Coronaverschijnselen? Deze keer helpt een coronaring niet. Een mondkapje wel!

Hoogspanningstechniek

Mast van de Maand



Mast 16A, Rilland - Zandvliet
----------------------------------------------
Nu we wederom met door corona gesloten grenzen zitten, doen we bij HoogspanningsNet gewoon opnieuw wat we ook in april deden: de grenzen juist opzoeken. Waren we in april bij Van Eyck, nu zijn we vlakbij Zandvliet, bij de andere interconnectie. Ook deze wordt bedreven op 380 kV. Op de voorgrond staat mast 16A met zijn klassieke donauvorm nog juist in Nederland (het scheelt maar tien meter). Deze mast is in 2016 een stukje opzij verplaatst vanwege de bouw van de nieuwe, eveneens klassieke Belgische dubbelvlag-eindmast op de achtergrond. Die laatste is een nieuwe mast, gereconstrueerd vanwege veranderingen op het station en de komst van een derde dwarsregeltrafo. Om een nieuwe hoekmast te vermijden koos Tennet ervoor om mast 16 een stukje opzij te zetten zodat de lijnhoek dusdanig beperkt bleef dat ook een steunmast het kon hebben, zij het met permanent ietwat scheef hangende isolators. Het uitzicht op deze foto uit 2019 zou niet lang meer zo blijven - maar deze keer is dat goed nieuws, want de dubbelvlag-eindmast heeft inmiddels gezelschap gekregen van een stoere collega toebehorend aan de nieuwe verbinding Lillo - Zandvliet 380 kV die deels zo stral aan de landsgrens langs loopt dat hij ook voor nieuwsgierige Nederlanders uitstekend te zien is zonder de grens over te moeten steken.

Hoogspanning en gezondheid?

Antwoord op alle vragen vind je bij het RIVM (NL) of het Departement Leefomgeving (B).

HoogspanningsNet behandelt dit thema met opzet niet zelf. (Waarom niet?)

Geknetter en gebrom?

Geen zorgen, dat is normaal.

Mastverrommeling


Doet dit ook jouw tenen kromtrekken?


Zoek je de netbeheerder?

Dat zijn wij niet. Ga naar de website van TenneT TSO (NL) of Elia (B).




Of ga naar ENTSO-E voor het Europese samenwerkingsverband tussen netbeheerders.

Berichtenarchief

17 oktober 2020 Gisteren is vlakbij Vierverlaten de eerste wintrackmast geplaatst voor de vernieuwde verbinding Noordwest 380 kV. Gemengde gevoelens onder pylon geeks, want de nieuwe combinatieverbinding gaat ten koste van een bestaande lijn met vakwerkmasten. Maar de aanpak an sich is zeker geen primeur.

En toen stond opeens de eerste wintrack in het 110 kV-gebied. De transitiestukken op het mastfundament waren eerder geplaatst en nu was de tijd daar om de beide wintrackpylonen in elkaar te zetten. Uiteraard is men op de Berg weer apetrots op dit setje nieuwe wintracks en al net zo vanzelfsprekend kijken pylon geeks met gemengde gevoelens naar de verpaling. Maar laten we nu eens niet goedkoop scoren voor eigen parochie door wintracks te gaan bashen of te jammeren over het verdwijnen van een vakwerklijn waar met wat opwaarderingen nog zoveel rek in zat dat 380 kV maar kantjeboord uit te leggen valt. Dat bewaren we voor een andere keer.

Het op dezelfde plek vervangen van een verbinding door een zwaarder exemplaar is minder normaal dan je zou denken. In Frankrijk of België zal je een soortgelijke operatie niet snel zien. Daar is het de normale gang van zaken om netverzwaringen (70 kV door 150, of 150 door 380) uit te voeren als overlay. Men bouwt als het ware gewoon boven over het bestaande net heen en pas in een latere fase wordt dan gekeken naar waar een oudere verbinding kan verdwijnen. Verder krijgt Elia jeuk van het idee om een combinatieverbinding aan te leggen: het maakt onderhoud en vrijschakeling complexer, zeker met verhoudingsgewijs meer klanten die via een harde aftak of steeklijn rechtstreeks op een verbinding hangen in plaats van netjes via een station. De netstrategen van Elia gedogen schoorvoetend bestaande situaties, maar ze willen geen combilijnen die van meet af aan zo zijn bedoeld. 

