Zoals we in de St(r)oomcursus geleerd hebben, bestaat iedere hoogspanningsverbinding uit een of meer circuits. En of ze nu ondergronds of bovengronds zijn aangelegd, het is van het grootste belang ze goed uit elkaar te kunnen houden

Met hoogspanningscircuits wil je geen risico nemen. Als er eentje is afgeschakeld (of juist nog in bedrijf is) moet te allen tijde duidelijk zijn welk circuit dat is. Wanneer circuits als luchtlijnen zijn uitgevoerd, moet ook duidelijk zijn aan welke zijde van de mast het circuit hangt. Dat lijkt simpel, maar door de geschiedenis heen zijn er door verschillende netbeheerders vele methoden gebruikt. Soms zeer inventief, maar niet allemaal even succesvol…

De huidige methode: kleur bekennen

Een buitengewoon efficiënte en foolproof manier om circuits herkenbaar te houden is door ze simpelweg een kleur toe te kennen als naam. Het is werkelijk zo simpel als het lijkt: het ene circuit noem je ZWART en het andere WIT. Zo ontstaat een hoogspanningslijn tussen Astad en Zetdorp met twee circuits, aan te duiden als AST-ZDP ZWART en AST-ZDP WIT.

Klokgetallen en circuitborden op Zwolle-Meeden

Herhalingsbordje voor circuitherkenningCircuitbordjes met een egale kleur en een stansletter (de eerste letter van de kleur) zijn een zeer robuuste oplossing: de letter is uniek voor die kleur, zodat zelfs een verroest bordje waar alle verf vanaf is gebladderd nog bruikbaar is. En bovenin de mast worden ze ook nog eens extra herhaald. Kleuren zijn in Nederland landelijk toegepast, maar deze robuurste bordjes zien we het meest in het 220- en 380 kV-net. Onderliggende netten gebruiken andere methoden om kleur te bekennen. Naast de circuitbordjes zien we ook de klokgetallen. Foto's door Hans Nienhuis en Bart Sondaar.

Bij complexere netsituaties zoals inlussingen, vermaasde netten of combinatieverbindingen pakken we dan gewoon een andere kleur erbij. Blauw, Geel, Paars, Oranje… Op die manier zijn er genoeg unieke kleuren voorhanden om per mastpositie alle circuits (eigenlijk nooit meer dan acht) een eigen kleur toe te kennen.

Circuitbordjes met stansletters

Alle negen toegestane circuitkleuren binnen de concessie van Tennet. De letters zijn uitgestanst en zijn altijd de beginletter van de betreffende kleur. Bij Grijs en Groen volgt ook de eindletter in een kleiner formaat, om verwarring te voorkomen. Dit is de basislijn, maar in de praktijk zijn er soms voorbeelden te vinden die niet helemaal consistent zijn met deze hoofdrichtlijn, zoals ER in plaats van GS (grijs) of een extra E achter de G van Geel.

Er zijn binnen de concessie van Tennet negen circuitkleuren mogelijk, waarvan er zeven probleemloos kunnen worden toegepast. Een klein probleem speelt op bij Geel, Grijs en Groen – die hebben dezelfde beginletter, zodat de kans op verwarring toch nog zou kunnen ontstaan bij een volledig verroest of bemost stansbordje. Omdat ook de tweede letter van GRoen en GRijs nog gelijk zijn, heeft men gekozen voor de eindletter. Zo ontstaan G (Geel), GN (Groen) en GS (Grijs). Helemaal consistent is Tennet overigens niet, want er zijn helaas ook grijze bordjes in omloop met GR erop, en er bestaan ook gele bordjes met GE.

Groene circuits zijn betrekkelijk zeldzaam. De reden daarvoor is waarschijnlijk een combinatie van dezelfde beginletter G alsook een vals gevoel van veiligheid dat een groen circuit zou kunnen wekken, temeer omdat afschakelvlaggen (zie vlaghaakjes) ook een groen kleurvlak hebben. Maar deze hypothese is nooit bevestigd.

Klokgetallen met een zwart circuitbordje (foto door ET)Grijs zonder tweede letter Inconsistentie door GE voor een geel circuitbordje

Voorbeelden van de robuustheid van geverfde stansbordjes: ook als je iets fout doet, werkt het nog steeds. Links zien we Zwolle-Hengelo ZWART. Het klokgetalbordje rechts is van kunststof, maar het (belangrijkere) circuitbord is van ijzer. Oeps, op de kop vastgeschroefd, zo verraadt het dompelbadgaatje aan de verkeerde zijde. Maar de herkenbaarheid is nog steeds prima. Midden en rechts: onjuist gebruik van stansletters. GE voor Geel (mag maar is niet nodig) en slechts een enkelvoudige G voor grijs (is eigenlijk verboden). Nu is het juist de kleur van het bordje die de dag weer weet te redden. Op die manier is circuitherkenning net zo redundant gemaakt als de hoogspanningslijnen zelf. Foto's door forumlid ET.

