HoogspanningsNet - alles over hoogspanning op het het

Hoogspanningstechniek

Mast van de Maand



Mast 83, Apeldoorn - Katteberg
----------------------------------------------
Het is vakantietijd en we gaan niet zo veel naar het buitenland dit jaar zodat het op de snelwegen in Nederland extra druk is. Dat was vorig jaar niet zo want op deze foto die Tom Borger heeft gemaakt rijden er niet zoveel auto's op de A50 en mast 83 heeft een rustig uitzicht. Deze mast staat in een 150 kV verbinding uit 1949 die eerst tussen Nijmegen en Apeldoorn liep maar later kwamen station Elst en station Katteberg erin. De mast zelf is veel jonger, die is uit ongeveer 1990 toen de A50 werd aangelegd en twee masten van de verbinding werden vervangen door hogere nieuwe masten. Het is een drievlaksmast met de toren van een PGEM tonmast en hij is extra hoog. Dat ziet er vanaf de weg op de foto indrukwekkend uit en misschien is het ook wel heel erg aan de hoge kant want hij staat ook op een heuvel en de hele hoge lantaarnpalen passen gewoon onder de draden.

Hoogspanning en gezondheid?

Antwoord op alle vragen vind je bij het RIVM (NL) of het Departement Leefomgeving (B).

HoogspanningsNet behandelt dit thema met opzet niet zelf. (Waarom niet?)

Geknetter en gebrom?

Geen zorgen, dat is normaal.

Mastverrommeling


Doet dit ook jouw tenen kromtrekken?


Zoek je de netbeheerder?

Dat zijn wij niet. Ga naar de website van TenneT TSO (NL) of Elia (B).




Of ga naar ENTSO-E voor het Europese samenwerkingsverband tussen netbeheerders.

Berichtenarchief

20 juli 2020 Breng jij net als veel anderen de zomer van 2020 in eigen land door? Is het weer mooi ruk, in Drenthe, met de caravan, in de regen? Pep de stemming op met een potje ganzenbord – nee, niet dát suffe spelletje, kom nou. We bedoelen natuurlijk HoogspanningsNet Powerganzenbord.

Pylon geeks weten dat alles interessanter wordt als je er spanning op zet. Wederom bewijzen we bij HoogspanningsNet dat deze stelling klopt door ganzenbord, een toppunt van spruitjeslucht, onder hoogspanning te brengen. 

Powerganzenbord draait om wie als eerste zijn nieuwe hoogspanningslijn weet te voltooien. Begin bij het stijgjuk en maak een spannende reis door Hoogspanningsland zoals we dat vandaag kennen. Speel met een circuitkleur en met twee tot negen mensen. Overwin problemen met doorhangknelpunten, lijndansen, congestie en vergunningsprocedures. Maak handig gebruik van een PR-momentje met een ooievaar in een mast. Maak strategische keuzes voor het goede type geleider – maar pas op, voor je het weet moet je terug naar het Ministerie van EZ op positie 14. Speel het hard of kies juist een medekandidaat te helpen, maar verlies nooit je doel uit ogen: als eerste Trafostation Lijnvreugd bereiken!

Download het speelbord als PDF (300 DPI).

Het speelbord is op een A4'tje een beetje krap. A3 is geschikter. Informeer bijvoorbeeld bij de receptie van de camping of je een A3-print mag maken, snaai de dobbelsteen en wat pionnen uit een doos Mens-Erger-Je-Niet en verhoog het potentiaal van ganzenbord naar hoogtes waar ze in de 16e eeuw nog geen enkel besef van hadden…

Afbeelding: Speelbord van HoogspanningsNet Powerganzenbord. Download het speelbord als PDF en verander een regenachtige avond met het gezin in de caravan in een spannende en leerzame reis door Hoogspanningsland.

30 juni 2020 Middenin de coronacrisis trok het weinig aandacht, maar voor wie het hoogspanningslandschap scherp in de gaten hield is er recentelijk een leuk stukje infra opgeleverd: 's werelds eerste string offshore windmolens bedreven op 66 kV is in dienst gegaan op Borssele Alpha. Klinkt laf, maar onderschat het niet. 

