In de rubriek Mast van de Maand (in de kolom links op de voorpagina van de site) wordt iedere maand een andere hoogspanningsmast in het zonnetje gezet. Naast een foto en het mastnummer wordt er kort informatie gegeven over de hoogspanningslijn waar de mast in staat en de geschiedenis ervan. Hoewel de Mast van de Maand een van de oudste rubrieken is die we hebben op de site, gaat dit archief niet verder terug dan mei 2011. (Voor die tijd werden oude edities helaas niet bewaard.)

Heb je een verzoek(mast)nummer?
De rubriek staat open voor verzoeknummers. Vind hier de details en het inzendformulier, en wie weet is de eerstvolgende nog vrije editie voor jou!

<- Terug naar de voorpagina


September 2017

Mast van de Maand september

Mast 80N, Mechelen – Aarschot – Het komt maar weinig voor dat we een 'N' in deze rubriek hebben, want pylon geeks zijn nu meestal niet zo gecharmeerd van lijnvreemde nieuwe masten in bestaande verbindingen. Maar als we de lijncontinuïteit laten voor wat het is en eens goed naar mast 80N van de 70 kV verbinding Mechelen – Aarschot kijken, dan zien we een driehoeksmast met een betonnen paal waaraan vakwerktraversen zitten. Een niet alledaags gezicht, maar wel een moderne verschijning. Dit soort constructies worden in België zo hier en daar gebruikt bij reconstructies (zoals hier, waar een zadelmast moest wijken voor dit nieuwe, hogere exemplaar vanwege de overkruising van een weg) en ook bij lijnverzwaringen in de Ardennen, waar België kennis gaat maken met 110 kV als nieuwe netspanning. Deze mast zelf is gemaakt bij Europoles in Neumark, Duitsland. De strakke traversen zonder trekschoren maken duidelijk dat er niet veel gewicht te verwachten is, waardoor de mast een minimalistisch, strak maar ook ietwat fragiel oogt.

Augustus 2017

Mast van de Maand augustus

Mast 07, Doetinchem – Hengelo – Dit leuke duo staat net ten noorden van Doetinchem. Leidend voorwerp op deze foto gemaakt door Michel van Giersbergen is mast 07 van de 380 kV-verbinding. We zien een typische Oostring-donaumast met de karakteristieke preekstoelen, kind van de vroege jaren 90. De oudere 150 kV PGEM-tonmast steekt een beetje schril af bij de grote donaumast, ook al is de tonmast reeds een verhoogde versie. Maar het opmerkelijkste aan de hele foto is dat we überhaupt twee verbindingen zien: verderop in Twente treffen we 380 kV-donaumasten van dezelfde leeftijd, maar daar zijn ze uitgevoerd als combimasten zodat parallel lopende 110 kV-verbindingen nu meelifers op de ondertraversen zijn geworden. Ook deze 150 kV-lijn naar Zutphen loopt over vrijwel zijn hele lengte parallel aan de later gebouwde 380 kV-lijn. Waarom deze verbinding het lot van combinering bespaard bleef en we dus nog tegen dit gezellige koppeltje aan kunnen kijken is hier bij HoogspanningsNet niet bekend. Zou men het rond 1990 nog net niet aangedurfd hebben om 150 kV (toch 40 kV meer dan 110 kV) mee laten meeliften? Wie het weet mag het ons vertellen!

Juli 2017

Mast van de Maand juli 2017

Mast 53, Enkhuizen – Medemblik – Al een keer eerder had het Mannesmann-lijntje in Noord Holland de eer om te mogen figureren in Mast van de Maand, maar toen betrof het een draagmast. We zien hier echter een hoekmast van de verbinding, vastgelegd door John Steijger. Het lijntje is gebouwd met masten van stalen buizen, maar die zijn zodanig gemonteerd dat het vanaf enige afstand net lijkt alsof het houten palen zijn. Toen het PEN in het vroegmidden van de vorige eeuw een 50 kV-net over de provincie Noord Holland uitrolde, bleken houten masten onderhoudsgevoelig en kwetsbaar voor falen te zijn. Bij de Duitse firma Mannesmann (bekend van het gelijknamige buizenfabricageproces) werden bij wijze van proef stalen masten besteld met grofweg hetzelfde ontwerp als de houten exemplaren. Ze voldeden zo goed dat de stalen versie uiteindelijk op veel lijnen in de PEN-concessie werd toegepast. En ondanks het grotendeels ondergronds verdwijnen van het 50 kV-net in de tweede helft van de eeuw is het Mannesmannlijntje tussen Enkhuizen en Medemblik tot op de dag van vandaag grotendeels behouden gebleven.

Juni 2017

Mast van de Maand juni 2017

Mast 01, Lixhe – CBR – Lixhe is het enige Belgische hoogspanningsstation waar alle vier huidige spanningen in het Belgisch hoogspanningsnet tegelijk te vinden zijn. Dat brengt vanzelfsprekend een mastenpark met zich mee waarin allerlei formaten en leeftijden te vinden zijn. Op deze foto gemaakt door Bavo Lens zien we de klantaansluiting naar CBR vertrekken: 70 kV op een oud, klein en heel slank mastje dat het zonder trekschoren moet doen. Het zal geen eenvoudige klus zijn geweest om hem in elkaar te schroeven. De toren is bovenaan nog geen halve meter breed en wie er in de eerste helft van de vorige eeuw met zijn handen in moest om (uiteraard zonder pneumatiek) de bouten aan te draaien zal er een heel geklungel mee hebben gehad. Of althans, dat zijn we nu geneigd om te denken met onze huidige monstermasten, want we moeten niet vergeten dat zelfs deze kleine mastjes ooit de reuzen van hun tijd waren. Het eerste Belgische koppelnet van 70 kV was ooit opgetrokken met mastjes van dit formaat. Netbeheerder Elia wil het niveau van 70 kV op de (zeer) lange termijn verlaten, maar het bestaande arsenaal is enorm. De komende tijd blijven dit soort kleine lijntjes dus nog gewoon een vertrouwd straatbeeld.

Mei 2017

Mast van de Maand mei 2017

Mast 32, Borculo – Winterswijk – In de Achterhoek treffen we deze aanblik aan in twee lijndelen, zoals hier vastgelegd door Ruben Schots. Eén circuit van 150 kV wordt gedragen op onvolledig benutte tonmasten, die mede door de uitvoering als buismast met gekromde traversen de indruk van verminkte insecten wekken. De verbinding is in 1986 aangelegd en is het sluitstuk van de aanleg van een ringvorm in de Achterhoek. Omdat in een ring geen problemen optreden als één volledige verbinding tussen twee stations klapt (de ring verandert dan in een hoefijzer, maar nog steeds kunnen alle stations bereikt worden) en omdat het gebied maar weinig vraag kent, heeft men het tweede circuit bij de aanleg in eerste instantie maar achterwege gelaten. Toch kende de verbinding een gloriemoment in 2010, toen bij een ongewoon zwaar zomeronweer de ring verbroken werd omdat in de verbinding tussen Doetinchem en Ulft vijf masten bezweken. Dankzij deze lijn hielden de stations Winterswijk, Dale en Ulft alsnog verbinding met het net en werd een stroomstoring voorkomen.

Vanaf deze maand is de plek van de Mast van de Maand direct online op de netkaart te bekijken. Merk op dat de naam van de mastpositie in een link is veranderd. Die verwijst naar een gebookmarkte locatie op onze webkaart.

April 2017

Mast van de Maand april 2017

Mast 12, Jupille – Berneau – Fotograaf Bavo Lens legde bij Visé deze oude 220 kV-mast vast waarvan de constructie verraadt dat het een ongebruikte wisselmast is. In België is dat zeer bijzonder omdat er in het gebied van Elia in beginsel überhaupt geen wisselmasten voorkomen. Dat dit exemplaar er toch is (of was) heeft dan ook een niet-Belgische reden. Hij staat in de huidige 220 kV-verbinding Jupille – Berneau, een verbinding die zijn bestaan begon als Jupille – Lutterade – Zukunft. Een unieke interconnectie tussen België, Duitsland en Nederland, in de oorlog gebouwd door RWE met als doel om buitenlands vermogen te kunnen importeren voor de Duitse industrie. Reeds in die tijd had België al bijna twee decennia een prima functionerend koppelnet op 70 kV zonder ook maar één fasewissel. De Belgische ingenieurs zullen verbaasd zijn geweest toen de bezetter opeens wisselmasten noodzakelijk achtte. Maar het was niet echt de periode waarin je zomaar Duitsers ging tegenspreken, zodat de erfenis van de Duitse ingenieurs tot op de dag van vandaag letterlijk overeind staat.

Maart 2017

Mast van de Maand maart 2017, foto door Ruben Schots

Mast 28, Vollenhove – Lemmer – We blijven nog een maand in het westelijk deel van de IJsselmijconcessie en maken een sprongetje naar de andere kant van Vollenhove, waar Ruben Schots de 110 kV-verbinding tussen Lemmer en Vollenhove vastlegde. De IJsselmij stapte in de vroege jaren 50 voorzichtig en enigszins weifelend over van hamerkoppen naar donaumasten. Een donaumast is hoger, maar minder breed en ook minder kwetsbaar voor ijzel. Ook is de bliksembescherming van de fasedraden beter. Uiteindelijk ontwierp de IJsselmij een qua constructie betrekkelijk ingewikkeld, maar door liefhebbers gewaardeerd donaumastje voor 110 kV die in twee varianten werd toegepast. Hier zien we de versie met verkleinde tussenruimte tussen de traversen. Het aardige is dat het donaumastje zichtbaar de genen van zijn voorgangers draagt: de vorm van de ondertraverse lijkt bij nader inzien rechtstreeks gebaseerd op de tweede generatie hamerkoppen, terwijl de boventraverse veel gemeen heeft met de eerste generatie hamerkoppen.

