In het buitenland kom je nabij steden, kanalen, snelwegen en vliegvelden veelvuldig felgekleurde hoogspanningsmasten tegen waar soms zelfs rode lampen in zitten. Ook België grossiert erin. Maar in Nederland zie je dat vrijwel nooit. Waarom eigenlijk niet?

Zoek in Duitsland of België eens naar een plek waar een hoogspanningslijn een kruising maakt met een rivier of vaargeul. Meestal is het zelfs al genoeg om te kijken naar een overspanning van een flinke snelweg, een kanaal, een rangeerterrein of slechts zelfs een grote hoekmast. Grote kans dat de masten die de overspanning maken fel roodwit zijn opgeschilderd. 

roodwitte toppen

Deze Duitse hoogspanningsmasten net over de grens bij Gronau staan aan de westkant van de Emslandlinie (snelweg A31). De roodwitte opschildering zorgt voor vergrote zichtbaarheid. Boven een grote snelweg kan dat handig zijn met het oog op traumahelikopters.

Zinkmeniegrijze vakwerkmasten, zoals de meeste exemplaren, vallen bij slecht weer vanaf een grote afstand maar weinig op in het landschap. En dat terwijl het levensgevaarlijk is om met de kabels of de masten zelf in contact aan te komen. Om de kans op over het hoofd zien te verkleinen worden de masten beter zichtbaar gemaakt met een zogeheten schrik- of obstructieschildering. Die opschildering is symmetrisch en bestaat meestal uit elkaar afwisselende banden of gordels van rood en wit. Een roodwitte mast is daarmee ook bij grijs of grauw weer op grotere afstand te herkennen en het risico op aanvaringen en aanvliegingen verkleint er aanzienlijk door. 

Luchtverkeersveiligheid

Traumahelikopters die op snelwegen moeten landen zijn gebaat bij een goed zichtbare hoogspanningslijn. En in de buurt van steden en dorpen is de zichtbaarheid onder meer belangrijk voor aannemers met kraanwagentjes en ander materieel.

Obstructieschildering op de top van een Belgische 380 kV-hoekmastNoorse portaal-schoormast (hoekmast) getooid in een obstructieschildering

Ook in België (links, 380 kV) en Noorwegen (rechts, 275 kV ) zien we dat men veel sneller overgaat tot het aanbrengen van een obstructieschildering, in eerste instantie op hoekmasten.

De grootste kruisingen die we kennen (crossings, bestaande uit twee of meer verhoogde draagmasten van vaak (veel) meer dan 100 meter hoogte) zijn zo groot dat ze de vlieghoogte van militaire- en burgervliegtuigjes benaderen en een botsing met een hoogspanningsmast zal meestal fatale gevolgen hebben. Kleine propellervliegtuigjes hebben geen radar aan boord en moeten vertrouwen op de ogen van de piloot. Een roodwitte mast is daarbij een stuk sneller te zien (en in noodgevallen nog net te ontwijken) dan een dofgrijze mast.
Maar in het donker helpt een obstructieschildering niet goed. Daarvoor zie je in Duitsland en België soms ook rode (knipper)lichten op de uitstekende delen van de hoogspanningsmasten zitten. Dat zijn zogeheten obstructielichten en die nemen de zichtbaarheid in het donker voor hun rekening, net zoals dat bij zendmasten en hoge gebouwen ook gebeurt. In Nederland zie je slechts op twee plekken obstuctielampen: twee grote waterkruisingen bij Amsterdam en Goeree Overflakkee. 

De horizonlobby

In Nederland, juist een land waar het behoorlijk druk is met snelwegen, helikopters, vliegverkeer en zeeschepen, zien we hoogst zelden roodwit opgeschilderde hoogspanningsmasten. Bij Ede staan er twee die de A12 overspannen en nabij treinstation Leiden-De Vink staan er ook twee. Maar daarmee houdt het ongeveer op. Zelfs de grootste crossings van onze rivieren (zoals Lekkerkerk I en II, de Merwedekruising bij Sliedrecht en de Waalkruising bij Dodewaard) zijn gewoon in zinkmenie-grijs uitgevoerd en niet van lampen voorzien. Slechts een aantal markeringsballen in de bliksemdraad, dat is alles.

Obstructieschildering op donaumasten bij Leiden (foto door forumlid Voltron)Obstructieschildering op hoogspanningsmast bij Leiden

Vlakbij treinstation Leiden-De Vink staan twee volledig opgeschilderde donaumasten. Het zijn de enige twee in Nederland die geheel van een obstructieschildering voorzien zijn, in dit geval vanwege een aanvliegroute voor vliegveld Valkenburg. En opvallen doet het zeker. Foto door forumlid Voltron.

