Het net van 220 kilovolt heeft in het noorden van Nederland dezelfde functie als 380 kV in de rest van het land. Ook in Wallonië vinden we deze netspanning. 

Vanwege historische redenen heeft het noorden van Nederland (Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel en de Noordoostpolder) een andere netspanning dan de rest van het land, namelijk het Duitse systeem van 220 en 110 kilovolt in plaats van 150 en 380 kilovolt. In België zijn er in Wallonië 220 kV-verbindingen en ook Luxemburg vertrouwt erop. In midden- en zuid-Nederland en Vlaanderen is 220 kV tot 2013 geheel afwezig geweest, hoewel er op dit moment gebouwd wordt aan grote ontwikkelingen met betrekking tot het aansluiten van offshore windvermogen (windmolens op zee) in Vlaanderen, op 220 kV-zeekabels. 

Transportfunctie

Net als het 380 kV-net is ook het 220 kV-net een koppelnet. Omdat het 220 kV-net dezelfde functie heeft als het 380 kV-net (namelijk grootschalig transport van vermogen over langere afstanden) is ook het 220 kV-net in Noord-Nederland als een grote ring uitgevoerd. (Lees bij 380 kV of in de St(r)oomcursus voor een nauwkeuriger beschrijving van de voordelen van een ringvorm.) In Wallonië zien we wat ringvorming rond Luik, maar daar is het zonder bewust plan vanzelf zo gegroeid.

De meeste 220 kV-verbindingen zijn in Nederland redundant (dubbel) uitgevoerd. Tot 2010 zat er echter een een zwak punt in de lijn: tussen Zwolle en Assen was de verbinding enkelvoudig, want het tweede circuit dat in de masten hing werd voor 110 kV benut. Dat had gevolgen voor de storingsbestendigheid en vanwege behoefte aan verhoogde transportcapaciteit is deze verbinding fors onder handen genomen. Het circuit dat 110 kV voerde werd in ere hersteld voor 220 kV en de hele verbinding werd opgewaardeerd naar een hoger transportvermogen (953 MVA om precies te zijn). 
Opnieuw net als voor 380 kV geldt ook voor 220 kV-verbindingen dat ze in principe bovengronds worden uitgevoerd, omdat grondkabels technisch ingewikkelder zijn en ook bij 220 kV de koppelfunctie (en betrouwbaarheid) van groot belang is.

220 kV-donaumast in Friesland (foto door Rick Bekker)De 220 kV-verbinding tussen Vierverlaten en de Eemshaven en het identieke exemplaar naar Delfzijl zijn zware jongens met vier circuits, opgehangen aan zogeheten tweevlaksmasten. Rechts: donau-ontwerp voor twee circuits in Friesland. Foto's door Ole Nielsen en stormchaser Rick Bekker. 

Een paar zware verbruikers en producenten in het noorden van Nederland en nog meer in Wallonië zijn direct aangesloten op het 220 kV-net, net zoals we dat met grote productie-eenheden op 380 kV elders in beide landen zien. Zo is er bij de Eemshaven een groot datacenter van een bekende zoekmachine direct in het 220 kV-net gehangen. Ook bij Bastogne zien we zo'n klant.

Net als het 380 kV-net is het ook bij 220 kV een vrij moeilijke zaak om een verbinding met deze spanning ondergronds aan te leggen. 220 kV treffen we daarom vrijwel altijd bovengronds aan. Masten en lijnen van 220 kV zijn weliswaar wat kleiner dan de zeer grote verbindingen die 380 kV voeren, maar het zijn over het algemeen nog steeds grote, zware hoogspanningslijnen die beduidend forser en hoger zijn dan de 110 kV-lijnen. Vaak zijn ze ook zichtbaar groter dan 150 kV-verbindingen, hoewel dit onderscheid in Wallonië soms moeilijker te maken is.  