Februari 2017

Mast van de Maand januari 2017

Mast 85, Zwartsluis-Vollenhove – De IJsselmij-hamerkop generatie I heeft een lange parapluvormige traverse en een soepel, haast vloeiend lijnenspel. Voor een hamerkop is dat een hele prestatie, want dit mastmodel heeft snel de neiging schreeuwerig, bonkig, 'dom' of sloom van uiterlijk te worden. Maar wat doen die rare hoorntjes daar? Die zaten er oorspronkelijk niet op. Deze verbinding liep oorspronkelijk met een bocht om Zwartsluis heen, maar dat lijndeel werd al decennia geleden verkabeld. Toen werd er ook een circuit weggehaald omdat de grondkabel slechts enkelvoudig was aangelegd. Drie fasedraden bleven over en dat is geruime tijd zo gebleven. In 2013 werden de kabel en de verbinding alsnog van het tweede circuit voorzien. Veranderde NEN-normen eisten toen echter een andere manier van bliksembeveiliging. Het mastontwerp, ironisch genoeg ooit bedoeld om maar liefst vijf bliksemdraden te kunnen dragen, kon niet voldoen aan deze nieuwe normen. De enige oplossing was het aanbrengen van een soort horens.

Januari 2017

Mast van de Maand januari 2017

Mast 03, Bressoux-Monsin – Een enkelcircuitverbinding van 70 kV op deltamastjes, een obstructieschildering erop en een uitgesproken industrieel uiterlijk. Dat kan niet missen: welkom in Luik, waar Michel van Giersbergen (deze dag samen met Ruben Schots op een heuse mastenkijktoer) op een stralend zonnige najaarsdag dit bokje op de foto zette. Het lijntje bedient een klantaansluiting op Monsin, waar een kleine waterkrachtcentrale staat. Het uiterlijk doet een beetje denken aan een gespierde variant van de (onder pylon geeks) genoegzaam bekend geraakte en reeds verdwenen EGD-bokjes. Dit soort deltamasten dragen altijd maar één circuit. Dat maakt ze goedkoop en qua constructie ijzersterk, maar als je een klant op deze manier aansluit en de verbinding moet in onderhoud, dan moet de klant van het net. Monsin is dan ook met twee zulke verbindingen aangesloten, maar de andere is grotendeels als grondkabel uitgevoerd.

December 2016

Zeyerveen-Beilen door Ruben Schots

Mast 01, Zeyerveen-Beilen – December betekent traditiegetrouw een dennenboommast. Maar ook dit jaar is het enige wit op deze foto gemaakt door Ruben Schots helaas de circuitkleur op de randstaaf. Ondanks dat heeft de mast in kwestie toch een verzetje: dit jaar moet hij Abraham gezien hebben. De 110 kV-verbinding werd tegelijk gebouwd met de langere 220 kV-verbinding Hoogeveen-Vierverlaten. Tussen Beilen en Zeyerveen delen ze hetzelfde tracé. Het EGD speelde daar bij de bouw van beide verbindingen in 1966 bewust op in en besloot om een mast te ontwerpen die een versie voor 110 kV en een grotere versie voor 220 kV kende. Beide verbindingen lopen netjes met elkaar in de pas en door hun opzettelijk gelijkvormige mastontwerp werd de aanblik ervan zo rustig mogelijk gehouden. Op de achtergrond zien we dat het mastontwerp ook in de andere afgaande 110 kV-verbinding naar Marsdiek is toegepast, zodat het hele trafostation Zeyerveen in feite maar één mastontwerp dat er vanuit vier verbindingen binnenloopt.

November 2016

Mast van de Maand november 2016, door Michel

Mast 301, Borssele-Geertruidenberg – Op het eerste gezicht zien we op deze foto gemaakt door Michel van Giersbergen een 380 kV donaumast zoals er zoveel van zijn in het Nederlandse koppelnet. Een licht verhoogd type om een kanaal mee te overkruisen. Kenners zien aan de railing en lengte van de boventraversen dat het inderdaad om Borssele-Geertruidenberg gaat. Wat echter veel meer opvalt dan de hoogspanningsmasten is de windturbine op de achtergrond. Zelden zagen we het contrast tussen vakwerk en kokerconstructies zo illustratief gedemonsteerd. Waar je dwars door de hoogspanningsmast heen kan kijken en waar deze het toelaat om mee te bewegen met de sfeer en kleur van het landschap door de dag en de seizoenen heen, is de windturbine een massief, donker object dat zich weigert aan te passen. Het geeft te denken over de algemene afkeer van vakwerk in de openbare ruimte.

Oktober 2016

Getekende hoogspanningsmast in de vorm van een letter B

Mast 01, lijn n.v.t. – Mast van de Maand vereist gewoonlijk dat de mast in Nederland of België staat en op het moment van de foto in functie is. Slechts zelden wijken we daarvan af. Maar deze maand is het toch een keer zover, want in onze mailbox kregen we van Brigitta deze buitengewone inzending. 'Van mijn buurjongen Hugo kreeg ik deze tekening van deze bijzondere mast. Vooral het lijnenspel van hoogspanningsmasten fascineert hem en tekent hij graag na. Deze mast is speciaal voor mij gemaakt: de hoofdletter B.' Voor enkele mensen achter deze site en wellicht ook bij het lezerspubliek is het tekenen van masten een feest van herkenning uit hun kindergarten. Sommigen blijven het doen en aan hen hebben we de cartoons en onze merchandise te danken. Overigens is Hugo niet de eerste die een mast in de vorm van een letter heeft gemaakt: een paar jaar terug kregen we een email van kunstenaar Arthur Reinders Folmer, die een lettertype had gebaseerd op de verschijningsvorm van een hoogspanningslijn – inclusief een enorme tussenruimte tussen de letters. Hugo, je bent dus zeker niet alleen.

September 2016

Mast van de Maand september 2016

Mast 51, Nijmegen-Zevenaar – De onmiskenbare gestalte van een PGEM-tonmast vertelt ons dat we deze maand in Gelderland zijn. 150 kV-tonmasten zijn zeer algemeen in Gelderland en je treft ze aan in verschillende leeftijden of generaties. De opvallend korte bliksemtraversen op dit exemplaar, gefotografeerd door Ruben Schots, zijn het handelsmerk van de oudste generatie. De (nog oudere) drievlaksmasten hebben een vrij lange bliksemtraverse, maar zo rond 1950 meende de PGEM dat het allemaal best wat korter kon. Het bleek een misvatting. De zeer dicht bij elkaar hangende bliksemdraden boden niet de verwachtte bescherming en de overlast van blikseminslag op de fasedraden bleek een hinderlijk probleem. Vandaar dat volgende generaties tonmasten weer werden voorzien van bekende langere bliksemtraversen, maar de reeds gebouwde lijnen met dit specifieke ontwerp werden niet alsnog aangepast.

Augustus 2016

Mast van de Maand augustus 2016

Mast 13, Lint-Mercator – Het vlakke Vlaamse land waarboven de lucht trilt in een stille, hete dampigheid heeft vele hoogtepunten, in dit geval letterlijk. Hier staan we bij het (toepasselijke) gehucht Toren, op de noordoever van de Schelde. Prominent in beeld staat mast 13 van de 380 kV-verbinding Lint-Mercator. Deze verbinding draagt drie draadstellen, maar in het mastvak dat de crossing over de Schelde maakt is ook het vierde draadstel reeds ingehangen: dat scheelt toekomstig ingewikkeld constructiewerk en scheepvaarthinder. Op dit moment is deze hoogspanningslijn nog de zwaarste van België, maar het zal niet lang meer duren of het stevinproject haalt hem in. Naast deze zware jongens zien we ook een paar deltamasten. Zou fotograaf Michel van Giersbergen zich omgedraaid hebben, dan zou het historische transformatorstation van Schelle in beeld zijn verschenen. Dat station bestaat al bijna een eeuw en het heeft een cruciale rol gespeeld in de vooroorlogse ontwikkeling van een landelijk koppelnet op 70 kV. Een rol die inmiddels door station Mercator op 380 kV is overgenomen.

Juli 2016

Mast van de Maand juli 2016

Mast 97, Zwolle-Meeden – Deze maand hebben we weer een verzoeknummer: mast 97 van de combilijn Zwolle-Meeden. Deze mast draagt een rare omleiding voor een aftak naar het opstijgpunt aan de andere kant van de mast. Zwolle-Meeden overkruist hier de oude aftak Coevorden. Men heeft deze aftak losgemaakt van de overbelaste lijn Hoogeveen-Veenoord en hem bijhangen in Zwolle-Meeden 110 om meer capaciteit beschikbaar te krijgen. De verzwaring werd echter zo grondig aangepakt dat de nieuwe draden te veel wogen voor het hoekmastje dat reeds in de aftak Coevorden was opgenomen. In plaats van een bovengrondse splitsing werd het toen maar een stukje grondkabel, zodat de trekkrachten geen rol meer speelden. De rare omleiding rond de toren is tijdelijk nodig omdat de aftak Coevorden (aftak 65 MVA) bij inlussing een knelpunt zou vormen in de bestaande circuits van 270 MVA. Dan maar een harde aftak bouwen, dan ben je dat probleem kwijt. Om redundantie te waarborgen moest de aftak op beide circuits gebeuren, zodat deze bizarre omleiding enkele jaren nodig is totdat de rest van de aftak ook is verzwaard.

Juni 2016

EGD-hamerkop II bij Kropswolde door Tom Börger

Mast 37, Meeden-Kropswolde – Dit mastmodel zal bij de die-hards meteen een belletje doen afgaan – 'ah, een Heveskeshamerkop'. Toch is dat niet zomaar juist. Dit ontwerp hamerkop is inderdaad het meest bekend van de langste verbinding waarin het is toegepast (de Heveskeslijn tussen Groningen en Delfzijl), maar hij is ook in andere verbindingen gebruikt. Een betere naam is dan ook EGD hamerkop II, verwijzend naar de tweede generatie hamerkopmasten die door het EGD werden toegepast in voornamelijk de jaren 60. Hier zien we mast 37 van de lijn Meeden-Kropswolde, op de foto gezet door Tom Börger. De verbindingscapaciteit is 131 MVA nominaal is enigszins teleurstellend voor de opmerkelijk dikke geleiders die gebruikt zijn. Verder hangen de geleiders ook betrekkelijk laag. In 2012 was deze verbinding het decor van een naar ongeluk met een trekker. Ook Tennet erkent het probleem. Her en der worden de draden dan ook wat strakker afgespannen. 

