HoogspanningsNet - alles over hoogspanning op het het

Hoogspanningstechniek

Mast van de Maand



Mast 106, Best - Tilburg
----------------------------------------------
Vier afspanmasten op een rij in Brabant. John Steijger stuurde ons deze foto van mast 105 van de oude verbinding tussen Best en Tilburg. Een verbinding die al eens eerder een Mast van de Maand leverde en waar een lange geschiedenis aan zit, maar wiens dagen in principe geteld zijn. In 1933 kwam de verbinding in dienst als Tilburg - Eindhoven. Het was de eerste Brabantse verbinding die ontworpen was op 150 kV, maar in zijn eerste jaren werd hij op 100 kV bedreven. Verder zien we dat de circuits in een drievlaksconfiguratie hangen terwijl de mastlichamen duidelijk als tonmast bedoeld waren. Bij een opwaardering rond 1960 werden de enkelvoudige draden vervangen door zwaardere bundelgeleiders, geschikt voor 210 MVA per circuit. Om te voorkomen dat er teveel gewicht aan de traversetop van de langste armen zou komen te hangem werden de draden toen iets naar binnen verplaatst. Ook werd toen het topstuk vervangen door een hoger exemplaar met een bliksemtraverse. Helaas kunnen de kenners het al ruiken aan het getal 210 MVA per circuit, dat is in een drukke streek in Brabant niet meer toekomstvast. Op dit moment zijn er dan ook plannen voor verkabeling en vervanging door drie zwaardere ondergrondse circuits. Gelukkig voor de liefhebbers duurt het nog een paar jaar.

Hoogspanning en gezondheid?

Antwoord op alle vragen vind je bij het RIVM (NL) of het LNE (B).

HoogspanningsNet behandelt dit thema met opzet niet zelf. (Waarom niet?)

Geknetter en gebrom?

Geen zorgen, dat is normaal.

Mastverrommeling


Doet dit ook jouw tenen kromtrekken?


Zoek je de netbeheerder?

Dat zijn wij niet. Ga naar de website van TenneT TSO (NL) of Elia (B).




Of ga naar ENTSO-E voor het Europese samenwerkingsverband tussen netbeheerders.

Berichtenarchief

10 April 2019 Hoe moeilijk is het om lantaarnpalen aan en uit te zetten? Bij Liander zullen ze daar deze week beslist een krachtterm voor gebruiken. In delen van het net van Liander zijn de lantaarnpalen op de hobbel geslagen na de overgang van de zomertijd. Ondanks hard werk bij de netbeheerder zijn er tien dagen later nog steeds kleine gebieden waar de lantaarnpalen weerbarstig weigeren te luisteren naar Duiven.

Lantaarnpalen en 380 kV op de MaasvlakteOf het donker wordt, twaijduustern, mörk of schemer, automatisch gaan de lantaarnpalen aan. Traditioneel werd dat gedaan met een zogeheten toonfrequent-commando, meestal gekend als het TF-signaal. Dat is kort gezegd een bewust aangebrachte rimpeling op de normale sinusvorm van 50 Hz wisselstroom. Dit kan per regio worden verstuurd en apparaten zoals boilers, elektriciteitsmeters en schakelkasten voor openbare verlichting kunnen deze rimpelingen opmerken. Op die manier kunnen korte commando's over het elektriciteitsnet zelf worden geroepen: 'nachtstroom', 'boilers aan', 'laag tarief' of 'lantaarnpalen aan'. Voor een nauwkeurige beschrijving, lees verder op de site van Chris Verschoor, toonfrequent.nl.

TF is al heel oud en en in de loop der jaren is de draagkracht van het signaal (de 'woordlengte' en 'verstaanbaarheid') steeds beter geworden. Maar er zijn ook problemen. Nieuwe LED-armaturen kunnen soms ongewild gaan knipperen wanneer ze als bijvangst een TF-signaal moeten aanhoren en ook is TF niet geschikt voor de nieuwe tijd waarin slimme meters met een digitaal signaal de regie overnemen. Netbeheerders willen dan ook op termijn van TF af op hun netwerken en men is al bijna tien jaar druk bezig gebruikers te informeren dat TF-aansturing van boilers, dag- en nachttarieven de komende jaren stopt en gefaseerd wordt vervangen.