In Nederland is Tennet de omgekeerde gedachte toegedaan: combineren levert bonuspunten op. De afgelopen dertig jaar zijn de meeste nieuwe bovengrondse verbindingen geplaatst op tracés waar al een kleinere oudere verbinding stond. De toepassing van combinatiemasten heeft dan ook een flinke vlucht genomen: op één korte uitzondering na is iedere nieuwe bovengrondse koppelnetverbinding gebouwd sinds 1990 gedeeltelijk of zelfs geheel uitgevoerd als combilijn. Dat levert enerzijds een extra indrukwekkend eindresultaat op, maar het betekent ook het einde van de oorspronkelijke verbinding. Op die manier zijn er al heel wat 150- en 110 kV-verbindingen veranderd in meelifters in de nieuwe 380 kV-combilijnen, zowel vakwerk als wintracks.

Wat weinig mensen beseffen is dat niet 110- of 150 kV, maar juist 220 kV het meest heeft geleden onder de verdrietachtiging. Tussen Meeden en Robbenplaat zijn zelfstandige 220 kV-verbindingen opgenomen in de Mammoetlijn (combi 220/380) en Overijssel is begin jaren 90 het nethistorische kroonstuk van de IJsselmij, de 220 kV-verbinding tussen Zwolle en Twente, kwijtgeraakt aan vervangende 380 kV op bijna hetzelfde tracé. Een operatie die sterk lijkt op wat we nu in Groningen zien, inclusief het combineren van een paar delen 110 kV-lijn die toevallig in de buurt stonden of staan. Het enige echte verschil is dat men nu wintracks gebruikt in plaats van vakwerkmasten.

Het zal ook niet de laatste keer zijn. Nadat in 2014 een scopewijziging werd doorgevoerd in Noordwest-380 kwamen de procedures om 380 kV tot aan Ens aan te leggen abrupt tot een einde. Pas nu wordt er voorzichtig weer gepraat over het opnieuw opstarten van dit project. Wederom zal er in dat geval 220 kV-vakwerk worden geslachtofferd. Maar of dat ook met wintracks zal gaan gebeuren? Sinds de plottwist van het decennium (de terugkeer van vakwerk in de vorm van de Moldau-mast) is niets nog zeker. Ditmaal kost het jammerlijk nog een fraaie vakwerkverbinding de kop, maar hoe het de volgende keer uitpakt? Wij weten het niet, en waarschijnlijk weet zelfs de Berg het ook nog niet.

Afbeeldingen: de eerste wintrack van de nieuwe verbinding Oudeschip – Vierverlaten, direct na oplevering (foto door Bram Gaastra). Midden: verbouwen terwijl de hoogspanningswinkel open blijft is niet eenvoudig. Maximale 220 kV-spaghetti (en nachtmerries op de netkaart) gegarandeerd. Onder: de verbinding die vervangen wordt. Een zware jongen die nog ruimte had voor opwaarderingen. Maar daarover mopperen.. eh, schrijven we een andere keer.

13 oktober 2020 Zeeuws Vlaanderen heeft een moeilijke geschiedenis op hoogspanningsgebied. Een zichtbare herinnering aan die tijd is de Frietenlijn, een verbinding met België voor noodkoppeling. Inmiddels wordt dit lijntje gesloopt. Een blik op de verschijning, het doel en het einde van een opmerkelijke interconnectie.

De Westerschelde als obstakel is een rode draad in de geschiedenis van Zeeuws Vlaanderen. Ook elektrisch. In de vroege jaren 60 werden twee 50 kV oliedrukkabels aangelegd vanaf Goes. Meteen vanaf hun ingebruikname waren het probleemgevallen. Verplaatsende zandbanken, ankerende schepen en lastig elektrisch gedrag door de grote kabellengte leverde veelvuldig storingen op. Ook bleek hun capaciteit al gauw rijp voor het museum toen op Terneuzen het chemiecluster van DOW verscheen. Het was duidelijk: hier was 150 kV nodig.

