ABCDEFGHIIJJKLMNOPQRSTUVWXYZ0-9


 
T-mast  (T-pylon, horizontal configured pylon)
Weinig gebruikte aanduiding voor een hamerkop ofwel éénvlaksmast.
 
tannenbaummast  (vertical configured tower, 'pine tree tower')
Duitse aanduiding voor een drievlaksmast (NL) of een dubbelvlagmast (B).
 
tap  (tapping)
Term voor de precieze afstelling/instelling van de secundaire zijde van een transformator. Bij sommige modellen kan de secundaire zijde enigszins worden aangepast. Dat kan continu of automatisch (autotrafo, regeltrafo), maar bij kleinere trafo's gebeurt het handmatig (bij inbedrijfname). Men doet dit om bij wisselende belasting of een wisselende kabellengte in het net waarin de trafo wordt toegepast de secundaire spanning op de gewenste waarde te houden. Spanningsval en andere onnauwkeurigheden kunnen er deels mee worden opgelost. Tappen wordt gedaan door de secundaire zijde met een of meer wikkelingen te bekorten, dus als het ware eerder af te tappen. De secundaire spanning verandert dan.

telecommunicatietoren  (communicatietoren)

(Ook: vangtoren of communicatietoren) Hoge toren op oudere, grote trafostations die tot doel heeft om communicatie met andere trafostations mogelijk te maken. Tot halfweg jaren 80 gebeurde dit met radiosignalen, maar sinds die tijd gebeurt dit steeds vaker via het commerciële telecomnetwerk en via glasvezelverbindingen in de bliksemdraden van de hoogspanningslijnen zelf. Zie ook deze pagina. Communicatietorens worden tegenwoordig niet meer gebouwd.
 
Tennet-garden  (Tennet garden)
Engineeringsterm voor een schakeltuin op de aanlandingsplek van een grondkabel, waar zich de vermogens- en scheidingsschakelaars bevinden. Wordt vooral gebruikt voor klantaansluitingen van (toch wel) netbeheerder Tennet.
 
TenneT
Ook bekend als TenneT TSO. Hoewel op deze site meestal Tennet wordt geschreven, schrijft Tennet zelf de bedrijfsnaam altijd met twee hoofdletters. Tennet is de netbeheerder van het Nederlandse hoogspanningsnet en van een stuk van het Duitse koppelnet. Tennet is eigendom van de Nederlandse Staat (monopolist bij wet) en is min of meer tot stand gekomen in 1998. In de tien jaar die erop volgden kwamen alle hoogspanningsverbindingen en stations van 110 kV en hoger in bezit van Tennet (op enkele ingewikkelde exemplaren via cross-border lease na). Zie de website van Tennet voor meer informatie of kijk hier op de pagina over staatseigendom en netneutraliteit.
 
tier  (tie)
Ander woord voor een bretel.
 
Tihange
Strategisch belangrijk punt in het Belgisch net. Er staat een kerncentrale en het schakelstation speelt een onmisbare rol in het elektriciteitsnet in de omgeving van Luik en de Ardennen. Ook zit de pompcentrale van Coo er aangesloten.
 
tijdelijke mast  (temporal tower)
 
tonmast  (barrel pylon)
Soort hoogspanningsmast. Zie de pagina over dit mastmodel.
 
Ton Mast  ('Ton Mast')
Cartoon op deze site waarin eigenaardigheden van de hoogspanningswereld op de hak worden genomen.
Ton Mast is de naam van een centraal terugkerend karakter van een jongenspersoon: een beetje een snotneus van een jaar of elf die herleid is op een ouder, soortgelijk cartoonkarakter uit 1999 van een van de twee tekenaars, maar destijds in een andere context. De naam Ton Mast, zowel een mensennaam als een mastmodel (tonmast), is uiteraard geen toeval. 
De cartoons worden door twee verschillende personen getekend als vectorbestanden in Inkscape. Dat maakt bestandsuitwisseling via een webmap mogelijk zodat gezichtsuitdrukkingen, stukken tekening en eerder gebruikte houdingen kunnen worden uitgewisseld. De tekenstijl van beide tekenaars lijkt daardoor veel meer op elkaar dan men anders van twee personen zou vermoeden, maar er zijn toch enkele kleine verschillen: zo tekent de ene tekenaar Ton ietsje ouder dan de ander (jaar of twaalf tegen een jaar of acht, met bijbehorende grappen) en ook tekent de een meer achtergronden en hoekige lijnen dan de ander.
 
topstuk  (pinnacle)
Deel van een hoogspanningsmast, te vinden bovenop de toren. Zie deze pagina.
 
toren  (tower)
Deel van een hoogspanningsmast. Zie deze pagina.
 
torenhartlijn  (division line)
Denkbeeldige scheidingslijn die door het midden van de toren loopt en de hoogspanningsmast scheidt in twee kanten. De torenhartlijn wordt voornamelijk gebruikt in het mastbeeld, om aan te geven of een mast symmetrisch dan wel asymmetrisch van opbouw is, en om traverselengten aan af te meten. 
 
