Circuitherkenning met kleuren is al oud. Tegenwoordig is deze methode leidend en in Nederland zelfs verplicht. Het aangeven van een circuitkleur op een hoogspanningsmast kan met een bordje, maar de meest gebruikte methode is randstaafschildering. 

Sommige netbeheerders gebruikten stansbordjes voor circuitherkenning (al dan niet gekleurd), waaruit uiteindelijk de huidige methode die Tennet nu gebruikt is voortgekomen. Andere netbeheerders maakten gebruik van randstaafschildering. Deze methode, simpel en niet te jatten, is waarschijnlijk al net zo oud als bovengrondse hoogspanning zelf. Maar ondanks zijn ogenschijnlijke simpelheid is de geschiedenis van randstaafschildering er niet eentje die over rozen ging. Een overzicht van een stokoude, trotse, verguisde, haast vergeten en uiteindelijk weer herstelde methode. 

Randstaafschildering: zeer simpel en zeer duidelijk

De grote meerderheid van alle bovengrondse hoogspanningslijnen is gebouwd met vakwerkmasten: torens van lattenwerk die vrijwel altijd een vierkant, torenvormig lichaam hebben. Soms staat hij op vierpoten (een broekstuk), soms is hij broekstukloos. Maar in eigenlijk alle gevallen heeft de mast vier zogeheten randstaven: brede, zware hoek- of kruisprofielen die in staat zijn tot het verwerken van drukkrachten. 

Randstaafschildering op een 110 kV-mast Rode en gele randstaafschildering

De randstaven van een fatsoenlijke hoogspanningsmast lenen zich uitstekend voor het aanbrengen van markeringen. Dat gebeurt op het broekstuk, maar het is gangbaar om het bovenin de mast te herhalen ter hoogte van de traversen. Foto's door ET en Michel van Giersbergen.

De randstaven zijn groot en zwaar, en ze lopen bij trafitionele hoogspanningsmasten helemaal door tot bovenaan, bij de traversen waar de draden aan hangen. Daardoor bieden ze een consistent oppervlak aan om zowel onderaan de mast alsook bovenin ter hoogte van de traversen een markering aan te brengen. Dat kan met een sticker, met een code of met een kleur. De laatste methode wordt veruit het meest gebruikt. Samen met vlaghaken kan je het eigenlijk door het hele land aantreffen.

Niet altijd kleur

Randstaafschildering is niet door 'iemand' uitgevonden. Overal op de wereld en ook in ons eigen gebied kwam het in mensen op dat de randstaven groot en breed genoeg waren om als plek te kunnen dienen waar iets op gekalkt kon worden. En dan hing het er maar net vanaf of de concessiehouder of het elektriciteitsbedrijf circuits identificeerde met afkortingen, met kleuren of met een code. Ook in Nederland en België is dat terug te vinden. 

Randstaafschildering met code Circuitherkenning met geverfde letters

Randstaafschildering in de vorm van circuitcodes. Links zien we een mast in Duitsland met een wit circuit, maar ook een randstaaf vol met codes die de klokgetallen (hier letters U, V, W), het lijnnummer en het mastnummer aanduiden, net als op het bordje. Rechts zien we een mast in Nederland, behorend bij de verbinding Diemen-Lelystad. Een code, maar geen kleurschildering. Die stempelletters zijn niet erg duidelijk, kleur valt te prefereren. Foto door ET.

Maar in de meeste gevallen geldt dat randstaafschildering en het gebruiken van kleur als identificatiemethode hand in hand gingen. Als er randstaafschildering was, dan was er ook kleur in het circuitherkenningssysteem. Andersom hoeft dat echter niet zo nodig. Want hoewel een aantal concessiehouders in Nederland randstaafschildering toepasten, waren ze er ook die het liever hielden bij stansbordjes. Zo hadden het totale 110 kV-gebied (IJsselmij, het EGD en het PEB Friesland) en het net in de concessies van PZEM, PNEM en PLEM allemaal randstaafschildering – kleur dan wel codes.

