Voor wie goed kijkt is een hoogspanningsmast (zeker de grote exemplaren van 380 kV) net een verkeersplein. In de traversen, in het topstuk en vooral op het broekstuk zijn een heleboel borden te vinden. 

Een bord met een waarschuwing en enige informatie, bordjes met op het oog willekeurige cijfers en stippels, een bord met een getal in de top en borden in allerlei kleuren waar een letter in gestanst staat. Al deze borden hebben een betekenis en een functie. Maar kan iedereen ze dan ook leren lezen? Uiteraard kan dat. De bebording op hoogspanningsmasten is geen hogere wiskunde en iedereen die het wil kan ze leren begrijpen. We beginnen met het grootste bord.

Het waarschuwingsbord

Waarschuwingsbord op een grote 380 kV-mast

Dit waarschuwingsbord op een 380 kV-mast mag dan klein lijken op een afstand, in werkelijkheid is het bord 90 centimeter breed.

Het waarschwingsbord is het enige bord dat (min of meer) bedoeld is om ook door iedereen gelezen te kunnen worden. Op dit goedgevulde bord staan in volgorde van formaat de volgende dingen, die in de meeste gevallen voor zich spreken.

  • een elektrisch gevarenteken (bliksemicoon in rood of zwart, al dan niet in een driehoek)
  • de tekst levensgevaarlijk hoge spanning met het dringend advies om uit de buurt van de draden te blijven
  • een opgeschroefd extra bordje met het mastnummer
  • de gevoerde spanning op de hoogspanningslijn (bij combinatielijnen is dat altijd de hoogste van de twee)
  • de eigenaar en/of beheerder van de hoogspanningslijn, het servicenummer en soms een logootje
  • de verboden toegangsverklaring volgens artikel 461 uit het Wetboek van Strafrecht

en soms de bonus voor wie heel goed kijkt:

Polomnis BV op een waarschuwingsbord

  • de tekst Polomnis BV en dan een afgekort jaartal.

De firma Polomnis is sinds jaar en dag de vaste contractnemer voor de fabricage van bebording op hoogspanningsmasten. Zij zetten het jaartal van productie van het bord rechtsonderin. Dit jaartal kan je dus gebruiken als een redelijke indicatie van de leeftijd van een hoogspanningslijn, want de borden hoeven over het algemeen niet snel vervangen te worden. (Dit jaartal tref je eigenlijk alleen aan op borden van de 220 kV- en 380 kV-lijnen.)

De circuitbordjes

Op het broekstuk kan je daarnaast ook een aantal kleinere, meer mysterieuze bordjes vinden. Dit zijn de zogeheten circuitbordjes. Voor de monteurs en de geïnteresseerde liefhebbers zijn dit de interessantste bordjes. Op de 380- en 220 kV-lijnen zijn deze borden altijd aanwezig. 

circuitbordjes en een veiligheidsvlag

Circuitbordjes en een veiligheidsvlag. Merk op dat de vlaghaken dezelfde kleur hebben als de circuits. Ook dat is bewust zo gedaan, zodat het extra duidelijk is dat een bepaald circuit is afgeschakeld. Met spanningen van deze ordegrootte doet men geen concessies op de veiligheid.

Circuitbordjes worden gebruikt om aan te geven met welk circuit we te maken hebben, waar het circuit vandaan komt en waar het heen gaat. De circuitbordjes heb je in twee varianten en ze komen in principe altijd samen voor. Voor het voorbeeld hierboven ziet het er zo uit:

uitleg circuitborden

  • Het klokgetal toont de drie geleiders in hun configuratie aan de mast. De positie van de drie stippen geeft de dwarsdoorsnede van de positie van de geleiders weer. Wanneer de drie geleiders bijvoorbeeld naast elkaar hangen, zoals op het onderste bordje, dan staan de stippen naast elkaar. De getallen zijn op deze bordjes in volgorde met de klok mee, maar dat hoeft niet altijd. Wel is het altijd zo dat de getallen altijd een cijfer 4 van elkaar verschillen. De betekenis ervan heeft te maken met de positie van de fases op de draden, die elkaar altijd éénderde (ofwel vier getallen) ontlopen vanwege de driefasige wisselspanning. Maar let op: na een wisselmast zitten de klokgetallen op een andere plek!
  • De circuitcode geeft de naam van de twee of soms drie trafostations (waar het circuit begint en eindigt) weer in afkortingen. Met een beetje fantasie kan je deze afkortingen zelf herleiden. Op het bovenste bordje staat ZL-MEE, wat staat voor Zwolle – Meeden: het begin- en eindpunt van het circuit. Het onderste bordje laat drie afkortingen zien en dat betekent dat het circuit in kwestie op het middelste trafostation is doorgeschakeld. Het circuit kan daar van hoogspanningslijn veranderd zijn, maar als stroomvoerend geheel is het ononderbroken. (De letters betekenen in dit geval Zwolle-Hessenweg – Ommen-Dante -Veenoord.)
  • Het tweede bordje geeft de circuitkleur aan. Omdat het niet handig en veilig is om te spreken van "circuit 1 en 2", het "rechter" en "linker"circuit en ook niet meer van het "noordelijke" en "zuidelijke" circuit (zoals vroeger werd gedaan), worden hier tegenwoordig kleurcodes voor gebruikt. Zo heeft een verbinding met twee circuits bijvoorbeeld een zwart en een wit circuit. Of een oranje en een blauw circuit. De kleur van het bordje geeft dit aan. 
  • Ook staat er een circuitletter in. Omdat kleuren kunnen verbleken en mensen soms kleurenblind zijn, wordt de kleur van het bordje ook vermeld door een letter. Deze letter is ingestanst in het circuitkleurbordje en het is altijd de beginletter van de Nederlandse naam van de kleur van het circuit. Een oranje bordje zoals op dit voorbeeld heeft altijd een ingestanste O. Een R is rood, Z is zwart en B is blauw. De W is Wit, P is Paars en G is geel. Groen wordt in verband met de veiligheid (vals veilig gevoel bij groen) en de kans op verwarring met geel (beiden hebben de letter G nodig) niet gebruikt.

