Een metalen toren met draden eraan die een levensgevaarlijke hoeveelheid stroom zomaar door de openbare ruimte vervoert. Of een grondkabel die niemand ziet liggen. Dat klinkt als een groot gevaar.

Toch valt dat erg mee. Het jaarlijks aantal ongevallen met hoog- en middenspanningsinstallaties is in Nederland en België laag in vergelijking met veel andere gebieden. Nederland springt er zelfs duidelijk bovenuit omdat het een van de weinige landen is waar de tussen- en middenspanning vrijwel altijd onder de grond is gestopt. Maar zeer laag is nog niet gelijk aan nul. En het ene ongeval is het andere niet. Je hebt bedrijfsongevallen, burgerongevallen en moedwil waarbij het mis gaat. En zelfs dieren kunnen soms het slachtoffer zijn.

Niet altijd elektrisch gerelateerd

Je kan de techniek nog zo veilig maken, de menselijke factor is niet te vermijden. Ongevallen met hoog- en middenspanningsinstallaties zijn zeldzaam. Maar ze bestaan helaas wel. Verbazend is misschien dat de meeste van deze zeldzame ongevallen niets met elektriciteit te maken hebben.

Werk aan een hoekmast van Zwolle-Meeden

Ongevallen met hoogspanning hebben vaak niets te maken met de elektrische spanning. De meeste ongevallen gebeuren intern in de sector zelf. Want ondanks zekeringslijnen en valhelmen blijft werken in een hoogspanningsmast gevaarlijker dan achtere een bureau op een verzekeringskantoor. Foto door Ot Lesley.

De meeste ongevallen met hoogspanning komen voor binnen de sector zelf. Tennet, Elia, Spie, SAG, Joulz, VSH en alle netbeheerers voor middenspanning weten wat ze doen en er zijn uitgebreide oefeningen en veiligheidsprotocollen. Men gaat een trafohuisje niet zomaar binnen en de scheidingsschakelaar op hoogspanningsstations bestaat zelfs hoofdzakelijk om zichtbaar te garanderen dat een circuit of hoogspanningslijn is afgeschakeld. Maar een transformator is onvermijdelijk een groot, lomp object en tijdens bouw en onderhoud wordt er getakeld, gegraven en gezeuld met grote zware componenten. Wanneer een hijskabel het begeeft zodat er een rail naar beneden komt zal een bouwhelm je niet redden.

Ook buiten de stations gebeurt wel eens wat. Een van de meest voor de hand liggende eigenschappen van een hoogspanningsmast is dat het ding behoorlijk hoog is. Dat houdt het risico van vallen in. Nu komt het zelden voor dat een monteur uit een hoogspanningsmast valt omdat ze gezekerd moeten werken, maar ondanks die voorzorgsmaatregel is er in 2011 nog een Duitse monteur zwaargewond geraakt na een val uit een 380 kV-hoogspanningsmast in Holsloot.

De arbeidsinspectie onderzoekt in principe ieder ongeval op de werkvloer. In België heeft de BeSWIC een speciale pagina waarop gesproken wordt over ongevallen met hoogspanning en ze geven adviezen over hoeveel afstand te allen tijde moet worden gehouden tot de draden.

Burgerongevallen

Wanneer we bedrijfsongevallen buiten beschouwing laten komt er de afgelopen jaren in Nederland gemiddeld per jaar ongeveer één persoon om het leven door een ongeval met een hoogspanningslijn. Zelfs de kans om door elektriciteit in het wild (blikseminslag) om het leven te komen enkele malen groter dan door contact met een hoogspanningslijn. Het is veertig keer minder dan het gemiddelde aantal doden door woningbrand en zelfs meer dan honderd keer zo weinig als het aantal doden veroorzaakt door het trio bureaustoel, ladder en keukentrapje. Het aantal gewonden is niet bekend, maar ook deze groep moet niet vergeten worden. Contact met hoogspanning resulteert meestal in zeer ernstige brandwonden met amputaties tot gevolg.
In Nederland hebben we te maken met gemiddeld één fataal ongeval per jaar. Hoewel zich in 2012 in België een bizar ongeval voordeed met een lokale bovengrondse laagspanningslijn, zijn getallen of statistieken over België ons op dit moment niet bekend. 