Hoewel we op HoogspanningsNet dol zijn op bovengrondse lijnen en openluchtstations, kijken we zonder enige gêne en met dezelfde interesse naar de inmiddels indrukwekkende hoeveelheid hoogspanning die op de zeebodem is aangelegd. En daar, een kilometer of dertig buitengaats van Zeeuws Vlaanderen, is recentelijk een wereldprimeur neergezet. Eind april werd het eerste exemplaar Siemens Gamesa 8MW trots op zijn monopile geheisterd en na het gereed komen van de andere molens op dezelfde infieldkabel kon de hele string in dienst worden genomen. Het begin van het 1400 MW grote dubbele offshore windpark is daarmee een feit. 

In eerste instantie lijkt het kouwe drukte. 66 kV op land is heel normaal en hoewel het voor Tennet een nieuwe spanning is in hun assetpark (althans, in eigen bezit dan) klinkt het als een grote komkommer. Maar op zee ligt dat anders: 66 kV is op de wereld nog nooit eerder toegepast in een offshore windpark. We begeven ons op onverkend terrein.

33 kV is tot op heden de standaard voor offshore infieldbekabeling van windparken. Bewezen techniek en goed uitontwikkeld. Maar 33 kV heeft beperkingen, vooral op gebied van maximale transportcapaciteit. Dat is iets wat steeds belangrijker wordt nu de windturbines in een welhaast angstaanjagende groeicurve reeds 8 tot 10 MW kunnen produceren en de rek is er nog niet uit. Als men dat over 33 kV wil wegstouwen naar een trafo-eiland passen er nog maar drie of vier zulke molens op één string voordat de technische grens is bereikt. Om een inefficiënte kabelspaghetti met veel netverliezen te voorkomen heeft Tennet al enige jaren geleden opdracht gegeven tot het onderzoeken en waar mogelijk ook toepassen van 66 kV als infieldspanning. Windmolenbouwers Vestas en Siemens Gamesa zagen dat beiden wel zitten (ook met het oog op toekomstige windparken met nog grotere molens) en men besloot het te wagen: Borssele Alpha (Siemens Gamesa 8MW) en Beta (Vestas V164) werden windparken op 66 kV, als benchmark voor de toekomst van offshore wind. 

Nu zijn de molens in bezit van een commercieel bedrijf (in dit geval Ørsted) en ook de 66 kV-kabels zijn in hun bezit. Maar de schakelinstallaties, trafo's en rails op de trafo-eilanden zijn van Tennet. En wie goed op de kaart kijkt, ziet dat de trafo-eilanden van Alpha en Beta voor servicedoeleinden zijn gekoppeld met een extra kabel. Ook die wordt op 66 kV bedreven, waarmee de eerste en vooralsnog enige verbinding van 66 kV voor Tennet in de papieren staat.

Hoe gaat dit verder? Het is te verwachten dat 66 kV de verwachtingen waarmaakt en inderdaad uitgroeit tot de nieuwe standaard, waardoor we deze spanning in de toekomst zullen zien in vele andere zware offshore windparken die nog gebouwd moeten worden. De netkaart zal op zee in elk geval meer oranje worden.

Afbeeldingen: deel van de netkaart, met Borssele Alpha (alle gerealiseerde en geplande strings reeds ingetekend) samen met al langer bestaande Belgische windparken. Merk op hoeveel wijder de opzet van 66 kV is ten opzichte van 33 kV. Dit creëert de noodzakelijke ruimte voor de veel grotere molens die vandaag en morgen de standaard zijn. Onder: Borssele Alpha op een Tennet-animatie. In het hart van dit blok komt 66 kV binnen en gaat vermogen er op 220 kV weer uit, richting de kust.

07 juni 2020 Sinds een week is er consternatie over een foto van broedende ooievaars in een hoogspanningsmast. Ook bij HoogspanningsNet kregen we via meerdere kanalen met de foto te maken. De mast zou in de Bommelerwaard staan, zei men. Maar helaas – hoewel de foto wel degelijk echt is, is hij niet in Nederland geschoten. HoogspanningsNet zocht uit waar dan wel, en zo kwamen we in… Portugal!

Ooievaars in een hoogspanningsmast. Nee, dit is niet in de BommelerwaardOoievaars die in een hoogspanningsmast broeden hebben we in Nederland ook. Het is dus geen wonder dat (waarschijnlijk in eerste instantie op Facebook) het verband tussen de foto en een rivierkruising in de Bommelerwaard al snel werd gelegd. Maar in de praktijk is er sprake van een klassiek verhaal met een klok en een klepel. De foto toont hetzelfde beeld, maar eh.. wacht eens, tweebundelgeleiders, een toren die in een gaffel splitst en een onbekend vakwerk? Bij de wat serieuzere pylon geeks tript dan na 0,040 seconden het distantierelais. Dat klopt niet met de Bommelerwaard.

