Naast alle vormen van mast- en lijnbeeldverrommeling die we op andere pagina's bespreken, moeten we ook aandacht schenken aan twee grensgevallen: vormen van lijncontinuïteitsbreuk die door de nethistorie zijn ingegeven en vormen van een verstoorde relatie met het te doorkruisen landschap zelf.

Dit laatste hoofdstuk uit het boek der mastverrommeling is veruit het moeilijkste. Van echte verrommeling die zich meteen openbaart is geen sprake, het is eerder nethistorie. Of het gevolg van financieel pragmatische keuzes, die echter esthetisch iets minder prettig uitwerkten. Historie, of het samenspel van hoogspanningslijnen ten opzichte van elkaar met het landschap als derde variabele. Welkom bij de lastigste en meest subjectieve categorie mastbeoordeling die er bestaat.

Rare overgangen in het landschap op concessiegrenzen

Als we het wiskundig zouden beschrijven, heeft het fenomeen lijnvreemde mast iets gemeen met de integraal van 1/x: als we hem tot in het extreme doortrekken ontstaat een ontaarde toestand. Bij lijnvreemde masten komt dat neer op een permanente overgang van mastontwerp over de rest van de hele verbinding (en niet slechts gedurende één mastpositie of een korte reconstructie). Onrust veroorzaakt dit alleen op de plaats van de wisseling van het mastontwerp. Inderdaad is dit strikt genomen ook lijnvreemdheid, maar in vrijwel alle gevallen zit hier een fascinerende historische reden achter: concessiegrenzen.

Van drievlak naar donau

 PunthoofdVerbindingen die spontaan van ontwerp verschieten zijn meestal letterlijk grensgevallen. Links gaan we van donau naar drievlak op de voormalige concessiegrens van de PGEM met de PUEM (Gelderland-Utrecht). Tot op de dag van vandaag zijn landsgrenzen nog steeds plekken voor overgangen, zoals rechts hier in Limburg te zien is in een grensoverschrijdende verbinding naar Duitsland. Wat een punthoofd… Foto door Michel van Giersbergen.

In het verleden was het Nederlandse elektriciteitsnet in handen van verschillende (doorgaans provinciale) elektriciteitsbedrijven. Elk van hen had zo zijn eigen voorkeuren voor mastontwerpen, ingegeven door techniek, esthetiek, ervaring en soms ook door pure koppigheid. Bij verbindingen tussen twee concessiegebieden kon er dan gekozen worden voor het mastontwerp van concessiehouder A of concessiehouder B. Wanneer beiden van geen wijken wilden weten en per sé hun eigen mastontwerp binnen hun concessiegrenzen wilden handhaven, dan zat er niets anders op dan spontaan van mastmodel te veranderen op de grens.

Concessie-landsgrens

Landsgrenzen zijn tot op de dag van vandaag nog steeds plekken waar concessies ophouden. Deze overgang in de verbinding Meeden-Diele was vroeger de grens tussen de concessies van Tennet en het net van Transpower. Totdat Tennet heel Transpower overnam en pardoes de hele verbinding in bezit kreeg. Maar op de grens met België (Elia) en het Rührgebiet (Amprion) is tot op de dag van vandaag nog een concessiegrens. Foto door ET.

Duidelijke voorbeelden met een discrete overgang van mastontwerp op de oude concessiegrens zijn te vinden in onder andere de verbindingen Dodewaard-Veenendaal, Hessenweg-Zeyerveen en Woudhuis-Hattem (vroeger Woudhuis-Platvoet, een voormalige interconnectie tussen het 150- en 110 kV-net). Concessiegrenzen om en nabij de provinciegrenzen zijn nu verleden tijd, maar de erfenis uit de tijd dat het zo was bestaat natuurlijk nog steeds. In de praktijk is dit dus eigenlijk geen echte verrommeling. Het is een zichtbare erfenis van de Nederlandse nethistorie. 

Maar concessiegrenzen aan de landsgrenzen bestaan tot op de dag van vandaag. Deze vreemde wisselingen van mastontwerp op de landsgrenzen zal dus nog wel enige tijd normaal blijven, ook bij nieuwe, nog te bouwen verbindingen zoals Doetinchem-Wesel. Maar ook zonder concessiegrenzen zijn er soms permanente verschietingen van mastmodel en ontwerp. Zo verschieten halverwege Zwartsluis-Vollenhove en Harculo-Deventer de hamerkoppen spontaan van ontwerp, terwijl een historische tracéreconstructie door de komst van Zwolle-Hessenweg ervoor zorgde dat er tussen Weteringkade en Hessenweg opeens een overgang van twee hamerkoplijnen naar twee donau-lijnen zit, binnen dezelfde concessie. En dit soort permanente verschietingen van mastmodel zien we tot op de dag van vandaag. Wat te denken van Bleiswijk?

Van donaumast naar wintracks

Permanent van mastmodel verschieten is niet altijd het gevolg van een concessiegrens. Het kan ook komen door een experiment gecombineerd met een reconstructie, zoals we bij Bleiswijk zien. Hier moest de verbinding iets verplaatst worden vanwege een nieuw koppelnetstatio, en meteen heeft Tennet toen de gelegenheid gepakt om wintracks uit te proberen. En ja, de wintracks staan inderdaad krom. Foto door Hans Nienhuis.