In slechts enkele jaren werden drie trafostations, een aantal verbindingen en twee 150 kV-kabels (370 MVA redundant) op Borssele gerealiseerd. Helaas bleek de Westerschelde ook voor 150 kV-kabels een vijandige omgeving. Al een jaar na hun indienstname moesten beide kabels vervangen worden. Omdat het eigenverbruik van Zeeuws Vlaanderen inmiddels boven de capaciteit van de oude 50 kV-kabels lag werd het noodzakelijk om te allen tijde koppeling met een groter 150 kV-net achter de hand te hebben, en dan graag eentje die niet door de Westerschelde liep. Maar hoe dan?

Soms moet je pragmatisch zijn. De PZEM stapte over zijn schaduw heen en belde met de Belgen. Vanaf een hoekmast bij het gehucht Waterlandkerkje werd in 1975 een aftak gemaakt op het circuit 150 kV Oostburg – Westdorpe Zwart. Gedragen op 28 zeer minimalistische enkelcircuit buis-deltamasten stak de aftak de grens over tot aan de eerste de beste Belgische 150 kV-lijn op de route, ter hoogte van Maldegem. Daar werden vermogensschakelaars en een stel scheiders opgesteld. De noodverbinding was gereed en in geval van problemen kon het Zeeuws Vlaamse net in een wip worden gekoppeld met het Belgische 150 kV-net. Zo zou in geval van problemen met de Westerscheldekruising alsnog een fysieke koppeling van Zeeuws Vlaanderen met het grootschalig net kunnen worden gemaakt, zodat ELSTA en Zeeuws Vlaanderen bij problemen op de Westerschelde niet als eilandbedrijf zouden eindigen met alle technische risico's en onmogelijkheden van dien.

Voor een noodverbinding waren geen riante fondsen voorhanden. Men koos voor goedkoop en zeer minimalistisch buis-deltamastje. Hier bij HoogspanningsNet waren we ervan uitgegaan dat de bijnaam Frietenlijn te danken was aan de uiterlijke gelijkenis van de mastjes met een puntzak Vlaamse frieten, maar op 14 oktober tipte iemand ons dat de naam eerder te maken heeft met het geografisch gebied waar men spreekt van frieten (in plaats van friet of patat). Tot onze verbazing blijkt dat nogal een dingetje te zijn, waarbij mogelijk ook sprake is van enig (uit)lachen richting de overzijde van de landsgrens. In ieder geval, het onopvallende lijntje is in de decennia die volgden zo nu en dan daadwerkelijk ingezet. De kabels bleven hoofdpijndossiers (met in 1975 zelfs permanente uitval van een exemplaar) en pas decennia later werd de redundantie onder de Westerschelde hersteld. Door de vervangende kabel een ander tracé te geven en door het verschijnen van een zwaardere EB-centrale op het DOW-complex (ELSTA) werd de leveringszekerheid uiteindelijk steeds verder verhoogd.

Daardoor werd op een gegeven moment besloten de Frietenlijn niet langer meer op afroep gereed te hebben. Men knipte de bretels bij de hoekmast bij Waterlandkerkje fysiek door en zette de schakelaars op Maldegem permanent open. Op die manier kon de lijn bij echte nood alsnog in een halve dag weer worden ingezet, mocht het inmiddels onwaarschijnlijke geval van een dubbele storing onder de Westerschelde zich alsnog voordoen. (Losknippen is overigens gebruikelijk bij langdurig losgenomen lijnen. Het verkleint de circuitlengte en daarmee ook de kans op ongelukken of storingen.)

In 2013 had de Frietenlijn nog even een heldenrol kunnen spelen tijdens de Belgische Elektriciteitsschaarste. Nu zat de behoefte aan de andere kant, in België. In theorie was het mogelijk om de ELSTA-centrale zodanig op het net te schakelen dat deze als het ware op een grote steeklijn vanuit Maldegem zou hangen. Daardoor zou er honderdvijftig megawatt vermogen onder andere via de Frietenlijn naar België kunnen. Uiteindelijk is dit niet gebeurd omdat een dergelijke verschakeling in Nederland zowel het N-1 criterium alsook het 100 MW/6h beginsel met voeten zou treden, maar het zou een waanzinnige plotwending zijn geweest als het zover was gekomen.