In Nederland broeden in meerdere hoogspanningsmasten ooievaars. De bekendste plekken zijn de omgeving van Meppel, tussen Almere en Lelystad en bij Zaltbommel. Op die laatste plek staat een waterkruising (het exemplaar waar in 2007 een Apache-gevechtshelikopter in vloog) en in de kruisingsmasten daarvan zitten meerdere nesten. Maar dat is dus niet de mast op de foto. Waar staat die dan wel?

Een korte zoektocht brengt ons naar de website van Tim van Nus, natuurfotograaf. In een post van 19 mei 2012 staan dezelfde masten op de foto, hoewel in 2012 de extra plankjes voor nog meer nesten er niet aan zaten. Op die foto's zijn ook de bovenkanten van de masten, de isolators en het landschap te zien. De locatie die vermeld wordt (Coimbra) neemt de laatste kans op twijfel weg: daar staan inderdaad verbindingen (netkaart en overlay) met deltamasten bedoeld voor 220 kV (overeenkomend met de isolatorlengte) waarvan de torens het juiste vakwerk hebben.

Netbeheerder REN (de Portugese evenknie van Tennet) draagt de ooievaars blijkbaar een warm hart toe. En waarom ook niet? In de toren zitten ze niemand in de weg. Overigens is ook Tennet dezelfde gedachte toegedaan, want in de onderhoudsschema's van Tennet wordt zelfs rekening gehouden met broedende vogels. Toch is het niet zo dat de vogels altijd gedoogd worden. Wanneer de nesten zich op onprettige of gevaarlijke plekken in de mast bevinden (zoals op de traversen, met name bij kleine masten) wordt er wel eens ontmoedigd. Ook op trafostations ziet men liever geen ooievaars op de portalen broeden. Ook in Portugal niet.

Afbeeldingen: de hoogspanningsmast die onderwerp is van het rondzingende bericht over de Bommelerwaard, hier als screenshot (Facebook). In de praktijk staat hij dus in Portugal. Hoe de Bommelerwaard er dan wel uitziet? De onderste foto toont de situatie van 2015, vastgelegd door Michel van Giersbergen. Soortgelijk beeld, maar zeker niet hetzelfde.

14 mei 2020 Gebeurt er nog wat in hoogspanningsland? Het is zo stil op de voorpagina? We zitten met een schreeuwend gebrek aan veldwerk vanwege de lockdown, maar toch is er groot nieuws deze weken. De afgelopen weken hebben diverse netbeheerders hun investeringsplan (de opvolger van het KCD) als concept uitgebracht en er komen er nog een paar aan. Wat blijkt? We gaan elke MVA nodig hebben, nieuw en bestaand.

De term KCD is sinds dit jaar ingeruild voor investeringsplan. Nieuwe naam, maar dezelfde boodschap: iedere twee jaar dienen de netbeheerders er eentje uit te brengen waarin ze de staat van hun netten toelichten, samen met de toekomstverwachting en hoe ze daarop inspelen. Nieuw is dat men nu heeft besloten om dat allemaal tegelijk te doen. 

Op de Berg beginnen met lezen is dan logisch. Tennet heeft de vier toekomstscenario's van 2011 ingeruild voor slechts drie stuks omdat inmiddels duidelijk is dat de energietransitie realiteit is. Zoals verwacht blijkt men op de Berg ook verrast door de enorme toename van zonvermogen in de netten. Het investeringsplan bevat een ongebruikelijk grote hoeveelheid verzwaringen en voortijdige vervangingen door zwaardere componenten. Daar zijn bekende zaken bij, zoals het opwaarderen van de landelijke 380 kV-ring naar 2635 MVA (4 kA) en ook open deuren, zoals dynamic rating en een kleine honderd opwaarderingen en versterkingen in de 150- en 110 kV-netten. Derde circuits (kabels), steviger transformators, soms zelfs nieuwe stations. Maar er zijn ook verrassingen. Bepaalde roddels die we bij HoogspanningsNet al hadden vernomen krijgen vaste vorm. Zo zijn er plannen voor na 2025 voor nieuwe 380 kV-stations bij Wijchen, Almere, Veenoord en Ter Apel (netkaart).  