Mei 2016

Mast van de Maand mei 2016

Mast 22, Doel-Mercator – De Mast van de Maand trekt zich niets aan van alle jubileumgeweld rond Zwolle-Meeden-Eemshaven, want we gaan in deze rubriek gewoon naar diagonaal de andere hoek van onze concessie. Deze stoere roodwit geschildere donaumasten sieren de Antwerpse haven op. Ondanks het betrekkelijk slechte weer in april wist Michel van Giersbergen mast 22 van Doel-Mercator I met een blauwe lucht vast te leggen. De brede, zware torens van meer dan honderd meter hoog en de zware bouw stralen uit dat deze masten niet met zich laten sollen en dat ze de competitie met het visuele geweld van alle schepen, kranen en schoorstenen prima aankunnen. Sinds de meeste reactoren op Doel weer draaien (of nou ja, ze hebben nog steeds wel eens de hik) worden de verbindingen ook weer goed benut. 

April 2016

Mast van de Maand mei 2016

Mast 27, Zeyerveen-Vierverlaten – Deze maand weer een foto gemaakt door Ruben Schots. Hij nam op 25 maart de fiets ter hand en besloot de 220 kV-verbinding Hessenweg-Vierverlaten als leidraad te gebruiken voor een prachtige fietstocht door drie provincies heen. Het lukte hem om de 90 kilometer lange verbinding, die dit jaar zijn vijftigste verjaardag viert, van begin tot eind te volgen. Hier zien we een lange rechtstand in het lijndeel tussen Zeyerveen en Vierverlaten. Wat je echter niet ziet is hoe weinig het maar had gescheeld of de hele verbinding was in 2010 gesloopt. Nog net op tijd werd de sloop herroepen door onvoorziene veranderingen in de netstrategie van Noord Nederland. In plaats van sloop gebeurde het tegenovergestelde: de verbinding werd juist opgewaardeerd. Met V-ophanging werden zwaardere draden aan de drievlaksmasten gehangen, geschikt voor 953 MVA. Het geeft een ander lijnbeeld dan vroeger. Niet alle lijnliefhebbers zijn daar even gecharmeerd van, maar waar ze het allemaal over eens zullen zijn is dat het een heel klein prijsje is ten opzichte van hoe het ook had kunnen aflopen…

Maart 2016

Mast 08, Wateringen-Bleiswijk – We weten dat de mening over wintrackmasten onder mastengekken eh.. redelijk breed uiteenloopt binnen een links-scheve verdeling, laten we het dan maar zo uitdrukken. Maar het is wel een feit dat deze knakkers het enige echte houvast zijn van toekomstige bovengrondse hoogspanning in Nederland, terwijl we ze nog nooit als Mast van de Maand gehad hebben. Het taboe wordt deze maand doorbroken. Op deze foto, gemaakt door Michel van Giersbergen bij Delft, zien we zogeheten combinatiewintracks. Daarin heeft men 380 kV en 150 kV gebroederlijk naast elkaar opgehangen. De minimalistische masten moeten echter wel heel veel knikken, bochten en hoeken maken om in het volle Westland nog een tracé te kunnen claimen. Mede daardoor is de rust ver te zoeken in deze verbinding. We zijn benieuwd of dat beter gaat lukken in de volgende wintrackverbinding, de Noordring van Randstad-380 die nu in aanleg is.

Februari 2016

Mast van de Maand

Mast 137, Haps-Venray – Op het oog een vrij eenvoudige donamast, maar de verbinding waarin hij staat maakt een goede kans de meest ingewikkelde geschiedenis te hebben van alle lijnen die we hebben in Nederland. In de vroege jaren 50 werd de oorspronkelijke verbinding Nijmegen-Blerick. Toen het verbruik in het tussenliggende gebied steeg, werden er stuk voor stuk met telkens meerdere jaren tussentijd stations ingelast en ingelust in Boekend, Horst, Venray, Haps (en Gennep), Teersdijk, Cuijk en Californië. Uiteindelijk werd in Boxmeer zelfs een koppeling met het 380 kV-net gemaakt, omdat de verbinding oorspronkelijk alleen op beide uiteinden invoeding had en daardoor flink op zijn tenen ging lopen. Ook werden er een paar tracéreconstructies doorgevoerd. Hoewel de meeste losse masten nog authentiek zijn, is de verbinding in netstrategisch opzicht bijna onherkenbaar veranderd.

Januari 2016

Mast van de Maand (Meerhout-Massenhoven)

Mast 03, Meerhout-Massenhoven – Het Belgische en het Nederlandse koppelnet hebben beide een netspanning van 380 kV, maar het dominante mastmodel is zeer verschillend (donau tegen dubbelvlag). Maar ook de variatie in details binnen de beide koppelnetten vertoont gelijkenis. Waar het Belgische koppelnet op het eerste gezicht gedomineerd wordt door telkens dezelfde dubbelvlagmasten, blijkt bij nader inzien dat er meerdere soorten van deze masten in gebruik zijn die allemaal net weer ietsje van elkaar verschillen. Zo zien we hier bij Massenhoven op deze foto gemaakt door Michel van Giersbergen een dubbelvlag-ontwerp met een langere boventraverse voor de bliksemdraad en Nederlands ogende kattenoren op de hoekmasten. Een duidelijk andere aanblik dan de traditionele Belgische bliksembokken. Het missende topstukje en de obstructieschildering zorgen voor een vrij robuust en industrieel uiterlijk.

December 2015

Beek-Schoonbron door Michel van Giesbergen

Mast 02, Beek-Schoonbron – Inmiddels is het traditie, december betekent een dennenboommast. Vorig jaar hadden we een gezellig dikkerdje in huis gehaald met Nijmegen-Bemmel, maar dit jaar gaan we voor een slanke den. Trouwens ook een ouwe den. Welkom in Limburg, waar Michel van Giersbergen de verbinding Beek-Schoonbron vastlegde (sorry voor de extreem groene kerst). De simpele toren met slingerverband en de enkelvoudige trekschoren zien er nogal Duits uit. Dat klopt: de masten werden gebouwd door RWE in 1947. Ze hebben de tand des tijds wonderlijk goed doorstaan, maar de netsituatie zelf is onherkenbaar veranderd. De verbinding was oorspronkelijk deel van de stervormige, grensoverschrijdende verbinding Lutterade-Zukunft-Jupille, bedreven op 220 kV. Vele reconstructies later staat alleen het deel Beek-Schoonbron nog overeind, bedreven op 150 kV. Een zichtbare erfenis van de complexe nethistorie van Limburg en omliggende gebieden.

November 2015

Veenoords bokje in de aftak Avebe Dobbestroom

Mast 02, aftak Dobbestroom – Deze kleine enkelcircuit 110 kV-deltamast is niet alleen de enige hoogspanningsmast in de zeer korte bovengrondse klantaansluiting van Avebe Dobbestroom. Het is ook überhaupt de enige nog overgebleven deltamast van dit ontwerp. Met het verdwijnen van de verbinding tussen Veenoord en de aftak Luksham zijn de laatste negen mastjes van dit type in het staatsnet gesneuveld zodat Dobbestroom nu de enige plek is waar je er nog eentje kan aantreffen, zoals fotograaf Michel van Giersbergen deed. De nieuwe grondkabel naar de aardappelfabriek heeft gelukkig geen gevolgen gehad. Het mastje, destijds een gedurfd ontwerp, werd in 1953 geïntroduceerd om zuidoostelijk Drenthe quick and dirty enkelcircuit van stroom te voorzien en tevens een noodkoppeling te vormen tussen de netten van het EGD en de IJsselmij. Helemaal origineel is deze overigens niet meer: de rare uitsteeksels waar de isolators aan hangen zaten er in het basisontwerp niet op.

Oktober 2015

 
Mast 35, Eeklo Noord – Brugge Wachelwater – Een hoogspanningsnet is nooit af. Zo heeft netbeheerder Elia momenteel het Stevinproject: vanaf knooppunt Horta tot aan de kust bij Zeebrugge wordt een nieuwe 380 kV-verbinding gebouwd. Dat klinkt leuk voor de mastengekken, maar dan ga je voorbij aan het standstill-principe (in Nederland het Uitruilbeginsel genoemd). Geen nieuwe bovengrondse kilometers hoogspanningslijn zonder ergens anders eenzelfde bovengrondse afstand af te breken. In dit geval wordt de huidige, bijna parallel lopende 150 kV-verbinding voor de nieuwe zwaardere verbinding op termijn opgeofferd. Netstrategisch goed uit te leggen, maar toch is het jammer. Hier zien we mast 35 van deze verbinding, vastgelegd door Bavo Lens. Belgischer dan deze ijle, lichtgebouwde, open en spitse tonmasten kan het bijna niet. 
 

September 2015

Portaalstraat van Harculo, foto door Michel van Giesbergen

Mast 09, Harculo-Sekdoorn – Wie in Zwolle geboren, getogen of zelfs maar bekend is, kent van de portaalstraat van Harculo. In hoogspanningsland is hij beter bekend als de jukkenlijn. Forumlid Michel fotografeerde mast 9 van deze bijzondere 110 kV-lijn in het vroege ochtendlicht van een warme augustusdag. Twee jaar geleden zijn er werkzaamheden aan de verbinding geweest. De nieuwe NEN-50341-1 vereiste een strakkere afspanning van de geleiders en er zijn toen ook twee circuits verwijderd. Sekdoorn is het eindpunt van de portaalstraat, maar er is daar geen trafostation te vinden: vanaf die plek gaan de zes circuits elk hun eigen weg op vier verbindingen. Lang geleden was het de bedoeling om trafostation Harculo (bij de IJsselcentrale) op de locatie Sekdoorn te stichten. De landeigenaar wist dat echter tegen te houden. Zonder dat protest had de jukkenlijn niet bestaan. 

