Met de duimstokmethode kan je hoogte van een hoogspanningsmast ter plekke in het veld inschatten. Deze methode is simpel, snel en je hebt ter plekke resultaat. De nauwkeurigheid is ongeveer een meter.

De elegantie van deze methode is dat je er in zijn puurste vorm alleen maar een duimstok en enig hoofdrekentalent voor nodig hebt. Denk wel aan je bloedsuiker, want er is een vaste hand vereist.

Benodigdheden bij de duimstokmethode

  • Twee identieke hoogspanningsmasten met een vrije zichtlijn ertussen
  • Een duimstok (of rolmaatje)
  • Enig hoofdrekenen

Resultaat: ter plaatse in het veld 
Nauwkeurigheid: circa 1 meter 
Benodigde tijd: circa 2 minuten 
Toepasbaarheid: vooral op grote mastmaten. Een mast met een broekstuk is min of meer een pré. Bij buismasten is de nauwkeurigheid duidelijk slechter.

N.B. De foto's en de getallen in dit voorbeeld zijn in scéne gezet. In werkelijkheid kan je met een fototoestel niet tegelijk scherpstellen op een voorwerp op 80 centimeter afstand en eentje 400 meter verder. 


Masthoogte schatten m.b.v. de duimstokmethode

 Stap 1:  kies twee geschikte masten 

In dit voorbeeld gaan we uit van het meten van de hoogte van een gewone draagmast. (Speciale masten en hoekmasten kan je ook op deze manier meten, maar dat is iets omslachtiger en het vereist een paar honderd meter extra wandelen.)

Zoek twee identieke masten met een vrije zichtlijn ertussen. Vanonder het broekstuk van mast 1 is een vrijwel ongehinderd zicht op het broekstuk van mast 2 nodig. Gewoon de stad uitgaan is in Nederland en België al snel voldoende. In heuvelachtige gebieden (Veluwe, Limburg, Ardennen) is het belangrijk een zo horizontaal mogelijk stuk te vinden.

Uitzicht Rundeveen op onweerchase

De zichtlijn tussen twee masten moet min of meer onbedorven zijn. Wat we hierboven zien in het oosten van Drenthe is dus overkill, maar tegelijk ook heel handig. Er is zat keuze en er is dan altijd wel een mast bij waar je vrijelijk of na toestemming gewoon bij kan komen.

Besef dat je meestal privaat terrein moet betreden. Vraag indien mogelijk toestemming aan de boer. Loop langs de randen van het veld naar de mast toe en vertrap niets. Betreed ook geen weide waar dieren in lopen. Kies uitsluitend voor weiden waar gras in staat. Wordt er een gewas in geteeld of lopen er dieren in? Negeer deze mast dan en zoek gewoon een ander exemplaar.

Stap 2:  verricht de broekstukmeting

Voordat je de hoogte kan schatten heb je één referentie-meetwaarde nodig. Dit is de broekstukmeting.

Bij de mast aangekomen loop je naar een heipaal of betonblok toe. Meet in de breedte van de mast (evenwijdig aan de traversen boven je en dus dwars op de richting van de kabels) de afstand naar de andere heipaal. Dat kan met een duimstok of rolmaat via de grond. (Maar met een meetlint gaat het natuurlijk een stuk beter.) Noteer de meetwaarde of onthou hem.

broekstukmeting

  Afstand: 12,00 meter  

Let op: meet altijd de afstand in de breedte van de mast. Wanneer je toch in de lengte meet, vergewis jezelf er dan van dat het broekstuk vierkant is. Dat lijkt een open deur, maar pas op met deltamasten of hamerkoppen! Wanneer de mast geen broekstuk heeft kan je alsnog gewoon meten, hoewel bij dat soort masten de pixeltelmethode sterk aan te bevelen is. Want de nauwkeurigheid van je schatting staat of valt met een goede broekstukmeting. 

Stap 3:  meet de volgende mast op de gestrekte arm

Draai je nu om en kijk onder de kabels door, via je vrije zichtlijn naar het broekstuk van de volgende mast. Hou de duimstok op een volledig gestrekte arm voor je. 'Meet' nu hoeveel millimeter het broekstuk van de volgende mast schijnbaar breed is, ter hoogte van de bovenkanten van de heipalen. 

Broekstukbreedte van de volgende mast

  Meetwaarde op de stok: 35 mm  

Hou je arm nog steeds voluit gestrekt. Draai de duimstok of je hand een kwart slag. 'Meet' op dezelfde manier de hoogte van de mast. Noteer beide meetwaarden in millimeters nauwkeurig eventueel op een papiertje of onthoud ze.

Hoogte van de volgende mast

  Meetwaarde op de stok: 172 mm  

Stap 4:  reken de hoogte uit

Omdat de mast die je 'opmeet' redelijk ver weg staat (vaak 200 meter of meer), kunnen we bij benadering aannemen dat hij 'oneindig' ver weg staat zodat je er er precies dwars tegenaan kijkt. Zie de illustratie: wanneer zijde A heel groot wordt ten opzichte van zijde B, dan ligt te lengte van de schuine zijde C zeer dicht in de buurt van die van A.

verwaaroosbare afwijking

Als zijde A 430 meter is (de werkelijke afstand) en zijde B zou 60 meter zijn, dan leert Pythagoras (A2 + B2 = C2 , wortel (C2) = C) dat C = 434,16 m: slechts iets meer dan 4 meter langer. De vertekening die deze afwijking geeft in de eindschatting van de hoogte is bij de duimstokmethode volstrekt verwaarloosbaar. 

De breedte van het broekstuk heb je werkelijk gemeten. In dit voorbeeld is die precies 12 meter. Wanneer je de duimstok op gestrekte arm aan het broekstuk van de volgende mast langshoudt vind je een breedte van (in dit voorbeeld) 35 mm. De hoogte is 172 mm. Nu moeten we alleen nog een rekensommetje oplossen.

kruistabelletje

(12.000 / 35) * 172 = 58971 mm. Rond de laatste drie cijfers af en je hebt de hoogte in meters.

  masthoogte: circa 59 meter  

Conclusie: de hoogte van de mast is bij benadering een meter of 59*, met een meter speling naar beide kanten. Zoals je ziet zit de nauwkeurigheid van deze methode klem op hoe nauwkeurig je de duimstok af kan lezen op je gestrekte arm, en op de breedte van het broekstuk van de mast ten opzichte van de hoogte. Nauwkeuriger schatten dan een meter is met de duimstokmethode niet mogelijk. 

* Voor de experts: deze getallen behoren in werkelijkheid tot twee verschillende varianten van dit mastontwerp (de S+0 en de S+6). Voor dit voorbeeld is dat echter niet van belang.

Wil je toch een nauwkeuriger resultaat?

Pak dan (naast je meetlint) ook je camera van de kast en stap over op de pixeltelmethode.

 


Omhoog