In sommige gebieden in België bevindt zich tussen het net van 150 kV/70 kV en het middenspanningsnet nog een extra net: het 36 kV-net. 

In België wordt 36 kV officieel ook tot het hoogspanningsnet gerekend. De lijnen worden, in tegenstelling tot de 50kV in Nederland, ook door de landelijk netbeheerder Elia beheerd. Net als 50 kV in Nederland is 36 kV in België een mix van transport en distributie. En niet overal staat er precies 36 kV op dit net: in de omgeving van Charleroi is het idee gelijk, maar de spanning is er 30 kV. De meeste verbindingen zijn als grondkabels uitgevoerd, maar zo hier en daar staat er ook eentje bovengronds.

Waarom een 36 kV-net?

Wie op de kaart kijkt, ziet dat 36 kV lang niet overal in België voorkomt. Aan de kust, in de omgeving van Brugge en in Brussel ligt een uitgebreid net, maar elders zien we slechts af en toe een losse verbinding en er zijn ook grote gebieden van België waar in het geheel geen 33- of 30 kV-net voorkomt.

Het 36 kV-net is het eerst ontstaan in Brussel. Daar was dit een ideale spanning voor een stadsnet: niet te hoog zodat je relatief goedkope onderstations in elke wijk kon zetten, maar toch hoog genoeg om voldoende capaciteit te bieden en met enkele centrales de hele stad te kunnen bedienen. Van die alleroudste 36 kV-lijnen (jaren '20) zijn er inmiddels een heel deel buiten dienst gesteld, maar ze zitten wel nog in de Brusselse ondergrond. (Voer voor archeologen van de toekomst.)

De rest van het 36 kV-net werd aangelegd gelijktijdig met de komst van 150 kV. In de tijd van de aanleg van het 150 kV-transportnet waren er tweesoorten gebieden: met 70 kV en zonder. In de gebieden met 70 kV zorgden de nieuwe 150 kV-lijnen ervoor dat de 70 kV-lijnen ontlast werden, waardoor 70 kV daarna voor lokale doeleinden gebruikt kon worden. (Een goed voorbeeld zien we in de vorm van de verbinding Lier-Mol, ooit een hoogspanningslijn die voor langeafstandstransport was bedoeld, maar die nu een lokale distributielijn voor vijf onderstations is geworden.)

Grondkabel voor 36 kV

Erg fotogeniek is het 36 kV-net niet. Heel soms is er nog een uitzondering, maar verder liggen bijna alle verbindingen onder de grond. Een markeringsplaatje zoals deze van Elia is dan het enige wat je ervan ziet.

Op de plaatsen waar 70 kV niet gebruikt kon worden voor lokale transmissie moest echter een nieuw net worden aangelegd. De keuze voor de "Brusselse" 36kV was snel gemaakt. Deze spanning was zelfs in de vroege jaren '50 al makkelijk en goedkoop te verkabelen, de apparatuur kwam al voor in het Belgische net en kennis m.b.t. deze spanning was al aanwezig. 

Een veranderende toekomst

Maar tijden veranderen. Het netbeheer en het gebruik van het net zijn anders dan vijftig jaar geleden en het stedelijke 36 kV-net voelt meer en meer de hete adem van zware middenspanning in de nek. Vandaag de dag zijn er twee bewegingen rond 36 kV: enerzijds wordt het net verkleind rond de grote steden. Daar krijgt de rechtstreekse transformatie 150 kV-MS tegenwoordig de voorkeur. Maar in de meer landelijke gebieden wordt het net wel nog uitgebreid. Onder meer in Oost-Vlaanderen neemt 36 kV de rol van de 70 kV langzaam over. Ook voor de aansluiting van windmolenparken blijkt 36 kV uitermate geschikt, iets wat we overigens ook in Nederland zien met 'losse' aansluitingen van 30 en 33 kV die niet op dit kaartje staan, maar wel op een echte netkaart.

Voor 30kV is het verhaal gelijklopend: oorspronkelijk was het de spanning van het stadsnet van Charleroi, later werd het uitgebreid over heel de provincie Henegouwen en nu is dit net weer op de terugweg wegens voorkeur voor 150kV-MS.