In het buitenland, zoals bij de Ooster- en Zuiderburen, kom je nabij steden, kanalen, snelwegen en vliegvelden veelvuldig felgekleurde hoogspanningsmasten tegen waar soms zelfs rode lampen in zitten. Maar in Nederland zie je dat vrijwel nooit. Waarom eigenlijk niet?

Zoek in Duitsland of België eens naar een plek waar een hoogspanningslijn een crossing maakt met een rivier of vaargeul. Meestal is het zelfs al genoeg om te kijken naar een overspanning van een flinke snelweg, een kanaal of een rangeerterrein. Grote kans dat de masten die de overspanning maken fel roodwit zijn opgeschilderd. 

Zinkmenie-grijze lattenmasten, zoals de meeste exemplaren, vallen bij slecht weer niet bepaald vanaf een grote afstand op in het landschap. En dat terwijl het levensgevaarlijk is om op wat voor manier dan ook tegen de kabels of de masten zelf aan te komen. Om de kans op over het hoofd zien te verkleinen worden de masten beter zichtbaar gemaakt met een zogeheten schrik- of obstructieschildering. Die opschildering is symmetrisch en bestaat meestal uit elkaar afwisselende banden of gordels van rood en wit. Een roodwitte mast is ook met grijs of grauw weer op grote afstand te herkennen en het risico op aanvaringen en aanvliegingen verkleint er aanzienlijk door. 

roodwitte toppen

Deze Duitse hoogspanningsmasten net over de grens bij Gronau staan aan de westkant van de Emslandlinie (snelweg A31). De roodwitte opschildering zorgt voor vergrote zichtbaarheid. Boven een grote snelweg kan dat handig zijn met het oog op traumahelikopters.

Luchtverkeersveiligheid

Traumahelikopters die op snelwegen moeten landen zijn gebaat bij een goed zichtbare hoogspanningslijn en in de buurt van steden en dorpen is de zichtbaarheid onder meer belangrijk voor aannemers met kraanwagentjes en dergelijke.

Crossings, bestaande uit twee of meer verhoogde draagmasten van vaak (veel) meer dan 100 meter hoog, zijn zo groot dat ze de vlieghoogte van militaire- en burgervliegtuigjes benaderen en een botsing met een hoogspanningsmast zal meestal fatale gevolgen hebben. Kleine propellervliegtuigjes hebben geen radar aan boord en moeten vertrouwen op de ogen van de piloot. Een roodwitte mast is daarbij een stuk sneller te zien (en in noodgevallen nog net te ontwijken) dan een dofgrijze mast.

Maar in het donker helpt een obstructieschildering niet goed. Daarvoor zie je in Duitsland en België soms ook rode (knipper)lichten op de uitstekende delen van de hoogspanningsmasten zitten. Dat zijn zogeheten obstructielichten en die nemen de zichtbaarheid in het donker voor hun rekening, net zoals dat bij zendmasten en hoge gebouwen ook gebeurt.

De horizonlobby

In Nederland, juist een land waar het behoorlijk druk is met snelwegen, helikopters, vliegverkeer en zeeschepen, zien we hoogst zelden roodwit opgeschilderde hoogspanningsmasten. Bij Ede staan er twee die de A12 overspannen en nabij treinstation Leiden-De Vink staan er ook twee. Maar daarmee houdt het ongeveer op. Zelfs de grote crossings van onze rivieren zijn gewoon in zinkmenie-grijs uitgevoerd.

De reden van het ontbreken van een dergelijke schildering is niet eenduidig te geven. De eerste reden is de felle houding van Nederland ten opzichte van landschapsverstoring. Schoorstenen, zendmasten, flatgebouwen, windturbines en hoogspanningslijnen worden in Nederland gezien als verstorende objecten.  Het liefst mag er in principe niets boven de bomen uitsteken, en als dat dan toch gebeuren moet, dan graag zo onopvallend mogelijk. Hoogspanningsmasten zijn grijs (zinkmenie-verf is sowieso grijs, dus dat is dan een meevaller) en ze vallen vanwege die kleur zo min mogelijk op. Roodwitte masten doen het tegenovergestelde. Ze trekken vanaf grote afstand de aandacht, precies zoals dat de bedoeling is. Maar de maatschappelijke weerstand hiertegen is zo groot dat we het vergrote veiligheidsrisico voor lief nemen en de masten grijs laten.

Daarnaast is het schilderen van een hoogspanningsmast niet goedkoop. Een roodwitte mast moet vaker worden geschilderd dan een zinkmenie-grijze mast. Alleen al omdat rood en wit sneller in roze en créme veranderen dan grijs dat doet. Een roodwitte mast is dus ook duurder in onderhoud dan een grijze.

neutraal gekleurde masten

De Waalcrossing van de 380 kV-lijn Roermond-Dodewaard is meer dan 120 meter hoog, maar net als alle andere masten zijn ook deze twee enorme torens gewoon zinkmenie-grijs. Met regenachtig weer vallen de torens al snel weg in een grijze vergetelheid.

Toch is dit eigenlijk in strijd met de FAA-regels. De FAA (Federal Aviatin Administration) is de Amerikaanse waakhond over het vliegverkeer en zij hebben een set regels opgesteld voor obstructieschildering- en verlichting. Ook buiten Amerika worden deze regels vrij algemeen gevolgd en toegepast. Duitsland volgt ze vrijwel ongewijzigd en ook België doet dat. De regels schrijven voor dat objecten vanaf 200 voet (61 meter) voorzien moeten zijn van (tenminste) rode nachtobstructieverlichting en/of een roodwitte obstructieschildering wanneer er geen witte lampen voor overdag aanwezig zijn.

Nederland is in dit opzicht altijd al anders geweest. Hier tref je op enige afstand van de vliegvelden maar hoogst zelden obstructielampen aan. Alleen heel hoge windturbines en gebouwen dragen ze in de regel. En een obstructieschildering zie je vrijwel alleen maar op de toppen van zendmasten.

Noodzaak is wel aanwezig

Het niet volgen van deze regels zorgt ervoor dat onze hoge objecten zo min mogelijk aandacht trekken. Maar dat we in Nederland de noodzaak van roodwitte masten ten onrechte onderschatten, bewijst het Apache-incident uit 2007 ons wel.

Op 12 december 2007 vloog een Apache-legerhelikopter in de Waalcrossing van de 150 kV-lijn Tiel-Zaltbommel. De crossing in kwestie was opgehangen aan masten van 124 meter hoogte – meer dan dubbel de hoogte waarvanaf men volgens de FAA eigenlijk obstructielampen moet voeren. Er zijn wel crossings met obstructielichten (zoals de crossing van het IJmeer), maar de hoogspanningslijn waar het ongeluk plaatsvond heeft ze niet. Wanneer de masten wel voorzien waren van obstructielampen zou het ongeluk waarschijnlijk niet gebeurd zijn. Het weer was ten tijde van de aanvlieging goed genoeg om de obstructielampen tijdig te kunnen zien.

Deze keer bleef de schade beperkt tot twee zwaar beschadigde hoogspanningsmasten, een defecte helikopter, een stroomstoring van drie dagen en een peperdure blamage voor defensie. Er kwam gelukkig niemand om het leven. Niemand weet echter hoe zoiets de volgende keer af zal lopen. Alle crossings in kabels veranderen is qua kosten niet te vergelijken met opschilderen en onderhouden, dus in dat opzicht zou de keuze snel gemaakt moeten zijn.