Misschien wel het grootste nieuws is dat het erop lijkt dat er de komende vijf tot tien jaar niet één hoogspanningslijn gesloopt gaat worden (m.u.v. reconstructies door rijkssubsidie voor verkabeling in stedelijke gebieden of combi in nieuwe 380 kV). Het lijkt erop dat men elke bestaande MVA aan transportruimte wil handhaven. Alles wat er bovengronds staat zal indien nodig toekomstvast moeten worden gemaakt door bijvoorbeeld het wegnemen van doorhangknelpunten of soms andere draden. Voor pylon geeks betekent dit ronduit het droomscenario: de begeerde energietransitie mét handhaving van wat we zo mooi vinden aan een elektriciteitsnet.

Ook in de netten van Liander zit in het investeringsplan een wonderlijke plottwist die door de energietransitie wordt ingegeven. Duiven schopt een heilig huisje om: 50 kV is nog niet doodverklaard. Sterker nog, er is zelfs weer sprake van enkele spaarzame uitbreidingen en handhavingen. Zo blijft bij Barneveld de 50 kV-lijn voorlopig toch staan. De geplande 20 kV wordt wel aangelegd, maar nu ter versterking in plaats van ter vervanging. En zo verlengt de MVA-nood door de energietransitie stiekem het leven van een aantal iconische PGEM-lijnen nog verder.

Net als Coteq en Westland Infra heeft Enexis geen bovengrondse lijnen. Maar wel stations, en ook Enexis voorziet een flinke lijst knelpunten op de onderstations, grotendeels veroorzaakt door teruglevering van zonneparken. Ze gaan dat aanvechten met zwaardere transformators (of soms eentje erbij plaatsen) en met zogeheten E-houses, een MS-installatie in een zeecontainer. Door een prefab-standaardoplossing te ontwikkelen hoopt Enexis sneller capaciteit vrij te spelen en tevens een tijdelijk alternatief te kunnen bieden als de bestaande MS-installatie in het schakelhuis gerenoveerd of verzwaard moet worden.   

Wie missen we nog? Rendo heeft nog niks laten weten en van de grote jongens moeten Enduris en Stedin nog komen. Hier bij HoogspanningsNet wilden we niet nog langer wachten met dit nieuwsbericht, dus wat zij van plan zijn blijft nog heel even in het ongewis. Maar één ding was al zeker en is nu nog zekerder: de komende tien jaar is er heel wat te beleven in hoogspanningsland.

Lees de consultatieconcepten (men mag erop schieten tot 01 juni):
Tennet Investeringsplan 2020-2030 
Liander Investeringsplan 2020-2030
Enexis Investeringsplan 2020-2030
Coteq en Westland Infra Investeringsplannen
(Stedin, Enduris en Rendo worden nog verwacht)

Afbeeldingen: de cover van Tennets nieuwe investeringsplan. Onder: plottwist in de Gelderse Vallei, illustratief voor wat ons de komende tien jaar te wachten staat. Saneren en vervangen is er amper bij. Bestaande infra wordt verlengd gehandhaafd omdat het niet gemist kan worden, zoveel extra transportruimte is er nodig. Door de bank genomen is dat goed nieuws voor pylon geeks.

13 april 2020 Hoe vaak zeggen we wel niet tegen elkaar, 'als ik nog eens heel veel tijd heb, dan…' Inmiddels hoeven we ons door de lockdown niet meer af te vragen wanneer dat moment zal zijn. En dus zijn we bij HoogspanningsNet bezig gegaan met een monsterklus: het cartografisch en geografisch correct digitaliseren van de Nederlandse netkaart, vanaf de eerste 50 kV-lijn in 1918 tot aan vandaag de dag. 

Lange avonden in een wereld die balanceert tussen hoop en vrees, waarin op sommige plekken grote hectiek heerst, maar waar op andere plekken 's avonds een ongewone rust is. Het lijkt haast de winter op het platteland: doe iets of word gek. Nu lopen er bij HoogspanningsNet altijd meerdere projecten, waarin onderhoud en uitbouw van onze netkaart een grote is. Achter de schermen is Release Cycle 7 (kortweg V7) in ontwikkeling. En daar is nu een nieuwe zijstraat bij gekomen.