Augustus 2015

MvdM_aug15_GiedoVPellicom

Mast 03, Langerlo-Godsheide – Wie deze rubriek al enige jaren volgt weet dat we er hier zelden een freakshow van maken. Normaal gesproken gaat de voorkeur uit naar normale draag- en hoekmasten. Maar het is deze maand één keer tijd voor een bizarre Belgische mast. Tel de traversen, aldus Giedo van Pellicom. Hij fotografeerde bij Genk deze aftak- of splitsingsmast (het precieze karakter moet nog blijken) die onderdeel uitmaakt van reconstructies in het plaatselijke 150 kV-net. Deze zijn op hun beurt nodig omdat de enkelcircuit 380 kV-verbinding van Gramme naar Van Eyck een tweede circuit krijgt. Het 150 kV-circuit dat nu nog gedeeltelijk in deze verbinding hangt, moet daarvoor wijken en zijn eigen koers zien te vinden. En daar zijn op een paar plekken indrukwekkende reconstructies voor nodig, zoals deze. Wat zou hij wegen? Voor meer informatie over dit project, zie dit topic op het forum.

Juli 2015

Commerciële hoogspanningslijn in Nijmegen

Mast 02, Nijmegencentrale-Nijmegen – Behalve het Nederlandse 50 kV-net zijn de meeste hoogspanningslijnen in Nederland en België in staatsbezit via netbeheerders Tennet en Elia. Private netten bevinden zich meestal binnen de hekken van een grote klant of producent. Maar zo hier en daar tref je een uitzondering aan en loopt een commerciële hoogspanningslijn met een spanning van meer dan 50 kV gewoon door de openbare ruimte. Vaak zijn dat invoedingslijnen vanuit centrales, zoals hier bij Nijmegen. Forumlid Michel fotografeerde mast twee van het korte 150 kV-lijntje tussen de Nijmegencentrale en het trafostation aan de Waal. We zien een gedrongen, stoere deltamast voor een enkelvoudig circuit. De fasedraden zijn vierbundels. Dat mag ook wel, want klein als hij is moet dit circuit in zijn eentje bijna 600 MVA aan vermogen de baas kunnen.

Juni 2015

Mast van d e Maand juni 2015 door Max van Veghel

Mast 04, Schiedam-Delft – Max van Veghel maakte deze foto in schiedam. Het lijkt een gewone donaumast in een gewone 150 kV-verbinding in het westen van Nederland maar de mastengekken zien wel de verhoogde afspan ophanging. Waarom dat is gedaan heeft waarschijnlijk te maken met de nieuwe NEN normen of met het industrieterrein zodat er meer ruimte onder de draden nodig was. De verhoging van de draden is niet zo lang geleden gebeurd want er zijn kunststof isolators gebruikt. In deze verbinding zit ook een netopening, dat betekent dat de verbinding meestal geen vermogen transporteert omdat er anders een sluipweg zou ontstaan tussen twee deelnetten, die van Wateringen en het deelnet van Rotterdam met de haven. Maar als het nodig is kan deze verbinding meteen weer worden ingezet. bijvoorbeeld bij onderhoud ergens anders.

Mei 2015

Mast van de Maand mei 2015 - Ridderkerk-Zwijndrecht

Mast 14, Slikkerveer-Walburg – Het is niet de kleinste 50 kV-lijn van Nederland, want op de Veluwe staan exemplaren die nog ouder en veel kleiner zijn. Maar deze lijn die sinds de late jaren 40 vlak langs Ridderkerk loopt heeft wel een hogere aaibaarheidsfactor. Forumlid Michel fotografeerde mast nummer 14. De korte, stompe traversen en de zwaardere boventraverse geven de mast een uiterlijk dat doet denken aan kinderspeeltjes voor kleuters: ook daarbij zijn alle uitsteeksels die bijvoorbeeld aan vliegtuigjes of autootjes zitten stomper en ronder uitgevoerd dan in werkelijkheid het geval is. Nog aaibaarder wordt het wanneer we de isolators tellen: slechts vier stuks zijn voldoende om 50.000 volt in bedwang te houden. De in donauconfiguratie gedragen circuits krijgen er iets schattigs door. De capaciteit van de verbinding is onbekend, maar deze zal rond 40 MVA zijn. 

April 2015

Mast 06, Monceau-Gouy II – Deze oude 70 kV-mast in de buurt van Monceau maakt deel uit van de nieuwste van de twee 70 kV-verbindingen tussen Gouy en Monceau. Het landschap in de omgeving van Monceau glooit licht en is volgebouwd met allerlei wegen, bossen en straten. De vele hoogspanningslijnen in het gebied stunten daar een beetje omheen met als gevolg een heel hoog gehalte aan hoek- en afspanmasten en overkruisingen in de verbindingen. Rechtstanden zijn zelden langer dan vijf masten. Het ontbreken van de trekschoren in de traversen, de perfecte drievlaksvorm met een cilindrisch, smal bovendeel van de toren en het puntige topstuk met maar één bliksemdraad is kenmerkend voor de de oudste Belgische 70 kV-masten. Ooit vormden dit soort verbindingen het eerste landelijk koppelnet van België. Maar na twee verzwaringen (150 kV en tegenwoordig 380 kV) verzorgen deze verbindingen tegenwoordig meestal nog slechts lokaal of regionaal transport. Dat is nuttig, maar het garandeert hun bestaansrecht niet altijd: ook Gouy-Monceau I en II hebben tegenwoordig concurrentie van een parallel lopende 150 kV-verbinding en het lijkt er helaas op dat deze twee verbindingen over een aantal jaren verdwijnen zullen.

Maart 2015

Mast van de Maand Maasbracht-Lutterade

Mast 17, Maasbracht-Lutterade – Meteen zien we al dat deze 150 kV-hoogspanningslijn niet van gisteren is. Forumlid Ritsjie maakte deze foto van mast 17 uit deze lijn, waarvan forumlid ElektroThriller wist uit te zoeken dat deze verbinding al sinds 1933 in actief gebruik is. Slechts de 50 kV-lijn Dodewaard-Ede in de Gelderse Vallei is nog ouder, maar voor het spanningsniveau van 150 kV is het de oudste verbinding van Nederland. Oorspronkelijk liep de lijn van Maasbracht rechtstreeks naar het mijngebied, maar met de komst van Nedcar in Born is er een inlussing gemaakt voor de autofabriek. Later, toen de mijnen sloten en het DSM (Chemelot) chemiepark ervoor in de plek kwam, voldeed de lijn niet meer aan de vraag. Vanuit Maasbracht werd op enige afstand parallel een nieuwe lijn gebouwd, voorbereid op 380 kV. Maar zover kwam het nooit: de nieuwe lijn wordt tot op heden nog steeds op 150 kV bedreven en samen met deze oude knakker kunnen ze tot op de dag van vandaag de loadflow de baas. Met hun smalle toren, aparte topstuk en traversen die niet bij het mastlichaam lijken te passen, wekken ze in elk geval een unieke indruk die herinnert aan het rijke verleden van de PZEM, vlak naast de RWE-concessie over de grens.

Februari 2015

Mast van de Maand feb15 - foto door Tom Börger

Mast 06, Weteringkade-Hessenweg II – Normaal gesproken gaat het in deze rubriek vooral om de mast en minder om de foto. Maar deze maand maken we een uitzondering. Wat krijg je als je fotografietalent combineert met interesse in hoogspanning? Tom Börger maakte in 1998 bij Herfte deze prachtige, verstilde afbeelding van een 110 kV IJsselmij-hamerkop. Nevel over het veld, het hek nog net geopend. De kenmerkende, zeer brede parapluvormige traverse hangt boven de boomtoppen. Dit ontwerp hamerkop is kenmerkend voor de IJsselmij, hoewel de smallere opvolger van dit ontwerp (EGD-IJsselmij hamerkop-II) uiteindelijk populairder werd. Hij is zo breed omdat hij berekend was op vijf bliksemdraden, waarvan twee op de traversetoppen. De verbinding heeft heel wat meegemaakt, maar is tot op de dag van vandaag in bedrijf. Merk ook op hoe doordacht de mast zelf is. De toren heeft grote knoopplaten en geen knikverscherpingen. Hij is keurig kegelvormig, er zitten horizontale platforms in en het slingerverband in de traversewand verspringt nergens. Het bewijs dat ouderwetse degelijkheid en zorg voor een harmonieus ontwerp wel degelijk samen kunnen gaan.

Januari 2015

Dubbele dubbelvlagmast bij Langerlo, foto door Bavo Lens

Mast XX, Langerlo-Lixhe – De kerst is voorbij, de oliebollen zijn op en de weegschaal is ingeruild voor een weegbrug: januari is geen maand voor een ijl sprieterig mastje. Daarom kijken we deze maand tegen een dikke Belg aan. De verbinding Langerlo-Lixhe/Sappi, hier gefotografeerd door Bavo Lens, is gedeeltelijk uitgevoerd met dubbele drievlaksmasten voor vier 150 kV-circuits. De lijn lijkt sterk op de (nog grotere) verbinding Lint-Mercator, maar hier vertonen de trekschoren in de traversen geen knikje. Verder valt het op dat de overgang van kruisblokken naar een dubbel slingerveband gepaard gaat met een flinke verandering in de hoek van de diagonalen, waardoor de toren een weinig harmonische en slordige indruk maakt. Ter plekke in de omgeving van Langerlo is veel industrie te vinden, zodat er diverse klantaansluitingen rechtstreeks op het 70- en 150 kV-net hangen. In de toekomst worden er enkele grote reconstructies doorgevoerd in het gebied. Deze verbinding zal daar weinig last van hebben, want hij wordt al volledig benut. 