Zeer robuust

Circuitbordjes met stansletters zijn van metaal: ongevoelig voor hitte, hangjeugd met aanstekers, vuurwerk of barsten (immers, ijzer buigt). Roesten kunnen ze wel, maar dan blijven ze zelfs in het ergste geval nog steeds leesbaar. De stansletter is ook voor kleurenblinden altijd duidelijk. Verder worden de bordjes niet zomaar met het huismerk muurverf van de plaatselijke doe-het-zelfzaak geschilderd. De verf wordt erop uitgezocht kleurvast te blijven, ook na een paar decennia UV-licht in de buitenlucht. Verder worden de bordjes niet met een kwast geverfd, maar vooraf gedompeld. Dat is ook de reden van het extra gaatje middenboven: daaraan wordt het bordje opgehangen wanneer men hem in de verf laat zakken.

Ton Mast

Doordat de letter een stansletter is, zijn deze bordjes nog robuuster dan zogeheten randstaafschildering. Overigens hebben de huidige methode en randstaafschildering veel met elkaar gemeen. Maar over randstaafschildering (een methode met een interessante geschiedenis) hebben we een aparte pagina.

Het systeem met stansbordjes is al veel ouder dan Tennet. Bijna de hele 20e eeuw was het elektriciteitsnet in Nederland in handen van provinciale elektriciteitsbedrijven die ieder voor zich het wiel leken uit te vinden. Het gevolg is niet alleen een hoogspanningsnet dat bol staat van de mastsoorten, maar ook van allerhande manieren om een circuit te kunnen herkennen. (En in het buitenland wordt het alleen nog maar gekker: in de oude concessie van het Duitse Transpower worden een soort gekleurde kerstballen aan de traversen gehangen!) Laten we eens kijken naar verouderde methoden om circuits te herkennen en die nog steeds op de masten te vinden zijn. Alleen randstaafschildering behandelen we niet, want die manier heeft een aparte pagina nodig.

Andere uitvoeringen van gekleurde stansbordjes

Sommige netbeheerders (zoals de PGEM) waren er vroeg bij met kleurcoderingen van circuits. Echter, hun manier was licht afwijkend van de huidige manier die Tennet gebruikt. In plaats van rechthoekige borden gebruikten ze kleinere, ruitvormige bordjes die altijd geel waren, en waarin de stansletter zelf de kleur aangaf. Ze werden zelfs herhaald hoger in de mast, iets wat Tennet uiteindelijk heeft overgenomen in het hele koppelnet. De ruitvormige bordjes zijn nog steeds in dienst, hoewel Tennet bij revisie van de verbinding wel een kleine extra wijziging aanbrengt: ze worden nu ook nog eens in kleur overgeverfd.

Oude circuitkleurbordjes zonder kleur Zwart circuit volgens het oude bordje

Ongewijzigd behouden gebleven circuitbordjes van de PGEM/Nuon in verbindingen die nog niet gereviseerd zijn. De gestanste bordjes waren altijd geel, zodat alleen de letter aangaf of het circuit WIT, ZWART of een andere kleur droeg. Dit systeem kan samen met randstaafschildering worden gezien als de voorloper van de huidige aanduidingsmethode, die eigenlijk gewoon een doorontwikkeling van dit idee is. Foto's door Hans Nienhuis.

Waarschijnlijk is dit systeem samen met randstaafschildering de opmaat geweest tot het huidige systeem. Het lijkt er het meeste op en was het beste doorontwikkeld qua foolproofheid en simpelheid. We zien dan ook dat de verbindingen met dit systeem (sinds ze in bezit zijn van Tennet) bij opwaarderingen niet worden gestript van deze bordjes: in plaats daarvan verft men de bordjes nu ook in de kleur die het aanduidt, samen met het toevoegen van randstaafschildering. (Inderdaad, ook die methode is aan zijn zoveelste terugkeer bezig, hoe oud hij ook lijken mag.)

Oud stansbordje, nieuwe witte verf

 Stansbordjes op een mast van NuonOude PGEM-circuitkleurbordjes op hoogspanningslijnen in bezit van Tennet, maar nu wél na een periodieke revisie. Het oorspronkelijk gele bordje zoals de PGEM (en later Nuon) die gebruikte is van plek veranderd (zie links de nieuwe bout) en als extra veiligheid ook in de kleur van de letter geschilderd, waarmee de circuitaanduiding met zowel een kleur als een stansletter in feite net zoals op de grotere stansborden is geworden. Foto door ET.