Waar moeten we bij ongevallen met hoogspanning aan denken? Aangraving van midden- en tussenspanningskabels (10 kV, 20/33 kV of 50 kV) komt het meeste voor, maar deze ongevallen lopen meestal niet dodelijk af. Het aangraven van een echte hoogspanningsgrondkabel (110 kV of hoger) is veel zeldzamer – maar ook gevaarlijker. Aanrijding van laaghangende hoogspanningskabels door hoge landbouwmachines komt van alle ongevallen het meeste voor.

Uiterst lage 70 kV-mast bij Achêne

Dat hangt allemaal wel erg laag. Tenminste, gerekend naar de begippen van nu. Deze 70 kV-mast bij Achêne mag dan een goede reden hebben voor zijn geringe hoogte (een 380 kV-lijn overkruist hem), maar voor de landbouw met grote combines en hoge spuitinstallaties is het uitkijken.

Grote landbouwmachines

Dodelijke ongevallen met een 220- of 280 kV-verbinding zijn sinds 2000 niet meer gebeurd. Deze zware hoogspanningslijnen hangen met dikke, goed zichtbare bundelgeleiders hoog boven de grond waar geen machine er zomaar bij kan. Maar kleine, oude 50- en 70 kV-verbindingen en Noord-Nederlandse 110 kV-lijnen met hamerkopmasten zijn meestal niet de nieuwste meer.
Tijdens hun ontwerp, rond of voor de oorlog, was er niet op gerekend dat landbouwmachines zulke enorme afmetingen zouden aannemen. Het opklappen van spuitarmen en lange hefbomen op hakselaars overschrijdt de zes meter geregeld en dan komt bij de laagste verbindingen de vrije ruimte in het geding. Bij sommige verbindingen kan daar wat aan gedaan worden (andere geleiders inlieren of de geleiders strakker afspannen), maar dit is niet altijd mogelijk.

Laag hangende 110 kV-geleiders aan een oude verbinding in Drenthe

Tijdens de bouw van deze oude 110 kV-verbinding met hamerkopmasten (in de oorlog) was niet voorzien dat de hedendaagse landbouwmachines zo groot en hoog zouden worden. In 2011 raakte in Groningen een jongen zwaargewond nadat de spuitarmen van het landbouwvoertuig van zijn vader bij het opklappen contact maakten met een fasedraad. Hamerkoppen, vooral de types die voor 110 kV gebruikt worden, zijn de onbetwiste nummer één als het gaat om ongelukken met hoogspanningslijnen in Nederland. Foto door Ot Lesley.

Ongevallen met vliegers, kitesurfers en modelvliegtuigjes zijn de laatste jaren niet gebeurd. IJsval ook niet. Maar het klemraken van een weerballon, het aantikken van een geleider door een hoge scheepsmast en het gewond raken van een persoon na een aanrijding met een broekstuk wel. En natuurlijk mogen we het Apache-incident in Zaltbommel niet vergeten te noemen. Onoplettendheid, een onbewaakt moment of soms onbegrijpelijke onachtzaamheid zoals bij het Apace-incident (waarvan een regelrechte kopie optrad in Engeland in 2012) liggen ten grondslag aan de meest ongelukken met luchtlijnen. Zeker overdag, wanneer een bovengrondse hoogspanningslijn voor iedereen zichtbaar is. Voor grondkabels is dit beeld te nuanceren, maar ook grondkabels worden beschermd door waarschuwingslinten en soms afdekplaten.