December 2014

Dennenboommast Bemmel door Ruben Schots

Mast 18, Nijmegen-Bemmel – Oh dennenboommast, oh, dennenboommast… Het is immers december, al blijft het jammer dat er geen sneeuw ligt en dat er geen verlichting op de mast zit, zoals netbeheerder Elia vorig jaar in België met een dennenboommast deed. Maar ook zonder wit poeder is dit gezellige dikkerdje een leuk gezicht. We zien hier mast 18 van de 50 kV-verbinding Nijmegen-Bemmel, gefotografeerd door Ruben Schots. Deze verbinding, sterk bedreigd door oprukkende verkabeling, is in de jaren 50 gebouwd met mastjes die sprekend lijken op een PGEM-drievlaksmast die zijn groeispurt nog niet gehad heeft. Opmerkelijk genoeg klopt dat: de grote versie voor 150 kV is ouder dan deze kleinere 50 kV-versie. Vroeger liep de verbinding door naar Arnhem, inclusief overkruising van de Rijn. Tegenwoordig houdt deze op bij Bredelaar, waar een kassengebied met WKK-productie sinds enkele jaren voorziet in hernieuwd bestaansrecht van deze relatief zware 50 kV-verbinding die een nominale capaciteit heeft van 74 MVA.

November 2014

Kat bij Hattem

Mast 72, Lelystad-Hattem – Deze stoere deltamasten van Italiaanse oorsprong lopen in twee verbindingen vanaf de Flevocentrale naar Harderwijk en Hattem. Hier zien we de verbinding naar Hattem ter hoogte van knooppunt Hattemerbroek. De masten zijn iets breder en zwaarder dan hun evenbeelden in Noord- en Zuid-Holland, maar dat is ook logisch als we kijken naar wat ze dragen: drie circuits van nominaal 416 MVA per stuk. Daarmee behoren de beide verbindingen tot de zwaarste 150 kV-lijnen die er zijn in Nederland. Over de netstrategische achtergronden van deze (achteraf veel te zwaar gebleken) verbindingen kan een hele pagina worden volgeschreven, maar wie weet doen we dat op het forum nog een keertje. Voor dit moment volstaan we met de constatering dat dit ontwerp deltamast wel een heel duidelijk voorbeeld is van de reden waarom dit type mast ook wel als kat wordt gekend. Een driehoekig voorkomen, twee kattenoren, een flinke snor en vanzelfsprekend nergens hondenbotjes te bekennen.

Oktober 2014

Frietenlijn (foto door forumlid Zuydkamp)

Mast 07, Oostburg-Maldegem – Mastengekken krijg je niet snel warm voor een buismast, maar heel soms lukt het. We zien hier een buis-deltamast uit de grensoverschrijdende verbinding Oostburg-Maldegem, vastgelegd door forumlid Zuydkamp. De verbinding staat ook wel bekend als de Frietenlijn. Hij werd in de jaren 80 aangelegd als reservekoppeling om het Zeeuws Vlaamse net in geval van nood vanuit België in te kunnen voeden. Bij de aanleg is bewust voor dit ranke, lichtvoetige mastontwerp gekozen omdat dat het beste zou opgaan in het landschap – en dat is zo goed gelukt dat we de helderheid en het contrast van de foto zelfs wat omhoog moesten zetten om de mast een beetje fatsoenlijk zichtbaar te krijgen: iets wat we normaliter nooit doen. Netstrategisch staat de verbinding er iets minder fraai voor. Na de aanleg van de tweede Westerscheldekabel verloor de lijn zijn functie. Aan beide zijden werd de verbinding losgekoppeld, maar de lijn werd vooralsnog niet gesloopt. Of de Frietenlijn nog een tweede leven kan krijgen in het bevechten van de op handen zijnde Belgische elektriciteitsschaarste is nog niet bekend, maar hij staat er, zodat het wellicht serieus overwogen wordt.

September 2014

Wisselmast Almere, foto door ET

Mast 81, Diemen-Lelystad – Deze op het eerste gezicht vervaarlijke constructie met kattenoren is geen gewone hoekmast: wie goed kijkt komt tot de conclusie dat we met een wisselmast te maken hebben. En geen kleintje. Dit is mast 81 van de 380 kV-verbinding Diemen-Lelysted, ten oosten van Almere, gefotografeerd door forumlid ElektroThriller. Hoewel wisselmasten al sinds de jaren tachtig niet meer worden toegepast in nieuwe verbindingen, zijn de oudere verbindingen er nog steeds gewoon mee uitgerust. Meestal werden er per verbinding twee of drie wisselmasten toegepast. Eentje op éénderde en op tweederde van de verbinding, en soms ook een aan het begin. Het doel van wisselmasten was het bereiken van identiek elektrisch gedrag van de drie fasedraden ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de aarde. Dat werkt niet alleen rendementverhogend, want ook de regel- en bewaakapparatuur van weleer kon er beter mee omgaan wanneer de drie fasen zich identiek gedroegen. Anno nu kan men voor deze effecten ook deels compenseren op de trafostations zelf, en moderne bewaakapparatuur heeft er ook minder moeite mee. 

Augustus 2014

IJsselmij Duits-type

Mast 08, Aftak Coevorden – Al bijna een jaar hebben we het 110 kV-gebied niet meer bezocht. Hoog tijd voor een blik op een vaste bewoner van het 110 kV-net: de IJsselmij Duits-type 110 kV-donaumast. De kenner ziet het meteen: dit relatief kleine mastje is no-nonsense. Goedkoop, simpel en strak, zodat de IJsselmij er gek op was en ze in een groot aantal nieuwe hoogspanningslijnen uit de jaren 60 en 70 heeft toegepast. In heel Overijssel, zuidelijk Drenthe, de Noordoostpolder en zelfs bij plekken in Groningen-stad treffen we ze aan. De hoek- en draagmasten lijken sterk op elkaar zodat er een constant veldbeeld zonder woeste kattenoren ontstaat. Maat er zijn ook nadelen: de bliksembestendigheid is vrij slecht met één enkele bliksemdraad, zodat de masten vlakbij de trafostations een extra bliksemtraverse dragen. Verder zijn er exemplaren van dit ontwerp bezweken en beschadigd door storm, ijzel en draadbreuk. Alles bij elkaar maakt dat de 110 kV Duits-type IJsselmij-donaumast tot alles wat een hoogspanningsmast hoort te zijn: een succesvol model met eigen sterktes en zwaktes, een eigen geschiedenis, kenmerken en een herkenbaar mastbeeld. 

Juli 2014

Dubbelvlag Wijgmaal door Bavo Lens

Mast XX, Lint (Putte)-Wijgmaal – Op het eerste gezicht kijken we hier tegen een heel normale Belgische dubbelvlagmast aan. Bavo Lens fotografeerde de mast met twee circuits voor 150 kV, uitgevoerd met enkelvoudige geleiders en ditmaal geen bliksembok op de top. Maar schijn bedriegt: dit is de verbinding Lint-Wijgmaal, hier tussen knooppunt Kruisbroek en Wijgmaalsbroek. Wat je niet ziet op de foto is dat deze verbinding op sabbatical is: hij is met opzet spanningsloos gemaakt en zal dat geruime tijd blijven. Toch is het niet de bedoeling hem te slopen. Hoe zit dat? Vanwege reconstructies elders in het net is deze verbinding op dit moment niet essentieel meer in het Belgische net rond Leuven. Momenteel kan een andere verbinding, Wijgmaal-Verbrande brug, genoeg vermogen leveren voor Leuven en omstreken. Maar in de toekomst (beraamd rond 2020) verwacht men dat dat niet meer lukken gaat. Op dat moment is het de bedoeling om opnieuw enkele verbouwingen door te voeren op de stations om daarna deze verbinding weer onder spanning te brengen en in hernieuwd gebruik te nemen. Tot het zover is staat hij echter in de mottenballenstatus. 

Juni 2014

Meeden-Diele door ET

Mast 41, Meeden-Diele – Grensoverschrijdende verbindingen zijn een fysiek kenmerk van Europese samenwerking. Nederland en België hebben beiden een aantal van dit soort verbindingen: soms zeekabels, soms luchtlijnen. Forumlid ElektroThriller fotografeerde mast 41 van Meeden-Diele. We zien een ontwerp dat duidelijk gebaseerd is op de Oostring 380, maar de toren lijkt iets slanker te zijn uitgevoerd. Opmerkelijk, want in Drenthe en Groningen gelden strakkere NEN-normen voor ijzelbelasting dan elders in ons gebied zodat juist een dikkere mast logisch zou zijn. Meeden-Diele is een strategisch zeer belangrijke verbinding: in het noordwesten van Duitsland en de aangrenzende Noordzee begint de hoeveelheid zon- en windvermogen nettechnisch gezien behoorlijk uit de hand te lopen en met deze verbinding kan Tennet (zowel eigenaar van het Nederlandse alsook het noordwest-Duitse hoogspanningsnet) een deel van deze energie via Nederland doorleiden of het hier zelfs benutten. Het zal niet verbazen dat er plannen zijn om de verbinding op te waarderen (van driebundelgeleiders á 1645 MVA naar vierbundels á 2635 MVA). Het mastbeeld zal daarbij ongewijzigd blijven.

Mei 2014

Mast 10 Borssele-Vlissingen

Mast 10, Borssele-Vlissingen – Over het algemeen weet iedereen met basaal verstand van hoogspanningsmasten heel vlot te vertellen of we met een Nederlandse of een Belgische mast te maken hebben. Maar wat is dit? We zien een drievlaksmast met een Duitse broek, een kruisverband zonder knikverkorters in de toren en een Belgische bliksembok. Het antwoord: Zeeland. We zien hier het typische mastmodel van de PZEM zoals die is gebruikt bij de grootschalige nieuwbouw en reconstructies rondom de haven van Borssele. Oude donaulijnen werden bij de aanleg van de haven gedeeltelijk gereconstrueerd en nieuwe lijnen in de haven werden bijna allemaal aangelegd met dit smalle, ruimtebesparende mastmodel. De bliksembokken wekken een ietwat stuurse, maar ook een industriële aanblik. Dat past in een haven. Dat juist op enige afstand van de haven een tam, vriendelijk en landelijk ogend model donaumast wordt gebruikt zorgt ervoor dat de twee verschillende landschapseenheden niet slordig in elkaar overlopen. Haven en platteland hebben daardoor beiden het mastmodel dat ze verdienen. Spontane ruimtelijke ordening, het bestaat echt.

