Het bouwen van een mastmodel begint bij het kiezen van een geschikt voorbeeld in het veld buiten. Maar niet alleen vrije keuze bepaalt wat je bouwen kan.

Hoogspanningsmasten zijn net mensen: je hebt ze in allerlei soorten en maten.
Iedereen die een mastmodel wil bouwen zal wellicht enige voorkeur hebben voor wat hij mooi of lelijk vindt. Dat is de belangrijkste factor in het kiezen van een mastsoort: je moet natuurlijk wel iets bouwen wat je bevalt. Maar het is niet de enige. 

/foto/

Iedereen heeft zijn voorkeuren. Onder de mastengekken heb je mensen met een zwak voor donaumasten, er zijn hamerkophaters, tonliefhebbers en mensen die liever klein-maar-fijn denken. Keuze genoeg in het veld.

Schaalkeuze: size does matter

Laten we eens zo'n factor noemen. Hoe groot wil je dat het eindresultaat wordt? Hoewel schaal arbitrair lijkt, is het wel degelijk iets wat je van tevoren moet besluiten, tegelijk met de keuze voor een mastontwerp. Moet het model op tafel passen? Mag het groter zijn, zodat je het nog net door de deur kan krijgen? Of ga je zelfs voor een drie tot vier meter hoog gevaarte? Want waar ga je het apparaat laten als hij klaar is? Hoeveel materiaal heb je ter beschikking? En hoe groot is je werkplaats?

/foto/ 

Stel, je wilt een twee meter hoog model van een oude 50 kV-mast uit de PGEM-concessie. Of een 70 kV-mast in Vlaanderen. Dat soort mastjes zijn in werkelijkheid een meter of vijftien tot twintig hoog. Dat zou betekenen dat schaal 1:10 je een manshoog model oplevert. Maar wanneer je een model wilt maken van een grote 380 kV-donaumast van 45 meter hoogte, zou het model eerder schaal 1:25 moeten worden om het nog door een deur te kunnen krijgen. 

Maar er is meer. Een 1:10 model van een oude 50 kV-mast heeft hoeklatten van ongeveer 5 mm nodig om de werkelijke verhoudingen te benaderen. Hetzelfde geldt voor de boutjes: bij een werkelijke boutmaat van 17 mm zou in een schaalmodel op schaal 1:10 nog redelijk goed gewerkt kunnen worden met M2-boutjes. 
Kijken we echter naar een model van 1:25, dan zien we dat hoeklatten van 5 mm in werkelijkheid reeds 15 centimeter dik zouden zijn. Dat is te dik. Er moet dus een concessie gedaan worden op de dikte van de latten, of je moet aan dunnere latten zien te komen. Het verkleinen van de schaal tot 1:15 kan ook, maar een drie meter hoog model laat zich lastig in huis zetten. En hoe je het ook wendt of keert: M2-boutjes zijn bij schaal 1:25 ongeveer 5 centimeter dik. Hmm… juist ja. Dat maakt het niet mogelijk om werkelijk ieder boutje aan te brengen. (Kleinere boutjes dan M2 bestaan ook, maar zoals we nog zullen zien zijn die onbetaalbaar.)

We zien dus dat mastkeuze en schaalkeuze hand in hand gaan en dat ze de gemeenschappelijke deler realisme hebben. Hoe exact wil je de werkelijke proporties, profieldikten en boutposities benaderen? Allemaal dingen die je eerst moet zien te besluiten voordat je over de details gaat nadenken.

 

Nieuw? Begin niet meteen met de hoofdprijs

Zelfs de meest ervaren mastmodelbouwers komen geregeld voor verrassingen te staan. Wie goed om zich heen kijkt in het veld buiten, ziet dat niet alle hoogspanningsmasten even simpel in elkaar zitten. Oude, vooroorlogse hamerkoppen hebben een relatief hoog Nijntje-gehalte. Maar donaumasten uit de jaren 50 staan doorgaans letterlijk bol (of hol) van vloeiend gebogen lijnen, taps toelopende kruisblokken en zowel gelaste als geschroefde verbindingen. Om nog maar te zwijgen van de zware combinatiematen uit de jaren 80 en 90, die puur duur hun brute omvang en aantal latten weer een ander soort uitdaging vormen.

Is dit het je eerste model dat je bouwen gaat? Of de eerste keer dat je een metalen vakwerkconstructie nabouwt? Dan weet je nog niet goed van jezelf of deze manier van modelbouw jou een beetje ligt. Wat je kan doen is opwarmen met een niet-exact model, maar je kan ook beginnen met een relatief simpel mastontwerp waarin veel ruimte zit en waar geen complexe verbindingen en weinig knoopplaten in zitten. Je zou dan zoiets kunnen overwegen als op de foto's hieronder.