Ongevallen met vogels: draadslachtoffers

Je zou het niet zeggen, maar ook dieren kunnen slachtoffer worden van een ongeval met een hoogspanningslijn. De bekendste groep dierlijke slachtoffers zijn zogeheten draadslachtoffers onder de vogels. Het aanvliegen van een bliksem- of fasedraad kan een klap zijn die de vogel soms verwondt of die het niet overleeft, maar ook de zelfcapaciteit van het lichaam van de vogel kan hem fataal worden bij een minder hardhandig contact met een fasedraad wanneer deze meer dan 100 kV voert. Telkens is het probleem van het inschatten van diepte de oorzaak, waardoor de draad sneller dichtbij is dan gedacht. Om daar een idee van te geven: knijp maar eens een oog dicht en probeer dan de waslijn tussen duim en wijsvinger te pakken.

Betrouwbare getallen over draadslachtoffers zijn niet bekend. De netbeheerders gaan uit van een paar duizend vogels per jaar terwijl de vogelbescherming uitgaat van een veelvoud ervan. Het probleem speelt nauwelijks bij zware bundelgeleiders voor 220- en 380 kV. Die zien vogels wel aankomen. Juist de dunne enkelvoudige fasedraden opgehangen aan verticale mastmodellen zoals drievlaks-, ton- en enkelcircuitmasten zijn het gevaarlijkst.

Dunne geleiders aan een oude 50 kV-verbinding

De dunne draden van deze oude 50 kV-verbinding kunnen voor vogels gevaarlijk zijn omdat ze de afstand tot de draad in volle vlucht maar moeilijk kunnen inschatten. Maar 50 kV heeft net als 70 kV wel het voordeel dat de spanning te laag is voor een dodelijke zelfcapaciteit. Tenzij je net een vogel treft met een zwak hart natuurlijk. Foto door Hans Nienhuis.

Ongevallen met andere dieren

Ook weidevee kan heel soms het slachtoffer van hoogspanningslijnen worden. IJsval na een situatie met ijzel klinkt als een gevaar voor vee in de weide, maar in de praktijk valt dat mee omdat ijsval uitsluitend in de winter optreedt. En dan staat het meeste vee warm binnen bij de boer op stal. Over de invloed van magneetvelden op weidevee (bijvoorbeeld melkproductie) is hoegenaamd niets bekend, maar vooralsnog wijst alles erop dat een eventueel effect nihil of zelfs nul is. 

Het gevaarlijkst is niet de spanning, maar het broekstuk van de mast. De latten in de broekstukpoten hebben een gaffelvorm (scherpe V) met de gesloten kant naar onderen. Bouwtechnisch is dat ideaal. Maar vanuit dierlijk oogpunt is het gevaarlijk. Weidevee kan zichzelf erin ophangen wanneer zij hun kop erin steken (jeuk) en vervolgens vast blijven zitten of struikelen. Dat klinkt uitzonderlijk, maar het komt helaas zo vaak voor dat sommige veehouders zelf metalen kappen aan in de onderste gaffels van het broekstuk aanbrengen om een drama te vermijden.

Wurgkappen in het broekstuk van een 50 kV-mast bij Bemmel

Metalen kappen in de gaffels van een broekstuk van een 50 kV-mast bij Bemmel. De metalen platen voorkomen dat het vee in de weide zichzelf per ongeluk kan ophangen in de V-vorm. Foto door Hans Nienhuis.

Ongelukken waarbij niet het dier maar de hoogspanningslijn zelf de primaire oorzaak was zijn uiterst zeldzaam – maar zelfs dit soort gevallen bestaan. Afketsing van bliksem (aangetrokken door de hoogspanningslijn) waarna overslag op de weideafrastering plaatsvindt kan een gevaar zijn voor met name koeien. Die hebben de onhebbelijke eigenschap om tijdens noodweer in een hoek van de weide met hun koppen vlakbij het draad te gaan staan. Paarden en schapen doen dat minder.