Vanwege de wettelijk vrijgegeven open liggingsdata van netbeheerders neemt het belang van penetratie tot in de 10 kV middenspanningsnetten op onze netkaart af. Nethistorie neemt juist toe in belang. Er is al langer rekening gehouden met een historische dimensie (zie de velden in dienst en uit dienst in de informatiekolom), maar de netkaart zelf geeft momenteel alleen de situatie van vandaag weer. Het toevoegen van een tijdbalk waarin ook een jaar in het verleden kan worden geselecteerd is echter niet eenvoudig. Los van de techniek (interface en programmeerwerk) is er content nodig: onze netkaart is er sinds 2011 en een station dat in 1936 is gesticht en in 1980 weer verdween zit niet in de database. Dat betekent dat we voor vele duizenden objecten (stations, circuits en zeer veel hoogspanningsmasten) die tussen 1918 en 2011 korter of langer hebben bestaan moeten achterhalen dát zij er waren, waar zij exact stonden, waarvoor ze dienst hebben gedaan en hoelang ze in functie zijn geweest. Een monsterklus, waar door de buitengewone omstandigheden nu tijd voor is.

In Nederland is veel data voorhanden, maar het is verspreid over gedenkboeken (meestal in bezit van betrokkenen alhier, in persoonlijke verzamelingen), naslagwerken, publicaties, krantenarchieven, oude topokaarten, luchtfoto's uit de oorlog, websites, grondfoto's, kadasterdata, tabellen, lijsten en herinneringen. Overleg gaat via internet met elkaar, want een groep weet altijd méér dan een losse cartograaf. Een kwestie van systematiek, geduld, en consciëntieus administreren. De weg kennen in 102 jaar hoogspanningsland met zijn oude provinciale energiebedrijven is een pré. Het geografisch intekenen en in een database stoppen vereist wat GIS-skills, want Google Earth is niet toereikend meer voor dit soort carteringsgeweld. (In de praktijk wordt er met QGIS gewerkt als acquiring- en mapping tool.)

Verder vereist het ook conventies en slim nadenkwerk, want het is ingewikkelder dan simpelweg dingen tekenen met een begin- en eindjaar. Een 150 kV-verbinding die in 1948 is aangelegd, eerst drie jaar op 50 kV werd bedreven, daarna in 1968 een ingelust station op één van de circuits kreeg en waarin in 1998 een stuk werd verkabeld, vereist in totaal vier keer 'herbedrading' om telkens correct op de kaart te staan. Nog ingewikkelder is het om oude grondkabels te vinden, al geldt wel dat we in eerste instantie het project aangaan voor bovengrondse objecten. Grondkabels en objecten die we toevallig tegenkomen en die minder dan 50 kV voeren zijn in eerste instantie vooral bijvangst. 

Er is nog niet aan te geven hoe en wanneer precies de historische dimensie aan de webkaart wordt toegevoegd. Maar de plotselinge, lange avonden in deze vreemde tijden bieden perspectieven die voorheen ondenkbaar waren. En voor wie 102 jaar hoogspanning op de kaart ondoenlijk lijkt: never underestimate powergrid mappers – they're pretty hardcore.

Afbeeldingen: herkenbaar voor elke netcartograaf die al even mee draait, de pavlovreactie die een mastschaduw op een luchtfoto oproept. Het verschil is alleen dat het nu om historische luchtfoto's in zwartwit gaat. (Dat is soms nodig omdat oorlogs- en noodlijnen nooit de topokaarten hebben gehaald.) Onder: interface van QGIS waarin allerlei kaartlagen tegelijk zijn te projecteren en coördinatenstelsels gelijk zijn te trekken, zodat objecten systematisch te carteren zijn en database-klaar kunnen worden gemaakt. 

De HoogspanningsNet Netkaart voor je PC, browser, tablet en telefoon.

– Altijd het net op zak.

Meer info Handleiding FAQ GIS/KML

Actuele load

@hoogspan op Twitter

Hoogspanningsagenda

Wat hangt ons boven het hoofd?
- (geen activiteiten bekend)



Heb je een tip? Meld 'm hier

Waar zijn de netprojecten?

Kijk waar de netuitbreidingen zijn!
Netuitbreidingskaart TenneT
Netprojecten Elia
TYNDP Europa door ENTSO-E

Credits en copyright

Creative Commons Licentie

Tenzij anders vermeld, bevindt de content op deze website zich onder een CC BY-NC-ND-licentie.

Lees de volledige disclaimer hier.