De vlag die ook op de foto staat zit normaal gesproken niet op de mast. Deze vlaggetjes worden geplaatst wanneer een circuit is uitgeschakeld. De circuitkleur en circuitletter van het uitgeschakelde circuit staan erop. In dit geval is het zwarte circuit Zwolle-Meeden dus buiten dienst. (Ten tijde van de foto vonden er verbouwingen plaats aan het oranje circuit, zodat voor de veiligheid het bovenliggende zwarte circuit tijdelijk was afgeschakeld.)

Oude circuitcodes

Op masten van 150 kV en lager tref je circuitbordjes minder vaak aan. Doorgaans worden op deze lijnen de oude manieren nog gebruikt om circuits te onderscheiden.

kompasroosbordjerandstaafschildering

Twee verouderde, maar nog niet afgeschafte manieren zijn kompasroos- en codebordjes en randstaafschildering. Sterker nog, randstaafschildering is nog steeds de gangbare methode in het 110 kV-gebied.

Oude-stijl circuitbordjes heten ook wel kompasroosbordjes. Inmiddels is deze methode in de ban gedaan, maar verspreid door het land zijn ze nog heel veel aanwezig op met name 150 kV-masten.

Op kompasroosbordjes werd gebruik gemaakt van het verwarrende "noord" en "zuid" (of oost en west) om circuits te onderscheiden. Je kan wel nagaan dat dit bij masten met drie circuits een zootje was. Want wat is nu het middelste circuit? Zuid of Noord? Op dergelijke masten werden daardoor coderingen gebruikt, zoals in het voorbeeld hierboven. Deze codes waren (en zijn) nog complexer en erg veilig is dit niet. Sinds enige tijd is deze methode daardoor in de ban gedaan en worden bij nieuwe lijnen alleen nog circuitbordjes met kleurcoderingen gebruikt. Randstaafschildering is in het koppelnet een uitstervende methode, maar in het 110 kV-grid is het nog steeds de norm.

Vaak werden vroeger automatisch de kleuren geel en wit of zwart en wit gebruikt. Je kan wel nagaan dat dit niet zo handig was bij lijnkruisingen waar contact was tussen de circuits. Tegelijk met de kompasroos- en codebordjes werd dan een deel van de randstaaf van het broekstuk geschilderd in de kleur die het circuit toegekend had gekregen. Bovenin bij de traversen werd dit nog eens herhaald. Met name op de redelijk oude 110 kV-lijnen kan je dit nog terugzien.

De herhalingsbordjes

herhalingsbordje in een traverse

Herhalingsbordjes worden in de traversen zelf opgehangen. Foto door Bart Sondaar.

Verlaten we het broekstuk en klimmen we hoger de mast in, dan zijn er opnieuw bordjes te zien. Zie op de foto hierboven. In de traversen worden de circuitkleurbordjes herhaald. Wanneer één traverse een heel circuit dragen kan (zoals op de foto het geval is), wordt het circuitbordje maar één keer herhaald. Maar in masten waarin de drie geleiders van een circuit in meer dan één traverse hangen (zoals in de geschetste mast bovenaan deze pagina), wordt dit bordje twee of drie keer herhaald. En in masten met een ontwerp zonder traversen (bijvoorbeeld wintracks, buismasten of deltamasten) wordt weer een andere manier toegepast, meestal met een kleiner bordje.

De helikopterborden

helikopterbordje

Als de opticiën op zijn muurposter wijst en je vraagt welk getal er staat, dan is zelfs zijn grootste getal kleiner dan deze jongens: de helikopterborden hebben getallen die per stuk groter zijn dan een heel A4'tje.

Tenslotte zijn er in de 380 kV-lijnen en de 220 kV-lijnen in het topstuk nog twee andere bordjes zichtbaar voor wie goed kijkt. Dit zijn de zogeheten helikopterborden. Hierop staat het mastnummer opnieuw. Deze twee piepkleine bordjes zijn in werkelijkheid bijna net zo groot als het waarschuwingsbord en ze worden gebruikt voor mastidentificatie vanuit helikopters. Eens in de zoveel tijd wordt een hoogspanningslijn gecontroleerd en nagelopen. Dit gebeurt door grondinspectie, maar ook vanuit helikopters. Omdat het mastnummer op het waarschuwingsbord vanuit een helikopter vrij slecht te lezen is, wordt ook in het topstuk van de hoekmasten een dergelijk bordje aan beide kanten van de mast opgeschroefd.