April 2014

36 kV Gistel door Bavo Lens

Mast XX, Oostende-Torhout – Enkele delen van België beschikken over een uitgebreid 36 kV-middenspanningsnet. In bijna alle gevallen ligt dat echter ondergronds en daar hebben we in het veld natuurlijk weinig aan. Maar zo af en toe is er nog een 36 kV-luchtlijn te vinden, zoals hier tussen Oostende en Torhout. Deze 36 kV-enkelcircuitlijn is deels uitgevoerd met half benutte dubbelvlagmasten en voor een ander deel met betonnen zadelmasten. Op de foto, gemaakt door Bavo Lens net even buiten Gistel, zien we een opstiigpunt waarvandaan zich op enige afstand van dit een klein trafostationnetje bevindt. Op de bordjes van de masten staat nog fier WVEM, want de lijn is pas zeer recent in bezit van Elia gekomen. Dat de hele verbinding een beetje vervuilde en sneue indruk maakt doet er niets aan af dat we hier tegen een uniek stukje van het Belgische net aankijken. Ben je als mastengek eens in de buurt van Oostende, laat de kans dan niet lopen. We weten immers allemaal hoe de kaarten geschud zijn voor bovengrondse middenspanning in deze tijden.

Maart 2014

Tweevlaksmast 220 kV Vierverlaten-Eemshaven

Mast 15, Vierverlaten-Eemshaven – Carnaval in het zuiden en in België. Dat betekent wegwezen voor het grootste deel van het sitebeheer, trotse bewoners van het 110 kV-gebied. Wat we hier zien is dan ook een vrij noordelijke mast, namelijk een 220 kV-tweevlaksmast van het EGD in Groningen. In dit geval in de verbinding Vierverlaten-Eemshaven. Het is een breed en uitgesproken Duits ontwerp, met een Duitse broek en een Duits schema voor de trekschoren in de traversen. Alleen de brede bliksemtraversen passen daar niet bij. De verbinding werd gebouwd om het vermogen van de Eemscentrale (tegenwoordig 1600 MW) naar de 220 kV-ring te kunnen afvoeren. Het flinke transportvermogen, tweemaal 884 MVA redundant, is vrij nauwkeurig afgestemd op deze centrale. Toch is het transportvermogen veel te weinig gebleken. Door de spectaculaire groei van productiecapaciteit in de Eemshaven kreeg deze verbinding in de jaren 90 versterking van de Mammoetlijn. Maar ook de verbinding zelf loopt gevaar. Ondanks het afblazen van het grootste deel van Noordwest-380 (zie de voorpagina) loopt Vierverlaten-Eemshaven een gerede kans vervangen te worden door 380 kV-wintracks. Momenteel is er nog niks zekr, maar we houden het in de gaten.

Februari 2014

Mast 07 van Eindhoven-Rul (aftak) door ET

Mast 08, EindhovenZuid-Rul – Ge kunt de groeten uit Brabant krijgen – en de rest mag iedereen zelf invullen. Feit is dat dat laatste woordje ook vaak het eerste is wat mastengekken denken bij de aanblik van afgestompte traversetoppen vanwege railings. We zien hier mast 08 van de 150 kV-verbinding tussen Eindhoven Zuid en de harde aftak bij Rul, gefotografeerd door forumlid en nethistorienestor ElektroThriller. De verbinding is in 1963 in bedrijf gesteld om station Eindhoven Zuid in te voeden. Midden jaren 00 zijn er enkele masten verplaatst (herbouwd) vanwege de reconstructie van de A2. Ook mast 8 moest eraan geloven. Het nieuwe exemplaar mist de lange middentraversen van het origineel. Wat hij daarvoor terug kreeg was railing, véél railing. De trekschoren van iedere traverse zijn daartoe langer gelaten dan de constructie nodig zou hebben. Toch valt hier de schade mee: deze herbouwde masten zijn 'geboren' met railings, maar samen met de reconstructie werd ook de rest van de masten van railings voorzien en daar pakte het visueel dramatischer uit. De masten dragen tweebundels en een KCD11-lookup (routineklusje voor die-hards) toont een transportvermogen van 390 MVA per circuit, waarmee deze hoogspanningslijn gezien kan worden als een middelzware 150 kV-verbinding. 

Januari 2014

Schelle-Bruegel 150 kV door Bavo Lens

Mast XX, Schelle-Bruegel – Op het eerste gezicht is er maar weinig speciaals te zien op deze foto van Bavo Lens. We zien een vrij ingetogen hoogspanningsmast die een afspanfunctie vervult, maar die ook prima als draagmast dienst zou kunnen doen. In België wordt deze als dubbelvlagmast geclassificeerd, terwijl hij in Nederland als tonmast door het leven zou gaan. Maar ondertussen kijken we hier stiekem wel mooi tegen de oudste nog in gebruik zijnde 150 kV-verbinding van België aan. Schelle-Bruegel, voorheen Schelle-Drogenbos, is een jaar of 70 geleden al gebouwd. Het verschil in isolatortypes verraadt dat de lijn niet helemaal origineel meer is, maar dat doet weinig af aan het lijnbeeld. We kunnen het ons tegenwoordig bijna niet meer voorstellen, maar ooit waren dit soort 150 kV-lijnen de mastodonten van hun tijd. Zoals we nu bewonderend onder Lint-Mercator (met zijn vier circuits met bundelgeleiders) doorrijden, zo reed men rond de oorlog met minstens even groot ontzag onder een 150 kV-verbinding door. 

December 2013

Mannesmann-masten Noord Holland 50 kV Rick

Mast 2, Enkhuizen-Medemblik – De meeste mastengekken zijn maar weinig gecharmeerd van buis- of kokermasten, maar voor deze exemplaren maken we graag een uitzondering. We zien hier mast 2 (vastgelegd door forumlid Rick) van de oude 50 kV-lijn Enkhuizen-Medemblik, beter bekend als de mannesmann-lijn. Wat direct opvalt is het bouwplan: stalen buizen, maar zodanig aan elkaar gemonteerd dat het net lijkt alsof het houten palen zijn. Dat is geen toeval. Toen het PEN in het vroegmidden van de vorige eeuw een 50 kV-net over de provincie Noord Holland uitrolde, bleken houten masten onderhoudsgevoelig en kwetsbaar voor falen te zijn. Bij de Duitse firma Mannesmann (bekend van het buizenfabricageproces) werden toen bij wijze van proef stalen masten besteld met grofweg hetzelfde mastontwerp als de houten exemplaren. Deze masten voldeden zo goed dat ze in gebruik bleven en het ontwerp werd uiteindelijk op veel lijnen in de PEN-concessie toegepast. En ondanks het grotendeels ondergronds verdwijnen van het 50 kV-net in de tweede helft van de eeuw is er vandaag de dag gelukkig nog steeds één mannesmann-lijn in actief gebruik tussen Enkhuizen en Medemblik.

November 2013

Mast van de Maand november 2013, door Peter Schokkenbroek

Mast 97, Nijkerk-Barneveld – Liefhebbers van kleine, oude hoogspanningslijnen konden vorige maand wel een gat in de lucht springen van geluk. De allerkleinste vakwerkmastenlijn van Nederland, de stokoude 50 kV-lijn tussen Barneveld en Nijkerk, is opnieuw geschilderd en zelfs van randstaafschildering voorzien. Het lijkt er dus op dat netbeheerder Liander voorlopig van plan is om deze piepkleine hoogspanningslijn in de Gelderse Vallei tot nader order graag te willen houden. Deze bijna schattige mastjes (die er al sinds de vroege jaren dertig staan) kunnen voorlopig weer in volle glorie bewonderd worden. Het enige wat we niet begrijpen is de reden achter de randstaafschildering: de verbinding wordt parallel geschakeld gebruikt en het is zonder verbouwingen niet mogelijk dat te wijzigen. Zouden er soms zelfs plannen voor hernieuwde redundantie zijn? Wie het weet mag het zeggen.

Oktober 2013

Mast van de Maand oktober 2013 (Stevin, Bavo Lens)

Mast XX, Horta-Eeklo Noord – wat we hier zien is een Belgische dubbelvlagmast voor 380 kV die momenteel half benut wordt. Tot zover niets bijzonders. Maar over enige tijd zal deze foto van Bavo Lens een historisch plaatje zijn, want de mast zal er over een paar jaar heel anders uitzien. In het kader van het Stevinproject zal deze verbinding flink worden opgewaardeerd. Er zal niet alleen van een tweede circuit (draadstel) ingehangen worden, maar ook worden de fasedraden vervangen door vierbundelgeleiders. De hoogspanningslijn zal dan nominaal berekend zijn op een indrukwekkende 3000 MVA redundant – en daarmee wordt het meteen de verbinding met de zwaarste hoogspanningscircuits van de Benelux. Boeiende ontwikkelingen die we zo nauwkeurig mogelijk zullen volgen hier op de site.

September 2013

Hamerkop bij Meeden - Hans Nienhuis

Mast 89, Beilen-Emmen – Eénvlaksmasten, beter gekend als hamerkoppen, behoren meestal tot de oudste mastsoorten die we hebben in Nederland en België. Al sinds de late jaren 50 bouwden de meeste elektriciteitsbedrijven geen hamerkoppen meer. Het tijdperk van ton, donau en drievlaks was aangebroken. Hoewel? Dit specifieke ontwerp hamerkop van de EGD kan als een nakomertje gezien worden. Hier zien we een licht verhoogd exemplaar van de 110 kV-verbinding (1969) die oorspronkelijk tussen Beilen en Emmen liep (sinds 2010 is het verloop na een reconstructie wat complexer, zie de netkaart). Dit ranke type hamerkop is ook elders in de voormalige EGD-concessie aan te treffen zoals tussen Meeden en Winschoten. Ze zijn ook gebruikt in de voormalige interconnectie naar Lathen (D). De verhoogde draagwijze van de bliksemdraden op een aparte traverse is het antwoord op de bliksemgevoeligheid van oudere hamerkopontwerpen. Dat het ook voor een typisch poppetjesuiterlijk zorgt is mooi meegenomen.