Ton Mast comic by HoogspanningsNetHet laatste geregistreerde ongeval waarbij de hoogspanningslijn onmiskenbaar "op eigen initiatief" de veroorzaker van dierlijk letsel was vond plaats in 2010, tijdens de downburst van Vethuizen. Een koe raakte lichtgewond toen het dier een geleider van de omvallende 150 kV-verbinding bovenop zich kreeg. Er stond al geen spanning meer op de geleider, maar het gewicht ervan (al snel honderd kilo) is ook niet te missen. 

Ook met planten kunnen ongevallen gebeuren, al kan je in het woord ongevallen de eerste letter N beter voor een M inwisselen. Omgevallen bomen die in de geleiders blijven hangen zijn voor treinbovenleidingen en voor middenspanningslijnen iets om rekening mee te houden. Maar het hoogspanningsnet is er vrij ongevoelig voor. Een boom die erin groeit omdat men hem vergeten is tijdig te snoeien krijgt last van sluipende brandschade wanneer er lekstroom gaat lopen. Ook zijn hoogspanningsgeleiders zwaarder en sterker, en voor de hele grote hoogspanningslijnen geldt dat ze in hun geheel boven de bomen uitsteken.

Falende componenten

Ongemakken door falende componenten komen zo nu en dan voor en zijn de normale dagelijkse gang van zaken in ieder hoogspanningsnet. Maar daadwerkelijke ongevallen door falende componenten zijn uiterst zeldzaam. Er is HoogspanningsNet slechts één recent geval binnen Nederland en België bekend van een persoonlijk ongeval waarbij het slachtoffer een burger was en waarbij de hoogspanningslijn er zelf aanleiding toe gaf door falende componenten. Dat was in Lint, op 21 juli 2009. Een buitengewoon zware onweersbui blies twee 380 kV-masten omver. Eentje eindigde op zijn zij in een bosje, maar het andere exemplaar viel dwars over een straat heen en verpletterde een auto. De bestuurder kwam er relatief goed vanaf, met slechts lichte verwondingen. Een wonder wanneer je de auto ziet. Grote hoogspanningsmasten van deze afmetingen wegen met gemak tientallen tonnen per stuk en ze geven niet mee wanneer ze ergens op vallen.

Op 21 juli 2009 werden in het Belgische Lint twee 380 kV-hoogspanningsmasten omver geblazen. Een van de twee gevaartes kwam in een bos terecht, maar het andere exemplaar viel neer op een straat. De bestuurder van de verpletterde auto kwam ervan af met lichte verwondingen. Foto door Bavo Lens.

Geleiderbreuk, het loslaten van bundelafstandhouders of het losraken van een varkensstaart is eveneens heel zeldzaam. Tot zover bij HoogspanningsNet bekend is, heeft er zich hierdoor nog nooit een ongeval bij een mens voorgedaan.

Moedwil en domheid

De grootste categorie ongevallen betreft moedwil. Koperdiefstal, sabotage, zelfmoord en valpartijen doordat iemand uit vrije wil (maar soms ook onder invloed van een psychose, alcohol of drugs) in een hoogspanningsmast- of installatie klimt en eruit valt. Dit soort ongevallen zijn zoals je al kan raden uiterst divers van aard. Er is dan ook geen register of databank waar wordt bijgehouden of er een hoogspanningsinstallatie betrokken is geweest bij een ongeluk met letsel of overlijden tot gevolg.

Middenspanningshuisje van de PGEM bij Twello

Afgelegen middenspanningshuisjes (zoals dit historische exemplaar net boven Twello) zijn de gevaarlijkste objecten die we hebben in het hoog- en middenspanningsnet. Niet door hun aanwezigheid – als je er niet in gaat zijn ze ongevaarlijk – maar wel door hun aantrekkingskracht op koperdieven… Foto door Hans Nienhuis of Ot Lesley.