We weten bij HoogspanningsNet niet helemaal zeker wat er precies voor vervangend systeem wordt gebruikt (waarschijnlijk FlexOVL), maar wat we wel weten is dat in de concessie van Liander zich iets verslikt heeft in de omzetting naar de zomertijd. Helaas blijkt het niet zo simpel op te lossen. De volgende dag was op Radio 1 een voorlichter van Alliander te horen die een beetje ongemakkelijk de zaak toelichtte en vertelde dat in bepaalde gebieden voorlopig handmatig geschakeld moest worden. Een klein beetje gênant natuurlijk in deze tijden van smart solutions en hoogdravende digitalisatie.

Inmiddels zijn we anderhalve week verder en nog steeds zijn de problemen niet geheel achter de rug. Nog altijd zijn er plekken waar de lantaarnpalen hun eigen gang gaan. Liander heeft voor die gebieden inmiddels besloten de lantaarnpalen 24/7 aan te laten staan, zodat ze het tenminste überhaupt doen in de nacht. Een beetje vreemde gewaarwording, maar voor wie in delen van Gelderland overdag het licht ziet terwijl het knalzonnig is: er wordt aan gewerkt. We hopen spoedig op eh.. verlichting in Duiven.

Afbeelding: Lantaarnpalen, hier op de Maasvlakte, worden aangestuurd met een TF-signaal of met een modernere digitale vervanger. Het lijkt erop dat in de concessie van Liander het digitale signaal een complex en lastig te verhelpen probleem heeft sinds de zomertijd. Gelukkig is het in de meeste gebieden inmiddels opgelost.

02 April 2019 Vaste bezoekers van deze site wisten gisteren direct hoe laat het was, maar voor wie nog in de veronderstelling verkeert dat HVPV onze hoogspanningsmasten zal gaan veranderen… waar rook is is een scheider als breaker gebruikt, en waar 14 is, is het 1 april op HoogspanningsNet. 

HVPV-panelen op mast 14Natuurlijk zijn er geen zonnepanelen met een uitgangsspanning van maar liefst 5000 volt, laat staan als veilig consumentenproduct. In de hoogspanningsmast klimmen en direct hard verbinden met de fasedraden is natuurlijk ook niet geloofwaardig. Maar de ronkende afkorting HVPV en Japanse firma en een op het eerste gezicht saaie anonieme product sheet moest tegenwicht geven, net voldoende om toch twijfel te zaaien over het product dat de hoogspanningswereld zou gaan veranderen.

De gebruikelijke verklikkers die we al jaren gebruiken zaten er ook nu weer in. Zo kwam het getal 14 (1-4, oftewel, 1 april) verdacht vaak terug in het artikel, in allerlei dimensies en veelvouden. 140 kV, 1419 hectare en bijvoorbeeld ook mastpositie 14 in het niet toevallig gekozen Nieuwegein. Wie op de netkaart die mast aanklikte keek tegen piloot Geinstein aan. Verder verwezen enkele links traditiegetrouw naar de 1-aprilpagina op Wikipedia, er zat weer een rickroll in en het coördinaat van de veertien trafostations met schaarste was op de netkaart 14ºNB 14ºOL: middenin de Sahara in plaats van in Drenthe, Duitsland of Denemarken.

Dat is een mooie sequentie van de letter D. Sterker nog, het had de lezer ook op kunnen vallen dat bij nader inzien iedere zin in het hele artikel met de letter D begon. Ook de naam van het fictieve Japanse bedrijf levert in Google achterdocht op: bedoelde u Daily Sushi? In elk geval, HVPV kan worden bijgezet in het rijtje XLPE-drop, Lila circuits, plastic wintracks en gallop generators. En de product sheet van Daiisushi? Die werd tot onze verbazing gisteren bijna honderd keer gedownload. Vooruit, we maken er wel een funpostertje van voor de liefhebbers.

Lees het artikel van 01 april hier terug.

Afbeelding: De proefmast bij Nieuwegein is in de praktijk een photoshop van een doodgewone S+0 in het buitengebied van Wageningen. Wel met exact hetzelfde mastontwerp als de gelinkte mast bij Nieuwegein natuurlijk, want anders prikken pylon geeks er te snel doorheen. En dat is dan weer géén grap.