Je kan circuitkleuren ook met bordjes aangeven waar geen kleur én geen stansletter in zit. Wat daar de meerwaarde van is? Het is goedkoper te maken. Zo gebruikte de PLEM (Limburg) bordjes die sterk lijken op hoe men kentekens maakt: je neemt een aluminium plaatje en perst daar een naam en de beginletter van de circuitkleur in. Door de letters erin te persen ontstaat reliëf en net als gestanste letters zorgt dat ervoor dat het bordje altijd leesbaar blijft, ook zonder verf. Maar om nu te zeggen dat deze methode uitblonk in duidelijkheid…

Geperst bordje in de PLEM-concessie

Geperst circuitbordje voor Beek-Limmel PAARS. Duidelijk is het niet, maar ook nu werd er gebruik gemaakt van kleuren en de beginletters ervan. Foto door ET.

Kompasroosbordjes

Een methode die in principe afgeschaft is, bestaat uit kompasroosbordjes (weinig gebruikt) en lijnnummerbordjes (meer gebruikt) waar géén kleuraanduidingen op staan. Op kompasroosbordjes werd gebruik gemaakt van het verwarrende "noord" en "zuid" (of oost en west) om circuits te onderscheiden. Je kan wel nagaan dat dit bij masten met drie circuits lastig was en dat het op een levensgevaarlijke manier interfereerde met stansbordjes voor kleurcodes. W en Z, zijn dat nu WIT en ZWART of West en Zuid? En bij drie circuits: wat is nu het middelste circuit? Zuid of Noord? En als de lijn een bocht maakt, wat dan? Kompasroosbordjes hebben het daarom al vrij lang geleden afgelegd tegen randstaafschildering, een methode die net als de ruitvormige stansbordjes ook als een voorloper van de huidige methode kan worden gezien. Maar soms zijn de bordjes nog wel aanwezig op de masten.

Kompasroosbordjes

Zeldzaam gezicht: kompasroosbordjes in de concessie van Liander. In de praktijk is de later aangebrachte randstaafschildering nu de heersende identificatiemethode en zijn de overgebleven kompasroosbordjes er nog slechts voor extra duidelijkheid. Foto door Ot Lesley.

Lijnnummerbordjes en circuitnaambordjes zonder kleuren

Veiliger dan kompasroosbordjes is het toepassen van codes en afkortingen. De kans op levensgevaarlijke verwarringen met kleurcodebordjes (al helemaal als er geen randstaafschildering is) wordt dan kleiner. Maar deze codes waren (en zijn) nog complexer om te doorgronden en erg veilig was dit ook al niet. 

Lijnnummerbordje met groen circuitCircuitbordje met de circuitafkorting in plaats van een stansletter

Lijnnummerbordjes en circuitnaambordjes, uit de tijd voor de WON/Splitsingswet, hadden dezelfde ruitvorm als de stansbordjes van Nuon.  De kenner weet genoeg (Woudhuis-Dronten), maar de kans op verwarring en ongelukken was veel groter dan met kleuren. Zoals we zien is er later randstaafschildering bijgekomen in de vorm van randstaafschildering en een (zeldzaam) groen circuit. Foto's door ET.

Kleine circuitbordjes op losse latten of op het mastbord

Weer een andere methode was het toepassen van piepkleine bordjes met de circuitafkortingen als een soort plakkers. Ook die methode wordt nog steeds gebruikt, zoals we kunnen zien op de klokgetallen. Maar om alléén op afkortingen te vertrouwen bij de aanduiding van hoogspanningscircuits, dat wordt tegenwoordig als onveilig en onvertrouwd gezien. De kleur moet er wel bij worden vermeld. (Als je een redundante verbinding hebt tussen twee stations, dan zouden ze beiden al dezelfde afkorting dragen wanneer er niet met nog een ander kenmerk zou worden gewerkt.) In de praktijk werden deze kleine bordjes dan ook meestal samen met ruitvormige stansbordjes of soms met randstaafschildering gebruikt.

Piepklein circuitbordje met schroef in de randstaafMeeliftend circuitbordje op het waarschuwingsbord

Afkortingenbordjes met daarop de stations waartussen de verbinding is gelegen. maar je kan niet van iedereen verwachten dat die alle afkortingen zomaar uit het hoofd weet. Rechts hetzelfde idee, maar nu van de Brabantse PNEM. Die gebruikte zelfs nog veel kleinere vierkante plaatjes in plaats van ruitvormige bordjes, hoewel zij wel weer het idee van kleuren kenden. Foto's door ET en Ot Lesley.