De reden van het ontbreken van een dergelijke schildering is niet eenduidig te geven. Wel heeft de felle houding van Nederland ten opzichte van landschapsverstoring invloed. Schoorstenen, zendmasten, flatgebouwen, windturbines en hoogspanningslijnen worden in Nederland gezien als verstorende objecten.  Het liefst mag er in principe niets boven de bomen uitsteken, en als dat dan toch gebeuren moet, dan zo onopvallend mogelijk. Hoogspanningsmasten zijn grijs (zinkmenieverf is grijs en kopermenie grijsgroen) en ze vallen vanwege die kleur zo min mogelijk op. Roodwitte masten doen het tegenovergestelde. Ze trekken vanaf grote afstand de aandacht, precies zoals dat de bedoeling is. Maar de maatschappelijke weerstand hiertegen is zo groot dat we het vergrote veiligheidsrisico voor lief nemen en de masten grijs laten.

Daarnaast is het schilderen van een hoogspanningsmast niet goedkoop. Een roodwitte mast moet vaker worden geschilderd dan een grijze mast. Alleen al omdat rood en wit sneller in roze en créme veranderen dan grijs dat doet. Een roodwitte mast is dus ook duurder in onderhoud dan een grijze.

Lekkerkerk I en Lekkerkerk II dragen geen obstructieschildering

Lekkerkerk I en Lekkerkerk II zijn respectievelijk 163 en 123 meter hoog, maar beiden dragen geen obstructieschildering. Er hangen slechts een aantal markeringsballen in de bliksemdraden, daarmee moeten ze het doen. Met regenachtig weer vallen deze enorme zinkmeniegrijze torens al snel weg in een grijze vergetelheid.

Toch is dit gebrek aan roodwit eigenlijk in strijd met de FAA-regels. De FAA (Federal Aviatin Administration) is de Amerikaanse waakhond over het vliegverkeer en zij hebben een set regels opgesteld voor obstructieschildering- en verlichting. Ook buiten Amerika worden deze regels vrij algemeen gevolgd en toegepast. Duitsland volgt ze vrijwel ongewijzigd en ook België doet dat. De regels schrijven voor dat objecten vanaf 200 voet (zo'n 61 meter) voorzien moeten zijn van (tenminste) rode nachtobstructieverlichting en/of een roodwitte obstructieschildering wanneer er geen witte lampen voor overdag aanwezig zijn.

Nederland is in dit opzicht altijd al anders geweest. Hier tref je op enige afstand van de vliegvelden maar hoogst zelden obstructielampen aan. Alleen heel hoge windturbines en gebouwen dragen ze in de regel. En een obstructieschildering zie je vrijwel alleen maar op de toppen van zendmasten.

Noodzaak is wel aanwezig

Het niet volgen van deze regels zorgt ervoor dat onze hoge objecten zo min mogelijk aandacht trekken. Maar dat we in Nederland de noodzaak van roodwitte masten ten onrechte onderschatten, bewijst het Apache-incident uit 2007 ons wel.

Op 12 december 2007 vloog een Apache-legerhelikopter in de Waalcrossing van de 150 kV-lijn Tiel-Zaltbommel. De crossing in kwestie was opgehangen aan masten van zo'n 100 meter hoogte – meer dan anderhalf maal de hoogte waarvanaf men volgens de FAA eigenlijk obstructielampen en schildering moet voeren. Er zijn wel kruisingen met obstructielichten (zoals de crossing van het IJmeer), maar de hoogspanningslijn waar het ongeluk plaatsvond heeft geen enkele wijze van markering. Wanneer de masten wel voorzien waren van obstructielampen zou het ongeluk waarschijnlijk niet gebeurd zijn, waardoor veertig miljoen euro schade zou zijn bespaard. Het weer was ten tijde van de aanvlieging goed genoeg om de obstructielampen tijdig te kunnen zien.

Deze keer bleef de schade beperkt tot twee zwaar beschadigde hoogspanningsmasten, een defecte helikopter, een stroomstoring van drie dagen en een peperdure blamage voor defensie. Er kwam niemand om het leven. Niemand weet echter hoe zoiets de volgende keer af zal lopen. Nederland houdt niet van opvallen, maar het blijft in dit soort gevallen wel een afweging om de hoogste exemplaren van iets meer attentiewaarde te voorzien.