20 maart 2019 In een normaal hoogspanningsnet is er altijd is er wel ergens wat stuk, altijd wel een knelpuntje, altijd wel nieuwbouw en ook altijd wel ergens reconstructie of sloop. Masten en draden zijn van metaal en die kunnen goed gerecycled worden. Maar hoe zit dat eigenlijk met de isolators?

Oude glaskap-isolators. En nu?Isolators heb je in meerdere soorten. De ene laat zich vrij makkelijk verwerken na gebruik, maar de andere is heel moeilijk te recyclen. Voor glaskap- en kunststof isolators is de waarheid ongemakkelijk: momenteel is er nauwelijks een methode voor.

Keramische isolators zijn van gebakken klei: gewoon steen dus. In landen met veel ruimte en weinig milieubeleid worden ze gestort of begraven. Ook in Nederland gebeurde dat vroeger: in de gaten waar ooit laagspanningspalen stonden kan je soms op anderhalve meter diepte nog de witte 400 V isolators aantreffen. Tegenwoordig worden ze in westerse landen meestal in een hamermolen tot gruis geslagen. Wat er dan overblijft is gewoon zand en gruis. Dat kan het beton in als vulmiddel.

Glaskap-isolators zijn moeilijker. Ze bestaan uit drie verschillende materialen die ontzettend sterk zijn, een hoog smeltpunt hebben of heel lang meegaan. Veiligheidsglas kan je laten springen en volledig recyclen, maar daarna zit je nog steeds met de metalen kop vol keramiek. Ondanks een flinke zoektocht zijn we er bij HoogspanningsNet nog steeds niet achter wat men ermee doet. Waarschijnlijk luidt het antwoord niets. Stort. Theoretisch is het mogelijk ze bij te mengen bij recycleschroot in een hoogoven, maar het keramisch materiaal bemoeilijkt normale smeltprocessen en maakt het erg ingewikkeld om kostendekkend te werk te gaan. Het lijkt er dus op dat de koppen ontdaan van hun glazen kap worden gestort, maar het is buitengewoon moeilijk hier inzicht in te krijgen. Op zichzelf een veeg teken: hier wil men blijkbaar niet graag over praten.

Eindsluiter van de olie ontdoenKunststof valt ook niet mee. Het siliconenrubber is een thermoharder die zich niet opnieuw laat opsmelten. Wat op dit moment het meest wordt toegepast is verbranden. Op die manier wordt de chemische energie in het materiaal dan nog teruggewonnen. Dat is nog best wat energie, want een kunststof isolator heeft bij verbranding een calorische waarde die ongeveer de helft van die van steenkool bedraagt. Maar het is een  laagwaardige methode. De glazen vezels in de kern overleven de verbranding en kunnen daarna worden vermalen tot poeder, waarmee hetzelfde kan gebeuren als met keramische isolators. 

In de grondkabelwereld is het ook lastig. Ouderwetse GLPK-kabels en oliedrukkabels moeten na het uitgraven moeizaam ontmanteld worden. Dat is een duur proces. De metalen geleiderkernen, de pantsering en de loodmantel kunnen worden gerecycled, maar het oliegedrenkt papier en de waterdichte afdichting van de kabel meestal niet. Verbranden en energieterugwinning is de beste oplossing. Moderne kabels met XLPE-kunststof als isolatiemateriaal lijken eenvoudiger, maar zijn in feite juist ingewikkelder. XLPE is wederom een thermohardende kunststof die zich niet meer laat opsmelten of vloeibaar te maken is. Er zijn voorzichtige experimenten met supercritical decrosslinking (eet smakelijk) en wat proeven met chemische methodes, maar op dit moment is dat nog niet op operationele schaal. XLPE-kabels worden ontdaan van hun geleiderkernen en daarna meestal verbrand.  

Een weinig opbeurend verhaal? Vandaag wel, maar waarschijnlijk wordt het morgen anders. We ontvingen op 25 maart een tip van iemand bij Liander dat kabelfabrikant Prysmian inmiddels is begonnen met fabricage van een middenspanningsgrondkabel die ze P-Laser hebben genoemd. Een kabel waarbij de isolatie volledig van thermoplastisch plastic is gemaakt, plastic dat bij verhitting weer vloeibaar wordt en in principe bijna volledig kan worden gerecycled. Verder zal de te verwachten afvalstroom van isolators en kabels de komende decennia sterk toenemen. En wat we altijd zien bij gelijkvormig afval: vroeg of laat wordt de hoeveelheid zo groot dat het economisch interessant wordt om er een recycleproces voor te ontwikkelen. Voor autobanden, koelkasten en batterijen is dat al gelukt – zijn isolators de volgende? 