Opvallende afwezige bij randstaafschildering was de Gelderse elektriciteitsmaatschappij, de PGEM. Ondanks hun hoog ontwikkelde systeem met gestanste bordjes en een kleursysteem waar de huidige standaard van Tennet uit is voortgekomen, werd er in de PGEM-concessie van oudsher niet met randstaafschildering gewerkt. Toen Nuon in de jaren 90 ontstond en het net van de PGEM in handen van Nuon kwam, bleef dat zo. Tot op de dag van vandaag hebben veel masten in de PGEM-concessie geen enkele vorm van randstaafschildering.

Geen randstaafschildering Geen randstaafschildering bij de traversen

Schitteren in afwezigheid: er zit geen randstaafschildering op PGEM-masten die sinds de overname door Tennet nog geen revisie gehad hebben. De ruitvormige circuitbordjes zijn geel (nog niet in kleur) en de randstaven zijn aan alle kanten zinkmeniegrijs. Foto's door Michel van Giersbergen.

Ook in het landelijk koppelnet van 220 kV en 380 kV treffen we masten zonder enige vorm van randstaafschildering aan. Saranne (eigenlijk een gezamenlijk orgaan van het SEP, de eigenaar van het koppelnet tot het verschijnen van Tennet in 1998) stapte in de jaren 80 af van randstaafschildering, ten gunste van de huidige stansbordjes die in een kleur gedompeld zijn. Het gevolg is dat de 380 kV-oostring, de verbinding Meeden-Diele en ook de hele verbinding Zwolle-Meeden-Eemshaven het zonder randstaafschildering moeten stellen.

Wel stansbordjes, geen randstaafschildering Twee PGEM-tonmasten in het IJsseldal zonder randstaafschildering

Nog meer aanblikken zonder randstaafschildering. We zien op de oude 50 kV-mast links wel de ruitvormige circuitstansbordjes toegepast tot bovenin de mast, maar van randstaafschildering is geen sprake. Rechts twee PGEM-tonmasten zonder randstaafschildering en nog met de geelgekleurde stansbordjes. Foto's door Ot Lesley en Hans Nienhuis.

In ere hersteld

Het interessante is nu dat je wel degelijk zo hier en daar randstaafschildering kan aantreffen in de PGEM-concessie. En niet alleen op het koppelnet. Ten eerste is er het 50 kV-net. Dat net is in handen van netbeheerder Liander. Hoewel Liander onderdeel is van Liandon (voortgekomen uit Continuon, op zijn beurt Nuon en uiteindelijk dus de PGEM zelf), volgen ze niet meer het beleid van vroeger. Bij revisies van de bovengrondse verbindingen worden nu alsnog randstaafschilderingen toegevoegd, samen met het overschilderen van de stansbordjes. Extra duidelijk dat Liander zich in dit opzicht liever conformeert aan de strenge en strakke regels die Tennet hanteert, dan aan de vrijheid die ze zich zouden mogen permitteren als commerciële netbeheerder.

Oude 50 kV.mast zonder randstaafschildering, voor revisie 50 kV-mast na revisie, nu met randstaafschildering

50 kV-verbinding van Liander voor en na een revisie. Let op de blauwe en witte randstaafschildering. Overigens is de hele mast beter in de verf gezet. Zo kan ie er weer een paar jaar tegenaan. Foto's door Hans Nienhuis en Peter Schokkenbroek.

Ook Tennet is een beetje teruggekomen van het beleid van Saranne qua randstaafschildering. Sinds de overname van de regionale transportnetten in de late jaren 00 en vroege jaren 10 heeft Tennet een net in bezit gekregen dat bol staat van allerlei verschillende methoden om circuits aan te duiden. Om daar zomaar eventjes uniformiteit in aan te brengen is een klus van vele jaren. Zodoende worden mastborden en ook circuitaanduidingen pas veranderd wanneer de verbinding zijn eerstvolgende grote periodieke revisie krijgt. Nieuwe laag verf, controle op uitslijting van de isolators, dat soort dingen.