tracé  (trajectory, route)
Route die een bestaande of beraamde hoogspanningslijn volgt.
 
tracéreconstructie  (trajectory rerouting)
1) Onderdeel van nethistorie waarbij een nauwkeurige reconstructie wordt opgesteld van het tracé van een verdwenen hoogspanningslijn. Dit wordt gedaan met behulp van historische netkaarten en oude topografische kaarten.
2) Het verplaatsen van een bestaand hoogspanningstracé door de luchtlijn of grondkabels een bocht te laten maken via een nieuwe route, door gedeeltelijke verkabeling, door verluchtlijning of door een combinatie van allemaal.
 
tracéverlegging  (trajectory rerouting)
Reconstructie van een deel van een bestaande hoogspanningsverbinding via een andere weg. Dit wordt meestal gedaan vanwege stadsuitbreiding, aanleg van een industrieterrein of opwaardering van de verbinding waardoor deze op een ander punt moet worden aangekoppeld.
 
trafo  (transformer)
Afkorting voor een transformator in Nederland.
 
trafobrom  (mains hum)
Zware, indringende toon van 100 Hz (in Europa) die hoofdzakelijk veroorzaakt wordt door materiaalvervorming in het blikpakket van de transformator (magnetostrictie).
 
trafocel  (transformer cell)
Opstellocatie voor vermogenstrafo's. Meestal is een trafocel een U-vormig schuurtje van scherfmuren, maar het kan ook een aan vier kanten gesloten hok of zelfs een overdekt gebouwtje zijn. Het woord wordt ook gebruikt als telwoord bij bouwplannen: bij drie trafocellen bedoelt men dat het station ontworpen wordt om drie trafo's te huisvesten, ongeacht of ze nu in een eigen cel worden gezet of dat ze gewoon in openluchtopstelling zonder scherfmuren komen te staan. Het voornaamste doel is het omhoogrichten van geluid, maar ook bescherming van de omgeving tegen de trafo (of omgekeerd) bij camamiteiten.
 
trafostation  (transformer station)
Opstelling van transformators (Nederlandse afkorting), in België wordt het aangeduid als transfostation.
 
transfo  (transformer)
Afkorting voor een transformator in België.
 
transformator  (transformer, power transformer)
Eigenlijk een fors opgeschaalde versie van de "adapter" zoals iedereen hem kent. Transformators worden gebruikt om elektriciteit van spanning en stroomsterkte te doen veranderen, maar ze werken alleen bij wisselspanning. Zie de pagina over vermogenstrafo's voor veel meer informatie, verschillende soorten en informatie over de werking.
 
transformatorstation  (transformer station)
Opstelling van transformators. Op een transformatorstation worden meerdere hoogspanningslijnen aan elkaar verbonden en de elektrische spanning die zij voeren kan worden omgevormd naar een andere waarde. Doorgaans wordt dit afgekort tot trafostation (NL) of transfostation (B). Zie deze pagina voor meer informatie.
 
transfostation  (transformer station)
Opstelling van transformators (Belgische afkorting).
 
transportcapaciteit  (transmission capacity)
De hoeveelheid elektrisch vermogen die over een individuele hoogspanningslijn kan worden getransporteerd. De transportcapaciteit wordt uitgedrukt in MVA (mega-volt-ampère). De variatie binnen hoogspanningslijnen is enorm en er zijn grote uitbijters, ook binnen deelnetten met dezelfde bedrijfsspanning. Maar de normale transportcapaciteiten in Nederland moet men zoeken in de orde van 15-60 MVA (50 kV), 40-300 MVA (110 kV) en 100-500 MVA (150 kV). 220 kV en 380 kV hebben minder variatie, daar zijn 850 MVA en 953 MVA (220 kV) de norm in Nederland. Voor 380 kV zijn dat 1645 MVA (driebundelgeleiders) en 2635 MVA (vierbundels). In België is eenzelfde soort variatie aan te treffen.
 
transportnet  (transmission grid)
Het geheel aan transformators, hoogspanningsverbindingen en vermogensschakelaars dat samen het grootschalig transport van elektriciteit mogelijk maakt. Vroeger werden alleen de 380- en 220 kV-netten aangeduid als transportnet. Tegenwoordig krijgt ook het net tussen 150- en 50 kV steeds meer een transportfunctie, voornamelijk door een toenemend inhangen van decentrale productiecapaciteit, terwijl het hoogste niveau juist steeds vaker het koppelnet wordt genoemd.
Kenmerk van het transportnet is dat het twee kanten op kan werken: men kan stroom van A naar B sturen, maar andersom kan ook. Daarmee is het transportnet toekomstbestendig (in tegenstelling tot het huidige distributienet).
 