Uiteindelijk kwam het definitieve waterloo in 2015. In België werd door Elia het Project Stevin ondernomen. Een joekel van een 380 kV-lijn verving de 150 kV-verbinding tussen Eeklo en Brugge. Opeens sloot de Frietenlijn nergens meer op aan. Daarmee werd het een relict dat slechts nog even bleef staan omdat fysieke sloop simpelweg geen urgentie had. Maar uiteindelijk gebeurt nu toch het onvermijdelijke. Het olijke lijntje met een interessante geschiedenis wordt nu zelf deel van de netgeschiedenis.

Afbeeldingen: de Frietenlijn in betere dagen. Het minimalistische ontwerp met masten die op puntzakken lijken was een perfecte illustratie van hoe je met geringe visuele impact toch een volwaardige lijn kan bouwen. Middelste afbeelding: Maldegem, het korte moment waarop de beide 150 kV-lijnen en de nieuwe 380 kV-lijn tegelijk bestonden. Foto's door Michel van Giersbergen. 

05 oktober 2020 In een wisselstroomnet is dwarsregeling de enige manier waarmee de loadflow enigszins geografisch kan worden gestuurd. We vinden dwarsregeltrafo’s in het koppelnet, maar ook de toepassing in regionale netten neemt toe. De situatie in België is daarin een bijzonder geval. 

Dwarsregeltrafo op ZandvlietHet hoogspanningsnet is een zogeheten complex bedreven, vermaasd, hiërarchisch getrapt net. (Duitzelt het je? Doe dan de St(r)oomcursus.) In zo’n net zal het lopend vermogen, met een net woord de load, vanaf opwekkers vanzelf de weg met de minste weerstand tracht te zoeken naar afnemers. Soms zijn opwek en verbruik ruimtelijk goed verspreid, maar als de opwek op een andere plek zit dan het verbruik kan de load een richting hebben. Men spreekt dan van loadflow: de grootschalige geografische richting waarin het vermogen loopt. Bijvoorbeeld vanaf de kust richting het binnenland, of van noord naar zuid-Europa.

Meestal is het een fijne eigenschap dat loadflow in een wisselstroomnet zelf zijn geografische weg zoekt. Maar als een verbinding zo populair wordt dat hij aan de top van zijn kunnen komt, wreekt het zich. Het is ingewikkeld om een deel van het vermogen vriendelijk te verzoeken een andere weg te nemen zonder de gehele verbinding af te sluiten. Eigenlijk kan dat alleen met een dwarsregeltransformator. Dat is een speciale trafo waarbij men de spanning niet verandert, maar door zogeheten fasehoekverdraaiing (simpel gesteld: het spelen met het moment van de piek in spanning en in stroomsterkte ten opzichte van elkaar) kan men de aangesloten verbinding een beetje variëren in zijn weerstand en daarmee zijn aantrekkelijkheid. Zo voorkom je dat hij overbelast raakt, maar tegelijk blijft hij wel bruikbaar voor een deel van de loadflow.

In het koppelnet is de toepassing van dwarsregelaars vooral bij interconnecties vrij gebruikelijk. In de onderliggende netten van 110 of 150 kV zijn ze zeldzaam. In Nederland en de meeste andere landen komt dat door het toepassen van netopeningen: daarmee voorkomt men dat een deelnet te groot wordt of dat vermogen dat eigenlijk door het 380 kV-net moet lopen, een sluipweg kan nemen door een onderliggend netvlak van een lagere orde en daar de zaak kan overbelasten. België heeft dat niet. Elia werkt niet met deelnetten op 150 kV en men gaat er dus vanuit dat elektriciteit vanzelf voornamelijk 380 kV verkiest boven 150 kV. Door de lagere weerstand van 380 kV-lijnen is dat doorgaans ook zo en zorgt deze parallelle exploitatie van 380 kV en 150 kV al sinds de jaren 70 niet voor grote problemen.