Inmiddels heeft Tennet een consistente lijn ontwikkeld (of nou ja, die wás er) en omdat het eenvoudiger, goedkoper en sneller is om randstaafschildering toe te passen dan overal stansbordjes vast te schroeven, heeft Tennet net als Liander het toepassen van randstaafschildering in ere hersteld. Wanneer een verbinding in revisie gaat (waar hij ook staat in Nederland), wordt tegenwoordig standaard de randstaafschildering opgelapt dan wel nieuw toegevoegd. Samen met stansbordjes is randstaafschildering dus nog steeds een van de daadwerkelijk toegepaste methoden, hoe ouderwets het soms ook lijken mag.

Randstaafschildering en circuitbordje op HGV-VO Randstaafschildering op crossingsmast

Stoere en felgekleurde randstaafschildering op de broekstukken. Links zien we een oude 110 kV-mast, rechts een gereviseerde 50 kV-mast. Juist vanwege de simpele duidelijkheid en universele toepassing is randstaafschildering ook onder mastengekken de meest geliefde methode om circuits mee aan te duiden. Ook de banner van de techniekpagina's (zoals bovenaan deze pagina zelf) gebruikt een afbeelding van een donaumast met randstaafschildering in de traversen, en dat is niet voor niets. Foto's door Hans Nienhuis.

Randstaafschildering door er gewoon wat verf op te smeren lijkt ouderwets, bijna te simpel om waar te wezen en daardoor soms wat onderontwikkeld. Toch is het omgekeerde waar: hoe simpeler en duidelijker een systeem is, hoe kleiner de kans dat er iets mis gaat. In dat opzicht is randstaafschildering met een egale kleur en in enig fatsoenlijk oppervlak (groter dan een postzegel dus) iets waarin Nederland het zowaar beter doet dan Duitsland. Want in delen van Duitsland, al eerder genoemd, hanteert men doorgaans een complexere manier van randstaafschildering. Ook met kleuren, maar samen met opdrukken waar circuitcodes bij op staan. Het kleurvlakje is veel kleiner. Of er worden zelfs stickers gebruikt.

Duitse randstaafschildering Randstaafschildering als sticker

Duitse randstaafschilderingen op 110 kV-masten. Opnieuw kleine opdrukletters met klokgetallen (letters U, V, W hier), de richtingspijl (nodig omdat letters niet optellen) en de verbindingsnaam. Relatief gevoelig voor beschadiging of onleesbaarheid. Ook de randstaafschildering zelf is vrij klein. Rechts zien we de nieuwe methode: een sticker. Foto's door ET.

En bij buismasten dan?

Buismasten hebben geen broekstuk en geen randstaven. Hoe brengt men daar een circuitkleur op aan? Eigenlijk is dat heel simpel en precies wat je verwachten zou: aan de zijde van de mast waar het circuit hangt, wordt gewoon een stukje van de buis overgeschilderd in de gewenste kleur, eventueel samen met een klokgetalbordje.

Randstaafschildering op een buismast Circuitherkenning op wintracks

Buismasten kunnen uitstekend een soort randstaafschildering dragen. Maar het vastschroeven van stansbordjes of een mastbord is een ander verhaal. Op oudere buismasten is er doorgaans een platte plaat ijzer vastgelast op de toren, waar het bord (meestal een kleintje) dan nog op vastgemaakt kon worden. Maar bij wintrackmasten gaat alles letterlijk voor de mooie vorm: daarop worden stickers gebruikt zonder stansgaatjes. Foto links door Hans Nienhuis, rechts door forumlid Knarvel.

Randstaafschildering, oeroud en al meerdere keren doodverklaard, is er dus nog steeds. Gewoon omdat het zo goed samenwerkt met kleuraanduiding van circuits wanneer die methode gebruikt wordt. Aangezien dat in principe in heel Nederland is (althans nadat Tennet eraan toe is gekomen alle verbindingen een keer te reviseren), wint deze methode alleen maar extra aan terrein nu hij ook verschijnt op masten uit de Saranne-tijd en in de concessie van de PGEM sinds Liander het ook toepast. Verder kan de methode samen op met iedere andere methode worden gebruikt: het bijt nooit. Een goede extra zekerheid is immers nooit weg.
 


Omhoog