Transport System Operator  (TSO)
Engelse term voor een netbeheerder wanneer deze een semi-staatsbedrijf of quango is geen winst voor ogen heeft. De term TSO wordt ook in het Nederlands veel gebruikt
 
transportverlies  (grid losses)
Zie ook netverlies. Het verlies van elektrische energie in een hoogspanningslijn of in het net in zijn algemeenheid. Tennet formuleert dit als het verschil tussen de elektrische energie die het net wordt opgestuurd en wat ervan wordt afgenomen.
 
traverse  (arm)
Deel van een hoogspanningsmast waaraan de fasedraden zijn opgehangen. Zie deze pagina.
 
traversebodem  (arm floor)
Onderzijde van een traverse. De traversebodem kan drukkrachten opnemen en er bevindt zich vakwerk in waarmee wordt voorkomen dat de hele traverse naar opzij uitknikken kan.
 
traverserand  (arm truss)
Doorgaans trapeziumvormig vlak van latten die de buitenkant van de traversebodem vormen.
 
treinmomentje  ('Train moment')
Cultgebruik bij het fotograferen van hoogspanningsmasten.
Als er een treinspoor in de buurt is wordt er doorgaans ook een foto gemaakt met een trein erop, gewoon omdat het kan. Het treinmomentje is net zoals veel andere cultgebruiken vanzelf ontstaan.
 
trekmast  (row pylon)
Het derde (en beslist minst gebruikte) synoniem van draagmast en steunmast. De trekmast dankt zijn naam aan het omhoog trekken van de kabels, maar de kans op verwarring met een afspanmast is groot.
 
trekschoor  (tension diagonal)
Hoeklat die aan de bovenzijde van een traverse te vinden is en die schuin omhoog loopt naar de zijkant van de toren. Trekschoren geven een traverse zijn sterkte qua draagkracht.
 
trillingsdemper  (stockbridge-dampener)
Zie Stockbridge-demper.
 
trippen  (trip, to trip)
Ook: trip, getript. In de hoogspanningssector een term voor het afslaan of uitschakelen van een vermogensschakelaar, beveiliging of een heel circuit na een storing, kortsluiting sluiting of andersoortig probleem, maar ook voor het onverwacht offline gaan van een hele productie-eenheid. De term trip zelf slaat meestal op de component op zichzelf, of op het zogeheten tripcommando dat door beveiligingssystemen kan worden afgegeven. Bij het afschakelen van hele circuits tegelijk door een circuitfout wordt eerder klappen of uitklappen gebruikt.
 
trommelwagen  (cable tensioner)
Ook wel remtrommels genoemd. Machine waarmee geleiders in bovengrondse verbindingen kunnen worden getrokken en op de juiste trekspanning kunnen worden gebracht.
 
TSO  (Transport System Operator)
Afkorting van Transport System Operator. Je hebt ook een DSO, dat staat voor Distribution System Operator, maar die term wordt beduidend minder gebruikt.
 
tussenspanning  ('Between top- and middle level grid')
Aanduiding die vooral voor het Nederlandse 50 kV-net gebruikt wordt, vanwege de eigenschappen ervan die dit net eigenlijk tussen hoogspanning en middenspanning in plaatsen. Het 50 kV-net is ooit als transportnet ontworpen en doet inmiddels dienst als zowel transportnet (typische voor hoogspanning) en distributienet (typisch voor middenspanning). Er is geen gangbare Engelstalige term voor.
 
tweepaalmast  (bipole, bipole-tower)
Weinig gebruikt Nederlands synoniem voor een bipole-mast. Zie deze pagina.
 
tweerichtingsverkeer  (two-way transport)
De toekomst van stroomdistributie wanneer decentraal vermogen een rol van formaat speelt. Het hoogspanningsnet is reeds van begin af aan bedoeld en ontworpen om twee kanten op te kunnen werken, maar het midden- en laagspanningsnet zijn dat niet zomaar en zullen in sommige zaken moeten worden omgebouwd.
 
tweevlaksmast  (two-level pylon)
Soort hoogspanningsmast. Zie de pagina over deze mastsoort.
 
typisch vermogen  (typical capacity)
Normaal geachte capaciteits- en transportwaarden (in de praktijk een Interval met een enigszins vage boven- en ondergrens) voor een component of verbinding, bedreven op een zekere netspanning. Bijvoorbeeld bij 150 kV is een typisch transportvermogen 100 tot 500 MVA. Ook opwekking en zware verbruikers hebben enigszins te maken met de typische vermogens voor de netspanning waarop ze aangesloten zitten. Een producent die 1000 MW op het net wil invoeden, kan niet op 150 kV worden gehangen. Andersom is een klant van 10 MVA ook vrijwel nooit direct op het 150 kV-net aangesloten. De NEN-normen regelen in Nederland de boven- en ondergenzen voor aansluiting op geprefereerde netvlakken. Daar wordt in de praktijk wel eens van afgeweken als de beoogde netspanning geografisch niet voorhanden is. Bij 30 MVA zonder aanwezigheid van een tussenspanningsnet (en dus geen goedkope of überhaupt geen opties op de gewenste spanning) kan men dan alsnog een stap hoger zoeken en vrijelijk kiezen voor lichte 110.
 

ABCDEFGHIIJJKLMNOPQRSTUVWXYZ0-9