In de concessies van de IJsselmij en het EGD waren de kleine vierkante bordjes die op de randstaaf kunnen worden geschroefd een gangbare methode, meestal samen met randstaafschildering. En hoewel de teksten erg klein zijn, is het altijd nog beter dan de methode die de PNEM (Noord Brabant) in zijn laatste dagen hanteerde en die Essent uiteindelijk half-half heeft overgenomen in heel noord- en oost Nederland en in Brabant. Dezelfde kleine plastic naamplaatjes… vastgemaakt met lijm! Soms op het mastbord, maar soms ook gewoon letterlijk vastgelijmd op een metalen lat van de mast zelf. Beetje superlijm eronder en klaar waren Ed & Eduard. Deze ondeugdelijke methode werd zelfs volgehouden tot midden jaren 00, toen uiteindelijk de Splitsingswet er als bijkomstig gevolg voor zorgde dat Essent geen eigen transportnet meer diende te bezitten.

Scheefgezakte pleister

Vastgelijmd circuitbordje zonder enige kleurcode-aanduiding die tevens vrij slordig is vastgelijmd. Het lijkt wel een scheef geplakte pleister. Maar nee, dit is toch echt hét circuitbordje voor deze zijde van de hoogspanningsmast. Foto door Michel van Giersbergen.

Ho even. Lijm? Tsja, dan kan je erop wachten dat de zaak los gaat laten…

Handig, groene tape op een wit circuitZwart tape, dat dan weer wel

Circuitherkenning met een klein naamplaatje op het waarschuwingsbord was de gebruikelijke manier van Essent. Het wordt nog steeds veelvuldig gezien in onder andere de oude concessie van het EGD. Maar eh.. lijmen? De bordjes op de foto's waren eraf gevallen en dus is hij links maar met groene(!) tape vastgemaakt, terwijl de randstaafschildering zo smerig is dat die ook wel groen lijkt… Ook op de foto rechts is het bordje vastgetaped – met elektrisch isolatietape. Veiligheid gegarandeerd tot 6000 volt, aldus de fabrikantFoto's door ET. 

Een onduidelijke toekomst?

De huidige methode die Tennet hanteert voor het Nederlandse koppelnet blinkt uit in eenvoud en robuustheid. Des te vreemder is het dan dat men soms juist weer lijkt af te stappen van metalen stansbordjes. De herkenning met de negen kleuren blijft gehandhaafd, maar het uiterlijk van de bordjes lijkt te moeten gaan veranderen. Toch kunststof, soms wel een stansletter en soms juist weer niet, en ook geen volledig gekleurd bordje. In plaats daarvan komt een soort oplossing die wel door iemand bedacht lijkt te zijn met meer verstand van hippe grafische vormgeving dan van robuuste gebruiksveiligheid.

Ondeugdelijk bevestigd, maar nog wel gestanst Nieuwste generatie circuitborden

Blik op de nieuwste generaties circuitkleurbordjes van Tennet. Links een geïntegreerd exemplaar met stansletter en circuitnaam. Leuk, maar productie ervan is nu maatwerk terwijl in de oude stijl gewoon een Z van de plank kon worden gepakt. De montage had trouwens ook beter gekund. De rechtse is de allernieuwste. Geen stansletter meer, kunststof materiaal, niet bestand tegen graffiti, minder sterk gemonteerd en ook slechter leesbaar bij mos of verwering. Een echte stap terug, waar het vermoedelijk ook niet veiliger van wordt. Foto's door ET.

We hebben op dit moment een uitstekend systeem op het Nederlandse koppelnet hangen. Dit systeem vervangen door de nieuwste methode lijkt onveilig en onnodig. Maar zoals we aan mastverrommeling en met name aan afspanophanging vanwege de NEN-50341-1 kunnen zien, soms legt logica het af tegen discutabele procedures en ambtelijke molens.

Nieuwe stijl circuitbordje op roestbakmast

 Paars of grijs circuit?

We zien enerzijds dat veiligheid prioriteit heeft: duidelijke randstaafschildering en circuitherkenning gaan zelfs vóór het groot onderhoud van de mast links, die nogal een roestbak is geworden. Rechts zien we de meerwaarde van stansgaatjes in het circuitbord: de P verraadt dat het een paars circuit is, ondanks het slechte contrast met grijs. Des te vreemder dat Tennet deze bijzonder veilige manier misschien wel verlaten wil. Foto door ET.

Of deze nieuwste methode de huidige geforceerd zal gaan vervangen of dat hij gewoon slechts vanaf dit moment wordt toegepast in toekomstige verbindingen zonder dat de bestaande bordjes vervangen worden, is nog een open vraag. Maar wanneer het eerste het geval is, zou blijken dat de stokoude, verguisde, gerehabiliteerde en uiteindelijk gevierde methode van randstaafschildering met kleurcodes misschien wel alle andere methoden zal overleven. De toekomst zal het leren.

 


Omhoog