drie-evenmast

 Drievlaksmast, dennenboommast  Dubbelvlagmast
Dreiebenenmast, Tannenbaummast (D), vertical configured pylon (E)

Drievlaksmasten, in Nederland soms ook dennenboommasten genoemd en in België gekend als dubbelvlagmasten, zijn hoge, smalle en populaire mastontwerpen over de hele wereld. In België is dit mastontwerp dominant en in Nederland is het nummer twee, na de donaumast. 

In België heet dit ontwerp een dubbelvlagmast. Het is een van de eenvoudigste mastontwerpen die we kennen: vaak zijn het masten zonder al te veel opsmuk en wanneer ze van een ontwerp met Duitse invloeden zijn, kan het mastontwerp zelfs zo simpel voorkomen dat het bijna lijkt alsof de architect al zijn creativiteit was verloren.

Kenmerken van de drievlaksmast

De drievlaksmast (definitie) kenmerkt zich door één toren, drie traverseniveaus en nominaal twee circuits. Iedere traverse draagt dan precies één fasedraad, maar er zijn ook kolossale, dubbele drievlaksmasten waarbij iedere traverse twee fasedraden draagt zodat de hele mast vier circuits voert.

Drie-evenmast met bliksemtraverseBuis-hoekmast

Moderne drievlaksmasten. Het linkerexemplaar (een Duits type met bliksemtraversen) zouden we in het veld een dennenboommast noemen. Hij draagt twee circuits die op 220 kV bedreven worden. Het rechterexemplaar is een buismast die twee circuits van 110 kV draagt.

Drievlaksmast of dennenboommast?

In België is men snel klaar met de naam van deze masten: alles is dubbelvlag wat de klok slaat. Maar in Nederland kunnen we niet zo snel door de bocht.
We zien dat een fatsoenlijke drievlaksmast wel iets weg heeft van een dennenboom: spitse vorm, afhangende takken die naar onderen steeds groter worden en een rechte smalle stam. De naam dennenboommast komt daarom niet raar over – maar in de praktijk zijn er echter ook ontwerpen die in de verste verten niet op een dennenboom lijken. Om er een paar te noemen, de PGEM-drievlaksmasten of de mammoetlijn in het noorden van het land lijken zelfs voor mensen met een grote fantasie in niets op dennenbomen.

Om dit probleem te omzeilen kunnen we kortweg stellen dat een dennenboommast altijd een drievlaksmast is, maar dat het andersom niet per se zo hoeft te zijn. De naam dennenboommast wordt overigens in Duitsland (tannenbaummast) op vergelijkbare wijze gebruikt. Waar de precieze grens ligt tussen wel of geen dennenboommast is subjectief en enigszins een kwestie van persoonlijke interpretatie.

Drievlaksmasten waarbij iedere traverse een geheel circuit draagt komen in West-Europa niet voor. Elders in de wereld kunnen ze wel bestaan. In dat geval draagt de mast zes circuits. Feit is wel dat de fasedraden altijd in een rechte lijn onder elkaar hangen: wanneer je de onderste en de middelste fasedraad recht achter elkaar ziet, zal je altijd ook de bovenste fasedraad precies in het rijtje hebben. Dat klinkt als een futiliteit, maar bij de tonmast hebben we dit gegeven nog nodig.

Drie-evenmast bij Apeldoorn

De drievlaksmast is een van de oudste mastontwerpen die er bestaan in Nederland. We zien hierboven het ontwerp van de PGEM. Deze staat tussen Apeldoorn en Kattenberg en deze verbinding werd in de oorlog al aangelegd.

Een ontwerp van uitersten

In België, waar de gemiddelde hoogspanningsmast hoger lijkt te zijn dan in Nederland, zien we dat vrijwel het gehele 380 kV-koppelnet is opgetrokken met dubbelvlagmasten. De zwaarste verbindingen van de Benelux, Meeden-Emshaven in Nederland (de net genoemde 'mammoetlijn') en de zware verbinding tussen Mercator en Lint in België, zijn beiden opgetrokken met dubbele drievlaksmasten die geschikt zijn voor vier circuits van 380 kV. Ook de oudste nog bestaande verbinding van Nederland is gebouwd met drievlaksmasten van een uniek ontwerp dat nergens anders in de wereld gezien wordt.

Stokoude drie-evenmast in EdeDubbele drie-evenmasten in Groningen

Drievlaksmasten zijn een ontwerp van uitersten. De oudste nog bestaande bovengrondse verbinding van Nederland (hier bij Wageningen) is opgetrokken met unieke drievlaksmasten. De andere kant van het spectrum zien we in het noorden, waar deze kolossale dubbele drievlaksmasten (gekend als de 'mammoetljn') sinds 1995 de moderne dienst uitmaken.

De standaarduitvoering van de drievlaksmast heeft door zijn smalle postuur een simpele, minimalistische verschijning en een klein magneetveld aan de grond. Maar er is ook een groot nadeel: de hoge mast valt vanaf een flinke afstand al op en omdat de fasedraden nauwelijks achter elkaar wegvallen zijn er bij dit mastontwerp relatief veel draadslachtoffers onder vogels te betreuren.

Een ander nadeel treft vooral drievlaksmasten van een Duits ontwerp. Op een spitse, hoge top draagt het Duitse ontwerp slechts één bliksemdraad op aanzienlijke hoogte boven de circuits. Natuurkundig gezien is dat niet ideaal als het gaat om de best mogelijke afscherming van de circuits tegen blikseminslag. De verhoging van de top ten spijt is een dergelijk ontwerp drievlaksmast het meest gevoelige mastontwerp voor gevolgen van blikseminslag van allemaal.

Herkomst van de naam

De naam drievlaksmast voert terug op de drie niveaus waarop de fasedraden gedragen worden, een per traverse. Of bij dubbele drievlaksmasten twee fasedraden. De mast wordt ook wel dennenboommast genoemd, vanwege de gelijkernis met een dennenboom in sommige gevallen (uitleg in meer detail is hierboven reeds gegeven). De Belgische aanduiding dubbelvlagmast komt voort uit de vlagmast, die in Nederland niet voorkomt maar die wel behandeld wordt in de groep enkelcircuitmasten. 
 


Omhoog