Power Flow Simulator - maak zelf kennis met loadflow in een complex netMaar door de grote toename van windparken op zee begint dat te veranderen. In de omgeving van Zeebrugge/Oostende al snel een gigawatt energie aan land, op de piekmomenten is het bijna 2 GW. De 4 GW-hoogspanningslijn van Stevin naar Eeklo kan dit makkelijk aan, maar de spanning op de 150 kV stijgt door deze massale injectie ook een beetje. Dit zorgt voor te hoge stromen op de kabel Slijkens-Koksijde. Om dat te beperken heeft Elia onlangs een 150 kV dwarsregeltransfo in dienst genomen in Slijkens. Op die manier kan de kabel worden behoed voor overbelasting en toch in dienst blijven totdat Ventilus gereed is.

Er zijn inmiddels meer zulke situaties. Bij sterke windproductie worden de Belgische gascentrales logischerwijze uitgezet. Alleen bevinden de gascentrales zich gemiddeld oostelijker dan de windturbines. De drie verbindingen tussen het westen en het centrum van het land krijgen het stevig te verduren. Horta – Mercator (380 kV) kan wel wat hebben, maar Rodenhuize – Mercator 150 kV wordt stevig belast. Deze kan het nog net aan, al zal er in de toekomst ook een oplossing voor moeten komen middels een verplaatsbare netopening tussen Mercator en Rodenhuize in combinatie met een extra 380/150 transfo in Rodenhuize. De laatste oost-west lijn is Ruien-Beadour. Deze is zodanig overbelast dat in Chièvres een nieuwe dwarsregelaar moet worden opgenomen. Hier zou het toekomstige project Boucle du Hainaut op termijn soelaas moeten brengen.

De energietransitie van België heeft dus niet enkel invloed op het 380 kV-net, ook op 150 kV zijn er af en toe bijzondere ingrepen nodig om de boel draaiende te houden. Meer lezen? Werp dan eens een blik in het Elia Federaal Ontwikkelingsplan.

Wil je meer inzicht in loadflow? Of wil je zelf eens spelen met verbindingen, capaciteiten en bedrijfsvoering? Probeer dan eens de Tennet Power Flow Simulator en verander je zolderkamer in het hart van de controlezaal. 

Afbeelding: een dwarsregeltrafo (zoals hier op Zandvliet, foto door Tom Börger) ziet er weinig anders uit dan een gewone trafo, maar merk op dat de eindsluiters waar de draden op zitten allemaal voor dezelfde spanning zijn bedoeld. Onder: screenshot van de Power Flow Simulator, waar je zelf netten kan bouwen en kennis kan maken met loadflow in een vermaasd net.

27 september 2020 HVDC-interconnecties zijn in het gekoppelde hoogspanningsnet van Europa gemeengoed. Nergens anders op de wereld zie je zoveel van zulke interconnectoren. Naast de techniek zijn ook de namen van High Voltage Direct Current verbindingen veelzeggend over hun motivatie en zelfs over Europese natiepolitiek.

Europa is een bergachtig schiereiland met nogal wat zeeën, zeestraten, baaien en dikke eilanden: het perfecte speelveld voor HVDC-zeekabels. Wie op de netkaart kijkt ziet dat veel HVDC-verbindingen interconnectors zijn tussen twee landen. Naast de technische motivatie zijn het ook prestigeprojecten van honderden miljoenen euro's die een symbolische waarde hebben. Letterlijk en figuurlijk verbinden ze twee landen, twee machtsblokken of zelfs twee culturen. Met die gedachte in het achterhoofd veranderen de trotse namen van HVDC-interconnectors stiekem in aanwijzingen over de achterliggende motivatie en zelfs over hoe de landen naar elkaar kijken. 

Een aantal interconnectors draagt koeltjes de naam van de watervlakte die ze kruisen (Cross-Skagerak, Cross-Channel) of van het overkoepelende gebied, zoals de Baltic Cable (die de geografisch vaag begrensde naam van heel noordoost Europa voert) of de Celtic Interconnector die Ierland en Frankrijk moet gaan verbinden. Gebruikelijk is ook een afkorting van de landen of cultuurblokken op de uiteinden (BritNed, NorNed, Fenno-skan, Konti-skan, France-Angleterre of SvePol). Het verbergt niks en geeft aan dat er sprake lijkt te zijn geweest van een gelijke onderhandelingsvoet.

