ABCDEFGHIIJJKLMNOPQRSTUVWXYZ0-9


 
kabel  (cable)
1) verkorte aanduiding voor een grondkabel.
2) in meervoud aanduiding voor de draden of de geleiders van een luchtlijn.
 
kap  (skirt, hood)
1) Beter gekend als glaskap. De glazen schotel die zich rondom een glaskap-isolator bevindt en tot doel heeft de kruipafstand zo groot mogelijk te maken.
2) Nederlandse term voor een uitgesneden of weggezaagd deel uit een hoekijzer (L-profiel) wanneer een ander profiel kruist of wanneer er een boutverbinding met drie of meer hoekijzers tegelijk moet worden gemaakt
 
kat  (delta pylon)
Alternatieve aanduiding voor een deltamast in enkele Europese talen (kat, chat).
 
kattenoren  (ground wire bearing)
Recht opzij, schuin omhoog of soms vrijwel recht omhoog stekende uitsteekstels op de bovenste traversen van sommige draag- en hoekmasten waarop de bliksemdraden vastzitten en die de bovenzijde van de hoogspanningsmast het uiterlijk van een kattenkop met twee oren of een soort kroon geven. Horizontale of zeer platte kattenoren worden soms ook een bliksembok genoemd. De overgang van het een op het ander is niet scherp en soms ietwat subjectief. Zie ook deze pagina.
 
KCD  (Grid State and Development Overview)
Kwaliteits- en CapaciteitsDocument. Lijvig document dat door Tennet en ook door een aantal regionale netbeheerders periodiek wordt uitgegeven en waarin de huidige staat, knelpunten, toekomstplannen en aanpassingen aan het net worden beschreven. KCD's kunnen gezien worden als de bijbels voor hoogspanningsgeïnteresseerden en ze zijn daarom zeer belangrijk voor wie diep wil gaan of een bepaald getal nodig heeft. Een zeer groot aantal oude en actuele exemplaren zijn te vinden in het submenu Documenten.
 
KCD-lookup
Geïntroduceerde term voor het natrekken van de eigenschappen van een verbinding (spanning, transportcapaciteit, lengte, aantal circuits, etcetera) in de KCD-rapporten. 
 
keramische isolator  (ceramic insulator)
Type isolator. Zie deze pagina.
 
kettingboog  (catenary)
De vorm die hangende hoogspanningskabels beschrijven. Meestal wordt gedacht dat de kabels een zuiver cirkelsegment of een parabool maken, maar in werkelijkheid wijkt de vorm licht af van een cirkelboog of parabool. Dat lijkt een futiliteit, maar de zeeg wordt op het laagste punt gemeten en met name bij crossings of grote afstanden wijkt de kettingboog merkbaar af van een cirkelboog en ook van een parabool.
 
kettinggetal  (catenary number)
(ook: kettingnummer, kettingwaarde) Getal dat aangeeft hoe strak een hoogspanningsgeleider is opgehangen zodat de zeeg berekend kan worden. 
 
kettinglijn  (catenary)
→ kettingboog
 
kilovolt 
1000 volt. Grootheid die gebruikt wordt op de netspanning op een hoogspanningslijn- of circuit mee aan te geven.
 
kilowatt
1000 Watt. Vergrotingsfactor van 1 watt die te klein is om de elektrische energie op een hoogspanningslijn mee aan te geven. Dat doet men in MW of soms zelfs GW.
 
klantaansluiting  (private connection, 3DP link, commercial link)
Aansluiting van een commercieel, privaat of particulier rechtspersoon (meestal gewoon een bedrijf, fabriek of quasi-overheidsinstelling zoals een gemaal) direct op het hoogspanningsnet of op tussen- en middenspanning. Klantaansluitingen op 50 kV en hoger zijn meestal zware industriële grootverbruikers zoals aluminiumsmelters, fosforproducenten, gasontvangststations, hoogovens of raffinaderijen. Sommige klantaansluitingen kunnen ook productie aanleveren (afhankelijk van hoe de processen die dag draaien en of er storingen zijn), maar wanneer er alleen maar productie plaatsvindt zoals bij centrales en windparken wordt de aansluiting aangeduid als invoeding.
 
klappen  ('to short out')
Het klappen of uitklappen is een term voor het plotseling en zonder voorwaarschuwing uitvallen van een verbinding of circuit. Als een circuit klapt raakt het buiten dienst. Soms kan redundantie een oplossing zijn, maar bij enkelcircuitverbindingen zal de stroom moeten worden omgeleid over andere verbindingen.
Een harde sluiting, falen, blikseminslag op een geleider, een zonnestorm (inductie) of overbelasting kunnen de oorzaak zijn, maar ook schakelfouten op een trafostation of zelfs moedwil (opzettelijke sabotage) kunnen uitklappen veroorzaken. Klappen is spreektaal voor uitvallen of falen en daarom is de term niet volledig afgebakend. Bij kleinere dingen, zoals een losse beveiliging of vermogensschakelaar, wordt ook wel de term trippen gebruikt.
 
kleerkasten
(ook: de kleerkastenlijn, dubbelmasten) Bijnaam voor de hoogspanningsmasten van de 380 kV-verbinding Geertruidenberg-Eindhoven. 
 
klepelpin  (pin, cap-and-pin)
Onderdeel waarmee een glaskap-isolator aan de klok van een volgend exemplaar wordt geschakeld.
 
klimbout  (climbing anchor)
Uitsteeksels die aan de randstaven van het mastlichaam gemonteerd kunnen worden en die gebruikt worden om in de mast te klimmen. Sinds de eeuwwisseling zijn de klimhaken ook voorzien van latchway.
 