 

De PGEM-drievlaksmast uit de oorlog (links, foto door Ot Lesley) bestaat uit een open toren zonder knikverscherpingen en knikverkorters. Ook de traversen zijn relatief eenvoudig. Datzelfde geldt voor de eerste en laatste generatie 110 kV-hamerkoppen: constructietechnisch zijn deze masten uitstekend te doen op schaal 1:20. Het rekenwerk eraan is niet moeilijk en de kans dat je het verknoeit is klein. Een goede keuze voor de eerste keer.

Deze mastontwerpen zijn slechts een willekeurig voorbeeld. In Nederland en België staan vele tientallen soorten hoogspanningsmasten, in formaat en moeilijkheid variërend van simpel tot een mammoetklus van vele maanden. En het is maar net afhankelijk van of je jezelf in staat acht om de hoofdprijs te gaan uitproberen, of dat je het liever wat eenvoudiger houdt.

Keuzestress? Kijk eerst naar je middelen!

Geen idee wat je wilt? Dan zullen we je uit de droom helpen. Er zijn namelijk nog meer factoren die je mee moet nemen in je keuze, en ook om deze factoren kan je echt niet heen: geld en materiaalbeschikbaarheid.

Hoe groot is je budget? Voor wie genoeg geld heeft is bijna alles te koop, ook minuscule hoekprofielen waarmee je een mastmodel kan bouwen die niet van echt te onderscheiden is. Maar bij de meeste groothandels voor modelbouwspullen (zoals Conrad) vraagt men een prijs van ruim 6 euro voor een halve meter 3mm messing hoekprofiel. In een groot model op schaal 1:25 gaat zonder problemen al 70 meter hoekprofiel zitten, zodat je dan al uit zou komen op een kleine… duizend euro!
Dat is dus niet te doen. En dan zouden de peperdure M1.2-boutjes er ook nog eens bij komen. Dat is buiten iedere proportie, allesbehalve leuk en voor bijna niemand te betalen.

Kortom, dat moet goedkoper. En dat kan. Al betekent het wel dat je concessies moet doen en vaak genoegen nemen met iets dikkere hoeklatten. Een keuze die zijn weerslag heeft op wat je maken kan, en op welke schaal dat kan.

Informeer eens bij een metaalbedrijf of je er op bestelling hoekprofielen kan laten maken. Het is moeilijk, maar soms heb je beet. Commerciële metaalbewerkingsbedrijven willen graag wat geld verdienen, zodat sommigen ook direct aan particulieren leveren. Voor bouten en moeren (komt later nog aan de orde) geldt vaak een korting vanaf grote aantallen. En geloof ons, je hebt al snel vele honderden tot over de 1000 boutjes met moeren nodig. De zwaarste modellen gaan zelfs over 2500 heen. En wanneer de aantallen deze vorm aannemen is iedere tiende van een cent korting per boutje opeens toch heel interessant.

Dan moet de keuze gemaakt worden

Door de werkelijkheid, verkrijgbare hoekijzers en materiaalprijzen van latten en boutjes hiertoe gedwongen, gaat bijna geen enkele bouwer van geschroefde modellen aan het werk op een grotere schaal dan 1:30. Je zou kunnen zeggen dat alles tussen 1:10 en 1:25 als redelijk gangbaar gezien kan worden.
Laten we het nog even opsommen. De precieze keuze voor wat je wil gaan maken is afhankelijk van voornamelijk:

  • Het mastontwerp van je voorkeur
  • De beoogde afmeting van het eindresultaat (en daarmee dus de schaal)
  • De mate van precisie die je nastreeft
  • Verkrijgbaarheid en betaalbaarheid van materiaal
  • De complexiteit van het mastontwerp (hoeveel skills moet je hebben?)

We kunnen het niet vaak genoeg zeggen, een mastmodel bouwen is een project. Je doet het niet op een paar avonden. Voordat je eraan begint is het dus absoluut noodzakelijk om een goed afgewogen keuze te maken tussen de factoren hierboven, om zo te komen tot een betaalbaar, leuk resultaat dat naar je zin is. 
Zodra dat gelukt is kunnen we beginnen met het echte werk: het ontrafelen van de geheimen, de afmetingen en de aard van de gekozen mast. Dat doen we op de volgende pagina.

7%nbsp<

 


Omhoog