Station Bleiswijk als koppelnetstation is relatief nieuw. Het station werd ook op een iets andere plek gebouwd dan zijn voorganger. Tennet besloot om deze reconstructie aan te grijpen als proeftuin om de destijds net nieuw bedachte wintrackmasten te gaan uitproberen. Het gevolg is een vakwerkverbinding met donaumasten die over zijn laatste drie masten opeens verandert in een wintrackverbinding. Goed uit te leggen, maar het oogt wel wat vreemd – en daardoor dus potentieel rommelig.

Landschapsminachting door verschillend lijngedrag

Het tweede buitenbeentje dat zich eveneens erg moeilijk laat benoemen (maar wat wel degelijk effect heeft) is lijnvreemdheid van twee hoogspanningslijnen ten opzichte van elkaar, met het landschap als derde parameter. En dat gaat verder dan alleen de verbindingen netjes met de masten naast elkaar zetten als ze parallel lopen. En wellicht tot je verbazing heeft het ook niets te maken met verschillende mastontwerpen. (Verbindingen die parallel lopen en die met twee verschillende mastontwerpen zijn opgetrokken, zijn op zichzelf niet storend. Sterker nog, dat houdt het mastenkijken leuk en het geeft een minder massieve aanblik. Het landschap wordt er iets speelser door omdat er geschiedenis in zichtbaar wordt.)

De crux zit hem in het samenspel van hoogspanning met de landschapselementen onder de beide verbindingen. Dat klinkt complex, maar we kunnen het vrij simpel uitleggen. Kijk eens naar de foto hieronder.

Vechtkruising met twee verschillende masthoogten

De Vechtkruising van de twee 110 kV-verbindingen tussen Zwolle-Hessenweg en Zwolle-Weteringkade. Geen lijnvreemde masten, geen antennes, geen railings, gewoon een mooie dubbele waterkruising, toch? Wat is er aan de hand? Tip: denk in de hoogte. Foto door ET.

We zien op de foto de Vechtkruising van de beide 110 kV-verbindingen tussen Hessenweg en Weteringkade. Twee verschillende mastontwerpen, en dat is logisch want de verbinding de hoge masten is ouder dan die met de lage masten en dat- hee ho eens, dit is een waterkruising. Waarom verschillen die twee verbindingen dan in hoogte?

Wat we hier zien is iets dat we het beste kunnen omschrijven als landschapsminachting. Ten tijde van de bouw van de oudste verbinding (vroege jaren 50) was de Vecht bevaarbaar. Met de komst van een nieuwe spoorbrug en een betonnen snelwegbrug verdween de bevaarbaarheid van dit gedeelte van de Vecht, zodat een hoge vrije doorvaarthoogte niet meer nodig was. Toen de tweede verbinding werd gebouwd (met een nieuwer mastontwerp), koos men voor goedkope, lagere kruisingsmasten. Of eigenlijk in het geheel geen kruisingsmasten, want ze zijn niet verhoogd. Alleen aan de strak gespannen draden en de positie naast de oudere masten is nog te zien dat er iets overkruist wordt. Het gevolg is dat de oude waterkruising achterhaald en zinloos lijkt. Leuk voor de nethistorici die de reden weten, maar voor andere mensen is de harmonie en de logica ver te zoeken. Het was hier beter geweest als de nieuwe verbinding alsnog iets hoger was gemaakt, puur voor het idee. De extra hoogte laat zich eenvoudig wegstrepen tegen de algehele aanblik van gelijk gedrag in het landschap. Het ziet er dan niet meer uit of de ene verbinding druk zijn best doet zich naar het landschap te voegen, terwijl de andere zijn schouders ophaalt over al die letterlijke ophef en gewoon rechtdoor loopt.

Hiervan zijn meer voorbeelden te vinden, zowel voorbeelden waarbij het goed gaat, waarbij het mis gaat, en waar we twijfelen (Lekkerkerk I en II). Tot besluit van deze pagina pakken we er een bij waar het goed gaat: Ramspol-220 en Ramspol-380, twee waterkruisingen vlak naast elkaar.

Gelijke zeeg bij crossing

Ramspol-220 en Ramspol-380 vanuit de polder. We zien twee verschillende masthoogten, maar toch komen de kruisingen redelijk harmonisch over. Hoe kan dat? Doordat de draden van de 380 kV-lijn een grotere zeeg hebben (dieper doorhangen) is de vrije doorvaarthoogte uiteindelijk bij beide verbindingen gelijk. De beide lijnen zich hier dus gelijkvormig ten opzichte van het landschap. Foto door Michel van Giersbergen.

Je ziet, net zoals met de andere vormen van mastverrommeling (of verstoring moeten we misschien wel zeggen) the devil is in the details. Ogenschijnlijk kleine dingetjes zoals railings, antennes, de zeeg van de draden, de afspanning ervan en zelfs het gedrag van twee hoogspanningslijnen naast elkaar kunnen de aanblik maken of breken.

Mastverrommeling, lijnvreemdheid en gelijkvormigheid ten opzichte van elkaar en het landschap zijn een vrij complex aspect van de wereld van hoogspanning. Een aspect dat meestal de aandacht niet krijgt die het verdient. Want je ziet het: details maken het verschil – en dat betekent dus ook dat er heel veel winst is te behalen door relatief kleine details zorgvuldig aan te pakken. Snelle winst met weinig moeite? Eigenlijk is dat iets wat we nooit moeten laten liggen.



Omhoog