Koperdiefstal komt vooral voor bij middenspanningsinstallaties. Wanneer de bliksemafleiders en de dakgoten al zijn gejat zijn er altijd dieven die meer willen. Ze forceren zich toegang tot een trafohuisje en gaan met gevaar voor eigen leven aan het knippen, schroeven en stelen tussen componenten die op dat moment in gebruik zijn. Meestal lukt dat min of meer zodat de vogel is gevlogen als de netbeheerder komt kijken waarom sommige dingen opeens niet meer werken. Maar zo nu en dan loopt het anders af en dan wordt er iemand geroosterd met ernstig letsel of overlijden tot gevolg. Van moedwil tot een ongeval kunnen we dan moeilijk spreken, maar domheid mag het gerust genoemd worden. Immers, alleen op studentenkamers en in zuipketen hangen hoogspanningsborden er voor de sier, op alle andere plekken waar je ze ziet hangen ze er niet voor niets.

Grote katapult voor 150 kV bij Krimpen aan den IJsselWintracks in aanbouw

Alleen al de hoogte van het object maakt hem aantrekkelijk voor iedereen die het hogerop zoekt, ongeacht de waarschuwingsborden en de geslotenverklaring volgens artikel 461 W.v.S. Wintracks en andere buismasten zijn hier beduidend minder gevoelig voor. Foto's door Hans Nienhuis.

Het beklimmen van een hoogspanningsmast is niet toegestaan. In Nederland zit er een artikel 461 op en in België een soortgelijke. Maar er zijn altijd mensen die er desondanks toch in klimmen. Thrillseekers zoals basejumpers en mensen van klimverenigingen plannen doorgaans van tevoren wat ze gaan doen: hun doel is het beklimmen van de mast en niets anders dan dat. Met als gevolg dat we van deze groep maar zelden iets horen omdat het vrijwel altijd goed afloopt.

Wanneer er iemand uit een hoogspanningsmast valt die daar niet zijn moest, is het in de meeste gevallen dus iemand die zonder uitrusting of zorgvuldig vooropgesteld plan klimt. Dat kan iemand zijn die zelfmoord wil plegen of onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen verkeert. Ook uitgedaagde jongeren of fotografen die denken een mooie luchtfoto te kunnen maken klimmen soms in een hoogspanningsmast en dat gaat niet altijd goed. Puur de aantrekkingskracht die van hoge objecten zoals hoogspanningsmasten uitgaat zorgt ervoor dat hoogspanning hoog scoort op dit soort ongevallen, zeker in vlakke gebieden zoals het westen van Nederland en België. Er komt vrijwel nooit elektriciteit bij kijken. Je ziet illegale beklimmingen ook vaak bij GSM-masten, bruggen en hijskranen. Bij luchtlijnen is de moeilijkheid van het beklimmen een onmiskenbaar voordeel van buismasten. Hun gladde uiterlijk en soms atypische ladder maken ze vrijwel onbeklimbaar zonder speciale klimuitrusting.

Diefstalpreventie voorkomt ook ongevallen

Hoogspanningslijnen staan in het open veld, maar trafostations hebben een flink hek om zich heen. Het puur op gelegenheid binnendringen van trafostations komt vrijwel nooit voor. En de mensen die zich toch illegaal toegang verschaffen doen dat doorgaans met een reden die er tegelijk voor zorgt dat ze wel uit de buurt blijven van delen die onder spanning staan. Want wat is de enige reden om clandestien een trafostation te willen binnendringen als je geen saboteur bent?

Beveiliging tijdens verbouwingen op Hessenweg

Je zou zeggen: waarom hier een camera? Wie wil zijn leven nou wagen door een schaketuin met 380 kV te betreden? Helaas zijn er toch mensen die dat wel doen. Hun naam? Dieven. Foto door Hans Nienhuis.

Juist. Daar is ie weer, koperdiefstal. Ook diefstal van machines, brandstof en zelfs van de bewakingscamers's zelf. Gelukkig worden de installaties ook tijdens de bouw of tijdens onderhoud tegenwoordig goed bewaakt. En daar is het niet eens voor nodig om zonder DT-fouten te kunnen spellen…

...beveiligd dit terrein... juist ja.

 


Omhoog