Augustus 2013

Mast van de Maand 0813 Tilburg_Best Mike_van_Loon

Mast 13, Tilburg-Best  – op deze foto die we van Mike van Loon mochten ontvangen zien we het typische weerbeeld van de voorzomer en een hoogspanningsmast met een HVI van minstens 3. Maar onder die coaxkabels en ontvangers zit een van de oudste 150 kV-masten van Nederland verstopt. De lijn tussen Best en Tilburg werd reeds in de jaren 30 onder spanning gebracht. Oorspronkelijk waren de masten ontworpen als tonmasten met een bouwplan en uiterlijk dat veel gemeen heeft met de PGEM-drievlaksmast. Later heefter een wijziging aan de configuratie van de geleiders plaatsgevonden. Zoals men kan zien waren de masten ontworpen als tonmasten, maar na een opwaardering (de fasedraden werden vervangen door tweebundels) is de configuratie in drievlaks- of dennenboom veranderd. Maar verder zijn de masten nog authentiek. Hoewel? Kijk eens goed naar de bevestiging van de bliksemdraden. Men heeft de traversen daar later voor verlengd. Stiekem een beetje jammer.

Juli 2013

Mast 04 van de 150 kV-lijn Waggelwater-Blauwe Toren, door Bavo Lens

Mast 04, Waggelwater-Blauwe Toren – wat we hier zien is een typisch Belgisch gezicht. Bavo Lens legde een tonmast voor twee 150 kV-circuits met bliksembok op een ietsje verhoogde top vast. Maar voor de Nederlandse lezers zal deze aanblik hen wat vreemd aankomen. De traversen zijn niet even lang aan beide zijden van het mastlichaam en dat is iets wat in Nederland nergens voorkomt. Verder zijn de traversen in de buitenbocht niet puntig. Ook dat zien we in Nederland pas sinds zeer recente datum en dan ook nog vanwege andere redenen (inlussingen met grondkabels). De mast als geheel verkrijgt daardoor een asymmetrische en ietwat vreemde indruk. Het bovenste deel van de toren draagt daar ook een deel aan bij. Die is cilindrisch in plaats van taps en dat zorgt voor een rare optische illusie: de mast lijkt naar boven toe weer breder te worden. Toch is dat slechts optisch bedrog. Klik de vergrootte foto aan en draai je hoofd maar eens schuin.

Juni 2013

Mast 6, aftak Etten-Leur (foto Ruben Schots)

Mast 6, inlussing Etten-Leur – na de wisselmast van vorige maand blijven we ook deze maand in het zuidwest-Nederlandse 150 kV-net. We gaan naar Etten-Leur, waar Ruben Schots vorige maand deze 150 kV-mast fotografeerde. Wat we elektrotechnisch zien is weinig bijzonders: gewoon een 150 kV-tweecircuitverbinding met bundelgeleiders in de tonconfiguratie. Maar we zijn niet voor niets mastengekken: wie iets beter kijkt (vergroot de foto maar eens) ziet ongebruikte bevestigingspunten voor isolators. Ze wijzen erop dat deze masten eigenlijk ontworpen zijn als dubbele drievlaksmasten, analoog aan de masten van de mammoetlijn, compleet met langere boventraverse. De verbinding had dan vier circuits kunnen dragen. Waarom het derde en vierde circuit nooit zijn ingehangen is HoogspanningsNet niet bekend. Maar het siert de oude netbeheerder PNEM dat er is gekozen om de onvolledig benutte mastlichamen dan maar uit te baten als tonmasten: het oogt weliswaar bizar, maar met de tonconfiguratie wordt het hoogste rendement uit de verbinding gehaald. 

 

Mei 2013

150 kV wisselmast Standdaarbuiten (Marko Woestenburg)

Mast 35, Roosendaal-Moerdijk – tijd voor een nieuwe primeur in deze rubriek. Niet eerder hadden we een wisselmast als mast van de maand. We gaan deze maand Nederland weer in, waar deze donau-wisselmast in de verbinding Roosendaal-Moerdijk een week geleden werd gefotografeerd door Marco Woestenburg ter hoogte van Noordhoek. We zien meteen de typische boventraverse: deze vorm (vierkant, twee kattenoorachtige uitsteeksels en van boven vlak) zien we in Nederland alleen in Zeeland en het westen van Brabant. Twee circuits van 150 kV met bundelgeleiders wisselen hier van plek. Over de functie van wisselmasten is elders op de site informatie te vinden, maar waar we nog wel even op wijzen is de aanzienlijke hoeveelheid roestvorming op de bovenste helft van het mastlichaam – helaas is ook dat typisch iets voor Brabant en Zeeland, want bijna overal in Nederland zitten de masten beter in de verf dan in dit gebied. Dat wordt schilderen, Tennet.

 

April 2013

380 kV dubbelvlagmast bij Brume (foto door Bavo Lens)

Mast XX, Brume-Coo – de Mast van de Maand staat deze maand in de Ardennen. Hoewel Wallonië buiten het taalgebied van deze site valt, is het natuurlijk wel een deel van België waarin de Belgische en ook Nederlandse bezoekers van deze site wel degelijk interesse hebben. Hoewel we in principe voor dit plaatje (gemaakt door Bavo Lens) ook op veel andere plekken terecht kunnen, want we zien hier een uitgesproken voorbeeld van de Belgische dubbelvlagmast voor 380 kV. Deze mast staat in de verbinding Brume-Coo, maar het mastnummer is onbekend gebleven. Dit ontwerp mast is in bijna heel België in groten getale te vinden en vanwege de traversen van gelijke lengte, de typische smalle bliksembok en de afwijkende stijl van het secundaire lattenwerk in de wanden van de toren maken hem onmiskenbaar. De mast is ongeveer 50 meter hoog en hij draagt tevens een obstructieschildering bovenin die ermee te maken kan hebben dat het een hoekmast is.  

Maart 2013

110 kV Tusveld-Mosterdpot door Ruben Schots

Mast 02, Tusveld-Mosterdpot – hier vereeuwigd door Ruben Schots. We zien hier het herkenbare, broekstukloze Duits-type ontwerp van de IJsselmij 220 kV-dennenboommast, in dit geval zelfs compleet met bliksemtraversen. Maar we zien ook iets anders: verdacht korte isolatorkettingen voor 220 kV. En dat klopt, want de masten dragen sinds het gereedkomen van de 380 kV-lijn Weideweg-Hessenweg in de vroege jaren 90 geen 220 kV meer. In plaats daarvan wordt de verbinding tegenwoordig gebruikt voor lokaal 110 kV-transport. Dat is nog niet het enige opvallende aan de verbinding. In Almelo is er ook een ronduit bizarre tracéreconstructie geweest. De verbinding en zijn geschiedenis is er een goed voorbeeld van waarom Twente als een van de drie hoogspanningshotspots van Nederland kan worden gezien. 

Februari 2013

Mast 47 – Ede-Barneveld – naast het duo-tongeweld dat deze maand de voorpagina siert gaan we in deze rubriek de andere kant opzoeken: de ingetogenheid van een zeer oude verbinding op de grens van hoog- en middenspanning: de 50 kV-lijn Ede-Barneveld. Hier mast 47 bij Lunteren. De verbinding is in de jaren 30 gebouwd en sindsdien niet veranderd. Voorlopig staan ze er ook nog wel even, want er zijn geen verkabelingsplannen. Er zijn nog kleinere 50 kV-masten (zoals de Mannesmann-masten bij Medemblik of de verbinding Barneveld-Nijkerk), maar de verbinding hierboven heeft wel de eer de kleinste redundante 50 kV-luchtlijn te zijn. HoogspanningsNet schat het transportvermogen op ongeveer 30 MVA.  Waarna er maar één vraag overblijft: waarom hangt dat waarschuwingsbord zo belachelijk hoog?

Januari 2013

Belgische half benutte combinatiemast gefotografeerd door Peter Schokkenbroek

Mast XX, Drogenbos – nieuw jaar, nieuwe gronden om te verkennen. Deze maand gaan we eindelijk eens naar Vlaanderen, waar Peter Schokkenbroek in de buurt van Drogenbos deze 380/150 kV-combinatiemast vastlegde. Zoals we zien wordt de mast niet volledig benut: er ontbreekt een 380 kV-circuit. Het mastnummer is onbekend gebleven, maar wat we wel zien is een typisch Belgisch beeld: een bok voor de bliksemdraden die eruitzien als omgedraaide traversen i.p.v. kattenoren, geen topstuk, markeringsballen en een roodwitte obstructieschildering. De mast geeft daarmee een duidelijk signaal af: hier sta ik, kijk uit en hou afstand. 

December 2012

Mast 06 110 kV Gorredijk Oosterwolde

Mast XX, Gorredijk-Oosterwolde – we gaan deze maand naar Friesland, waar tussen Gorredijk en Oosterwolde een 110 kV-verbinding met buismasten staat. Op het eerste gezicht niets aparts, behalve als je goed naar de traversen kijkt. We zijn het gewend van de meeste 110 kV-buismasten dat de traversen tevens de isolators zijn, maar bij deze verbinding is dat niet toegepast. De leeftijd (1980) noch het NEN-50341 criterium m.b.t. storm of ijzel zijn er op deze plek de oorzaak van. En ook de capaciteit (daarmee samenhangend de geleiderdikte en het gewicht daarvan) lijken niet de oorzaak te zijn. Misschien was het financieel, maar we weten dus niet waarom deze verbinding afwijkt. Anderzijds komt het wel mooi met het hoekige uiterlijk van deze masten overeen dat men ook een vierkante draagbok voor de bliksemdraad heeft gekozen.