Maar soms blijkt een onevenwicht. NORD.Link (die hoofdletters en dat puntje horen daar echt, want dat is hip en cool en lame en zo) wordt aangelegd tussen Noorwegen en Duitsland. De naam verraadt welk van de twee landen waarschijnlijk de meeste behoefte had aan de verbinding: Duitsland vindt Noorwegen (met zijn hydropower) interessanter dan andersom en trekt zich graag op aan het woord Nord. In dezelfde categorie valt de Viking Link (Denemarken – Engeland, in aanleg). De kabel loopt echter niet over het Viking district in de Noordzee, dus hier moet welhaast sprake zijn van Britten die graag dwepen met het stoere imago van vikingen. 

Een andere groep kabels draagt acroniemen. Inelfe (Frankrijk – Spanje) kan je uitspreken als een neutraal woord, maar het is een acroniem van Interconexión Eléctrica Francia-España. Soms is er dieper nagedacht. ALEGRO (België – Duitsland, eind dit jaar gereed) is een acroniem van Aachen Liège Grid Overlay. Maar wie een beetje bekend is met muziek zal direct zien dat het woord sterk lijkt op het identiek uitgesproken allegro, een van oorsprong Italiaanse term voor een vrolijk of opgewekt muziekstuk. 

Buitenbeentjes zijn er ook. Kontek (Duitsland – Denemarken) heet voluit Kontinent – Elkraft, hetgeen een samenstelsel is van het Duitse woord voor continent en de naam van een voormalig Deens netbeheerder die later opging in Energinet. Een beetje onlogische combinatie. Een andere vreemde eend in de bijt is NEMO, tussen België en Engeland. Nemo is weliswaar de naam van een personage uit Jules Verne's 20.000 mijlen onder zee, maar het woord zelf betekent in het Latijn niemand. Bij HoogspanningsNet hebben we ooit een roddel opgevangen dat het woord uit de pen komt van een hoge pief bij Elia die in het begin van de planfase invloed heeft gehad op in ieder geval de werknaam van het project, maar zeker weten doen we het niet.

Tenslotte heb je nog de financiën. COBRA (Nederland – Denemarken, overigens tijdelijk defect sinds eind september) is een acroniem van COpenhagen BRussels Amsterdam. Een opmerkelijke naam voor een kabel tussen Endrup en de Eemshaven en die niets te maken heeft met Amsterdam, Kopenhagen of laat staan Brussel. Het is speculatief, maar bij HoogspanningsNet vermoeden we dat er sprake is van een werknaam om het project interessanter te laten klinken voor te overtuigen partijen. Omdat DenNed onhandig veel lijkt op Tennet (zeker met een verstopte neus) zal er gekunsteld gezocht zijn naar iets anders pakkends. Toen bleek dat cobra wel goed uitspreekt in zowel Engels, Deens als Nederlands heeft men die werknaam waarschijnlijk maar zo gelaten…

Afbeelding: op de netkaart kan je tientallen HVDC-interconnectors vinden. Midden en onder: in 2007 zette NorNed een wereldrecord neer en dat mocht gezien worden, getuige het fancy convertergebouw met vlaggen en design voor de persmomentjes buiten vlak voor de gevel. Twaalf jaar later kwam COBRA en keerde de nuchterheid terug: een saaie functionele doos.

02 september 2020 Een nieuw trafostation verschijnt elk jaar wel een keer in het hoogspanningsnet van Nederland. Maar een heel nieuw deelnet erbij is toch wat anders. De nieuwste telg van het Nederlandse hoogspanningsnet wordt bedreven op 110 kV en bevindt zich in de Eemshaven.

We gaan terug naar 2010, toen in de Eemshaven een van de meest belachel.. ehh.. meest merkwaardige gevallen van congestiemanagement plaatsvond die we ooit in Nederland zagen. Op het eerste gezicht klinkt congestiemanagement fair: is er te weinig capaciteit, dan geldt dat wie het eerst komt ook het eerste aangesloten wordt. Maar wat doe je als er drie bedrijven aangeven zware kolen- en gascentrales te willen bouwen die gezamenlijk alle capaciteit claimen, zodat een net iets later gekomen aanvraag voor een windpark er niet meer bij kan? Zie hier het probleem van Windpark Westereems. 100 MW windvermogen werd weggedrukt door 4000 MW beraamd fossiel vermogen – moreel zeer schrijnend, maar wet is wet en fair is fair…

Er zat voor Essent niets anders op dan een private grondkabel te leggen tot aan de eerstvolgende plek waar nog wel aansluitruimte was. In dit geval was dat helemaal naar Winsum Ranum, dertig kilometer verderop. Het werd nog zuurder, want uiteindelijk werd een van de drie centrales afgezegd toen het Zwitserse Advanced Power zijn knopen telde en er dus fysiek alsnog aansluitruimte bleef.