klimhaken
→ klimbout
 
klok  (cap)
Bovenkant van een glaskap-isolator waarin een klepelpin kan worden gehaakt.
 
klokgetal  (phase position sign)
Aanduiding op een bordje waarmee de geleiders in hun configuratie aan de mast of traverse getoond worden. Voor een volledige uitleg, zie hier.
 
knetteren  (fuzz, hum)
Geluid dat door hoogspanningsverbindingen gemaakt wordt en dat met name met vochtig of mistig weer te horen is. Het geluid wordt veroorzaakt door kruipstromen, maar ook door magnetostrictie. Zie ook deze pagina.
 
kneusje  ('lamie')
Term in gebruik onder pylon geeks om een serieus verlaagde mastpositie mee aan te duiden (S-4 of nog lager). Vanwege zijn lage hoogte wekt een dergelijke mastpositie een beetje een klunzige, sneue indruk tussen zijn langere soortgenoten.

kniksteun  (second order diagonal)

Korte staafjes in de torenwanden die de randstaaf versterken door de potentiële knikafstand te verkleinen. Ook wel de tweede orde diagonalen genoemd. 
 
knikverkorters  (second order diagonal)
Ander woord voor kniksteun.
 
knip  (station implemented by cut-in)
(ook: knip, harde knip) Manier van onderbreking van bestaande circuits. Een knip is een plek waar een bestaand circuit is onderbroken om een later gebouwde inlussing met een nieuw aangelegde klantaansluiting of een nieuw station te maken. Geknipte verbindingen verraden vaak nog door hun niet gewijzigde mastnummers dat de situatie vroeger anders was.
 
knoopplaat  (gusset, gusset plate)
Meestal schetsplaat genoemd. Metalen plaat met gaten voor bouten, waarmee twee of meer latten of staven van een vakwerkmast aan elkaar verbonden worden.
 
kokermast  (tubular pylon)
Ander woord voor een buismast.
 
Konti-Skan  (Konti-Scan HVDC Link)
Oude (1965) maar nog steeds belangrijke HVDC-hoogspanningsverbinding tussen Jutland en Zweden.
 
kopermenie  (copper primer)
Verf die in sommige landsdelen op hoogspanningsmasten zit in plaats van de meer gebruikelijke zinkmenie. Kopermenie is met name in Friesland en Utrecht gebruikt en kenmerkt zich door een lichtgroene kleurzweem.
 
koperverliezen  (copper losses)
Verlies van vermogen in koperwikkelingen van transformators. Hoe groter de transformator, hoe relatief kleiner de koperverliezen.
 
koppelnet  (toplevel grid)
Het landelijk 380 kV- en 220 kV-net, dat hele landsdelen aan elkaar koppelt en alle transportnetten en deelnetten van 110 kV en 150 kV op deze manier met elkaar verbindt.
 
koppelveld  (coupling bay)
Veld op een hoogspanningsstation waarmee een schakeltuin verbonden is aan een transformator die aan zijn andere zijde aan een net van een hogere orde of hogere spanning vastzit. Voorbeeld: een 110 kV schakeltuin die met twee koppelvelden aan twee 220/110 kV trafo's vastzit. (Andersom, gezien vanaf de zijde van het 220 kV-station, is er eveneens sprake van een koppelveld, maar daar wordt het in dit geval een (afgaand) trafoveld genoemd.)

kortsluiting  (short circuit)

(ook: sluiting) Elektrisch contact tussen twee of meer fasen zonder door de belasting te lopen, of tussen een fase en de aarde.
 
kous  (sock)
Soort ommanteling die om de geleiders van een fasedraad getrokken kan worden (hij kan er van buitenaf omheen gevlochten worden) en waarin de fasedraad beschermd vast hangt in een schommel. Zie ook deze pagina.
 
kruipafstand  (leakage distance)
De afstand die lekspanning over de buitenkant van de isolators moet afleggen om het mastlichaam te bereiken. Deze afstand moet zo lang mogelijk gemaakt worden om transportverliezen en hinderlijk geknetter te minimaliseren. Rillen aan de onderzijde van glaskap-isolators en coronaringen zijn twee manieren om kruipstromen te beperken.
 
kruipstroom  (leakage)
(ook: lekspanning) Het weglekken van stroom over de buitenkant van de isolators. Kruipstroom dient minimaal gehouden te worden. Zie ook deze pagina.
 
kruis  (platform)
Subonderdeel van het broekstuk. Het kruis bevindt zich in een horizontaal vlak ter hoogte waar de vier broekstukpoten bijeen komen. Het zijn vier horizontale latten die naar de overkant gespannen worden en ze voorkomen dat het broekstuk kan gaan wrikken. Hogerop in de mast kunnen dezelfde constructies ook voorkomen, daar worden ze meestal tussenplatforms genoemd, en in de toren voorkomen deze platforms dat de toren kan inklappen of wokkelen.
 
kruising  (crossing)
Oversteek van een hoogspanningslijn met een infrastructureel object of met een waterlichaam. Er worden twee aanduidingen gehanteerd die uitwisselbaar zijn, kruising en crossing. Meestal spreken we van een kruising als er met twee verhoogde masten een infrastructureel object of een waterlichaam wordt overspannen, terwijl de term crossing vooral gebruikt wordt bij spectaculaire, zeer grote kruisingen of  wanneer er meer dan twee verhoogde masten nodig zijn om een breed waterlichaam over te steken.
 
kunststof-isolator  (composite insulator)
Type isolator dat aan een snelle opmars bezig is. Zie deze pagina.
 
kV
Afkorting van kilovolt.
 
kW
Afkorting van kilowatt.
 

ABCDEFGHIIJJKLMNOPQRSTUVWXYZ0-9