Afbeeldingen: container vol met oude glaskappen. Zwaar, keihard en weinig waardevolle materialen. Recycling is momenteel zo lastig en duur dat ze waarschijnlijk worden gestort. Waarschijnlijk, want we hebben geen enkele bron boven water gekregen die dit bevestigt. (Weet je meer? Vertel het ons!) Onder: een zogeheten eindsluiter bevat olie, metaal en keramiek. Die moeten eerst gescheiden worden: duur en arbeidsintensief. 

21 februari 2019 Terwijl in Nederland en Denemarken op koppelnetniveau vrijwel alleen nog buismasten worden toegepast, heeft Tennet GmbH (de Duitse tak) voor de nieuwe verbinding Dörpen – Niederrhein gewoon voor vakwerkmasten gekozen. En wát voor een masten. Een blik op de nieuwbouw in het Emsland.

Voor de energiewende was jarenlang geen goed Nederlands synoniem, maar inmiddels is het gevonden in energietransitie. Wat veel mensen vergeten in de politieke waan van de dag is dat landsgrenzen irrelevant zijn – zeegrenzen, dáár gaat het om. Denk niet in naties, maar in klimaatzones, landschappen en ondiepe zeeën. In plaats van een binnenlands koppelnet met ijle steeklijntjes naar de kustplaatsen, staan nu de zware centrales op het strand en er is zelfs een net op zee nodig. Om dat aan te sluiten zijn flinke netverzwaringen nodig tussen het strand en het bestaande 380 kV-koppelnet, dat vaak enige afstand tot de kust hield. 

Vroege verbindingen die een schaduw vooruit wierpen zijn de aansluiting van Borssele, de Maasvlakte en beide verbindingen naar de Eemshaven. Maar inmiddels is de beuk erin gegaan en eind 2017 werd in België Stevin opgeleverd. In het Emsland wordt gewerkt aan een nieuwe verbinding tussen Dörpen en Niederrhein om een paar zware converterstations voor offshore wind aan te sluiten. Het noordelijkste stuk, tussen Dörpen en Meppen, valt in de concessie van Tennet GmbH, de Duitse tak van Tennet. De bestaande lijn kan het allemaal niet meer af. En wat zien we hier verrijzen? Geen wintracks, geen Muguets en geen Eagles, maar onvervalste, stoere vakwerkmasten, bedoeld voor tweemaal 2635 MVA (4000 A) op vierbundels.

Waar de oude lijn duidelijk invloeden van de jaren 70 toont (vrij open, betrekkelijk simpele constructie en functie voor de vorm) is de nieuwe verbinding echt een kind van deze tijd: de masten zelf zijn van zwaarder staalwerk, ze zijn wat smaller en ze hebben een iets venijniger aanblik. Het stompe traversetopje wordt standaard, net als kunststof isolators in V-ophanging. Maar vooral de hoogte van zes tot acht meter meer dan de bestaande verbinding trekt de aandacht. Dit lijkt veel te veel om doorhanggedrag bij zware belasting of veranderde normen te compenseren. Ook zitten er (gemiste kans!) geen aanzetstukken voor later te monteren meelifters voor 110 kV op. Het lijkt erop dat de magneetvelddiscussie een rol speelt en dat men extreem veilig is gaan zitten, zelfs boven de weilanden.

Vakwerk kan dus nog steeds, en niet eens zo ver weg. Bekijk het hele tracé op de netkaart, als fotoverslag op ons forum of doe eens wat we bij HoogspanningsNet wel vaker doen: als je in de buurt bent, werp eens een blik in het echt. Zo kom je nog eens ergens.

Afbeeldingen: nieuwe vakwerkmast in de absnitt Dörpen tot de concessiegrens, naast de bestaande verbinding. Hoger, iets smaller en gedrongener, en iets chagrijniger van aanblik. Grotendeels komt dat door de lichtgewicht V-ophangingen met kunststof isolators (detailfoto). Foto's door Tom Börger.