Dit debacle verdiende beslist geen schoonheidsprijs. Tennet zag dat ook in en nam het besluit om een deel van de niet gebruikte capaciteit door het wegblijven van de derde centrale zelf in te boeken voor de aansluiting van een nieuw deelnet. De Eemshaven zou daarmee op het netvlak van 110 kV elektrisch ontsloten worden voor nieuwe klanten, opwekkers en nieuwe, grotendeels hernieuwbare energieprojecten. 'Westereems' zou niet opnieuw gebeuren.

Op Robbenplaat zijn twee trafo's van 220/110 kV 200 MVA (uiteindelijk zelfs op te pompen naar 370 MVA) neergezet. Die zijn met twee circuits op 110 kV verbonden met een nieuw te stichten station, Eemshaven Midden te noemen. Op dat station zijn drie 110/20 kV-trafos van elk 80 MVA geplaatst. Op dit moment staan de trafo's nog een beetje te lanterfanten, maar in theorie is er 240 MW capaciteit op 20 kV en/of een paar honderd MW direct op 110 kV gecreëerd. Dat werd vandaag uiteraard trots gemeld door de Berg, maar in de praktijk was afgelopen zaterdag al een bromtoon hoorbaar bij de trafo's, dus dit officiële moment is stiekem vooral iets voor de bühne. 

Als we de commerciële steeklijn van Westereems negeren, dan zien we dat er nog geen 110 kV was in de Eemshaven. Met de aanleg van Eemshaven Midden via de twee trafo's is daarmee een piepklein, maar splinternieuw 110 kV-netje ontstaan. En dat gebeurt niet vaak. Een echt nieuw deelnetje dat alleen via het koppelnet aan de rest van het net hangt (zonder netopeningen of noodkoppelingen), dat is voor zover we kunnen nagaan voor het laatst gebeurd in 2013 (De Lier, herziening netconfiguratie) en daarvoor pas in 1975, met de oplevering van 380/150 kV Crayestein en het fysiek slopen van de 150 kV naar de Biesbosch, waardoor het een 150 kV-eiland werd.

Voorlopig lijkt het erop dat er geen mogelijkheden zijn tot ringvorming of andere uitbreidingen. Eemshaven Midden (zie hier voor filmbeelden van Tennet, samen met wat toelichting door projectmanager Tim Christiaans) is daardoor te vergelijken met de reuzenvariant van een nieuwe stekkerdoos in je kamer. En we weten allemaal hoe dat gaat met stekkerdozen – voor je het weet zitten al die gaten alweer vol en is het wederom kill your darlings. ;-)

Afbeelding: foto's van station Eemshaven Midden, zoals het er afgelopen zaterdag uitzag. Boven van vlakbij het hek en onder vanaf de uitkijktoren bij Restaurant Diekgat, als een stekkerdoos in een verder nog leeg energielandschap. Onder: gedeelte uit het actuele netschema: zeg hallo tegen Nederlands nieuwste 110 kV-deelnet(je).

De HoogspanningsNet Netkaart voor je PC, browser, tablet en telefoon.

– Altijd het net op zak.

Meer info Handleiding FAQ GIS/KML

Actuele load

Hoogspanningsagenda

Wat hangt ons boven het hoofd?
- (geen activiteiten bekend)



Heb je een tip? Meld 'm hier

Waar zijn de netprojecten?

Kijk waar de netuitbreidingen zijn!
Netuitbreidingskaart TenneT
Netprojecten Elia
TYNDP Europa door ENTSO-E

Credits en copyright

Creative Commons Licentie

Tenzij anders vermeld, bevindt de content op deze website zich onder een CC BY-NC-ND-licentie.

Lees de volledige disclaimer hier.