November 2012

PGEM drie-evenmast in de Betuwe (foto door Peter Schokkenbroek)

Mast 66 – Woudhuis-Hattem (oostelijk) – Niet eerder hebben we in deze rubriek een PGEM drie-evenmast gehad. Hier zien we nummer 66 van de 150 kV-verbinding Woudhuis-Hattem, zoals deze zomer vastgelegd door Peter Schokkenbroek. De PGEM drie-evenmast is een typische verschijningin de Betuwe en Veluwe en kan gezien worden als de voorganger van de Gelderse tonmast. Soms vertellen de verbindingen met dit mastontwerp een bijzonder verhaal. Deze verbinding naar Hattem was lang geleden ontworpen als een verbinding naar Zutphen, waar het 150 kV-net aan het 110 kV-net was gekoppeld. Al lang geleden is deze koppeling verdwenen (nu vervult de 380 kV-ring deze functie) en de IJsselcrossing werd gesloopt, waarna het restant van de verbinding aan een (nieuwere) lijn tonmasten werd gekoppeld die tot op de dag van vandaag naar Hattem loopt. 

Oktober 2012

Mast 254 Hessenweg-Vierverlaten

Mast 254, Vierverlaten-Hessenweg – deze maand weer eens een hoekmast. De constructie van het lijndeel Hoogeveen-Hessenweg is uitgesproken Duits te noemen (zie het topstuk), maar de hoekmasten wijken af en hebben ook een zweempje van het Britse uiterlijk over zich: een massieve, zware toren en korte, kleine traversen. Deze 220 kV-verbinding had oorspronkelijk gesloopt zullen worden, maar wegens capaciteitstekort op het net is in 2009 juist het tegenovergestelde gebeurd: de lijn werd opgewaardeerd, verzwaard en opnieuw geschilderd om tot nader order weer dienst te blijven doen.

September 2012

380 kV hoekmast bij Nieuwekerk aan den IJssel

Mast 22, Krimpen-Bleiswijk – een bekend gezicht in de Nederlandse polder zijn de 380 kV donau-hoekmasten met kattenoren. Ze hebben al vaker in deze rubriek de hoofdrol gespeeld. Maar dit exemplaar is afwijkend. Het bovenste deel van de toren is cilindrisch in plaats van taps. Optisch bedrog zorgt er vervolgens voor dat het mastlichaam naar boven toe weer breder lijkt te worden. Een niet alledaags gezicht in Nederand, want dit subtype 380 kV-mast is in Nederland zeldzamer dan zijn taps lopende evenbeelden.

Augustus 2012

Mast 06 Krimpen-Waalhaven

Mast 06, Krimpen-Waalhaven – deze 150 kV-verbinding is opgetrokken met driecircuit-deltamasten waarvan het ontwerp licht anders is dan dat van de nieuwere delta-verbindingen Flevo-Harderwijk en Flevo-Hattem. De mast is spitser en iets hoger en het lattenwerk is ijler. De driecircuit-deltamast is een robuust ontwerp dat weinig gevoelig is voor falen of blikseminslag op een fasedraad.

Juli 2012

Eénevenmast bij Olst

Mast 05, aftak Olst – tussen de verbinding Harculo, Deventer Platvoet en Olst loopt een kleine aftakking van 110 kV-hamerkoppen. Deze aftakking is eind jaren 60 aangelegd en de echte kenner ziet dat het ontwerp van deze masten iets afwijkt van de standaard van het IJsselmij-ontwerp. De traversen zijn spitser, de broek is lager en de mast als geheel (mast 5, weliswaar een hoekmast) oogt wat feller. Merk ook de gebundelde fasedraden op: uniek bij hamerkoppen in Nederland.

Juni 2012

Asymmetrische enkelcircuitmast

Mast 02 – aftak Glanerburg-Losser – in Nederland hebben we slechts één verbinding die met asymmetrische enkelcircuitmasten is opgetrokken, en wel tussen Glanerburg en Losser. Hier zien we mast 2, maar in werkelijkheid lift de verbinding ook al enkele kilometers mee onder de zwaardere 380 kV-combilijn naar Gronau. De draagmasten van dit ontwerp kunnen eventueel worden uitgebreid tot drie-evenmasten, maar de hoekmasten kunnen dat niet. Waarschijnlijk zal de verbinding tot in lengte van dagen niet-redundant blijven.

April en mei 2012

De Mast van de Maand april en mei 2012 werden gecombineerd vanwege de ombouw van de website, zodat we twee masten tegelijk behandelden die twee maanden in de rubriek stonden.

Crossingsmasten

Mast 249 en 250, Dodewaard-Maasbracht – deze twee maanden gaan we de hoogte in, vlak onder Dodewaard. Inderdaad, nogmaals de 380 kV-verbinding Maasbracht-Dodewaard, net als een paar maanden terug. Bij de Waal tref je deze twee kruisingsmasten van 124 meter hoog. Let ook op mast 248 op de achtergrond, ook die is verhoogd. De verbinding kan 1645 MW de baas, werd opgeleverd in 1969 en is sinds 1991 onderdeel van de landelijke 380 kV-ring.

Maart 2012

éénevenmast van het MaasWaal-ontwerp

Mast 13 – Nijmegen-Druten – we blijven deze maand nog even bij de één-evenmasten. De verbinding Nijmegen-Druten toont het Maas&Waal-type maar al te duidelijk. Over de elegantie van dit ontwerp verschillen de meningen, maar feit is wel dat dit carnevaleske type in Nederland het enige mastontwerp is waarbij de traversen niet horizontaal hangen.

Februari 2012

onvolledig benute éénevenmast

Mast 03, Gasselte-Veendam – deze maand een klein stukje nethistorie. Deze stokoude éénevenmasten van de 110 kV-verbinding tussen Gasselte en Veendam, vernield en weer hersteld na de ijzel van 1987, worden al geruime tijd onvolledig benut. Ze dragen al minstens dertig jaar slechts één circuit en daardoor heeft de hele verbinding een ongelukkig aanzicht. Plannen voor redundantie zijn er vooralsnog niet.

Januari 2012

Duits type drie-evenmast met V-ophanging

Mast 09, Hessenweg-Zeyerveen-Vierverlaten – het mastontwerp van deze 220 kV-verbinding is uitgesproken Duits. De verbinding is recentelijk verzwaard en de hoogspanningslijn kan nu 950 MW de baas. Sinds 2010 is de verbinding ook weer als redundant in gebruik. Voordeel is de elegantie en ranke indruk die de masten maken, maar een nadeel is de grote gevoeligheid voor blikseminslag op een fasedraad. Zo is overal wat voor en tegen te zeggen.

December 2011

Hoekmast met kattenoren

Mast 257, Maasbracht-Dodewaard – de 380 kV-verbinding tussen Maasbracht en Dodewaard is opgetrokken met de klassieke 380 kV-donaumasten. Deze mast is een hoekmast en zoals je ziet is zijn ontwerp kenmerkend voor de Nederlandse 380 kV-hoekmasten: donau-configuratie, twee flinke kattenoren en keramische isolators om de bretels in de buitenbocht op hun plek te houden. Ook het logo van HoogspanningsNet is gebaseerd op de verschijning van dit ontwerp donau-hoekmasten.

November 2011

Enorme portaalmasten

Mast 02, Eindhoven-Geertruidenberg – een hoekmast van het portaaltype, gefotografeerd door Max van Veghel. Dit mastontwerp is niet alleen de grootste portaalmast van Nederland, maar de draagmasten zijn tevens ook in absolute zin de grootste draagmasten van Nederland. Ze dragen drie circuits van 380 kV.

Oktober 2011

Buismast nabij Slagharen

Mast 04, inlussing Lutten-Dedemsvaart – deze maand opnieuw een buismast, maar nu een drie-evenmast in plaats van een tonmast. Deze draagt twee 110 kV-circuits en maakt deel uit van een heel kort hoogspanningslijntje van circa 3 kilometer. Let op de isolators die in dit geval tevens als traversen dienstdoen.

September 2011

Buismast 5 van de verbinding Ulft-Dale

Mast 05, Ulft-Dale – deze buismast is het meest gebruikte buismasttype in Nederland. Hij draagt twee circuits van 150 kV in de configuratie van een tonmast. Hij mag dan zeer modern (en op een insect) lijken, toch staan deze masten al sinds 1976 in de Nederlandse velden. 

Augustus 2011

DDW-DTC 380 mast 2

Mast 02, Dodewaard-Doetinchem – een prima (en nog niet door GSM-ontvangers verpest) exemplaar van een donaumast. Dit type donaumast is oppermachtig binnen het 380 kV-net en het is het meest gebruikte ontwerp hoogspanningsmast in Nederland. Wel zijn er per verbinding kleine verschillen tussen de masten, zoals de aanwezigheid van railings op de traversetoppen.

Juli 2011 (In Memoriam-special)

Zendmast van Smilde tot 2011

De Zendmast van Smilde (1959-2011). De mast bezweek op 15 juli 2011 na een korte, felle brand. Strict genomen is dit een zendmast en dus geen hoogspanningsmast, maar het leek ons gepast om als eerbetoon de Mast van de Maand voor de rest van deze maand op te dragen aan het gesneuvelde bouwwerk.

Juli 2011

150 kV-tonmasten

Twee masten deze keer: twee onvervalste, typisch Gelderse tonmasten van de 150 kV-lijnen Hattem-Vaassen en Hattem-Apeldoorn. Let op de verschillen in het ontwerp van de torens. De linkse lijn voert twee geleiders per fasedraad, de (oudere) rechterlijn werkt nog met enkele geleiders.

Juni 2011

Mast 108 ZL-MEE

Mast 108 van de 380 kV-lijn Zwolle-Meeden is zonet voorzien van een nieuwe traverse. Wat daarbij opvalt is dat de mensen van de firma Spie, die de montage verrichtten, het vogelnest op het balkonnetje hebben laten zitten. Respect. 

Mei 2011

Herstelde mast 25 Doetinchem-Ulft

De herstelde mast 25 van de 150 kV-lijn Doetinchem-Ulft. Deze mast legde samen met vier andere tonmasten het loodje tijdens het noodweer van 14 juli 2010 (een downburst leverde een windsnelheid van boven 150 km/h op en dat bleek teveel te zijn). N.B. een betere foto is te vinden op de fotopagina.

 


Omhoog