Massief en groot? Toch niet altijd! Hier zien we in België een deel van de 220 kV-verbinding Aubange-Rimière, ergens tussen 1945 en 1950 gebouwd. Ooit was dit de enige verbinding met de zuidelijke Ardennen. In die tijd droeg de verbinding nog twee circuits. Waarom dat tweede circuit ooit is verwijderd is ons niet bekend. Merk op hoe klein en ijl de mastlichamen zijn in vergelijking tot modernere masten.

Een bedreigd net?

Het 220 kV-net in het noorden van Nederland heeft de twijfelachtige eer dat het een bedreigd net is. In het verleden was het 220 kV-net veel groter dan nu. Heel Overijssel (tot diep in Twente) was ooit van 220 kV voorzien. De opkomst van 380 kV heeft in dit opzicht het 220 kV-net op een pijnlijke manier op de feiten gewezen: met een spanning van 220 kV kan je nu eenmaal minder energie verplaatsen dan met een spanning van 380 kV. 

Vroeger was dat geen probleem. In het noorden van Nederland (een dunbevolkt, economisch weinig interessant en lange tijd relatief arm gebied) bood 220 kV meer dan voldoende transportruimte. Maar tijden veranderen. Overigens niet omdat het noorden een inhaalslag maakt: nog steeds heeft het noorden de neiging achter de feiten aan te lopen en het stroomgebruik is er al jaren stabiel, in scherpe tegenstelling tot het westen. Nee, de oorzaak van de bedreigde status van het 220 kV-net ligt juist in een sterk toegenomen productie van elektriciteit.

De sterk toegenomen productie van elektriciteit in de Eemshaven is de voornaamste reden voor het project Noordwest-380, een inmiddels grotendeels weer afgezegd project dat draaide om het vervangen van 220 kV door 380 kV. Een groot deel van de zelfstandige 220 kV-transportlijnen had erdoor zullen verdwijnen om te worden ingeruild of te worden gecombineerd met 380 kV. Nieuwe inzichten in de toekomstige energiemarkt hebben er echter voor gezorgd dat het project Noordwest-380 in het begin van 2014 grotendeels werd afgeblazen.

5 GW

In het lege noorden (met veel boerderijen en potentie voor windturbines en zonnepanelen, maar ook voor zware kolencentrales) wordt sinds enige tijd meer energie opgewekt dan er verbruikt wordt. Met name de Eemshaven is sinds een aantal jaren in hoog tempo aan het veranderen in een grote agglomeratie van centrales. In 2016 was er een productiecapaciteit van meer dan 4 GW geïnstalleerd: veel meer dan de eigen vraag van het gebied. Dat vereist een verzwaring van het net om al dit vermogen weg te transporteren naar de 380 kV-ring en het westen en zuiden van het land. 380 kV is in dat opzicht geschikter dan 220 kV vanwege de hogere transportcapaciteit. Door deze ontwikkeling zullen een aantal bestaande 220 kV-verbindingen verdwijnen, worden voorbereid op een tweede leven met 380 kV als werkspanning of worden opgewaardeerd. Anderzijds is 220 kV de laatste vijf jaar zeer snel in zwang geraakt als aansluitspanning voor offshore windparken die niet ver genoeg uit de kust staan om een HVDC-aansluiting de moeite waard te maken. Waar 220 kV enigszins kwijnt op land, floreert het juist op zee.

De ontwikkelingen in centraal en decentraal vermogen in het noorden gaan razendsnel en het is enigszins onzeker hoe het 220 kV-net er over tien, vijftien of twintig jaar uit zal zien. Nieuwbouw van 220 kV-lijnen die een transportfunctie hebben is onwaarschijnlijk en er zijn 220 kV-plannen die nooit meer de tekentafel zullen verlaten omdat ze zijn ingehaald door 380 kV. Het enige wat we zeker weten is dat er géén vooropgezet masterplan of complot bestaat tot eliminatie van het 220 kV-net. Het loopt zoals het loopt: wanneer het handiger is om een zekere 220 kV-lijn op te waarderen tot 380 kV, dan zal dat gebeuren. Maar wanneer een 220 kV-lijn voldoet aan wat nodig is, dan zal deze gewoon in dienst blijven voor onbepaalde tijd zonder verdere aanpassingen.
 


Omhoog