11 januari 2019 Consternatie in de media over het aansluiten van zonnepanelen op het elektriciteitsnet. Op sommige plekken in het land zou het hoogspanningsnet vol zitten. Voordat je begint te foeteren dat het ook altijd wat is: tel even tot 10 kV en check de feiten. Het gaat slechts om een klein aantal plekken en dan ook nog alleen in een beperkt aantal condities.

Zonnepanelen en een hoogspanningslijn bij Zwolle HarculoEerst een wild verhaal uit de wereld helpen: er is geen zonnestop. Er kunnen door het hele land heen gewoon zonnepanelen worden aangesloten. Alles op een hoofdzekering kleiner dan 80 A mag overal nog worden aangesloten en dat kan ook probleemloos. In de meeste delen van het land geldt dat ook voor zwaardere installaties van >80 A en zelfs voor hele zonneparken. De feitelijke aansluitstop betreft slechts een klein aantal plekken van het land, waarbij ook geldt dat een normaal zonnedak op de schaal van een woonhuis (altijd kleiner dan 80 A) gewoon kan worden aangevraagd en aangelegd, waar je ook woont.

De plekken waar het om gaat zijn een stuk of twintig trafostations in het 110 kV-gebied, allemaal in het oosten van Groningen en de zuidelijke en oostelijke delen van Drenthe. Wie goed heeft opgelet heeft gezien dat de afgelopen periode al eens vaker berichten van Tennet en Enexis voorbij zijn gekomen over dreigend capaciteitstekort in het dunstbevolkte deel van Nederland. Een gebied waar grond goedkoop is, zodat grote zonneparken en zware dakopstellingen op de relatief grote boerenbedrijven erg interessant zijn. Het gebied is altijd al leeg en agrarisch geweest, waardoor het plaatselijke elektriciteitsnet van meet af aan 'dun' is aangelegd. Ooit was dat verstandig: als er geen opwek, zwaar verbruik of enig zicht op een andere toekomst is, dan leg je geen dicht en zwaar net aan. 10 kV en lichte 110 voldeed decennialang toereikend.

De situatie van vandaag de dag met een zeer snelle behoefte aan veel zwaardere transportverbindingen was niet te voorzien en kwam heel snel. Het betekent wel dat er actie moet worden ondernomen. Op een bepaald aantal trafostations moeten Tennet en Enexis de situatie herzien met bijvoorbeeld zwaardere 110/10 kV transformators om de pieken in zonproductie op te kunnen vangen. Maar er zijn ook een stuk of vijf trafostations waar ook de hoogspanningsverbindingen zelf te krap zijn, zodat het vermogen niet voldoende op export kan. Aanleg van nieuwe verbindingen en misschien wel een nieuwe koppeltrafo op bijvoorveeld Hoogeveen zal nodig zijn om op de langere termijn toekomstvast te blijven. Ook Enexis zal op 10 kV-gebied de komende jaren de nodige verzwaringen moeten aanleggen.

Bestaande, lopende aanvragen worden er niet door beïnvloed: de beperking geldt alleen voor nieuwe aanvragen die nu nog niet bestaan. En elders in het land is nog niets aan de hand: daar is (vooralsnog) nog voldoende aansluitruimte. Voor een overzicht van de trafostations die beperkingen hebben, zie deze lijst van Tennet in combinatie met een blik op onze netkaart.

Afbeelding: zonnepanelen vlak naast trafostation Zwolle Harculo. Op de meeste plekken van Nederland is er niets aan de hand, kan alles gewoon worden aangesloten en is er geen beperking. Wil je een areaal zonnepanelen aanleggen kleiner dan 80 A, dan is er zelfs nergens een acuut probleem. Laat je niet gekmaken, zoek gewoon de feiten op en je weet het.

De HoogspanningsNet Netkaart voor je PC, browser, tablet en telefoon.

– Altijd het net op zak.

Meer info Handleiding FAQ GIS/KML

Actuele load

@hoogspan op Twitter

Waar zijn de netprojecten?

Kijk waar de netuitbreidingen zijn!
Netuitbreidingskaart TenneT
Netprojecten Elia
TYNDP Europa door ENTSO-E

Credits en copyright

Creative Commons Licentie

Tenzij anders vermeld, bevindt de content op deze website zich onder een CC BY-NC-ND-licentie.

Lees de volledige disclaimer hier.