwijl zwaardere hoogspanningslijnen vrijwel altijd met hangend bevestigde draden zijn uitgevoerd die dus van bovenaf worden gedragen. Waarom de term steunmast dan langzaam maar zeker terrein won op draagmast terwijl andersom logischer zou zijn weten we bij HoogspanningsNet eigenlijk ook niet. In elk geval gebruiken we op deze site de term steunmast vooral als de draden op staande isolators gedragen worden, terwijl draagmast eerder wordt gebruikt als de draden aan hangende isolators worden gedragen.

Wat dat betreft hebben Angelsaksische landen het een stuk makkelijker. Die spreken gewoon van een row pylon.

Mastbeeldtekening PENSpanveldschematekening

Draag- of steunmast op een zogeheten mastbeeldtekening en een detail van een zogeheten spanveldenschema. Deze tekeningen zijn vaak moeilijk om te krijgen omdat netbeheerders er niet erg scheutig mee zijn, maar ze bevatten zeer veel informatie over de mastposities en de spanvelden ertussen. 

S+0 als standaard

In vakdocumenten, bouwtekeningen en ook op netkaarten worden steunmasten aangeduid met de letter S (van steunmast), gevolgd door een getal dat eruit kan zien als +0, +6, +30 of soms -2 of -4. Dit getal geeft informatie over de masthoogte. S+0 is jargon voor de standaardhoogte zoals die bij het basismodel van een bepaald mastontwerp is bedoeld. Het getal is altijd in gehele meters. En S+6 is dus zes meter hoger dan het basisontwerp. Soms kan er nog een extra letter aan toe worden gevoegd. SL+2 of S+0/RC bijvoorbeeld. Al die codes zeggen de kenners en hardcore pylon geeks precies met wat voor subvariant binnen het basisontwerp van deze mast we te maken hebben.

Verhoogde steunmasten

Draag- of steunmasten kunnen verschillende hoogtes hebben, de S+X waarde. Links zien we twee stuks S+0 vooraan, daarachter twee stuks hoge exemplaren (waarschijnlijk S+12) om een kanaal te overkruisen. Verderop herhaalt zich de situatie nog een keer. In principe is er geen bovengrens aan het S-nummer. Foto's door Ruben Schots.

The sky is the limit

Een plusgetal betekent dat er een variant van de steunmast of draagmast staat die hoger is. Meestal is dat vanwege een grotere veldlengte of omdat er een object zoals een weg of een kanaal moet worden overgestoken. Een verlaagde variant komt minder vaak voor, maar kan soms worden gebruikt op plekken waar de masten dichter bij elkaar staan zodat ze minder hoog hoeven te zijn. Dit zien we wel eens in de buurt van vliegvelden of in belangrijke zichtlijnen. De hoogte in komt het meeste voor.

380 kV crossing Sliedrecht  Diele Conneforde Emscrossing

Riviercrossings worden doorgaans uitgevoerd met sterk verhoogde draagmasten die vanaf grote afstand de aandacht trekken. Links de Sliedrechtcrossing, waar vier sterk verhoogde steunmasten zijn toegepast. Rechts de Emscrossing van Diele – Conneforde, waarin een obstakelschildering, waarschuwingslampen en markeringsballen allemaal bijdragen aan extra zichtbaarheid. Foto's door Ruben Schots en Michel van Giersbergen.

En dat is soms geen halve maatregel: crossings van rivieren of andere watergangen kunnen met gemak vijftig meter hoger zijn dan de basisvariant. De allergrootste crossings hebben soms draagmasten die meer dan honderd meter hoger zijn dan het basisontwerp, zodat ze compleet met roodwitte beschildering, waarschuwingslampen en markeringsballen in de bliksemdraden vanaf grote afstand de aandacht trekken. Soms worden de draden bij zulke grote crossingsmasten schuin afgespannen, zodat overlap met de functie afspanmast ontstaat. Een andere keer wordt er slechts halfverankering, V-ophaniging of gewoon een dubbele ketting gebruikt waardoor de mast primair een draagmast blijft, maar het uitzicht is er vaak niet minder indrukwekkend om. Een draagmast heeft dus geen bovengrens aan zijn maximale hoogte voor het S-getal.

Herkenning van draag- of steunmasten:

  • ▫ Bij hangende isolators aan de mast hangen deze kettingen doorgaans recht omlaag
  • ▫ Indien de draden met twee kettingen vastzitten (halfverankering), schuin in het lang van de draad
  • ▫ Bij staande isolators op de mast staan deze recht omhoog en dragen ze de draden zonder lijnhoek
  • ▫ De mast staat normaal gesproken in een rechte lijn met de mast ervoor en die erachter
  • ▫ De kabels zijn doorgaans ononderbroken en worden eigenlijk alleen maar opgetild of gedragen
  • ▫ De masten komen in (veel) hogere varianten voor, zoals crossingsmasten voor rivieren