Draag- of steunmasten zijn in elke hoogspanningslijn veruit in de meerderheid.

Draag- of steunmasten (beide namen zijn uitwisselbaar) zijn de gewone hoogspanningsmasten die in een rechte rij op min of meer vaste afstand van elkaar staan en de geleiders dragen. Dit type mast kan alleen rechtdoorgaande kabels ondersteunen.

delta-type draagmast

Draag- of steunmasten tillen de kabels vrij van de grond. Hier zien we een draagmast van het delta-ontwerp nabij Hattem. De mast draagt drie circuits.

Naamgeving

Deze mastfunctie wordt zowel gekend als draagmast of steunmast. Vandaag de dag wordt steunmast het meest gebruikt. De aanduiding draagmast was enkele decennia geleden het meest gangbaar, voordat steunmast aan zijn opmars begon. Het vreemde is dat de term steunmast in principe handiger is voor de kleinere mastmaten met staande isolators: zij ondersteunen de draden immers, terwijl zwaardere hoogspanningslijnen vrijwel altijd met hangend bevestigde draden zijn uitgevoerd. Waarom de term steunmast dan langzaam maar zeker terrein wint op draagmast (terwijl juist andersom logischer zou zijn) weten we bij HoogspanningsNet eigenlijk ook niet.

Soms wordt een derde term gebruikt, trekmast. Deze gebruiken we bij HoogspanningsNet bij voorkeur niet omdat de kans op verwarring met een hoekmast of een afspanmast (in het engels een anchor) te groot is. Hier maken we alleen gebruik van de eerste twee termen. Om het nog erger te maken: soms wordt voor het woord mast ook het woord pyloon gebruikt, een verbastering van het Engelse woord pylon. Een steunmast, trekpyloon en draagmast zijn dus precies hetzelfde ding.

In vakdocumenten, bouwtekeningen en ook op netkaarten worden steunmasten aangeduid met de letter S, doorgaans gevolgd door een getal dat eruit kan zien als +0, +6, +30 of soms -2 of -4. Dit is informatie over de masthoogte. S+0 is jargon voor de standaardhoogte zoals die bij een bepaald mastontwerp is bedoeld. Een plusgetal betekent dat er een variant staat die hoger is. Meestal vanwege een grotere veldlengte of omdat er een object zoals een weg of een kanaal moet worden overgestoken. Een verlaagde variant komt minder vaak voor, maar kan soms worden gebruikt op plekken waar de masten dichter bij elkaar kunnen staan zodat ze minder hoog hoeven te zijn. Dit zien we wel eens in de buurt van vliegvelden of in belangrijke zichtlijnen.

Herkenning van draag- of steunmasten:

  • De isolators aan een draag- of steunmast hangen doorgaans recht omlaag, of indien ze met twee kettingen tegelijk per draad in gebruik zijn (halfverankering, V-ophanging), schuin omlaag ten opzichte van hun bevestiging aan de mast
  • De mast staat normaal gesproken in een rechte lijn met de mast ervoor en die erachter
  • De kabels zijn meestal ononderbroken en worden eigenlijk alleen maar opgetild